← België

Arrest 206915 - Milieuvergunningen - 19/08/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 augustus 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.915 Rolnummer: A. 159075/VII-33397 Zaak: Arrest 206915 - Milieuvergunningen - 19/08/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-08-24 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 05:04 Fiche Arrest nr 206.915 van 19 augustus 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 206.915 van 19 augustus 2010 in de zaak A. 159.075/VII-33.397. In zake: Céline MOERMAN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Doutreluingne kantoor houdend te Kortrijk H. Consciencestraat 9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE OOST-VLAANDEREN Tussenkomende partij: Stefaan VANDEMEULEBROECKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Opsommer kantoor houdend te Oudenaarde Kasteelstraat 8 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 11 januari 2005, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 28 oktober 2004 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Oudenaarde van 28 juni 2004, houdende de weigering aan Stefaan Vandemeulebroecke van de milieuvergunning voor het uitbreiden door samenvoeging van een inrichting, gelegen aan de Mgr. Lambrechtstraat 10 te Oudenaarde, wordt ingewilligd, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de gevraagde vergunning wordt verleend. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-33.397-1/7 De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 10 maart 2005. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een verslag opgesteld. De verzoekster heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De tussenkomende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 juni 2010. Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marc Doutreluingne, die verschijnt voor de verzoekster, organisatiemedewerkster Fanny Cocriamont, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Jan Opsommer, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De tussenkomende partij exploiteert een landbouwinrichting aan de Mgr. Lambrechtstraat 10 te Oudenaarde, destijds overgenomen van zijn ouders, met een milieuvergunning voor onder meer 170 runderen. Op de naastgelegen inrichting aan de Mgr. Lambrechtstraat 8 exploiteert zijn oom, Etienne Vandemeulebroecke, een inrichting. 3.2. Op 24 september 2001 meldt de tussenkomende partij de gedeeltelijke overname van de milieuvergunning, verleend aan zijn oom met betrekking tot de Mgr. Lambrechtstraat 8, meer bepaald het gedeelte betreffende het VII-33.397-2/7 houden van 125 grote zoogdieren (30 runderen jonger dan 1 jaar, 60 runderen van 1 tot 2 jaar, 35 andere runderen). Bij de melding is een schriftelijke verklaring gevoegd waarbij Etienne Vandemeulebroecke aan de tussenkomende partij toelating geeft de stallen te gebruiken. Op 19 november 2001 neemt het college van burgemeester en schepenen van de stad Oudenaarde akte van de overname. 3.3. De ouders van de verzoekster nemen bij overeenkomst van 2 oktober 2001 de landbouwinrichting gelegen aan de Mgr. Lambrechtstraat 8 over. De overname wordt effectief op 31 december 2001. De overeenkomst bepaalt onder meer : "Is niet in de overname inbegrepen: - het zoogkoeienquotum - de milieuvergunning van 4 februari 1991 voor 125 grote zoogdieren, 170 gespeende varkens, 250 biggen tot 10 weken, opslag van 340 m³ dierlijke mest, - de nutriëntenhalte van 1.283,80 kg P2O5 en 3.765,40 kg N. De overlater wil deze aan een andere landbouwer overlaten voor zover dit wettelijk toegelaten is". 3.4. Op 11 juni 2002 vragen de verzoekster en haar zus in een schrijven aan de stad Oudenaarde de aktename van de overname door de tussenkomende partij in te trekken wegens onwettige overname en akte te willen verlenen van de volledige bedrijfsovername door hen met de bijhorende vergunningen. De stad Oudenaarde antwoordt op 14 juni 2002 dat vanwege de verzoekster en haar zus enkel een overnamemelding voor grondwaterwinning en mazouttanks werd ontvangen. 3.5. In een schrijven van 3 april 2003 vraagt de verzoekster aan de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen dat zij, als toezichthoudend orgaan, de aktename van de overname door de tussenkomende partij zou vernietigen. Op 23 juli 2003 antwoordt de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen van oordeel te zijn dat de aktename van de overname rechtsgeldig is. VII-33.397-3/7 3.6. Op 2 september 2003 dienen de verzoekster, haar ouders en haar zus klacht met burgerlijke partijstelling in bij de onderzoeksrechter wegens valsheid in geschrifte. Bij vonnis van 27 maart 2009 van de correctionele rechtbank van Oudenaarde zijn de tussenkomende partij en diens oom en tante op strafrechtelijk gebied vrijgesproken van de tenlastelegging van valsheid in geschrifte en oplichting met als voorwerp de aflevering van een milieuvergunning op 8 oktober 2004, nadien samengevoegd met de milieuvergunning betreffende de Mgr. Lambrechtstraat 10, in het geheel vergund door het bestreden besluit op 28 oktober 2004. 3.7. Op 9 maart 2004 dient de tussenkomende partij een milieuvergunningsaanvraag in voor het veranderen van haar inrichting. Zij wenst 40 runderen (5 tussen 1 en 2 jaar, 35 andere runderen) over te brengen van de Mgr. Lambrechtstraat 8 naar nr. 10 en de exploitatie op nr. 8 stop te zetten voor wat betreft de resterende 85 runderen (30 jonger dan 1 jaar, 55 tussen 1 en 2 jaar). Door toepassing van de decretaal voorziene reductie van 25 % van het overgenomen gedeelte komt het samengevoegd totaal op 199 runderen. 3.8. Op 28 juni 2004 weigert het college van burgemeester en schepenen van de stad Oudenaarde de verplaatsing van de runderen van de Mgr. Lambrechtstraat 8 naar nr. 10. 3.9. De tussenkomende partij dient een administratief beroep in. Volgende adviezen worden verleend : (

  1. a)de afdeling Milieuvergunningen adviseert gunstig; (
  2. b)de afdeling Water laat weten dat de grondwaterwinning niet het voorwerp van het beroep uitmaakt; (
  3. c)de Vlaamse Landmaatschappij adviseert gunstig op voorwaarde dat de aanvrager de rechtmatige vergunninghouder van en producent is op de inrichting aan de Mgr. Lambrechtstraat 8; (
  4. d)de provinciale milieudeskundige adviseert in dezelfde zin voorwaardelijk gunstig; (
  5. e)de Provinciale Milieuvergunningscommissie meent dat niet kan worden gewacht op het resultaat van de strafrechtelijke procedure en adviseert gunstig. VII-33.397-4/7 3.10. Op 28 oktober 2004 wordt het bestreden besluit genomen waarbij de gevraagde vergunning verleend wordt. IV. Ontvankelijkheid van het beroep 4. De verzoekster stelt pachter te zijn en de uitbaatster van alle bedrijfsgebouwen en de veeteeltinrichting van het landbouwbedrijf gelegen aan de Mgr. Lambrechtstraat 8 te Oudenaarde, dat oorspronkelijk overgenomen werd door haar ouders. Zij stelt dat zij in haar hoedanigheid van exploitant van de overgenomen inrichting, in aanmerking kwam voor het verkrijgen dan wel het overnemen van de bestaande milieuvergunning alsook van de bijhorende nutriëntenhalte. 5. De tussenkomende partij werpt op dat de verzoekster niet over het vereiste belang beschikt. Zij stelt dat de huidige annulatieprocedure de bedoeling heeft de geldigheid van de milieuvergunning van de tussenkomende partij opnieuw in vraag te stellen, terwijl tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Oudenaarde van 19 november 2001 tot aktename van de melding van overname geen administratief beroep is ingesteld, zodat dit besluit definitief en onherroepbaar is. Door geen beroep in te stellen tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Oudenaarde van 19 november 2001 beschikt de verzoekster, volgens haar, niet over het vereiste belang. 6. In haar laatste memorie stelt de verzoekster dat er na 31 december 2001 verder feitelijk is geëxploiteerd, enerzijds door haar met overeenkomstige aangiften aan Sanitel en aan de Mestbank en anderzijds doordat minstens tot in maart dan wel oktober 2004 ook aangiften gebeurden door en/of op naam van de tussenkomende partij. De verzoekster stelt voorts dat Etienne Vandemeulebroecke, de oorspronkelijke overlater, zonder de volgens haar onrechtmatige handelswijze die aanleiding gaf tot het bestreden besluit, in elk geval belang had om een afzonderlijke overeenkomst met haar af te sluiten en hij dit om financiële beweegredenen ook zeker zou hebben gedaan. Ten slotte stelt de verzoekster dat zij een recht op schadevergoeding heeft van de schade die ontstaan is door de fictieve overnamemelding en door de volgens haar onrechtmatige dan wel valse aanvragen die nadien zijn gebeurd en die aanleiding hebben gegeven tot het bestreden besluit. VII-33.397-5/7 Beoordeling 7. De aktename van een melding van overname is geen rechtshandeling. De geldigheid van de overgenomen vergunning hangt niet af van de aktename van de melding, die dan ook geen rechten verleent die definitief zouden kunnen worden. De feitelijke onjuistheid van een melding kan te allen tijde worden ingeroepen wanneer een latere rechtshandeling steunt op het veronderstelde feit van de overname. De exceptie wordt verworpen. 8. De Raad van State stelt daarnaast vast dat de tussenkomende partij na de effectieve overdracht van het bedrijf aan de ouders van de verzoekster, op 31 december 2001, het overgenomen gedeelte van de milieuvergunning niet langer rechtsgeldig kon exploiteren en dat ook de verzoekster toen die exploitatie niet kon uitvoeren, aangezien zij dat gedeelte van de vergunning nooit heeft overgenomen daar dat gedeelte van de milieuvergunning toen als een zakelijk recht uit de overnameovereenkomst was gesloten. Een gebeurlijke vernietiging zal bijgevolg aan de verzoekster niet het nagestreefde voordeel meer opleveren. Het beroep is onontvankelijk bij gebrek aan belang. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. VII-33.397-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien augustus tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-33.397-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.915 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.