id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 augustus 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.889 Rolnummer: A. 196320/XII-6183 Zaak: Arrest 206889 - Wapens - 12/08/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-08-17 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:04 Fiche Arrest nr 206.889 van 12 augustus 2010 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 206889 van 12 augustus 2010 in de zaak A. 196.320/XII-6183 In zake: Joseph SEMPELS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hans-Kristof Carême kantoor houdend te Heverlee Industrieweg 4/1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Derveaux kantoor houdend te Kortenberg Veldstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp
- Het verzoekschrift, ingediend op 21 april 2010, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 15 september 2008 van de minister van Justitie waarbij de aan Joseph Sempels uitgereikte vergunningen tot het voorhanden hebben van vuurwapens worden ingetrokken. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag over het beroep tot nietigverklaring, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en over de vordering tot schorsing opgesteld. XII-6183-1\5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 juni
- Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Hans-Kristof Carême, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Bernard Derveaux, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 15 september 2008 beslist de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant dat de op naam van verzoeker uitgereikte vergunningen tot het voorhanden hebben van elf vuurwapens worden ingetrokken. Tegen de beslissing wordt bij de minister van Justitie beroep ingesteld met een 29 september 2008 gedateerd en door verzoekers raadsman ondertekend verzoekschrift. Bij besluit van 30 maart 2009 stelt de minister van Justitie in de eerste plaats vast dat het beroep wat twee vuurwapens betreft zonder voorwerp geworden is ten gevolge van de verbeurdverklaring ervan door de correctionele rechtbank te Leuven op 13 januari
- Wat de vergunningen voor de resterende negen vuurwapens aangaat, wordt geoordeeld dat de vergunningen dienen te worden ingetrokken. De beslissing wordt met brief van dezelfde dag aan verzoekers raadsman betekend. Deze ontvangt de brief op 1 april
- XII-6183-2\5 IV. Ontvankelijkheid ratione temporis Standpunt van partijen
- Verwerende partij betwist de tijdigheid van het verzoekschrift. Toegelicht wordt dat het verzoekschrift werd ingediend meer dan zestig dagen nadat de bestreden beslissing per aangetekende brief aan verzoekers raadsman werd toegezonden, dat het verzoekers raadsman was die het beroep instelde en met wie alle verdere briefwisseling en contact verliepen, dat verzoeker dit volkomen aanvaardde, dat hij aldus bevestigde dat zijn raadsman kon optreden als zijn contractuele mandataris, gemachtigd om in zijn naam een beslissing aan te vragen en te ontvangen. Het feit dat de advocaat zijn cliënt niet zou hebben geïnformeerd is niet te beschouwen als een geval van overmacht. In die omstandigheden ging volgens verwerende partij de termijn voor het indienen van een annulatieberoep bij de Raad van State lopen door de toezending van de beslissing aan verzoekers raadsman, en is het verzoekschrift niet ontvankelijk.
- Verzoeker wijst er op dat de beslissing weliswaar is betekend aan en op 1 april 2009 ontvangen door zijn (toenmalige) raadsman, maar dat deze bekent dat hij verzoeker nooit van de beslissing in kennis heeft gesteld, dat nooit keuze van woonplaats bij de raadsman is gedaan, dat evenmin een bijzondere volmacht van verzoeker aan de raadsman blijkt, zodat de administratie de beslissing op het adres van verzoeker had moeten betekenen. Beoordeling
- De beslissing waarbij de wapenvergunningen van verzoeker worden ingetrokken, is er een die hem moet worden betekend opdat zijn termijn voor het indienen van een vordering tot annulatie, en bijgevolg ook tot schorsing, een aanvang zou kunnen nemen. In de plaats van een betekening aan de verzoeker zelf, kan ook een betekening volstaan aan de advocaat-lasthebber die hij zou hebben aangesteld om zijn belangen terzake te behartigen. Een formele keuze van woonplaats bij de advocaat-lasthebber is daartoe niet vereist. XII-6183-3\5 Waar het om gaat, is of de overheid al dan niet op goede gronden mag vermoeden dat de advocaat in de administratieve procedure gemachtigd is om namens zijn cliënt geldig kennis te krijgen van het resultaat van die procedure. Mag het bestuur er redelijkerwijze op vertrouwen dat dit het geval was, dan geldt de kennisgeving van de beslissing aan de lasthebber als een kennisgeving aan de lastgever zelf. Daar doet het feit dat de lasthebber achterwege zou hebben gelaten de beslissing aan de lastgever door te geven, niet aan af.
- Te dezen blijkt dat het verzoekschrift van 29 september 2008 waarmee bij de minister van Justitie beroep wordt ingesteld tegen het besluit van 15 september 2008 van de gouverneur, werd ondertekend door verzoekers advocaat. Het is aan die raadsman dat op 10 oktober 2008 de goede ontvangst wordt gemeld van het beroepschrift, evenals, onder meer: “Zodra een besluit genomen is, wordt u hiervan op de hoogte gesteld”. Met een brief van 2 maart 2009 vraagt de raadsman aan de verwerende partij om verzoeker mondeling te horen. Verwerende partij antwoordt op 10 maart 2009 aan de raadsman dat verzoeker zich voor dat verhoor op 24 maart 2009 samen met zijn raadsman mag aanbieden. Zo geschiedt ook effectief. Wat voorafgaat wijst uit dat alle briefwisseling via de raadsman van verzoeker verliep, zonder dat deze zich daartegen verzette, en dat verwerende partij goede reden had om aan te nemen dat verzoekers raadsman ook het mandaat had om namens de betrokkene kennis te krijgen van de uitkomst van de administratieve beroepsprocedure, namelijk van de aangevochten beslissing van 30 maart
- De conclusie is dat, gelet op artikel 19, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, voor verzoeker de verjaringstermijn te dezen een aanvang nam vier maanden nadat de bestreden beslissing op 1 april 2009 -en zonder vermelding van het bestaan van de beroepen, hun XII-6183-4\5 vormvoorschriften en termijnen- aan de raadsman van verzoeker betekend is geworden. De voorliggende vordering tot nietigverklaring en tot schorsing die pas op 21 april 2010 werd ingesteld, is laattijdig. De exceptie is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 12 augustus 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust XII-6183-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.889 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div