← België

Arrest 206653 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 15/07/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juli 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.653 Rolnummer: A. 196123/IX-6767 Zaak: Arrest 206653 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 15/07/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-07-20 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-07-02 12:15 Fiche Arrest nr 206.653 van 15 juli 2010 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Opnieuw vastgesteld Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 206.653 van 15 juli 2010 in de zaak A. 196.123/IX-6767 In zake: Remi ZEEUWS wonend te Huldenberg Nijvelsebaan 31 A alwaar woonplaats wordt gekozen tegen: het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, vertegenwoor- digd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrick Peeters en Jens Mosselmans kantoor houdend te Brussel Terhulpsesteenweg 120 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 2 april 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de afwijzende beslissing zoals die blijkt uit het niet afronden van de in 2001 aangevatte bevorderingsprocedure”, alsook van “de daaruit blijkende weigering om verzoeker te bevorderen tot eerste attaché, expert van hoog niveau, bij het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 juni
  3. IX-6767-1/8 Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. De verzoeker en advocaat Patrick Peeters, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoeker is attaché (rang A1) bij het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 3.
  6. Op 11 februari 2002 stelt hij bij de Raad van State een beroep in tot nietigverklaring van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2001 waarbij Philippe Dehaut wordt benoemd tot eerste attaché, expert van hoog niveau (rang A2), bij de Directie Onderzoek en Innovatie van het Bestuur Economie en Werkgelegenheid van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (zaak A.116.651/IX-3212). Bij arrest nr. 160.268 van 19 juni 2006 vernietigt de Raad van State het voormelde benoemingsbesluit. Het middel waarin de verzoeker onder meer aanvoert dat geen deugdelijke vergelijking van zijn titels en verdiensten met deze van Philippe Dehaut heeft plaatsgevonden, wordt gegrond bevonden. De Raad van State vernietigt tevens het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 juni 2004 waarbij Philippe Dehaut van rechtswege vanaf 1 juli 2004 in de graad van eerste attaché, expert van hoog niveau, wordt overgeheveld van de Directie Onderzoek en Innovatie van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest naar het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel. IX-6767-2/8 3.
  7. Op 1 juli 2002 stelt de verzoeker bij de Raad van State een beroep in tot nietigverklaring van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juli 1998 houdende de benoeming van Philippe Dehaut tot bestuurssecretaris bij het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met ingang van 1 mei 1998 (zaak A. 123.249/IX-3411). Bij arrest nr. 187.958 van 17 november 2008 vernietigt de Raad van State ook dat benoemingsbesluit. Het middel waarin de verzoeker de schending aanvoert van artikel 39 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, doordat het benoemingsbesluit uitsluitend in de Franse taal is opgesteld, terwijl het ook in de Nederlandse taal had moeten zijn opgesteld, wordt gegrond bevonden. 3.
  8. Op 3 maart 2008 stelt de verzoeker bij de Raad van State een vordering in tot het opleggen van een dwangsom aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, omdat deze partij in gebreke blijft uitvoering te geven aan het vernieti- gingsarrest nr. 160.268 van 19 juni
  9. Bij arrest nr. 187.959 van 17 november 2008 willigt de Raad van State deze vordering in. Aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt een dwangsom opgelegd van 1.500 euro voor elke dag dat het nalaat uitvoering te geven aan het genoemde vernietigingsarrest. De dwangsom zal worden verbeurd na verloop van één maand, te rekenen van de dag waarop het arrest waarbij de dwangsom wordt opgelegd, aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is betekend. 3.
  10. Op 19 december 2008 hervat de directieraad van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de procedure die heeft geleid tot de vernietigde benoeming van Philippe Dehaut tot eerste attaché, expert van hoog niveau, bij de Directie Onderzoek en Innovatie. Op 14 januari 2009 onderzoekt de directieraad opnieuw de titels en verdiensten van de verschillende kandidaten. Hij baseert zich daarvoor op de dossiers van de kandidaten zoals ze werden ingediend in
  11. Hij rangschikt Philippe Dehaut als eerste kandidaat, M.-H. Charles als tweede kandidaat en de verzoeker als derde kandidaat. De verzoeker wordt daarvan met een brief van 24 februari 2009 in kennis gesteld. IX-6767-3/8 3.
  12. Met een aangetekende brief van 28 februari 2009 dient de verzoeker een bezwaarschrift in tegen de rangschikking van de kandidaten door de directieraad. Hij betoogt dat de directieraad geen rekening had mogen houden met de benoeming van Philippe Dehaut tot bestuurssecretaris bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 januari 2009, ook al werd aan dat besluit terugwerkende kracht verleend. Voorts laat hij gelden dat de directieraad niet antwoordt op zijn bezwaarschrift van 11 november 2001 en kritiek formuleert op zijn houding, terwijl dat in 2001 niet het geval was, zodat hij zich niet heeft kunnen aanpassen. Hij vraagt de “exacte feiten” waarop die kritiek is gesteund. Hij wijst er ook op dat hij sedert 2001 ervaring heeft opgedaan en inzicht heeft verworven in administratieve procedures. Hij vermeldt een reeks opleidingen die hij heeft gevolgd. Hij stelt ten slotte dat het voor hem onduidelijk blijft welke criteria door de directieraad werden gebruikt bij het opstellen van de rangschikking en hij vraagt om door de directieraad te worden gehoord. 3.
  13. Met een aangetekende brief van 1 maart 2009 maant de verzoeker de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aan om “de aangevatte benoemingsprocedu- re af te sluiten”. Hij stelt dat hij “het blijven stilzitten zal [...] interpreteren als een weigering om [hem] te bevorderen tot eerste attaché, expert van hoog niveau”. Hij verwijst daarbij naar artikel 14, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Met een brief van 7 april 2009 deelt de minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aan de verzoeker mee dat hij diens aanmaning overmaakt aan de bevoegde staatssecretaris. 3.
  14. Op 27 maart 2009 wordt de verzoeker door de directieraad gehoord. Na de opmerkingen en de bezwaren van de verzoeker te hebben onderzocht, besluit de directieraad met unanimiteit dat de verzoeker geen nieuwe gegevens aanbrengt die een wijziging van de opgestelde rangschikking rechtvaardi- gen. Met een brief van 29 april 2009 worden de notulen van de vergadering van de directieraad aan de verzoeker ter kennis gebracht. IX-6767-4/8 3.
  15. Volgens de verwerende partij is het dossier op 29 april 2009 aan de bevoegde staatssecretaris overgemaakt voor het nemen van een beslissing over de kwestieuze bevordering tot eerste attaché. 3.
  16. Op 13 juli 2009 stelt de verzoeker bij de Raad van State een vordering in tot schorsing van de tenuitvoerlegging van “de afwijzende beslissing zoals die blijkt uit het niet afronden van de in 2001 aangevatte bevorderingsprocedu- re”, alsook van “de daaruit blijkende weigering om verzoeker te bevorderen tot eerste attaché, expert van hoog niveau, bij het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel”. Hij leidt die beslissing- en af uit het stilzitten van de verwerende partij gedurende vier maanden vanaf zijn aanmaning van 1 maart
  17. De verzoeker vordert terzelfder tijd het opleggen van een dwangsom aan de verwerende partij (zaak A. 193.362/IX-6441). Bij arrest nr. 197.684 van 10 november 2009 verwerpt de Raad van State deze vorderingen tot schorsing en tot het opleggen van een dwangsom, omdat de aanmaning die de verzoeker op 1 maart 2009 naar de verwerende partij heeft gezonden, slechts in die zin kan worden begrepen dat de verwerende partij de procedure tot benoeming van een eerste attaché, expert van hoog niveau, op een zodanige wijze moet afsluiten dat ze resulteert in de benoeming van de verzoeker, terwijl uit niets blijkt dat de verwerende partij verplicht zou zijn de verzoeker tot eerste attaché te benoemen. 3.
  18. Met een op 23 november 2009 ter post aangetekend verzonden brief richt de verzoeker de volgende aanmaning tot de Brusselse Hoofdstedelijke Regering: “[...] In het arrest nr. 187.959 van 17 november 2008 stelde de Raad van State vast dat uw regering ter uitvoering van het vernietigingsarrest nr. 160.268 van 19 juni 2006 niets had gedaan. De Raad van State is van oordeel dat de administratieve overheid verplicht is om opnieuw te beslissen. In zijn arrest nr. 187.957 [lees: 187.959] van 17 november 2008 heeft de Raad van State die verplichting als volgt verwoord: ‘Tenzij alsnog zou blijken dat zij een wettige reden heeft om van de aangevatte bevorderingsprocedure af te zien, is zij ertoe gehouden om de bevorderingsprocedure van eerste attaché (rang A2 expertbetrekking van hoog niveau) te hernemen vanaf het ogenblik waarop de door de Raad van State vastgestelde onregelmatigheid zich heeft voorgedaan. Nu de vernietiging gesteund was op het ontoereikend gemotiveer- de advies van de directieraad en de gebrekkige vergelijking van de titels en verdiensten van de verzoeker en Philippe Dehaut, betekent het voorgaande dat de bevorderingsprocedure hernomen moet worden vanaf het onderzoek van de kandidaturen door de directieraad.’ IX-6767-5/8 Reeds op 29 april 2009 werd het dossier overgemaakt aan de bevoegde staatssecretaris voor het nemen van een beslissing over de kwestieuze bevordering tot eerste attaché. Tot op heden is die beslissing niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Ik verzoek U en indien nodig, maan ik U aan, de aangevatte benoemings- procedure af te sluiten. Deze brief moet beschouwd worden als een aanmaning overeenkomstig artikel 14 § 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. [...]” 3.
  19. Na gedurende vier maanden geen reactie vanwege de verwerende partij te hebben ontvangen, dient de verzoeker de voorliggende vordering tot schorsing in. IV. Heropening van de debatten
  20. Op 3 juni 2010 heeft de verzoeker bij de Raad van State een vordering ingediend tot het opleggen van een dwangsom aan de verwerende partij wegens de niet-uitvoering van het arrest nr. 160.268 van 19 juni 2006 van de Raad van State (zaak A. 196.705/IX-6835). Blijkens de stukken van het administratief dossier dat door de verwerende partij in die zaak werd neergelegd, heeft de staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die bevoegd is voor het Openbaar Ambt, met een aangetekende brief van 25 juni 2010 aan de verzoeker het volgende medegedeeld: “[...] Bij brief van 15 april 2010 stelde U het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest in gebreke om uitvoering te geven aan het arrest nr. 160.268 van 19 juni 2006 van de Raad van State waarbij de benoeming van de heer Dehaut voor de betrekking van eerste attaché, expert hoog niveau en diens overgang naar het Instituut ter Bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel (IWOIB) werd vernietigd. Bij ter post aangetekende brief van 2 juni 2010 diende U vervolgens een verzoekschrift in bij de Raad van State opdat aan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest een dwangsom zou worden opgelegd van 15.000 Euro per dag dat zij nalaat uitvoering te geven aan het voormeld arrest nr. 160.268 van de Raad van State. Deze procedure is momenteel hangende voor de Raad van State. Ingevolge de ordonnantie van 26 juni 2003 houdende oprichting van het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel (in werking getreden op 1 januari 2004), werden de bevoegdheden van de Directie Onderzoek en Innovatie overgeheveld aan het IWOIB. De personeelsleden van de Directie Onderzoek en Innovatie werden van rechtswe- ge overgeheveld naar het nieuwe Instituut. Sedert de inwerkingtreding van voormelde ordonnantie op 1 januari 2004 is de functie van eerste attaché, expert hoog niveau, dan ook gesitueerd binnen het IWOIB en heeft het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest geen bevoegdheid meer om over te gaan tot voormelde benoeming. IX-6767-6/8 Middels onderhavig schrijven sluit het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest de benoemingsprocedure af en geeft het dan ook uitvoering aan het arrest nr. 160.268 van de Raad van State. [...]” De vraag rijst of uit deze brief niet kan worden afgeleid dat de verwerende partij op 25 juni 2010, dit wil zeggen ná de sluiting van de debatten in de thans voorliggende zaak, een uitdrukkelijke eindbeslissing heeft genomen over de benoemingsprocedure van eerste attaché, expert van hoog niveau, bij de Directie Onderzoek en Innovatie van het Bestuur Economie en Werkgelegenheid van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In bevestigend geval rijst ook de vraag of de voorliggende vordering tot schorsing haar voorwerp niet heeft verloren, nu de voormelde uitdrukkelijke eindbeslissing in de plaats lijkt te zijn gekomen van de bestreden stilzwijgende afwijzende beslissing om de voormelde benoemingsprocedure af te sluiten en van de weigering die de verzoeker in die stilzwijgende afwijzende beslissing onderkent om hem tot eerste attaché, expert van hoog niveau bij het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel te benoemen. Vermits deze vragen nog niet het voorwerp hebben kunnen uitmaken van een tegensprekelijk debat tussen de partijen, is er aanleiding om de debatten in de voorliggende zaak te heropenen. BESLISSING
  21. De debatten worden heropend.
  22. De zaak wordt opnieuw vastgesteld op de openbare terechtzitting van 6 september 2010 om 10.00 uur. IX-6767-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 15 juli 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bert Thys IX-6767-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.653 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.320 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.211.065 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.