← België

Arrest 207173 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 02/09/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.173 Rolnummer: A. 180021/X-13133 Zaak: Arrest 207173 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 02/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-09-09 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 05:05 Fiche Arrest nr 207.173 van 2 september 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 207.173 van 2 september 2010 in de zaak A. 180.021/X-13.

  1. In zake :
  2. Edward DE BACKER
  3. Christine DE MEERLEER
  4. Jean DE RIDDER
  5. Stamatios PAPANASTASIOU bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat F. VAN DER SCHUEREN kantoor houdende te 1853 GRIMBERGEN Sint-Amandsplein 1A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de stad BRUSSEL, bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat J.-P. LAGASSE kantoor houdende te 1030 BRUSSEL de Jamblinne de Meux plein 41 bij wie woonplaats wordt gekozen tussenkomende partijen :
  6. het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat J. SOHIER kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Emile De Motlaan 19 bij wie woonplaats wordt gekozen
  7. de n.v. SFAR MOLENBLOK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Johan VANDEN EYNDE en Bart VAN HYFTE kantoor houdend te 1060 BRUSSEL Gulden Vlieslaan 77 bij wie woonplaats wordt gekozen DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Edward DE BACKER, Christine DE MEERLEER, Jean DE RIDDER en Stamatios PAPANASTASIOU, op 5 januari 2007 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 6 november 2006 van “de gemeenteraad van de stad Brussel op voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen betreffende de goedkeuring van de verwezenlijking van een vastgoedoperatie op de site van Groenweg en de site van Molenblok te Neder-Over-Heembeek”; X-13.133-1/3 Gelet op het arrest nr. 173.297 van 6 juli 2007 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting op 18 september 2007 ingediend door de verzoekende partijen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien de memorie van de tweede tussenkomende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. DE SOMERE; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 12 mei 2010; Gezien de laatste memorie van de verwerende partij en van de tweede tussenkomende partij; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : In het auditoraatsverslag is de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 21, zesde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. X-13.133-2/3 De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding. Op grond van artikel 14quater, van voornoemd besluit van de Regent zal de kamer de afstand van geding uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  8. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  9. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 1400 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor een vierde. De kosten van de tussenkomst bepaald op 250 euro komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee september 2010, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ R. STEVENS. X-13.133-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.173 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.297 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.