id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 augustus 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.876 Rolnummer: A. 197303/IX-6900 Zaak: Arrest 206876 - Penitentiair recht - 06/08/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-08-09 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 05:03 Fiche Arrest nr 206.876 van 6 augustus 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 206.876 van 6 augustus 2010 in de zaak A. 197.303/IX-
- In zake: Abdessamad BELHADJ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michiel Van Kelecom kantoor houdend te 3520 ZONHOVEN Kortestraat 28 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 4 augustus 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “de beslissing van 3 augustus 2010 van de directeur van de gevangenis van Hasselt waarbij aan hem een tuchtsanctie wordt opgelegd van 9 dagen strafcel en aansluitend 6 maanden individueel regime (glasbezoek, individuele wandeling, geen gemeenschappelijke activiteiten, geen gemeenschappelijke erediensten)”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 6 augustus 2010 wordt aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging verleend voor wat de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid betreft. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 augustus
- Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. IX-6900-1/6 Advocaat Michel van Dievoet, die loco advocaat Michiel Van Kelecom verschijnt voor de verzoekende partij, en Valérie Arickx, attaché, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Bij beslissing van 3 augustus 2010 van de directeur van de gevangenis te Hasselt wordt aan Abdessamad Belhadj de tuchtstraf van negen dagen strafcel en aansluitend zes maanden individueel regime (glasbezoek, individuele wandeling, geen gemeenschappelijke activiteiten, geen gemeenschappelijke erediensten) opgelegd. 3.
- Deze beslissing vermeldt, wat de bijstand van een advocaat op de hoorzitting betreft, wat volgt: “Betrokkene wordt op de hoogte gesteld dat zijn advocaat, Meester Vermassen Jef, tijdig per fax (op 02/08/2010 om 12:13 h) is uitgenodigd op de hoorzitting. Betrokkene heeft hierom gevraagd op 01/08/
- Op 03.08.2010 krijgt de directie Meester Van Kelecom aan de lijn met de vraag wanneer de tuchtzitting is en waarom hij geen uitnodiging gekregen heeft. Na dit op te zoeken wordt aan Meester Van Kelecom meegedeeld dat betrokkene een andere advocaat gevraagd heeft en dus zijn bijstand niet nodig heeft. Bij aanvang van de hoorzitting vernemen wij van betrokkene dat hij graag wordt vertegenwoordigd door meester Van Kelecom Michiel, dewelke hiermee zou ingestemd hebben. Betrokkene heeft hier echter de gevangenis niet van op de hoogte gebracht zodat wij deze niet konden uitnodigen. Betrokkene is ervan ingelicht dat het echter aan Meester Vermassen Jef zelf is om iemand aan te duiden in zijn plaats, indien hijzelf niet aanwezig kan zijn op de hoorzitting. Meester Vermassen stuurde geen plaatsvervanger waardoor er op de zitting geen advocaat aanwezig was. Betrokkene geeft aan dit niet leuk te vinden. Door de voorlopige maatregel zien we echter geen andere mogelijkheid dan de tuchtzitting te laten doorgaan”. IX-6900-2/6 IV. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Ernst van het enig middel Uiteenzetting van het middel
- In een enig middel zet de verzoeker uiteen wat volgt: “Enig Middel Het enig middel dat verzoeker aanvoert is een schending van artikel 6
(3)c van het Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden dat het volgende stelt : ‘eenieder die wegens een strafbaar wordt vervolgd heeft het recht zichzelf te verdedigen of de bijstand te hebben van een raadsman naar zijn keuze of, indien hij niet over voldoende middelen beschikt om een raadsman te bekostigen, kosteloos door een toegevoegde advocaat te worden bijgestaan, indien het belang van de rechtspraak dit eist.’ In casu werd dit recht aan verzoeker ontzegd door de directeur van de gevangenis. De beslissing van 3 augustus 2010 van de directeur van de gevangenis geeft een gedeeltelijk beeld van hetgeen er zich op dit vlak heeft afgespeeld maar Verzoeker had in eerste instantie om bijstand gevraagd van Mr. J. Vermassen. Toen duidelijk werd dat noch Mr. J. Vermassen zelf, noch iemand van zijn kantoor beschikbaar was nam de broer van verzoeker op 02.08.2010 contact om met Mr. M. Van Kelecom met de vraag om verzoeker te gaan opzoeken in de gevangenis. Tijdens dit onderhoud gaf verzoeker duidelijk te kennen dat hij beroep wenste te doen op diens diensten. Mr. M. Van Kelecom gaf verzoeker de opdracht om dit via de sectie door te geven (via een rapportbriefje) zodoende dat de directie hiervan op de hoogte was. Op de sectie werd verzoeker in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk gemaakt dat men zich hier niet mee ging bezig houden. Op 03.08.2010 neemt Mr. M. Van Kelecom contact op met de gevangenisdirectie met de vraag wanneer de hoorzitting doorgaat (...). Er wordt hem medegedeeld dat dit dezelfde dag omstreeks 10.30 uur zal zijn. Wanneer Mr. M. Van Kelecom meedeelt dat hij door betrokkene geraadpleegd werd en deze wenst bij te staan wordt er gesteld dat dit niet kan omdat de gevangenis hier niet van op de hoogte werd gebracht (...). IX-6900-3/6 Vooreerst dient opgemerkt te worden dat uit geen enkele wettelijke bepaling blijkt dat de gevangenisdirectie hiervan op de hoogte dient te worden gebracht. Artikel 144 § 4 van de Wet van 12 mei 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden bepaalt hieromtrent enkel het volgende : ‘De gedetineerde heeft het recht zich tijdens de tuchtprocedure te laten bijstaan door een advocaat of door een vertrouwenspersoon. De Koning stelt de lijst op van de personen die als vertrouwenspersoon kunnen optreden.’ Bovendien werd het verzoeker door de penitentiaire beambten onmogelijk gemaakt om de directie op de hoogte te stellen van het feit dat hij de bijstand wou van Mr. M. Van Kelecom. Als klap op de vuurpijl haalt de directie aan dat verzoeker bij aanvang van de hoorzitting aangaf dat hij de bijstand van Mr. M. Van Kelecom wou maar dat hem dit geweigerd werd omdat Mr. J. Vermassen zelf iemand moet aanduiden in zijn plaats bij verlet. Dit is werkelijk nergens op gebaseerd. Uit geen enkele wettelijke bepaling blijkt dat verzoeker bij verlet van een raadsman niet zelf beroep mag doen op een andere raadsman. Het recht om zich te laten bijstaan door een raadsman maakt de essentie van het recht op verdediging uit (...). Dit recht werd in casu op onmiskenbare wijze geschonden. Het argument dat men omwille van de voorlopige maatregel geen andere mogelijkheid zag dan de tuchtzitting te laten doorgaan is niet meer dan een drogreden om verzoeker te berechten zonder bijstand. Immers, er was nog voldoende tijd om de zaak uit te stellen tot na de middag om op die manier Mr. M. Van Kelecom toe te laten om alsnog aanwezig te zijn. En zelfs indien het risico van overschrijding van de wettelijke termijn bestond dan nog had men het akkoord van verzoeker met een uitstel kunnen acteren en hem desgewenst het zittingsblad laten ondertekenen. Het leidt dan ook geen twijfel dat aan verzoeker het recht op bijstand van een raadsman werd ontzegd hetgeen gelet op de ernst van de beschuldigingen en zware sanctie die werd uitgesproken zeer bedenkelijk is te noemen. Dat dit middel als ernstig dient weerhouden te worden”. Beoordeling 6.1. Artikel 6.3.c van het Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), bepaalt: “3. Eenieder, die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, heeft ten minste de volgende rechten: (...) c) zichzelf te verdedigen of de bijstand te hebben van een raadsman naar zijn keuze, of, indien hij niet over voldoende middelen beschikt om een raadsman te bekostigen, kosteloos door een toegevoegd advocaat te kunnen worden bijgestaan, indien het belang van de rechtspraak dit eist”. IX-6900-4/6 6.2. De directeur van een penitentiaire inrichting, zoals te dezen de gevangenis te Hasselt, is, ook wanneer hij een tuchtstraf oplegt, geen rechtscollege, maar een orgaan van actief bestuur dat met het handhaven van de tucht is belast. Artikel 6 EVRM is niet van toepassing op tuchtrechtelijke en administratieve procedures van organen van actief bestuur waartegen beroep openstaat bij een rechterlijke instantie die enerzijds zelf wel aan de vereisten van het voormelde artikel 6 beantwoordt en die anderzijds volle rechtsmacht heeft, zoals te dezen de Raad van State. Het middel dat is gesteund op een schending van artikel 6 EVRM mist derhalve op het eerste gezicht juridische grondslag. 6.3. In zoverre de verzoeker nog bijkomend verwijst naar artikel 144 van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden met betrekking tot het tuchtregime, kan worden volstaan met de vaststelling dat deze bepaling nog niet in werking is getreden. 6.4. Het enig middel is niet ernstig. 6.5. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt de vordering. 2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. IX-6900-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes augustus 2010, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Johan Bovin IX-6900-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.876 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div