← België

Arrest 206914 - Schooltucht - 18/08/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 augustus 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.914 Rolnummer: A. 196890/XII-6235 Zaak: Arrest 206914 - Schooltucht - 18/08/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-08-19 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 05:04 Fiche Arrest nr 206.914 van 18 augustus 2010 Onderwijs en cultuur - Schooltucht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 206.914 van 18 augustus 2010 in de zaak A. 196.890/XII-6235 In zake: Cristian CHIRILA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tim De Ketelaere kantoor houdend te Leuven Bondgenotenlaan 155 A bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Katrien Ceymeulen tegen: de VZW SINT-MARTINUSSCHOLEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Lindemans en Thomas Eyskens kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 25 juni 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de directeur van het Sint-Martinus- college van 5 mei 2010 tot definitieve uitsluiting van Cristian Chirila vanaf 31 augustus 2010 en van de beslissing van 26 mei 2010 van de interne beroeps- commissie van het Sint-Martinuscollege tot handhaving van deze maatregel van definitieve uitsluiting. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Diane Mareen heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 augustus
  3. XII-6235-1\4 Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Katrien Ceymeulen, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Thomas Eyskens, die loco advocaat Dirk Lindemans verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Cristian Chirila is tijdens het schooljaar 2009-2010 leerling in het eerste jaar van de derde graad TSO-Handel aan het Sint-Martinuscollege te Overijse. Wangedrag tijdens een schoolreis resulteert in de thans bestreden tuchtbeslissingen tot definitieve uitsluiting met ingang van 31 augustus
  6. IV. Rechtsmacht van de Raad van State
  7. Verwerende partij wijst erop dat zij een vrije onderwijsinstelling is, dat haar beslissingen in beginsel geen administratieve rechtshandelingen zijn en dat de thans bestreden tuchtmaatregel niet valt onder de uitzonderingen die de jurisprudentie aanvaardt op dit beginsel. Zij herinnert hierbij aan het arrest nr. 121.835 van 23 juli 2003 inzake Onclincx, dat in overeenkomstige zin is gewezen.
  8. Ter terechtzitting beaamt de raadsvrouw van verzoeker dat ’s Raads rechtspraak thans gevestigd is in de zin van voormeld arrest. Argumenten om te dezen anders te oordelen blijven achterwege.
  9. Overeenkomstig artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State mag deze enkel kennis nemen van beroepen tot nietigverklaring -en bijgevolg van vorderingen tot schorsing, die hiervan immers een accessorium XII-6235-2\4 zijn- ingesteld tegen de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden en van de wetgevende vergaderingen of van hun organen, daarbij inbegrepen de ombudsmannen ingesteld bij deze assemblees, van het Rekenhof en van het Grondwettelijk Hof, van de Raad van State en de administratieve rechts- colleges evenals van organen van de rechterlijke macht en van de Hoge Raad voor de Justitie met betrekking tot overheidsopdrachten en leden van hun personeel. Verwerende partij is een vrije onderwijsinstelling, opgericht op privé-initiatief. Wat de aard betreft van de verhouding tussen die instelling en haar leerlingen, ontstaat de betrekking tussen beide partijen door een overeenkomst. Bijgevolg is de rechtsverhouding tussen partijen in beginsel, zo lijkt, van contrac- tuele aard en geschillen over die contractuele rechtsverhouding betreffen burgerlijke rechten waarvoor overeenkomstig artikel 144 van de Grondwet uitsluitend de gewone rechter bevoegd is. Weliswaar kunnen instellingen die zijn opgericht door privé- personen, maar die erkend zijn door de federale overheid, de overheid van de gemeenschappen en gewesten, de provincies of gemeenten, en wanneer die instellingen een deel van het openbaar gezag uitoefenen, optreden als administra- tieve overheden in de zin van artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, mits hun werking door de overheid wordt bepaald en gecontroleerd en zij beslissingen kunnen nemen die derden binden, meer bepaald door de eigen verplichtingen tegenover anderen eenzijdig te bepalen of door verplichtingen van die anderen eenzijdig vast te stellen. Dergelijke beslissingen kunnen dan het voorwerp zijn van een beroep tot nietigverklaring.
  10. De bestreden uitsluiting is opgelegd met ingang van 31 augustus 2010, hetgeen impliceert dat verzoeker zijn schooljaar heeft kunnen afwerken in de school van verwerende partij zonder van deelname aan examens te zijn uitgesloten. De Raad van State neemt in de huidige stand van de procedure derhalve aan -en verzoeker argumenteert ook niet in andere zin- dat de bestreden beslissing een zuivere tuchtmaatregel is die geen examenbeslissing is of op enige wijze betrokken kan worden op de studiebekrachtiging of de eventuele rechten op toelating tot het volgend leerjaar. XII-6235-3\4
  11. De beslissing tot toepassing van de tuchtregels welke thans ter beoordeling aan de Raad wordt voorgelegd lijkt er bijgevolg een te zijn waaraan geen dwingende rechtsgevolgen zijn verbonden voor derden maar die integendeel louter te begrijpen is als behorende tot de regels van de interne organisatie van de onderwijsinstelling. Zulke beslissing lijkt niet te kunnen worden beschouwd als een handeling welke deze instelling zou hebben verricht als administratieve overheid in de zin van artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zodat de bestreden handeling derhalve niet vatbaar lijkt voor vernietiging of schorsing door de Raad van State. De exceptie vertoont een voldoende mate van ernst, opdat zij in de huidige stand van de procedure moet worden aangenomen.
  12. De vordering is onontvankelijk. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 18 augustus 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier, De voorzitter, Wim Geurts Geert Van Haegendoren XII-6235-4\4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.914 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.307 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.