id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.212 Rolnummer: A. 117894/IX-3257 Zaak: Arrest 207212 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 06/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-09-10 Raadplegingen: 195 - laatst gezien 2026-07-01 06:56 Fiche Arrest nr 207.212 van 6 september 2010 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 207.212 van 6 september 2010 in de zaak A. 117.894/IX-3257 In zake : Dino SPRUYT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carine Flamend kantoor houdend te Meise Vilvoordsesteenweg 101 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 8 maart 2002, strekt tot de nietigverkla- ring van: “de beslissing van de beroepscommissie waarbij [Dino Spruyt] de toe- kenning werd geweigerd van de informaticatoelage [...] hem ter kennis gebracht bij brief van 7 januari 2002 nr. JSP-A/C/PROM/S-000736 uitgaande van de Generale Staf van de Krijgsmacht”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 196.203 van 21 september 2009 zijn de debatten heropend en is het door de auditeur-generaal aangeduide lid van het auditoraat belast met het verder onderzoek van de zaak. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een aanvullend verslag opgesteld. De partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 juni
- IX-3257-1/6 Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Carine Flamend, die verschijnt voor de verzoeker, en kapitein Valéry De Saedeleer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De feitelijke gegevens van de zaak zijn uiteengezet in het arrest nr. 196.203 van 21 september
- In dat arrest heeft de Raad van State gesteld dat hij bevoegd was om over de bestreden beslissing uitspraak te doen. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Uiteenzetting van de exceptie
- In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij op dat het beroep ratione materiae onontvankelijk is aangezien het gericht is tegen het advies van de beroepscommissie, hetgeen een niet-bindende, voorbereidende akte is aangezien de beroepscommissie ter zake over geen enkele beslissingsbevoegdheid beschikt. Zij wijst erop dat in de bestreden akte ter zake duidelijk wordt gesteld dat de beroepscommissie voorstelt om de premie niet te verlenen. In het verzoekschrift worden ook enkel middelen aangevoerd die gericht zijn tegen dit advies van de beroepscommissie. Beoordeling IX-3257-2/6
- De verzoeker bestrijdt formeel de beslissing van de beroeps- commissie, die evenwel niets meer is dan een advies aan de minister. Dat de verzoeker zich vergist heeft, is evenwel mede aan de verwerende partij te wijten, aangezien er vermeld wordt dat een beroep tot nietigverklaring “van de voormelde beslissing” bij de Raad van State kan worden ingediend. Het is duidelijk dat het advies van de beroepscommissie samen met het akkoord van de Chef van de Generale Staf de bestreden beslissing vormt. Dat enkel middelen tegen het advies van de beroepscommissie worden ontwikkeld is, wat de vaststelling van het voorwerp van het beroep betreft, niet dienend vermits de eventuele onwettigheden van dat advies eveneens de bestreden beslissing kunnen vitiëren. De exceptie is niet gegrond. V. Onderzoek van het in het auditoraatsverslag ambtshalve opgeworpen middel Standpunt van de partijen
- In zijn verslag werpt de auditeur-verslaggever ambtshalve op dat het Grondwettelijk Hof in zijn arrest nr. 184/2009 van 12 november 2009 geoordeeld heeft dat artikel 11, §§ 2 en 3, van de wet van 20 mei 1994 houdende de geldelijke rechten van de militairen (hierna: de wet van 20 mei 1994) het grondwet- telijk gelijkheidsbeginsel schendt waardoor het koninklijk besluit van 2 juni 2000 houdende toekenning van een toelage aan militairen belast met informaticataken (hierna: het koninklijk besluit van 2 juni 2000) en het ministerieel besluit van 6 juni 2000 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 2 juni 2000 houdende toekenning van een toelage aan militairen belast met informaticataken (hierna: het ministerieel besluit van 6 juni 2000), die hun grondslag vinden in voormeld artikel 11, §§ 2 en 3, van de wet van 20 mei 1994, geen wettige rechtsgrond kunnen vormen voor de bestreden beslissing.
- In haar laatste memorie stelt de verwerende partij dat de verzoeker geen belang heeft bij het middel, omdat een vernietiging van de bestreden beslissing op die grond impliceert dat de verzoeker geen informaticatoelage meer kan krijgen. De verwijzing naar een mogelijk remediërend optreden van de wetgever en het bestuur betreft een loutere hypothese, maar een hypothetisch belang volstaat in deze niet. IX-3257-3/6 IX-3257-4/6 Beoordeling
- Het ambtshalve opgeworpen middel strekt ertoe vastgesteld te zien dat de bestaande regeling, zoals zij door de wet mogelijk gemaakt is en uitgewerkt werd door de uitvoerende macht, geen rechtsgrond kan bieden aan de beslissing om aan de verzoeker een toelage te weigeren. De vernietiging op grond van dit middel heeft tot gevolg dat de toelage waarop de verzoeker aanspraak maakte, hem alsnog niet definitief geweigerd is en dat erga omnes vaststaat dat het bestuur bij het uitwerken van de toekenningsregeling de door artikel 182 van de Grondwet aan de militairen gewaarborgde rechten miskend heeft. De verzoeker mag niet het slachtoffer zijn van de verkeerde keuzes die de verwerende partij gemaakt heeft bij het uitwerken van een toelagere- geling waarmee hij zijn voordeel kan doen. Integendeel, op gevaar af hem te discrimineren ten aanzien van de militairen die op grond van de bestaande regeling de toelage wel gekregen hebben, mag van de verwerende partij verwacht worden dat zij, in het kader van het rechtsherstel waartoe het vernietigingsarrest haar dwingt, initiatieven neemt om de vastgestelde ongrondwettigheid te verhelpen en om de situatie van de verzoeker vervolgens op grond van die nieuwe regeling opnieuw te bepalen. Dergelijk belang is niet hypothetisch, maar vindt zijn grondslag in een verplichting van het bestuur. De exceptie is niet gegrond.
- Het Grondwettelijk Hof heeft in zijn arrest nr. 184/2009 van 12 november 2009 vastgesteld dat artikel 11, §§ 2 en 3, van de wet van 20 mei 1994 het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel miskent, doordat die regeling, in zoverre de wet zelf de kwalificaties niet bepaalt waarvan de toekenning van de erin beoogde toelagen afhankelijk wordt gemaakt en in zoverre de wet de Koning machtigt om, op onbeperkte wijze, de minister van Landsverdediging toe te staan de hem verleende bevoegdheden uit te oefenen, op discriminerende wijze afbreuk doet aan de in artikel 182 van de Grondwet aan de militairen gewaarborgde rechten.
- De vastgestelde ongrondwettigheid van de vermelde wettelijke bepaling tast de regelmatigheid aan van het koninklijk besluit van 2 juni 2000 en het ministerieel besluit van 6 juni 2000, die daarin hun noodzakelijke grondslag vinden. IX-3257-5/6 De bestreden beslissing, die deze besluiten op de situatie van de verzoeker toepast, is door dezelfde onwettigheid aangetast.
- Het middel is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van 19 december 2001 van de Chef van de Generale Staf waarbij aan Dino Spruyt een informaticatoelage geweigerd wordt, hem ter kennis gebracht met een nota van 7 januari
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 6 september 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-3257-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.212 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.203 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div