id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 augustus 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.918 Rolnummer: A. 190109/VII-37274 Zaak: Arrest 206918 - Milieu bescherming - Reglementen - 19/08/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-08-24 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 05:04 Fiche Arrest nr 206.918 van 19 augustus 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieu bescherming - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 206.918 van 19 augustus 2010 in de zaak A. 190.109/VII-37.
- In zake: de VZW MILIEUFRONT OMER WATTEZ gevestigd te Oudenaarde Kattestraat 23 alwaar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Lambert tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 24 oktober 2008, strekt tot de nietigverklaring van "het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 waarbij het algemeen oppervlaktedelfstoffenplan [hierna : AOD] definitief werd vastgesteld". II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. VII-37.274-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 juni
- Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Luc Lambert, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Wouter Declerck, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partij is een vereniging die als doel heeft "het behoud, de bescherming en verbetering van het menselijk en natuurlijk leefmilieu kaderend in een duurzame ontwikkeling van de samenleving, waarbij voldaan wordt aan de behoeften van de huidige generatie zonder dat daarbij de behoeften van de volgende generaties in het gedrang komen". 3.
- Artikel 4 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen (hierna : oppervlaktedelfstoffendecreet) bepaalt dat de Vlaamse regering oppervlaktedelfstoffenplannen opstelt die uitvoering geven aan de doelstellingen vermeld in artikel 3 van het oppervlaktedelfstoffendecreet. 3.
- Op 19 juli 2007 wordt het ontwerp van AOD door de Vlaamse regering principieel vastgesteld. Omtrent dit ontwerp van AOD wordt een openbaar onderzoek georganiseerd. 3.
- Op 27 september 2007 en 3 oktober 2007 brengen respectievelijk de Mina-raad en de SERV advies uit over het voorontwerp AOD. Deze adviezen worden besproken in de nota "Verwerking advies SERV en MINA-raad". VII-37.274-2/6 3.
- Op 8 oktober 2007 dienen de verzoekende partij en de VZW Natuurpunt afdeling Boven-Dender een bezwaarschrift in. De opmerkingen in het bezwaarschrift van de verzoekende partij worden besproken in de nota "Verwerking van de opmerkingen in het bezwaarschrift van Milieufront Omer Wattez". 3.
- In juli 2008 wordt het AOD definitief vastgesteld. Dit plan vormt het voorwerp van het voorliggend annulatieberoep. 3.
- In het Belgisch Staatsblad van 29 augustus 2008 (tweede editie) wordt meegedeeld dat het definitief vastgesteld AOD te raadplegen en te downloaden is via de website van de dienst natuurlijke rijkdommen. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
- Met betrekking tot haar persoonlijk en rechtstreeks belang stelt de verzoekende partij in haar verzoekschrift dat zij zich reeds meer dan 27 jaar permanent inzet voor de belangen waarvoor ze opkomt, vooral om de kwantiteit en de kwaliteit van de natuur en het landschap op peil te houden binnen haar werkgebied. Zij wijst op haar werkgebied, dat 21 gemeenten omvat, zoals het in de statuten is aangegeven, met name de Vlaamse Ardennen, en op haar doelstellingen zoals omschreven in haar statuten. Met betrekking tot voorliggend annulatieberoep stelt de verzoekende partij dat zij opkomt voor de intacte landschappelijke elementen in haar werkgebied en voor de gevolgen van de klimaatverandering die uit de beslissing kunnen voortvloeien. Zij betoogt dat zij aan het specialiteitsbeginsel voldoet en dat zij daadwerkelijk actief is. Ten slotte verwijst de verzoekende partij met nadruk naar het verdrag van 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden.
- De verwerende partij antwoordt dat het bestreden besluit genomen is in uitvoering van de doelstellingen vemeld in artikel 3 van het oppervlakte- delfstoffendecreet en dat het AOD de terzake bestaande toepasselijke wetgeving ongemoeid laat en slechts een basis vormt voor de sectorale voorstellen inzake ruimtelijke ordening en voor de opmaak van andere specifieke beleidsplannen. Volgens haar beoogt het AOD niet om op zich een eigen rechtsgevolg tot stand te brengen, kan het AOD op zich niemand enig nadeel berokkenen en bevat het AOD geen concreet voorstel voor de afbakening van ontginningsgebieden. Zij VII-37.274-3/6 argumenteert dat de verzoekende partij niet kan stellen dat waardevolle grote natuurkernen binnen haar werkgebied zouden kunnen worden aangetast door het AOD omdat het AOD niet het kader vormt voor het verlenen van vergunningen die nodig zijn voor de ontginning.
- De verzoekende partij repliceert dat uit de aanwezige kaarten van het AOD enkele locaties kunnen worden afgeleid waaronder de Scheldevallei als enigste plaats waar rivierklei kan worden gewonnen, zodat de overheden die het AOD verder ten uitvoer moeten brengen volgens haar niet veel beslissingsmarge hebben. Deze overheden zijn volgens haar verplicht het AOD ten uitvoer te brengen gelet op de kwantitatieve doelstellingen die vastgelegd werden in het AOD voor rivierklei.
- In haar laatste memorie stelt de verzoekende partij dat uit de kaart, gevoegd bij het AOD, specifieke locaties aan de Maas en de Schelde zijn aangeduid voor de winning van rivierklei en dat uit het precieze cijfer betreffende de uitbreiding voor alluviale en polderklei samen, vermeld in de tabel opgenomen in het AOD, blijkt dat de verwerende partij goed weet welke locaties ontgonnen moeten worden, waaruit zij afleidt dat het AOD meer dan een louter beleidsplan is. De verzoekende partij stelt voorts dat alle elementen uit haar bezwaarschrift nog overeind blijven, dat de verwerende partij deze bezwaren ongegrond verklaard heeft zodat er geen aanpassingen moesten gebeuren aan het AOD. Ten slotte stelt zij dat de bescherming van de riviervalleien heel belangrijk is in haar werking omdat deze gebieden ook bepalend zijn voor de vochtige en natte natuurelementen in de regio van de Vlaamse Ardennen. Beoordeling
- Uit de artikelen 3, 4, 5 en 6 van het oppervlaktedelfstoffendecreet blijkt niet dat het AOD ertoe strekt de rechtstoestand van de rechtsonderhorigen te wijzigen. Het vormt een basis voor de sectorale voorstellen inzake ruimtelijke ordening en is mee de basis voor de opmaak van andere specifieke beleidsplannen. Uit artikel 8 van het oppervlaktedelfstoffendecreet blijkt dat er nog acties en nadere maatregelen moeten worden genomen. De hierna geciteerde passage uit de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet betreffende de oppervlaktedelfstoffen wijst er bij artikel 8 op dat het AOD op zich niet juridisch bindend is : VII-37.274-4/6 "Ook hier zullen de acties en maatregelen die in het algemeen plan zijn opgenomen bekrachtigd worden via de geëigende procedures inzake regelgeving, begroting en personeelsplannen". Uit volgende passage uit de toelichting door de bevoegde minister blijkt dat het AOD als basis zal fungeren voor gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen die wél bindend zijn : "De oppervlaktedelfstoffenplannen zullen een voorstel van nieuwe en aangepaste ontginningsgebieden bevatten die reeds ruimtelijk zijn afgewogen en waarvan de nabestemming in overleg met andere overheidsdiensten is bepaald. Vervolgens zullen deze aangepaste ontginningsgebieden opgenomen worden in gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen die bindende kracht hebben en specifieke stedenbouwkundige voorschriften zullen bevatten". Ten slotte stelt de Raad van State vast dat in het AOD zelf geen expliciete, duidelijke aanwijzingen zijn opgenomen van aard om aan te nemen dat dit AOD moet worden opgevat als een voor vernietiging vatbare administratieve rechtshandeling. Het plan vertoont, spijts de verwijzing van de verzoekende partij naar een kaart waarop volgens haar specifieke locaties zouden zijn aangeduid, onvoldoende precisie om als een rechtsregel te kunnen fungeren en is niet geconcipieerd als een geheel van rechten en plichten, ook niet voor bepaalde onderdelen ervan. Bijgevolg is het bestreden besluit geen voor vernietiging vatbare administratieve rechtshandeling. Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. VII-37.274-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien augustus tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.274-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.918 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div