id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 augustus 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.044 Rolnummer: A. 197423/IX-6912 Zaak: Arrest 207044 - Penitentiair recht - 27/08/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-08-27 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 05:05 Fiche Arrest nr 207.044 van 27 augustus 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 207.044 van 27 augustus 2010 in de zaak A. 197.423/IX-
- In zake: Karim AMRAOUI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen Millen kantoor houdend te Hoeselt Tongersesteenweg 4, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 18 augustus 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de directeur van de gevangenis van Hasselt van 13 augustus 2010 waarbij aan Karim Amraoui een tuchtsanctie van één maand individueel regime wordt opgelegd van 14 augustus tot en met 13 september
- II. Verloop van de rechtspleging
- De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 augustus
- Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jan Schelstraete, die loco advocaat Jürgen Millen verschijnt voor de verzoeker, en attaché Jorn Brewaeys, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. IX-6912-1/5 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is gedetineerd in de gevangenis van Hasselt. In de loop van de maand augustus heeft zich aldaar een incident voorgedaan. Daarover werd een "rapport aan de directeur" opgesteld op 10 augustus
- 3.
- Met de bestreden beslissing wordt de volgende tuchtsanctie ten aanzien van de gedetineerde uitgesproken : 1 maand individueel regime (glasbezoek, individuele wandeling, geen gemeenschappelijke activiteiten, geen gemeenschappe- lijke erediensten, gelet op risico nieuwe agressie), van 14 augustus 2010 tot en met 13 september
- 3.
- Deze sanctie wordt als volgt gemotiveerd : - dat niet getwijfeld wordt aan de vaststellingen van het personeel; - dat er sprake was van ernstige verbale agressie tegenover het personeel, zodanig dat men uit veiligheid de noodknop heeft ingedrukt; - dat het uiten van zware beledigingen en bedreigingen tegenover het personeel een ernstige bedreiging vormen voor de veiligheid van het personeel; - dat betrokkene herhaaldelijk weigerde de instructies van het personeel op te volgen; deze feiten vormen een inbreuk op de leefregels van de inrichting; - dat betrokkene een heel uitdagende houding aannam tegenover het personeel en dat dit ook een bedreiging vormde voor de veiligheid van het personeel. 3.
- In de bestreden beslissing worden de rechtsregels vermeld waarop de sanctie is gegrond. IX-6912-2/5 IV. Onderzoek van de vordering Voorwaarden van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging wegens uiterst dringende noodzakelijkheid
- Luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoor- den en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Ernst van het middel Uiteenzetting van het middel
- In een enig middel wordt de schending ingeroepen van de formele motiveringswet die voortvloeit uit de bepalingen van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. De verzoeker zet daarover het volgende uiteen : "Verzoeker is van oordeel dat de gevangenisdirectie geenszins tegemoet komt aan deze vereisten doordat de gevangenisdirecteur bij het opleggen van de tuchtsanctie (1 maand individueel regime - glasbezoek, geen gemeenschap- pelijke activiteiten, individueel wandeling en geen gemeenschappelijke erediensten) geenszins rekening houdt met het gegeven dat het geschil beëindigd werd na tussenkomst van penitentiair beambte Theunissen Ronny en dat bovendien tegemoet werd gekomen aan het verzoek van verzoeker waaromtrent voorafgaand discussie ontstond. Het kan niet ontkend worden dat verzoeker - zoals mag blijken uit het tuchtrapport - na het indrukken van de noodknop een gesprek had met penitentiair beambte Theunissen Ronny die hem (nadat hij al eerder zorg droeg dat verzoeker een belcode kreeg) opnieuw mocht bellen en die ook zorgde dat verzoeker zich tot de PSD kon richten. Is dat de reactie die verwacht mag worden als er inderdaad sprake zou zijn van verbale agressie, van bedreigingen... van de kant van verzoeker? Neen, absoluut niet zodoende het duidelijk is dat de juistheid, nauwkeurigheid, ... van het verhaal van de penitentiaire beambten als voorzien in het tuchtrapport niet correct is. Niettemin gaat de gevangenisdirectie zich uitsluitend baseren op dit verslag, gaat zij dit zelfs nog opkloppen... omdat te komen tot een tuchtsanctie van één maand individueel regime hetgeen, in verhouding tot de beweerde inbreuk, geenszins overeenstemt. IX-6912-3/5 De motivering van de directeur is bijgevolg niet juist zodoende de ge- vangenisdirecteur de uitdrukkelijke motiveringsplicht niet heeft nageleefd". Beoordeling
- De formele motiveringsplicht heeft tot doel de bestuurde in kennis te stellen van de redenen waarom de administratieve overheid de beslissing heeft genomen, zodat kan worden beoordeeld of er aanleiding toe bestaat de beroepen in te stellen waarover hij beschikt. De bestreden beslissing is formeel met redenen omkleed. Uit het verzoekschrift blijkt overigens dat de verzoeker de motieven van de bestreden beslissing kende, aangezien hij deze aan een inhoudelijk onderzoek onderwerpt. Hij heeft op het eerste gezicht dan ook geen belang bij het inroepen van een mogelijke schending van de formele motiveringsplicht. In de bestreden beslissing wordt verwezen naar de artikelen 81 tot 83 van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende algemeen reglement van de strafinrichtingen. Artikel 81 van het voornoemde besluit bepaalt dat ongehoorzaamheid, daden van tuchteloosheid of van weerspannigheid, overtreding van de reglementen of misbruik van wat daarin is toegestaan, worden gestraft volgens de ernst van het geval. De toetsing van de formele motivering houdt in beginsel niet, en zeker niet in het kader van het summier onderzoek eigen aan de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging wegens uiterst dringende noodzakelijkheid, de beoordeling in van de inhoud van de motieven. In de mate waarin de verzoeker de materiële motiveringsplicht geschonden acht, slaagt hij er niet in aan te tonen dat de feitelijke vaststellingen van de gevangenisdirecteur van Hasselt op het eerste gezicht niet correct zouden zijn noch dat de gevolgtrekkingen die deze daaruit afleidt, kennelijk onredelijk zijn. Een verder onderzoek van het middel zou de Raad van State verplichten de feitelijke toedracht van het tuchtdossier te beoordelen, wat zaak is van de tot beslissen bevoegde overheid. Wanneer de Raad van State een administratieve beslissing aan de wet toetst, treedt hij immers niet op als rechter in hoger beroep die op aanvraag van de rechtzoekende de ware toedracht van de feiten gaat beoordelen. Hij onderzoekt enkel of de overheid in redelijkheid is kunnen komen tot de door haar gedane vaststelling van feiten en of er in het dossier geen gegevens voorhanden zijn die daarmee onverenigbaar zijn. In het kader van een marginale toetsing wordt de aangeklaagde onwettigheid slechts dan gesanctioneerd wanneer daarover geen redelijke twijfel kan bestaan, met andere woorden wanneer de beslissing kennelijk onredelijk is. De verzoeker toont niet aan dat de feiten, die blijken uit het "rapport aan de directeur" niet op behoorlijke wijze werden vastgesteld noch dat de motieven kennelijk onredelijk zijn. Het gegeven dat de verzoeker uiteindelijk het door hem IX-6912-4/5 gewenste telefoongesprek -feit dat aan de basis lag van het incident- wel heeft mogen voeren bewijst niet op afdoende wijze dat de door de gevangenisdirecteur gesanctioneerde feiten onjuist zouden zijn. Het feit dat de verzoeker het niet eens is met de beoordeling van de tuchtoverheid maakt op zich geen middel uit tot vernietiging van de bestreden beslissing. Het middel is niet ernstig.
- Er is niet voldaan aan de tweede door artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het bestreden besluit te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig augustus tweeduizend en tien, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys IX-6912-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.044 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.