id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.275 Rolnummer: A. 195568/X-14527 Zaak: Arrest 207275 - Onteigeningen - 09/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-09-15 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 05:07 Fiche Arrest nr 207.275 van 9 september 2010 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 207.275 van 9 september 2010 in de zaak A. 195.568/X-14.
- In zake :
- Patrick DE SMET
- Ilse BOSSELOO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Konstantijn Roelandt kantoor houdend te 1040 BRUSSEL Galliërslaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc De Lat kantoor houdend te 9420 ERPE-MERE Gentsesteenweg 157 tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen en Kris Wauters kantoor houdend te 3500 HASSELT Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de stad BERINGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Segers kantoor houdend te 3580 BERINGEN Hasseltsesteenweg 136 bij wie woonplaats wordt gekozen DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Patrick DE SMET en Ilse BOSSELOO op 19 februari 2010 hebben ingediend, en waarin zij de nietigverklaring vorderen van het besluit van 24 december 2009 van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand waarbij aan de stad BERINGEN machtiging tot onteigening wordt verleend met toepassing van de spoedprocedure van onroerende goederen gelegen in Beringen voor de realisatie van de doortocht Paal-N29; X-14.527-1/3 Gelet op het arrest nr. 203.791 van 7 mei 2010 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partijen op 21 mei 2010; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 17, § 4ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter geldt ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest. Op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1 zal de kamer de afstand van geding uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. X-14.527-2/3 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen september 2010, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-14.527-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.275 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.791 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.