← België

Arrest 207264 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/09/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.264 Rolnummer: A. 185952/X-13539 Zaak: Arrest 207264 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-09-17 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:07 Fiche Arrest nr 207.264 van 9 september 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 207.264 van 9 september 2010 in de zaak A. 185.952/X-13.539. In zake: 1. de v.z.w. UNIZO GEWEST AALST 2. Vallery VERMEERS 3. Sabine MAESELEER 4. Karel VAN CAUWENBERGHE 5. Rik DE SCHEPPER 6. Luc MALLY 7. Danny DE COCK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Vander Kimpen kantoor houdend te 9620 ZOTTEGEM Grotenbergestraat 49 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Tollenaere kantoor houdend te 9000 GENT Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de n.v. ETN. FRANZ COLRUYT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Yves Loix kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 30 oktober 2007, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 27 augustus 2007 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening waarbij het beroep ingesteld door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Haaltert wordt ingewilligd en de voorwaardelijke stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een handelsgebouw op een perceel gelegen te Haaltert, Hoogstraat, kadastraal bekend sectie B, nrs. 994/f, 994/h, 994/k, 994/l, 995/g en 996/c. X-13.539-1/7 II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 15 februari 2008. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 maart 2010. Staatsraad Jeroen Van Nieuwenhove heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marc Vander Kimpen, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Elsbeth De Vylder, die loco advocaat Veerle Tollenaere verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Yves Vernaillen, die loco advocaat Yves Loix verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. X-13.539-2/7 III. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen 3. In hun verzoekschrift omschrijven de verzoekende partijen hun belang als volgt: “De verzoekende partijen onder 1 t.e.m. 5 hebben een bezwaarschrift ingediend tijdens het openbaar onderzoek over de vergunningsaanvraag die aanleiding gaf tot de bestreden beslissing. Verzoekende partij onder 1 werd bovendien persoonlijk aangeschreven door de gemeente Haaltert op 3 februari 2006 (...). De eigendom van de 3 t.e.m. 5 ligt in Mussenzele, in de onmiddellijke nabijheid van het perceel waarop het bestreden ministerieel besluit betrekking heeft. De verzoekende partijen onder 6 & 7 zijn bestuurders van Unizo Gewest Aalst vzw”. 4. In haar memorie van antwoord betwist de verwerende partij de ontvankelijkheid van het beroep in hoofde van de eerste verzoekende partij, alsook het belang van de eerste, de zesde en de zevende verzoekende partijen. Wat betreft de eerste verzoekende partij, bevat het verzoekschrift noch haar adres, noch haar ondernemingsnummer en evenmin haar volledige maatschappelijke benaming. Er ligt evenmin een beslissing voor waaruit blijkt dat zij tijdig en rechtsgeldig in rechte is getreden. Het instellen van een beroep tot nietigverklaring tegen een aan één onderneming verleende stedenbouwkundige vergunning behoort niet tot het maatschappelijk doel van de eerste verzoekende partij. De zesde en de zevende verzoekers verduidelijken hun belang als bestuurders van de eerste verzoekende partij niet. Voor wat betreft de zevende verzoeker blijkt niet dat hij deel uitmaakt van de raad van bestuur van de eerste verzoekende partij. De eerste, zesde en zevende verzoekende partijen tonen niet aan dat zij een nadeel lijden of dat de nietigverklaring van het bestreden besluit hen een persoonlijk voordeel kan verschaffen. 5. In hun memorie van wederantwoord stellen de verzoekende partijen dienaangaande het volgende: “Omtrent de ontvankelijkheid van de vordering zoals gesteld door de 1ste, 6de & 7de verzoekende partijen, merkt ondergetekende op dat het dossier van de X-13.539-3/7 verwerende partij duidelijk aantoont dat Unizo Gewest Aalst vzw zich inzake bij herhaling als belanghebbende partij heeft gemanifesteerd. Derhalve staat vast dat (

  1. de)vordering zoals door de 1ste verzoekende partij en/of haar aangestelden geformuleerd (zijnde de 6de & 7de verzoekende partij), ontvankelijk is”. 6. De tussenkomende partij betwist in haar verzoekschrift tot tussenkomst de ontvankelijkheid van het verzoekschrift in hoofde van de eerste verzoekende partij, alsook het belang in hoofde van de tweede tot en met de zevende verzoekende partijen. Wat betreft de eerste verzoekende partij stelt ze dat geen enkel stuk voorligt waaruit kan worden afgeleid wie de eerste verzoekende partij in rechte kan vertegenwoordigen en dat zij rechtsgeldig in rechte is getreden. Bovendien is er volgens de referentiedatabank geen v.z.w. gekend onder de naam “Unizo Gewest Aalst” en wordt in het verzoekschrift het adres van haar zetel niet vermeld. De tweede verzoekster verduidelijkt haar belang niet. De derde tot en met de vijfde verzoekende partijen betogen in de onmiddellijke nabijheid van de betrokken percelen te wonen, maar tonen niet concreet aan op welke afstand van de vergunde constructie hun percelen gelegen zijn, noch welke hinder zij ondervinden van het bestreden besluit. De hoedanigheid van de zesde en de zevende verzoekers als bestuurder van de eerste verzoekende partij volstaat niet om hun belang aan te tonen. 7. In hun laatste memorie stellen de verzoekende partijen nog het volgende: “Omtrent de ontvankelijkheid van de vordering zoals gesteld door de 1ste, 6 & 7de verzoekende partijen, merkt ondergetekende op dat het dossier van de de verwerende partij duidelijk aantoont dat Unizo Gewest Aalst vzw zich inzake als belanghebbende partij heeft gemanifesteerd. De vordering zoals door de 1ste, de 6de & 7de verzoekende partij gesteld, is derhalve ontvankelijk. De 2de t.e.m. 5de verzoekers zijn woonachtig in de onmiddellijke nabijheid van het perceel waarop het bestreden Ministerieel Besluit betrekking heeft. Een raadpleging via ‘google maps’ toont aan dat de eigendommen van de 2de en 5de verzoekende partijen maximaal ongeveer 250 m van het betreffend perceel verwijderd zijn. Bovendien zullen verzoekers 2 t.e.m. 5 rechtstreeks zicht hebben op de geplande (…) vestiging. Het woonachtig zijn in de onmiddellijke nabijheid van het bewuste perceel en/of het rechtstreeks zicht hebben op het bewuste perceel doet blijken van het rechtens vereiste belang (…)”. X-13.539-4/7 Beoordeling 8. Verenigingen zonder winstoogmerk kunnen krachtens de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen in rechte optreden ter verdediging van het doel of de doeleinden waarvoor zij zijn opgericht. Voor de Raad van State kunnen die verenigingen in rechte optreden op voorwaarde dat zij rechtspersoonlijkheid bezitten en mits te voldoen aan de voorwaarden die gelden voor alle andere fysieke en rechtspersonen, te weten doen blijken van een persoonlijk, rechtstreeks, actueel en geoorloofd belang alsmede van de vereiste hoedanigheid. Een vereniging getuigt van de vereiste hoedanigheid wanneer het ingestelde beroep kan worden ingepast in het doel dat zij zich heeft gesteld, dit doel niet samenvalt met het behartigen van het algemeen belang zelf en evenmin samenvalt met het persoonlijk belang van de leden van de vereniging en er een band van evenredigheid bestaat tussen het materieel en territoriaal actieterrein van de verzoekende partij enerzijds en de draagwijdte van de bestreden beslissing anderzijds. 9. Artikel 3 van de statuten van de eerste verzoekende partij luidt als volgt: “De vereniging heeft tot doel:
  2. a)het bevorderen en verdedigen van de sociaal-economische culturele en zedelijke belangen van haar leden op grond van de christelijke levensbeschouwing buiten elk politiek belang om;
  3. b)plaatselijke Unizo-afdelingen te stichten, te steunen en te begeleiden;
  4. c)beroepsverbonden te stichten en te aanvaarden die, binnen Unizo, de beroepsbelangen van de leden behartigen”. Volgens artikel 1 van dezelfde statuten draagt de eerste verzoekende partij de naam “Unie van Zelfstandige Ondernemers, gewest Aalst”. 10. Het maatschappelijk doel van de eerste verzoekende partij komt neer op het verdedigen van de belangen van haar leden in het algemeen, zoals blijkt uit de omschrijving van deze belangen, die gesitueerd worden op socio-economisch, cultureel en zedelijk vlak. Uit artikel 1 van de statuten van de eerste verzoekende partij kan voorts worden afgeleid dat haar territoriaal actieterrein beperkt is tot het “gewest Aalst”. Wanneer het voorwerp van het annulatieberoep wordt gerelateerd aan het zo-even geschetste maatschappelijk doel, blijkt dat het actieterrein van de X-13.539-5/7 eerste verzoekende partij op inhoudelijk vlak slechts op zeer algemene wijze wordt omschreven, nog daargelaten de vage afbakening van haar territoriaal actieterrein. Voorts motiveert de eerste verzoekende partij nergens op welke wijze het annulatieberoep in haar maatschappelijk doel kan worden ingepast. Zij verduidelijkt evenmin waarin het collectief belang van haar leden bestaat. Ze toont niet aan waarin het voordeel gelegen is dat zij door het vernietigen van het bestreden besluit wenst te bereiken, noch welk nadeel door een eventuele nietigverklaring zou worden weggenomen. Uit het enkele feit dat een bezwaarschrift werd ingediend naar aanleiding van het openbaar onderzoek over de betrokken aanvraag kan op zich nog geen voldoende belang worden afgeleid bij het onderhavige annulatieberoep. Uit het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de eerste verzoekende partij niet beschikt over het vereiste belang. 11. De onontvankelijkheid van het beroep in hoofde van de eerste verzoekende partij heeft tevens de onontvankelijkheid in hoofde van de zesde en de zevende verzoekers tot gevolg. Zij zijn immers bestuurders van de eerste verzoekende partij en beroepen zich op die hoedanigheid om hun belang aan te tonen. Zij tonen niet aan waarin hun belang zou verschillen van dat van de eerste verzoekende partij. Hun betrokkenheid bij het ingediende bezwaarschrift is evenmin van aard om een voldoende belang bij het annulatieberoep aan te tonen. 12. De derde tot en met de vijfde verzoekende partijen stellen in hun verzoekschrift op algemene wijze dat zij woonachtig zijn “in Mussenzele, in de onmiddellijke nabijheid van het perceel” waarop het bestreden besluit betrekking heeft. Eerst in de laatste memorie wordt gesteld dat “een raadpleging via ‘google maps’ (aantoont) dat de eigendommen van de 2de en 5de verzoekende partijen maximaal ongeveer 250 m van het betreffend perceel verwijderd zijn” en dat “verzoekers 2 t.e.m. 5 rechtstreeks zicht hebben op de geplande (...) vestiging”. Nog afgezien van het feit dat de tweede verzoekster aldus haar belang voor het eerst in de laatste memorie uiteenzet, gaat het niet op de adstructie van het belang aan de Raad van State over te laten, temeer daar dit belang bij exceptie wordt betwist. Algemeen geformuleerde beweringen die niet nader worden gestaafd aan de hand van concrete gegevens zoals kaart- of fotomateriaal volstaan niet om het belang bij het annulatieberoep aan te tonen in hoofde van de tweede tot en met de vijfde verzoekende partijen. Uit deze concrete gegevens moet immers blijken of het bestreden besluit deze partijen daadwerkelijk een nadeel berokkent of de nietigverklaring ervan hen een voordeel oplevert. X-13.539-6/7 13. Uit het voorgaande blijkt dat de exceptie gegrond is ten aanzien van alle verzoekende partijen. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 1225 euro, elk voor een zevende. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen september 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Roger Stevens X-13.539-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.264 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.