id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 augustus 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.926 Rolnummer: A. 197384/XII-6302 Zaak: Arrest 206926 - Examenbetwistingen en weigeringen tot inschrijving - 23/08/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-08-24 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:04 Fiche Arrest nr 206.926 van 23 augustus 2010 Onderwijs en cultuur - Examenbetwistingen en weigeringen tot inschrijving Beslissing : Bevolen Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 206.926 van 23 augustus 2010 in de zaak A. 197.384/XII-
- In zake: 1) Martine MERTENS 2) Roeland TILBURGS, vertegenwoordigd door Martine Mertens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Reiner Tijs kantoor houdend te Antwerpen Frankrijklei 93 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jim Deridder kantoor houdend te Antwerpen Mechelsesteenweg 210A bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 13 augustus 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “de beslissing van het college van burgemeester en schepenen te Antwerpen van 16 juli 2010 waarbij het door mevrouw Martine MERTENS ingestelde beroep tegen de beslissing van de delibererende klassenraad van 30 juni 2010 waarbij aan TILBURGS Roeland een oriënteringsattest C werd toegekend, niet werd ingewilligd en waarb(i)j de beslissing van de delibererende klassenraad bevestigd werd en waarbij beslist werd de klassenraad niet opnieuw samen te roepen”.
- In fine van hun verzoekschrift vragen de verzoekers aan de Raad van State tevens “te bevelen dat de klassenraad opnieuw zou samenkomen om opnieuw te beslissen”. XII-6302-1/14 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 augustus
- Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Reiner Tijs, die verschijnt voor de verzoekers, en advocaat Jim Deridder, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 4.
- De tweede verzoeker, minderjarige zoon van de eerste verzoekster, volgt tijdens het schooljaar 2009-2010 het eerste leerjaar van de derde graad van de studierichting Fotografische Technieken in het technisch secundair onderwijs aan het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten te Antwerpen. 4.
- Bij het einde van het schooljaar vermeldt het rapport van de tweede verzoeker onder meer de volgende gegevens: “ Vakken P1 P2 E1 P3 P4 E2 Remediëring/motivering/attitude 10 10 100 10 10 100 Aardrijkskunde - 6 4.5 54,5 6 5,5 67,5 [...] Engels - 6,5 7,5 62,5 7,5 6,5 73 Ik wou dat je het bij al je andere vakken [...] even goed deed als bij examen want dit was een knap examen. 40/50 voor grammar en 38/55 voor vocabulary. XII-6302-2/14 Frans - 5 2,5 42,5 4,5 5,5 53 Dit zijn betere cijfers dan in december, [...] Roeland. Je mist wel wat schrijf- en spreekvaardigheid. Geschiedenis - 3 6 12 3 7 77 Een hele verbetering ! [...] Industrie - reclame - 3,5 4 51 5,5 3 79 Goede foto’s, Roeland ! [...] Kunstgeschiedenis - 3 7 34 2 5 41 Ik denk dat je niet echt veel gestudeerd [...] hebt, maar dat je examen weerspiegelt wat je nog weet van tijdens de les, of uit jezelf. Lichamelijke opvoeding - 7,5 8 83 8 8 80 [...] Nederlands - 2 8 46 3,5 7,5 44 Met parate kennis alleen kan je niet slagen [...] Roeland, je moet ook studeren. Op de studeeronderdelen ben je door de mand gevallen: 0.5/15 voor Reynaert, 4/15 voor Taalbeschouwing. Ook de andere onderdelen waren beneden jouw niveau. Niet-confessionele 5,5 7 66 4,5 6,5 60 Zedenleer - [...] Pers-reportage KV - 4,5 3 48 4 3,5 64 [...] Portret - 4,5 4 50 4,5 5,5 82 [...] Stage fotografie - 7,5 7 85 6 5 60 [...] Toegepaste economie - 7 4,5 41 3 3,5 69 [...] Toegepaste Natuur- 5 6,5 63 5 6,5 20 wetenschappen - [...] Wiskunde - 7,5 1,5 45 0,5 6 75 Een dikke proficiat Roeland ! Alleen spijtig [...] dat je dit schooljaar niet sneller in gang bent geschoten ! Seminarie - 6,5 7 85 6 5 60 [...] Algemene commentaar: P1 : Roeland, jij moet je dringend herpakken!! In de derde graad is de tijd van spelen voorbij. Heb je voldoende nagedacht over je studiekeuze ? P2 : Het is nu of nooit Roeland. De bal ligt in jouw kamp, jij moet harder gaan werken (zowel thuis als in de lessen). Anders gaat dit slecht aflopen. E1 : Zo kan het niet langer Roeland. Wij vragen ons af of jij wel beseft wat de gevolgen zijn van zo’n slecht rapport. Het wordt heel moeilijk om dit XII-6302-3/14 allemaal op te halen in juni. We willen graag een gesprek met je ouders op de ouderavond op dinsdag 5 januari (tussen 18u en 19u). P3 : Het lijkt wel alsof je het hebt opgegeven: je bent niet in orde met taken, je werkt nonchalant, je studeert onvoldoende voor toetsen. Jij hebt meer in je mars Roeland. P4 : E2 : Je hebt een goede laatste eindspurt gemaakt, maar die kwam er net te laat. De schade was al te groot en sommige tekorten heb je niet meer kunnen ophalen ... Jammer want jij hebt meer in je mars”. 4.
- Op 30 juni 2010 beslist de delibererende klassenraad dat de tweede verzoeker niet geslaagd is. Deze klassenraad kent aan de betrokkene een oriënteringsattest C toe en adviseert “overzitten mits attitudewijziging”. De beslissing van de klassenraad vermeldt als motivering: “de leerling beheerst de leerinhouden en vaardigheden onvoldoende en vertoont niet de geschikte leerhouding om volgend leerjaar te kunnen aanvatten”. 4.
- De eerste verzoekster heeft, naar eigen zeggen, een gesprek over deze beslissing met de adjunct-directeur van de school, maar dit leidt niet tot een nieuwe bijeenkomst van de klassenraad. 4.
- Op 2 juli 2010 stelt de eerste verzoekster tegen de voormelde beslissing van de delibererende klassenraad beroep in bij de voorzitter van de interne beroepscommissie. Zij vraagt een herziening van de beslissing van de delibererende klassenraad, in die zin dat tot “uitstel” zou worden beslist. Zij argumenteert: “- Gelijkaardig rapport van [W.M.] (leerling van 5 fotografische vorming). - Laatste examens waren goed. Heeft bewezen dat hij stof van december tot juni onder de knie heeft”. 4.
- Op 6 juli 2010 adviseert de interne beroepscommissie dat de delibererende klassenraad niet opnieuw dient samen te komen. 4.
- Op 16 juli 2010 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen om de beslissing van de delibererende klassenraad van 30 juni 2010 om aan de tweede verzoeker een oriënteringsattest C toe te kennen, te bevestigen en de delibererende klassenraad niet opnieuw samen te roepen. XII-6302-4/14 Deze beslissing vermeldt de volgende “argumentatie”: “De klassenraad delibereert prospectief, met andere woorden met het oog op de toekomst. Zij steunt op een ruime en brede verzameling van gegevens met betrekking tot de leerling. Daarbij horen minstens: - de resultaten van proeven, toetsen of examens, die in de loop van het schooljaar door de leraars van de leerling werden afgenomen - de resultaten van de geïntegreerde proef en stages - de beslissingen, vaststellingen en adviezen van de begeleidende klassenraad. De delibererende klassenraad motiveerde diens beslissing om betrokkene niet te laten slagen als volgt: de leerling beheerst de leerinhouden en vaardigheden onvoldoende en vertoont niet de geschikte leerhouding om volgend leerjaar te kunnen aanvatten. Na evaluatie van de resultaten van betrokkene en de motivering van de delibererende klassenraad is de beroepscommissie van oordeel dat de delibererende klassenraad een terechte beslissing nam. De argumentatie van betrokkene kan de beroepscommissie niet overtuigen. Er kan geen rekening worden gehouden met een vergelijkbaar resultaat van een andere leerling. Elke leerling wordt afzonderlijk beoordeeld. De beroepscommissie is van oordeel dat de delibererende klassenraad haar beslissing afdoende heeft beargumenteerd. De delibererende klassenraad dient volgens de beroepscommissie niet opnieuw samen te komen. Het college van burgemeester en schepenen volgt de argumentatie van de beroepscommissie”. Dit is de bestreden beslissing. Ze wordt met een aangetekende brief van 30 juli 2010 aan de eerste verzoekster ter kennis gebracht. Volgens de eerste verzoekster wordt deze brief op 2 augustus 2010 door de Post op haar adres aangeboden. Omwille van haar afwezigheid wegens vakantie haalt zij de brief op 7 augustus 2010 op het postkantoor af. IV. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is. XII-6302-5/14 A. Ernst van de middelen Eerste middel Standpunt van de partijen
- De verzoekers voeren in het middel de schending aan van de artikelen 5, §§ 5 tot 8, 19, § 1, 1/, 37, 38, 1/, en 57 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs (hierna: het organisatiebesluit), de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de materiële motiveringsplicht, het evenredigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, alsook van “het schoolreglement (en het patere-legem- beginsel)”. De verzoekers betogen dat de delibererende klassenraad “als enig orgaan [dat bevoegd is] op het vlak van de beslissingen inzake het al dan niet geslaagd zijn”, moet onderzoeken of de leerling in voldoende mate de doelstellingen heeft bereikt die in het leerplan zijn opgenomen en derhalve bekwaam kan worden geacht om zijn studies het volgende leerjaar voort te zetten. Om het leerjaar met vrucht te beëindigen, is volgens de verzoekers niet vereist dat de betrokken leerling voor alle of welbepaalde vakken voldoet of een minimaal percentage voor het geheel van de vakken behaalt. De klassenraad, zo stellen de verzoekers, dient zich bij de beoordeling van de leerling te steunen op alle relevante, concrete gegevens van het dossier, waaronder onder meer de resultaten van alle proeven, toetsen of examens en de evolutie zoals die door alle leerkrachten als begeleidende klassenraad gedurende een volledig schooljaar is ervaren. De verzoekers laten gelden dat te dezen niet blijkt dat de delibererende klassenraad alle relevante, concrete gegevens van het dossier van de tweede verzoeker in aanmerking heeft genomen. De motivering van de beslissing van de klassenraad is volgens de verzoekers een loutere stijlformule. Ze is weinig concreet, nietszeggend, feitelijk onjuist en niet bestaanbaar met de gegevens zoals ze uit de zaak blijken. Zo wordt geen rekening gehouden met het feit dat de tweede verzoeker voor dertien van de zestien vakken met glans slaagde en dat de drie tekorten zich voordoen op vakken die niet de kern van de studierichting Fotografische Technieken uitmaken. Evenmin wordt rekening gehouden met de positieve commentaren van de diverse leerkrachten, noch met de positieve evolutie die de tweede verzoeker heeft doorgemaakt en die uit deze commentaren blijkt. Er wordt ook nergens gemotiveerd XII-6302-6/14 waarom een bijkomende proef niet werd overwogen. Een dergelijke proef zou volgens de verzoekers kunnen aantonen dat de positieve evolutie die blijkt voor dertien van de zestien vakken, ook voor de resterende drie vakken kan worden doorgezet. De verzoekers argumenteren voorts dat het schoolreglement niet is toegepast. Luidens dat reglement houdt de delibererende klassenraad bij de deliberatie rekening met de evolutie van de resultaten, de inzet van de leerling, de mate waarin de leerling de aanbevelingen van voorafgaande klassenraden heeft opgevolgd, en de kans om met succes een volgend schooljaar te doorlopen. Volgens de verzoekers zijn deze criteria in de bestreden beslissing en in de beslissing van de klassenraad niet getoetst, laat staan correct beoordeeld. De verzoekers benadrukken ook dat de bestreden beslissing louter gesteund is op de stelling dat de tweede verzoeker de leerinhouden en vaardigheden onvoldoende beheerst en niet de geschikte leerhouding heeft om het volgende leerjaar te kunnen aanvatten. Volgens hen is deze motivering volstrekt niet in verhouding met de ernst van de beslissing en de gevolgen ervan voor de verdere evolutie en ontwikkeling van de tweede verzoeker. Volgens de verzoekers kan uit de motivering van de bestreden beslissing bovendien niet worden opgemaakt dat afdoende rekening werd gehouden met de argumenten die de eerste verzoekster in het kader van haar beroep heeft aangevoerd. Zo trekt de bestreden beslissing de vergelijkbaarheid van de rapporten van leerlingen niet in twijfel, maar vermeldt ze enkel dat geen rekening zou kunnen worden gehouden met een vergelijking. Voorts vermeldt de bestreden beslissing niet dat de laatste examens van de tweede verzoeker goed waren en dat hij progressie maakte. Ten slotte stellen de verzoekers dat uit al het voorgaande ook blijkt dat de bestreden beslissing niet op een zorgvuldige wijze is tot stand gekomen, aangezien verscheidene relevante elementen niet aan bod zijn gekomen, niet zijn onderzocht, noch gemotiveerd.
- De verwerende partij antwoordt in haar nota dat niet blijkt dat de delibererende klassenraad zich heeft gebaseerd op de tekorten van de tweede verzoeker voor bepaalde afzonderlijke onderdelen om hem niet geslaagd te XII-6302-7/14 verklaren. Integendeel heeft de klassenraad zich gebaseerd op de resultaten van de tweede verzoeker tijdens het ganse schooljaar. De verwerende partij betwist ook dat de delibererende klassenraad geen rekening zou hebben gehouden met alle relevante, concrete gegevens van het dossier van de tweede verzoeker. Zij laat gelden dat er geen sprake is van vakken waarvoor de tweede verzoeker “met glans” geslaagd is. In dat verband stelt zij in het bijzonder dat de tweede verzoeker slechts voor één vak op jaarbasis meer dan 70/100 behaalde, namelijk voor het vak “Lichamelijke opvoeding”, dat er vier jaartekorten waren, dat de tweede verzoeker voor dagelijks werk op de helft van de vakken een jaartekort had en dat hij slechts voor vier van de zestien vakken nooit een tekort had. Volgens de verwerende partij moet het vak “Kunstgeschiedenis” wél worden beschouwd als een vak dat specifiek is voor de studierichting van de tweede verzoeker, en stellen de verzoekers in hun verzoekschrift de resultaten die de tweede verzoeker behaalde op de zogenaamde kernvakken, in een verkeerd daglicht. De verwerende partij geeft toe dat er positieve commentaren voorkomen op het rapport van de tweede verzoeker, maar zij merkt op dat die commentaren beperkt blijven tot enkele vakken en eerder als aanmoediging bedoeld zijn. Uit die commentaren leidt zij af dat de delibererende klassenraad wel degelijk rekening heeft gehouden met de positieve elementen. Ook de gunstige evolutie die de tweede verzoeker heeft ondergaan, is de delibererende klassenraad niet ontgaan. Dit blijkt volgens de verwerende partij uit de commentaar van de klassenraad op het rapport van juni en uit de eindremediëring waarbij niet langer een overstap naar het beroepssecundair onderwijs wordt geadviseerd. De verwerende partij wijst erop dat de verzoekers de nadruk leggen op de resultaten van de tweede verzoeker voor de tweede examenperiode, maar dat die resultaten niet de enige basis vormen waarop de klassenraad zich vermag te steunen. De verwerende partij betoogt dat aan de delibererende klassenraad niet kan worden verweten dat hij de tweede verzoeker zonder motivering de mogelijkheid op uitgestelde proeven heeft ontzegd. Het was immers slechts indien de delibererende klassenraad op 30 juni 2010 niet over voldoende informatie had beschikt om een eindoordeel over de tweede verzoeker te vellen, dat het opleggen van bijkomende proeven aan de orde had kunnen komen. Te dezen was de klassenraad evenwel van oordeel over voldoende gegevens te beschikken. Overigens werd de vraag naar bijkomende proeven door de verzoekers niet ter sprake gebracht bij het overleg, noch bij het intern beroep. XII-6302-8/14 Met betrekking tot de aangevoerde schending van het schoolreglement betoogt de verwerende partij dat de beoogde bepaling van dat reglement slechts een parafrase is van hetgeen is voorgeschreven door artikel 5, § 5, van het organisatiebesluit en dat hiervóór al werd aangetoond dat de beslissing van de delibererende klassenraad deze bepaling niet schendt. De verwerende partij argumenteert voorts dat de formele motivering van de beslissing van de delibererende klassenraad moet worden gelezen in samenhang met de door de tweede verzoeker behaalde resultaten. Zij spreekt ten slotte tegen dat de beide door de eerste verzoekster voor de interne beroepscommissie aangevoerde argumenten onvoldoende zouden zijn onderzocht. Weliswaar werden deze argumenten beknopt beantwoord, maar geenszins te summier. Zo werd duidelijk gesteld dat bij de individuele beoordeling van een leerling geen rekening kan worden gehouden met vergelijkbare resultaten van andere leerlingen, en kan voorts, gelet op de drie tekorten van de tweede verzoeker, bezwaarlijk worden aangenomen dat diens laatste examenreeks goed was. De motivering met betrekking tot het tweede argument sluit volgens de verwerende partij aan bij de materiële elementen van het dossier, die door de verzoekers afdoende gekend zijn. Beoordeling
- De bepalingen van het organisatiebesluit waarvan de verzoekers de schending aanvoeren, luiden als volgt: - artikel 5, §§ 5 tot 8: “§
- De delibererende klassenraad zal zich bij zijn beslissingen laten leiden door concrete gegevens uit het dossier van de leerling. Dit dossier bevat, in voorkomend geval: - resultaten van proeven, toetsen of examens die door de leraars van de leerling werden afgenomen; - de resultaten van de geïntegreerde proef; - de beslissingen, vaststellingen en de adviezen van de begeleidende klassenraad. §
- Van de beslissingen van de delibererende klassenraad wordt een proces-verbaal opgemaakt en worden er notulen gehouden. Het proces-verbaal bevat de lijst van de geslaagde en niet geslaagde leerlingen. De notulen bevatten een synthese van de elementen die tot de beslissingen hebben geleid, waaronder eventueel het resultaat van een stemming. XII-6302-9/14 Zowel het proces-verbaal als de notulen worden door de voorzitter en drie leden van de raad ondertekend. De processen-verbaal en de notulen dienen gedurende dertig jaar bewaard. §
- In geval tot stemming wordt overgegaan en het resultaat is een staking van stemmen, dan is de stem van de voorzitter van de delibererende klassenraad doorslaggevend. §
- Adviezen en beslissingen van de delibererende klassenraad moeten steeds gemotiveerd zijn”, - artikel 19, § 1, 1/: “§
- Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen tot het tweede leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten: 1/ de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in dezelfde studierichting”, - artikel 38, 1/: “Een leerling beëindigt met vrucht: 1/ het eerste en tweede leerjaar van de eerste graad, het eerste en tweede leerjaar van de tweede graad en het eerste leerjaar van de derde graad, indien hij in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt en aldus bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in het volgend leerjaar”, - artikel 57: “Onverminderd de bepalingen van artikel 56, is het met vrucht beëindigen van leerjaren van het voltijds secundair onderwijs niet noodzakelijk gebonden aan het slagen voor afzonderlijke toetsen, examens of proeven over een deel of het geheel van de vorming. De organisatie hiervan ressorteert dan ook exclusief onder de bevoegdheid van de inrichtende machten van het onderwijs”.
- De bepalingen van het schoolreglement waarvan de verzoekers de schending aanvoeren (artikel 23.8.2), luiden als volgt: “De delibererende klassenraad houdt bij deliberatie rekening met: - de evolutie van de resultaten: stijgend of dalend; - de inzet; XII-6302-10/14 - de mate waarin aanbevelingen van voorafgaande klassenraden werden opgevolgd zoals het volgen van bijwerklessen, het inlopen van taken en toetsen; - de kans om met succes een volgend schooljaar te doorlopen of -voor een eindjaar- op beroepsbekwaamheid”.
- De delibererende klassenraad is krachtens artikel 6quater van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, het enige orgaan dat bevoegd is om beslissingen te nemen inzake het al dan niet geslaagd zijn van de leerlingen. Hij dient daarbij te oordelen of de regelmatige leerling in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen, heeft bereikt om al dan niet te kunnen overgaan naar een volgend leerjaar. Uit de bepalingen van het organisatiebesluit en van het schoolreglement waarvan de verzoekers de schending aanvoeren, lijkt te kunnen worden afgeleid dat de delibererende klassenraad zich bij het nemen van zijn beslissing over het al dan niet geslaagd zijn van een leerling niet louter mag laten leiden door de resultaten van de examens als zodanig, maar rekening moet houden met alle concrete gegevens van het dossier van de leerling, waaronder voorzeker ook de resultaten van de examens, maar evenzeer ook de resultaten van het dagelijks werk, de evolutie van deze resultaten, de inzet van de leerling, de vaststellingen, beslissingen en aanbevelingen van de begeleidende klassenraad en de mate waarin de leerling daaraan is tegemoet gekomen. Met de verzoekers lijkt te moeten worden vastgesteld dat te dezen uit niets blijkt dat de delibererende klassenraad de beoordeling van de tweede verzoeker op alle concrete gegevens van diens dossier heeft gesteund. De beslissing van de klassenraad vermeldt dienaangaande slechts dat “de leerling [...] de leerinhouden en vaardigheden onvoldoende [beheerst] en [...] niet de geschikte leerhouding [vertoont] om volgend leerjaar te kunnen aanvatten”. Dit is, zoals de verzoekers terecht stellen, niet meer dan een stijlformule die geenszins aantoont dat de delibererende klassenraad alle concrete gegevens van het dossier van de tweede verzoeker bij zijn beoordeling heeft betrokken. Meer nog, uit de voormelde motivering blijkt slechts welke de conclusie van de klassenraad met betrekking tot de tweede verzoeker is, maar geenszins op welke concrete gegevens dan ook, deze conclusie is gesteund. De gegevens die de verwerende partij dienaangaande in haar nota aanvoert, onder meer in verband met de “jaarresultaten” van de tweede XII-6302-11/14 verzoeker, kunnen niet in aanmerking worden genomen, vermits ze slechts een motivering a posteriori vormen, waarvan niet blijkt dat ze aan de grondslag ligt van de beslissing van de klassenraad. Het standpunt van de verwerende partij dat de klassenraad rekening heeft gehouden met positieve commentaren en de evolutie van de tweede verzoeker is voorts een bewering die door geen enkel gegeven wordt gestaafd en die niet blijkt uit de beslissing van de klassenraad. De beslissing van de delibererende klassenraad lijkt aldus in zoverre niet alleen de voormelde reglementaire bepalingen van het organisatiebesluit en van het schoolreglement te schenden. Zij komt te dezen ook te kort aan de formele motiveringsplicht opgelegd door de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en aan de voormelde beginselen van behoorlijk bestuur waarvan de verzoekers tevens de schending aanvoeren.
- De bestreden beslissing bepaalt, met verwijzing naar het overeenstemmende advies van de beroepscommissie, dat er geen reden is om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen. Hiervóór werd evenwel vastgesteld dat de beslissing van de delibererende klassenraad van 30 juni 2010 met betrekking tot de tweede verzoeker onwettig is, nu ze de door de verzoekers in het middel aangevoerde reglementaire bepalingen en beginselen schendt. Deze vastgestelde onwettigheid van de beslissing van de delibererende klassenraad dient in aanmerking te worden genomen bij de beoordeling van de wettigheid van de bestreden eindbeslissing. Wanneer immers de delibererende klassenraad onwettig heeft gehandeld -in de huidige stand van de rechtspleging: lijkt te hebben gehandeld- moest zulks voor het schoolbestuur een reden zijn om die klassenraad opnieuw te doen samenkomen. Nu het dat niet heeft gedaan, is zijn beslissing door diezelfde onwettigheid aangetast. Deze vaststelling volstaat om het middel ernstig te bevinden. B. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel
- De verzoekers voeren aan dat de bestreden beslissing tot gevolg heeft dat de tweede verzoeker een schooljaar dreigt te verliezen en dat het verlies XII-6302-12/14 van een schooljaar door de Raad van State als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel wordt aanvaard. Dit standpunt van de verzoekers, dat door de verwerende partij overigens niet wordt betwist, wordt door de Raad van State bijgevallen. C. Uiterst dringende noodzakelijkheid
- De verzoekers voeren aan dat het begin van het nieuwe schooljaar nakend is en dat zo spoedig mogelijk duidelijkheid moet worden verkregen over de studievoortgang van de tweede verzoeker. Zij betogen voorts zeer diligent te hebben gehandeld bij het instellen van de voorliggende vordering, nu zij dit minder dan twee weken na de kennisneming van de bestreden beslissing hebben gedaan. Ook hierin valt de Raad van State de verzoekers onverminderd bij.
- Uit wat voorafgaat blijkt dat te dezen alle voorwaarden voor het bevelen van de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bij uiterst dringende noodzakelijkheid zijn vervuld.
- Voor zover de verzoekers met hun vraag aan de Raad van State in fine van hun verzoekschrift om “te bevelen dat de klassenraad opnieuw zou samenkomen om opnieuw te beslissen”, het opleggen van een voorlopige maatregel beogen te vorderen, moet worden opgeworpen dat de verzoekers geen enkel gegeven aanbrengen dat toelaat te besluiten dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet volstaat om hun belangen veilig te stellen. De vordering is in zoverre niet ontvankelijk. XII-6302-13/14 BESLISSING
- De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen van 16 juli 2010 waarbij het door Martine Mertens ingestelde beroep tegen de beslissing van de delibererende klassenraad van 30 juni 2010 om aan Roeland Tilburgs een oriënteringsattest C toe te kennen, niet wordt ingewilligd, en waarbij de beslissing van de delibererende klassenraad wordt bevestigd en wordt beslist de delibererende klassenraad niet opnieuw samen te roepen.
- De Raad van State verwerpt de vordering voor het overige. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig augustus 2010, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Bert Thys XII-6302-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.926 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.571 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.