id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 augustus 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.887 Rolnummer: A. 196321/XII-6184 Zaak: Arrest 206887 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 12/08/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-08-17 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 05:04 Fiche Arrest nr 206.887 van 12 augustus 2010 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Verwerping Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 206.887 van 12 augustus 2010 in de zaak A. 196.321/XII-6184 In zake: Carl VAN RIET bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter Luypaers en Hans-Kristof Carême kantoor houdend te Heverlee Industrieweg 4/1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE KAPELLE-OP-DEN-BOS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp
- Het verzoekschrift, ingediend op 21 april 2010, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van: “
- de beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Kapelle-op-den-Bos van 26 februari 2010 waarbij formeel kennis wordt genomen van het schrijven dd. 11 januari 2010 van de heer Carl Van Riet, gemeentesecretaris, en waarbij het vrijwillig ontslag van de heer Carl Van Riet, gemeentesecretaris met ingang van 1 september 2011 wordt aanvaard.
- De impliciete weigering om de intrekking van het vrijwillig ontslag zoals door de verzoekende partij medegedeeld aan de gemeenteraad per e-mail van 24 februari 2010 te aanvaarden, minstens hiervan kennis te nemen”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. XII-6184-1\7 Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een verslag over het beroep tot nietigverklaring, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en over de vordering tot schorsing opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 juni
- Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Hans-Kristof Carême, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Thomas Beelen, die loco advocaat Bert Beelen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Tijdens het personeelsfeest van de gemeente Kapelle-op-den-Bos op 4 januari 2010 komt het tussen verzoeker, gemeentesecretaris, en beleidsmedewerker D. P. tot een discussie over het al dan niet uitbetalen aan verzoeker van niet opgenomen verlofdagen tijdens eerdere dienstjaren. In een brief van 10 januari 2010 noemt het college van burgemeester en schepenen verzoekers gedrag niet goed te praten, vermits hij een voorbeeldfunctie heeft, en verklaart het zich de “verdere rechten” voor te behouden “inzake het treffen van disciplinaire maatregelen conform de gemeentelijke deontologische code en alle andere geldende reglementeringen terzake”. Met een aan het college van burgemeester en schepenen gericht schrijven van 11 januari 2010 dient verzoeker zijn ontslag in als gemeentesecretaris, XII-6184-2\7 met ingang van 1 september
- Het punt van de aanvaarding van het vrijwillig ontslag wordt op de agenda van de gemeenteraad van 26 februari 2010 geplaatst. Bij e-mailbericht van 24 februari 2010 deelt verzoeker aan de gemeenteraadsleden mee dat hij zijn ontslag van 11 januari 2010 intrekt. Deze melding, aldus het bericht, “houdt dus in dat ik geen ontslag neem als gemeentesecretaris van Kapelle-op-den-Bos met ingang van 1 september 2011”. Ter zitting van 26 februari 2010 neemt de gemeenteraad kennis van verzoekers schrijven van 11 januari 2010 en besluit hij het vrijwillig ontslag te aanvaarden. Overwogen wordt dat zolang het vrijwillig ontslag nog niet is aanvaard door de aanstellende overheid, de mogelijkheid kan bestaan om dit ontslag in te trekken, maar dat de intrekking moet beantwoorden aan de formeel opgelegde vormvereisten en moet steunen op rechtens aanvaardbare motieven. In een vier-bladzijdenlange motivering wordt vervolgens onder meer geargumenteerd dat verzoeker het bestuur wetens en willens op het verkeerde been heeft willen zetten, dat aan de grond van de zaak de kwestie van de niet- uitbetaling ligt van niet opgenomen historische verlofuren van verzoeker, dat verzoeker zijn verlofuren bewust niet heeft opgenomen, er op rekenend dat ze hem op het einde van zijn carrière zouden worden uitbetaald, dat dergelijke manier van handelen totaal ongeoorloofd is en niet wettelijk, dat er sprake is van een ongeoorloofde intrekking van het vrijwillig ontslag “vermits de intrekking van het vrijwillig ontslag mede is ingegeven door het feit dat het instellen van een mogelijke tuchtvordering en het samenstellen van een mogelijk tuchtdossier nog niet geagendeerd werd op de dagorde van de gemeenteraad dd. 26 februari 2010 alsook is ingegeven als reactie op de beslissing om niet over te gaan tot uitbetaling van niet opgenomen historische verlofuren”, dat de laattijdige intrekking van het ontslag, op minder dan twee dagen voor de gemeenteraadszitting, “duidelijk verwijst naar obstructie in de dienstverlening van het bestuur met als finale doelstelling een compleet chaotische situatie te creëren in de algemene werking van de gemeentelijke diensten”, dat geen enkel personeelslid nog weet waar het aan toe is, dat dergelijke destabilisatie van de gemeentelijke organisatie niet kan worden getolereerd, en dat verzoekers manier van handelen en de intrekking van het ontslag als ongeoorloofd beschouwd dienen te worden en rechtsmisbruik uitmaken. XII-6184-3\7 IV. Ontvankelijkheid
- Niet alleen bestrijdt verzoeker de aanvaarding van zijn ontslag, maar ook de uit de redengeving van die beslissing blijkende weigering om met zijn intrekking van dat ontslag rekening te houden. Volgens het auditoraatsverslag kan het afzonderlijk formeel bestrijden van die beslissing hoe dan ook niet tot een ruimere vernietiging leiden. Dit wordt ter terechtzitting door verzoeker niet betwist, laat staan nog dat hij zijn eventueel belang bij de vernietiging van de betrokken beslissing toelicht. Integendeel verklaart hij het auditoraatsverslag bij te vallen. In de gegeven omstandigheden komen het ingestelde beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing voor onontvankelijk te zijn wat de tweede bestreden beslissing betreft. V. Tweede middel Standpunt van partijen
- Verzoeker leidt een tweede middel af “uit de schending van de rechten van de verdediging, minstens de hoorplicht c.q. het recht om zijn standpunt naar voren te brengen als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, en uit machtsoverschrijding”, “doordat in de bestreden beslissing aan de verzoekende partij een verkapte tuchtmaatregel wordt opgelegd zonder dat de verzoekende partij hierover zijn recht van verdediging heeft kunnen uitoefenen, minstens zijn standpunt nopens de aan hem ten laste gelegde feiten heeft kunnen te kennen geven[,] terwijl iedere maatregel waarbij de rechtspositie van de betrokken ambtenaar nadelig wordt gewijzigd, slechts kan worden genomen mits hij hierover zijn standpunt naar voren heeft kunnen brengen”.
- Volgens verwerende partij is de hoorplicht niet van toepassing vermits de gemeenteraadsbeslissing van 26 februari 2010 betrekking heeft op een eenzijdige rechtshandeling uitgaande van verzoeker, namelijk zijn vrijwillig ingediend ontslag. De beslissing houdt enkel een kennisneming van dat vrijwillig XII-6184-4\7 aangeboden ontslag in, wat niet als een eenzijdige rechtshandeling kan worden aangezien. Deze beslissing legt naar de mening van verwerende partij geenszins een tuchtmaatregel of een verkapte tuchtsanctie op. De rechten van verdediging waren dan ook niet van toepassing. Er waren wel degelijk redenen om te weigeren aan de intrekking van het ontslag uitwerking te verlenen aangezien de intrekking met vormgebreken behept was en met bedrieglijk oogmerk gebeurde. Overigens heeft verzoeker de redenen van de intrekking van zijn vrijwillig ontslag uitvoerig uiteengezet aan schepen F. D., “zodat verwerende partij hiervan afdoende op de hoogte was op het moment dat de bestreden beslissing werd genomen”. Beoordeling
- De eerste bestreden beslissing betwist terecht niet dat verzoeker in principe de mogelijkheid had om het ontslag dat hij had aangeboden, in te trekken zolang de bevoegde overheid het niet had aanvaard. Niettegenstaande verzoeker van die mogelijkheid gebruik heeft gemaakt, heeft de gemeenteraad toch het aanvankelijk aangeboden ontslag aanvaard. Verzoeker zal daardoor, tegen zijn zin, met ingang van 1 september 2011 zijn ambt kwijt zijn. Om te weigeren met de intrekking van het ontslag rekening te houden en het initieel gegeven ontslag te aanvaarden, neemt verwerende partij in hoofde van verzoeker een ongeoorloofd handelen, “fraus” en rechtsmisbruik in aanmerking. Of de gemeenteraadsbeslissing al dan niet een verdoken tuchtmaatregel uitmaakt, in welk geval de rechten van verdediging dienden te worden nageleefd, mag buiten beschouwing blijven. Tenminste immers is het vereist, krachtens een beginsel van behoorlijk bestuur, dat de overheid, vooraleer zij een zodanige beslissing tot aanvaarding van een ontslag neemt als te dezen, de betrokkene eerst de gelegenheid geeft nuttig voor zijn belangen op te komen. XII-6184-5\7 Dat veronderstelt dat hij de mogelijkheid krijgt zijn standpunt naar voor te brengen met betrekking tot de essentiële elementen die de overheid in haar beoordeling wil betrekken, wat op zijn beurt inhoudt dat hij er een voldoende kennis van heeft.
- Te dezen is hieraan niet voldaan: noch blijkt verwerende partij aan verzoeker te hebben meegedeeld dat overwogen werd tegen hem onder andere rechtsmisbruik, enzovoort, aan te voeren, noch heeft verzoeker jegens haar daarover zijn zienswijze kunnen geven. Ook niet ten aanzien van schepen F. D., aan wie hij alleen de redenen van de intrekking van zijn vrijwillig ontslag toelichtte. Waar de hoorplicht ten onrechte niet werd nageleefd, kan er geen sprake van zijn dat verwerende partij hoe dan ook goede redenen had om bij het nemen van het gemeenteraadsbesluit van 26 februari 2010 aan de intrekking door verzoeker van zijn ontslag voorbij te gaan. Om überhaupt deugdelijk te kúnnen zijn, is vereist dat de redenen pas worden aangenomen na terzake eerst de klok van verzoeker te hebben horen luiden.
- Het tweede middel is ten minste in de besproken mate gegrond. Het verantwoordt de vernietiging van de eerste bestreden beslissing. Deze hierna uit te spreken vernietiging heeft tot gevolg dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van dezelfde beslissing zonder voorwerp valt en deze vordering ook wat zijn eerste voorwerp betreft verworpen moet worden. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van 26 februari 2010 waarbij de gemeenteraad van de gemeente Kapelle-op-den-Bos kennis neemt van het ontslag van Carl Van Riet, met ingang van 1 september 2011, en het aanvaardt.
- De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring voor het overige.
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. XII-6184-6\7
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 12 augustus 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust XII-6184-7\7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.887 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.