← België

Arrest 206754 - Penitentiair recht - 19/07/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 juli 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.754 Rolnummer: A. 197070/IX-6875 Zaak: Arrest 206754 - Penitentiair recht - 19/07/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-07-20 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-02 12:33 Fiche Arrest nr 206.754 van 19 juli 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 206.754 van 19 juli 2010 in de zaak A. 197.070/IX-6875 In zake: Timmy VAN DOORSSELAER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Katrien Van Der Straeten kantoor houdend te Dendermonde Justitieplein 9, bus 7 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 14 juli 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 1 juli 2010 van de directeur van de gevangenis te Dendermonde waarbij aan Timmy VAN DOORSSELAER de volgende tuchtsanctie wordt opgelegd: “betrokkene dient de schade aan de deurpost te betalen + 3 maand geen ongestoord bezoek vanaf 01.07.2010”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 juli
  3. Waarnemend kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. Advocaat Raan Colman, die loco advocaat Katrien Van Der Straeten verschijnt voor de verzoeker, en attaché Wim Van Brussel, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. IX-6875-1/4 Adjunct-auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoeker is gedetineerd in de strafinrichting te Dendermonde. 3.
  6. Op 29 juni 2010 wordt tegen de verzoeker een tuchtrapport opgesteld wegens verbale agressie gedurende zijn ongestoord bezoek op 28 juni
  7. Op 30 juni 2010 volgt een tweede rapport waarin melding wordt gemaakt van het beschadigen van de deurlijst van de douchecel in de kamer ongestoord bezoek. 3.
  8. De verzoeker wordt op 1 juli 2010 gehoord omtrent de feiten die gekwalificeerd worden als “tweemaal problemen tijdens ongestoord bezoek”. Blijkens het proces-verbaal van het verhoor verdedigt de verzoeker zich als volgt: “Betrokkene verklaart dat hij bij het eerste incident op de alarmknop duwde omdat hij een einde wilde maken aan het bezoek en de woordenwisseling. Hij vindt dat hij correct gehandeld heeft en geen sanctie verdient. Wat het toebrengen van schade aan de douche betreft, stelt betrokkene van niets te weten. Volgens hem is het lokaal waarschijnlijk niet goed gecontroleerd na het vorige ongestoord bezoek. Betrokkene zegt dat hij het zou toegeven moest hij de schade toegebracht hebben”. Dezelfde dag nog legt de directeur van de gevangenis aan de verzoeker de volgende tuchtstraf op: “Betrokkene dient de schade aan de deurpost te betalen + 3 maand geen ongestoord bezoek vanaf 01.07.2010”. De straf wordt als volgt gemotiveerd: “Betrokkene geeft toe dat er de eerste keer een woordenwisseling was tussen hem en zijn echtgenote en dat hij daarom het ongestoord bezoek wilde beëindigen. Hij stelt dat hij hiervoor geen sanctie verdient, omdat hij volgens hem correct handelde. De vernieling van de deurlijst ontkent betrokkene volledig. De combinatie van de twee tuchtrapporten noopt de directie er toe om betrokkene te sanctioneren: de discussie tussen betrokkene en zijn echtgenote kon door het personeel in de beheersgang gehoord worden, wat betekent dat dit een fikse woordenwisseling was. IX-6875-2/4 Bovendien is het personeel formeel over het feit dat de kamer ongestoord bezoek vooraf grondig gecontroleerd werd en dat er toen nog geen schade aan de deurpost was.” VII. Ontvankelijkheid van de vordering
  9. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. VIII. Onderzoek van de vordering: het moeilijk te herstellen ernstig nadeel Uiteenzetting
  10. De verzoeker zet uiteen dat hij door de bestreden tuchtstraf verstoken blijft van “enig sexueel contact met zijn geliefde”, dat deze straf “zeer zwaar weegt”, dat zij voor enorme frustraties zorgt en dat de emotionele impact van de gevangenisstraf enkel kan gemilderd worden door affectie, met name “de gedachte van begrepen, geliefd of gesteund te worden”. Beoordeling
  11. De uiteenzetting van de verzoeker betreft uitsluitend het tweede luik van de bestreden beslissing, met name het verbod om gedurende drie maanden ongestoord bezoek te genieten. De vordering dient dan ook enkel vanuit dat oogpunt te worden onderzocht. Overigens kan het echte voorwerp van de beslissing om aangebrachte schade te vergoeden niet als een tuchtsanctie opgevat worden; de Raad van State kan over dergelijke betwisting omtrent een subjectief recht geen uitspraak doen.
  12. De verzoeker zet uiteen dat hij één keer per maand gebruik kan maken van ongestoord bezoek. Het ontnemen van die gunst gedurende drie maanden berokkent hem ongetwijfeld een -moreel- nadeel. Om een schorsing te recht- IX-6875-3/4 vaardigen moet evenwel blijken dat het nadeel waarop de verzoeker zich beroept ernstig is. De verzoeker verwijst daarvoor naar het ontberen van de noodzakelijke affectie om de emotionele impact van de gevangenschap te beheersen. Hij verliest daarbij uit het oog dat hij niet afgesloten wordt van elke andere wijze waarop de gevangenen contacten met de buitenwereld kunnen onderhouden en zij de gedachte van begrepen, geliefd en gesteund te worden kunnen ervaren. De onmogelijkheid om, bijkomend, die affectie gedurende drie maanden op een zeer specifieke wijze te mogen beleven en de morele pijn die de verzoeker daaraan verbindt, verleent aan het nadeel niet het vereiste ernstig karakter om een schorsing te rechtvaardigen.
  13. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
  14. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien juli 2010, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin André Vandendriessche IX-6875-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.754 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.399 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.