← België

Arrest 207269 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/09/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.269 Rolnummer: A. 179177/X-13102 Zaak: Arrest 207269 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-09-15 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 05:07 Fiche Arrest nr 207.269 van 9 september 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 207.269 van 9 september 2010 in de zaak A. 179.177/X-13.

  1. In zake: de n.v. THINK MEDIA OUTDOOR, voorheen de n.v. BUSINESS PANEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Erik Vanden Brande kantoor houdend te 1040 BRUSSEL Sint Michielslaan 55/10 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 6 december 2006, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 5 oktober 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen waarbij het beroep van de n.v. BUSINESS PANEL ingesteld tegen het besluit van 12 juni 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Oostende houdende weigering van de vergunning tot het regulariseren van het plaatsen van een publiciteitsinrichting op een perceel gelegen te Oostende (Zandvoorde), Zandvoordestraat 385, kadastraal bekend sectie A, nr. 234/x, ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard en de weigeringsbeslissing van het college wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. X-13.102-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 februari
  4. Staatsraad Jeroen Van Nieuwenhove heeft verslag uitgebracht. Adjunct-adviseur Axel Van Rie, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. Op 10 mei 2004 (datum van het ontvangstbewijs) vraagt de rechtsvoorganger van de verzoekende partij aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Oostende een stedenbouwkundige vergunning voor de regularisatie van de plaatsing van een publiciteitspaneel op een terrein gelegen aan de Zandvoordestraat 385 te Oostende, kadastraal bekend sectie A, nr. 234/x. Het betrokken perceel is, volgens het bij koninklijk besluit van 26 januari 1977 aangenomen gewestplan Oostende-Middenkust gelegen in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut. Het is eveneens gelegen binnen het gebied van het bijzonder plan van aanleg “De Grintweg deelplan 1”, goedgekeurd bij ministerieel besluit van 29 juli
  7. Op 12 juni 2006 weigert het college van burgemeester en schepenen de gevraagde regularisatievergunning. Deze beslissing wordt gemotiveerd als volgt: “Overwegende dat de bestemming volgens het bijzonder plan van aanleg, gesloten en half-open woningbouw zonder voortuinstroken is; Overwegende dat de aanvraag het plaatsen van een publiciteitsinrichting omvat; Overwegende dat het publiciteitspaneel reeds geplaatst is en de aanvraag aldus een regularisatie uitmaakt; Overwegende dat de Federale Politie GDA-Antwerpen op 24 oktober 2003 een proces-verbaal heeft opgesteld van deze bouwovertreding; X-13.102-2/6 Overwegende dat het Parket van de Procureur des Konings te Brugge op 22 december 2003 gevraagd heeft om een definitief standpunt of een eventuele vordering te willen laten geworden; Gelet op de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van 16 februari 2004 met de vraag tot het indienen van een aanvraag voor een regulariserende vergunning; Overwegende dat deze beslissing enkel gebaseerd is op fotomateriaal zonder over een volledig bouwdossier te beschikken; Overwegende dat deze aanvraag conform artikel 92 van de stedelijke verordening op de bouwwerken is; Overwegende dat het een gesloten woning is die op 3 meter van de zijkavelgrens ingeplant is; Overwegende dat de rechter zijgevel niet als wachtgevel bedoeld is, gezien er naast de woning een toegang tot de verder gelegen garage voorzien is; Overwegende dat het plaatsen van een dergelijke publicitaire constructie op een zijgevel van een woning, die niet als wachtgevel bedoeld is, niet wenselijk is, gelet op het blijvend karakter van de publicitaire inrichting; Overwegende dat een dergelijke constructie zowel de zijgevel van de woning als het algemeen straatbeeld ontsiert; Overwegende dat dit niet opweegt tegen het economisch belang van zowel de aanvrager als van de eigenaar van de betrokken woning; Overwegende dat de industriële omgeving waarbinnen de woningengroep gesitueerd is, geen aanleiding kan zijn naar de visuele vervuiling toe; Overwegende dat gepoogd wordt om de visuele vervuiling zoveel mogelijk te bannen en dit in functie van zowel een aangename leef- als werkomgeving; Het project is NIET in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en niet verenigbaar met de onmiddellijke omgeving. De goede plaatselijke ruimtelijke ordening wordt in het gedrang gebracht”.
  8. Op 27 juni 2006 stelt de rechtsvoorganger van de verzoekende partij administratief beroep in tegen deze weigeringsbeslissing bij de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen. Zij benadrukt in haar beroepschrift dat de gevraagde vergunning bestaanbaar is met de gewestplanbestemming, met de bepalingen van het bijzonder plan van aanleg en met de stedenbouwkundige verordening op de bouwwerken en dat de goede plaatselijke ordening niet in het gedrang wordt gebracht, gelet op de industriële omgeving.
  9. Op 5 oktober 2006 verwerpt de bestendige deputatie het ingestelde administratief beroep en weigert zij de stedenbouwkundige vergunning. Het bestreden besluit is gemotiveerd als volgt: “a. Juridische grondslag en beoordeling De plaats van de aanvraag bevindt zich op een perceel gekadastreerd 12de afdeling sectie A nummer 234/x aan een voldoende uitgeruste weg in een industriële omgeving. Op het perceel bevindt zich een woning van het type gesloten woningbouw welke deel uitmaakt van een gebouwengroep. Links van de woning bevindt zich een braakliggend grond. Rechts van de woning bevindt zich een smalle strook grond dat toegang geeft tot een garage. X-13.102-3/6 Het ontwerp voorziet in de regularisatie van een publiciteitspaneel tegen de rechterzijgevel van de woning. Het paneel heeft een oppervlakte van ca. 15,36 m² (3,2m x 4,8m) en wordt volgens het plan opgehangen op 50 cm van de gevelrand en is volledig omlijst. Op de ingediende foto’s kan men echter opmerken dat de afstand van 50 cm niet is nageleefd. Volgens het BPA De Grintweg deelplan 1 (MB 29 juli 1988) is de bouwplaats gelegen in een zone voor gesloten en halfopen woningbouw zonder voortuinstroken. De aanvraag is principieel in overeenstemming met het BPA. b. Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening Zoals het schepencollege het stelt, heeft het plaatsen van dergelijk reclamepanelen tot gevolg dat het algemeen straatbeeld wordt ontsier(d) wat een visuele vervuiling met zich meebrengt. Om die reden is de aanvraag dan ook ruimtelijk onaanvaardbaar”. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Uiteenzetting van de exceptie
  10. De verwerende partij betwist de geldigheid van de inrechtetreding van de verzoekende partij, omdat geen bewijsstuk wordt voorgelegd waaruit blijkt dat het bevoegde orgaan op geldige wijze heeft beslist tot het instellen van het beroep tot nietigverklaring. Beoordeling
  11. De verzoekende partij heeft aan de Raad van State de stukken bezorgd waaruit blijkt dat haar raad van bestuur als statutair bevoegd orgaan op 23 oktober 2006 heeft beslist tot het instellen van het beroep tot nietigverklaring. De exceptie is niet gegrond. V. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  12. In een enig middel wordt de schending aangevoerd van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna: de motiveringswet), van het zorgvuldigheidsbeginsel en van de motiveringsplicht. De verzoekende partij betoogt dat het bestreden besluit de aanvraag niet toetst aan de stedelijke verordening op de bouwwerken, die werd opgemaakt met het oog op het vrijwaren van de goede ruimtelijke ordening. De aanvraag voldoet aan de artikelen 92 en 93 van deze stedelijke verordening, X-13.102-4/6 aangezien het tegen een zijgevel geplaatst is en geen ramen of andere lichtopeningen bedekt. De verzoekende partij heeft dit in haar beroepschrift ook uiteengezet. De deputatie heeft het standpunt van het college van burgemeester en schepenen echter zonder meer overgenomen, zonder zelf de overeenstemming met de stedelijke verordening te onderzoeken. Beoordeling
  13. Gelet op het suppletoir karakter van de motiveringswet, wordt de schending ervan geacht te zijn afgeleid uit de schending van het toentertijd geldende artikel 53, § 3, eerste lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, dat aan de deputatie, wanneer zij uitspraak doet over een bouwaanvraag, een motiveringsverplichting oplegt die niet minder streng is dan deze die is opgelegd in de motiveringswet.
  14. In tegenstelling tot wat de verzoekende partij voorhoudt, heeft de verwerende partij zich niet beperkt tot het overnemen van het standpunt van het college van burgemeester en schepenen, maar weigert zij de regularisatievergunning op grond van een eigen redengeving. Voorts wordt in die redengeving geen standpunt ingenomen omtrent de verenigbaarheid van de aanvraag met de door de verzoekende partij aangehaalde bouwverordening. De aanvraag wordt immers geweigerd omwille van de onverenigbaarheid van de aanvraag met de goede plaatselijke aanleg. Dit weigeringsmotief wordt door de verzoekende partij als dusdanig niet bekritiseerd en volstaat om de bestreden beslissing te dragen. Het enige middel is niet gegrond. BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt het beroep.
  16. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. X-13.102-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen september 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Roger Stevens X-13.102-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.269 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.