id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.280 Rolnummer: A. 197621/XII-6330 Zaak: Arrest 207280 - Examenbetwistingen en weigeringen tot inschrijving - 09/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-09-10 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:07 Fiche Arrest nr 207.280 van 9 september 2010 Onderwijs en cultuur - Examenbetwistingen en weigeringen tot inschrijving Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 207.280 van 9 september 2010 in de zaak A. 197.621/XII-6330 In zake: Ellen TERRYN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koenraad Degroote kantoor houdend te Dentergem Markegemstraat 88 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VZW KATHOLIEK SECUNDAIR ONDERWIJS TIELT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Francis Carron kantoor houdend te Tielt Nieuwstraat 6 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, per fax ontvangen op 7 september 2010, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 30 augustus 2010 van de delibererende klassenraad van het tweede jaar van de eerste graad moderne wetenschappen van het Instituut De Bron om Ellen Terryn een oriënteringsattest B te geven. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 september 2010 om 11.00 uur. Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. XII-6330-1\12 Advocaat Koenraad Degroote, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Francis Carron, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoekster is tijdens het schooljaar 2009-2010 leerling in het tweede jaar van de eerste graad ASO moderne wetenschappen aan het Instituut De Bron te Tielt. Blijkens het jaarrapport van verzoekster behaalt zij een jaargemid- delde van 63,6% en voor geen enkel vak een onvoldoende. Wel is er een tekort voor wiskunde in het derde trimester (73/150, zijnde dagelijks werk 38/75 en proefwerk 35/75). Het jaartotaal voor dit vak bedraagt 301/500 (60%). Op 28 juni 2010 kent de delibererende klassenraad haar een oriënteringsattest B toe met clausulering voor de richtingen klassieke talen en ASO- economie en ASO-wetenschappen, als “gevolg van de verschillende vakken waarvoor zeer zwak gepresteerd werd”. De klassenraad adviseert over te stappen naar een studierichting in het studiegebied TSO. 3.
- Na overleg met de directie laat deze op 5 juli 2010 weten geen reden te zien om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen. De ouders van verzoekster stellen vervolgens op 8 juli 2010 beroep in, waarin zij argumenteren dat een B-attest met een jaargemiddelde van 63,6% en zonder jaartekorten zeer eigenaardig is, de opgegeven motieven niet opgaan voor een overgang naar de richting economie met vier uur wiskunde (ECO4) en er tegenspraak is om wél humane wetenschappen mogelijk te maken waarvan de vakken nagenoeg dezelfde zijn als in ECO
- XII-6330-2\12 De beroepscommissie onderzoekt het beroep op 25 augustus 2010 en adviseert om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen op grond van volgende overwegingen: “Beoordeling De commissie stelt vast dat het beroep bij aangetekend schrijven van de raad van beroepers dd. 8.7.2010, overeenkomstig art. 72 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, tijdig binnen de termijn van drie werkdagen na kennis- geving van het resultaat van het overleg aan de betrokken partij, is ingesteld bij de voorzitter van de commissie. Het beroep is bijgevolg ontvankelijk. De interne beroepscommissie onderzoekt in essentie het deliberatiedossier en kan uitsluitend adviseren of de delibererende klassenraad op basis van dat dossier, geldig tot de bestreden beslissing heeft kunnen besluiten. In geen geval behoort het tot de bevoegdheid van de commissie om een andere deliberatie voor te stellen. De interne beroepscommissie beoordeelt niet de resultaten van de leerling, maar enkel de noodzaak om de delibererende klassenraad opnieuw te doen samenkomen (R.v.St., 17 juni 1998, 74.321). Te dien einde moet de interne beroepscommissie oordelen of de argumenten van de beroepers al dan niet pertinent zijn, al naar gelang waarvan zij kan adviseren de delibererende klassenraad wel of niet, opnieuw te doen samen- komen. Het behoort desgevallend aan de delibererende klassenraad om dan de pertinent bevonden opmerkingen van de ouders inhoudelijk te beoordelen en te beantwoorden. Het komt deze commissie niet toe de argumenten van de beroepers inhoudelijk te beoordelen (R.v.St., 6 oktober 2009, 196.679). De beslissing is blijkens de notulen van de delibererende klassenraad van 28 juni 2010 gemotiveerd als volgt: ‘Het B-attest is een gevolg van de verschillende vakken waarvoor zeer zwak gepresteerd werd (aardrijkskunde, Frans, biologie, Engels, SEI, WEW). We verwijzen hierbij naar de opmerking- en op de tussentijdse rapporten, op de dagwerkkaarten en de aangeboden kansen tot remediëring en/of studiebegeleiding’. Uit de uitleg ter zitting verstrekt door de directie blijkt dat geclausuleerd werd onder meer wegens tekorten voor wiskunde. Leerweg ECO5 legt accenten op wiskunde en wordt wegens die tekorten afgesloten; leerweg ECO4 wordt dan afgesloten voor de tekorten op taalvakken. Alle richtingen ECO worden afgesloten op basis van een combinatie van tekorten in wiskunde en talen. Echter, in de mate WEW niet zou staan voor het vak wiskunde, maar voor het vak wetenschappelijk werk, moet de commissie vaststellen dat de motivering zoals opgenomen in de notulering, desgevallend niet afdoende is. De motive- ring dient zowel vormelijk als inhoudelijk pertinent en volledig te zijn. Mogelijks vertoont de op 28 juni 2010 genotuleerde motivering alsdan een lacune. Het komt passend voor dat alleen reeds om hieromtrent uitsluitsel te bieden aan de beroepers, geadviseerd wordt dat de delibererende klassenraad opnieuw samenkomt. Het komt deze commissie niet toe de examenresultaten en de geschiktheid van de leerling voor het volgend jaar te beoordelen; zulks komt uitsluitend de delibererende klassenraad toe. Huidige commissie kan alleen verifiëren of de beslissing van de delibererende klassenraad gedragen wordt door de ingeroepen motieven, zonder dat een mogelijks als ‘te streng’ gepercipieerde beslissing door deze commissie op zich kan worden gemilderd. In de hierboven vermelde hypothese dat de beslissing mogelijks niet gedragen is door de tekorten voor het vak wiskunde, is de motivering van de genotuleerde beslissing derhalve gebrekkig en zou deze beslissing niet afdoende gemotiveerd zijn. XII-6330-3\12 De commissie kan wel de delibererende klassenraad suggereren bij de uitoefening van haar beoordelingsvrijheid, grotere toegeeflijkheid aan de dag te leggen, zeker in de hypothese dat de notulering correct was, waarbij het wel te verstaan is dat uiteindelijk de klassenraad als enig autonoom oordelend orgaan bevoegd is om de eindbeslissing te nemen. Bovendien roept de motivering dat ook het vak SEI (socio-economische initiatie) aanleiding zou hebben gegeven tot de clausulering voor ECO, nu dit precies de instap is naar de richtingen ECO, vragen op terwijl de evolutie in de punten voor dit vak blijkbaar fors stijgend was, van 50 % bij het kerstrapport tot 67 % bij het rapport over het derde trimester. Wél pertinent naar oordeel van deze commissie is de vaststelling dat de clausulering van de richting ECO gemotiveerd wordt aan de hand van zwakke resultaten voor een aantal vakken die evenwel net zo goed voorkomen in de richting HWE, welke richting voor die vakken identieke eindtermen kent, doch waarvoor dan weer niet is geclausuleerd. De motivering van de delibererende klassenraad kan op dit vlak mogelijks contradictorisch overkomen bij de leerling. Anders verwoord : indien de zwakke resultaten onvoldoende garanties bieden voor de richting ECO, waarom dan wel voldoende garanties voor de richting HWE; of omgekeerd indien de resultaten voor deze vakken voldoende garanties bieden voor de richting HWE, waarom dan niet voor de richting ECO? De vraag stelt zich of de eigen accenten die de school legt bij de diversifiëring tussen de richtingen ECO en HWE, aanleiding mag zijn tot clausuleren voor de ene richting en niet voor de andere, daar waar de overheid de eisen voor de leerlingen van beide richtingen gelijk stelt. Om deze redenen Geeft de interne beroepscommissie aan de inrichtende macht het advies om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen om de bestreden beslissing opnieuw te overwegen en de hierboven weerhouden argumentering van de beroepers te beantwoorden”. Dezelfde dag nog handelt het schoolbestuur overeenkomstig dit advies en wordt de delibererende klassenraad opnieuw samengeroepen. 3.
- Op 30 augustus 2010 beslist de delibererende klassenraad om het aan verzoekster gegeven B-attest te handhaven. Hij motiveert zijn beslissing aldus: “Conclusie van de delibererende klassenraad: Oriënteringsattest B Clausulering: economie ASO, Grieks ASO, Grieks-Latijn ASO, Latijn ASO, wetenschappen ASO Getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs Advies: Op basis van de zwakke resultaten adviseert de klassenraad om nu over te stappen naar een technische studierichting. Raadpleeg het VCLB voor heroriëntering. Als de leerling en haar ouders toch zouden beslissen om in een eerste leerjaar van de tweede graad de ASO-studierichting humane wetenschappen te volgen, wordt de volgende waarschuwing gegeven. Waarschuwing: je krijgt een jaar de tijd om betere resultaten te halen, in het bijzonder voor wiskunde, Frans, Engels, aardrijkskunde en biologie. Komt er echter geen merkbare positieve evolutie, dan kan men het volgende schooljaar onmogelijk even soepel zijn. XII-6330-4\12 Motivering: Het B-attest is een gevolg van de zwakke resultaten voor wiskunde, Frans, Engels, socio- economische initiatie, wetenschappelijk werk, aardrijkskunde en biologie. De delibererende klassenraad stelt vast dat de cijfers voor wiskunde te zwak zijn, met name op jaarbasis 60,2 %, en dat de cijfers voor wiskunde in het derde trimester zelfs een tekort laten zien (48,7 %). Dat houdt op zich reeds voldoende bezwaar in om een studierichting met de leerweg 5 uur wiskunde aan te vatten. Het jaartotaal voor SEI (socio-economische initiatie), 58,5 %, biedt onvoldoen- de zekerheid voor het vak economie. In het vak SEI (socio-economische initiatie) komen drie thema's aan bod. Het eerste thema, getiteld ‘ik als consument’ leunt omwille van de inzichtelijke invalshoek het nauwst aan bij het vak economie in het derde jaar. Voor dit thema behaalde de leerlinge in het eerste trimester een onvoldoende voor het proefwerk. Het vak economie vertoont bovendien veel raakvlakken met het vak wiskunde, waarin zij zwak presteert. De leerling vertoonde het voorbije schooljaar geen interesse voor het vak socio-economische initiatie. De resultaten voor het vak Frans gingen in de loop van het schooljaar in dalende lijn. Ellen behaalde 61 % in het eerste trimester, 58 % in het tweede en 51 % in het derde trimester. In dat derde trimester had zij bovendien een tekort voor haar dagelijks werk. Die resultaten bieden zeker weinig perspectief om in de derde graad een studierichting met moderne talen te volgen. De resultaten van Ellen liggen systematisch een stuk lager dan het klasgemid- delde van Ellens klas en van alle overige tweedejaars. Het advies om te kiezen voor TSO is gegrond op de vaststelling dat voor heel wat algemene vakken Ellen te laag scoort om een tweede graad ASO met een veilige marge te kunnen starten. De heroriëntering naar een studierichting in het TSO wordt ook best zo vroeg mogelijk gemaakt om achterstand in technische vakken te vermijden. Het niet clausuleren van de studierichting humane wetenschappen moet aanzien worden als een extra kans, boven de vele kansen die haar in de loop van het schooljaar werden gegeven. De samenstelling van de vakken in de studierichting humane wetenschappen is ook verschillend van de studierichting economie (optie talen). Zij werd meerdere malen gewezen op de noodzaak om meer te studeren, onder meer na het rapport van het eerste trimester en het paasrapport. De individuele begeleiding leren leren werd pertinent geweigerd door Ellen zelf. Het toegekende B-attest heeft tot doel constructief bij te dragen aan een juiste en tijdige heroriëntering”. IV. De schorsingsvoorwaarden
- Luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoor- den en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. XII-6330-5\12 XII-6330-6\12 A. Uiterst dringende noodzakelijkheid en moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de partijen
- Verzoekster wijst erop, eensdeels, dat zij diligent is opgetreden, dat zij momenteel als vrije leerling is ingeschreven in een andere onderwijsinstel- ling, dat die instelling haar inschrijving slechts als een tijdelijke korte-termijnoplos- sing beschouwt in afwachting van een uitspraak van de Raad van State en, anderdeels, dat zij in de onderwijsvormen ECO4 en ECO5 een schooljaar dreigt te verliezen.
- In de nota met opmerkingen argumenteert verwerende partij dat de besproken schorsingsvoorwaarden niet zijn vervuld. Dat verzoekster met passende spoed is opgetreden wordt niet betwist, maar wel kan volgens verwerende partij gerust de gewone schorsingsprocedure worden afgewacht en staan er daarenboven nog voldoende studierichtingen voor verzoekster open zodat er zelfs van geen nadeel in de zin van een verloren schooljaar sprake is. Beoordeling
- Verzoekster heeft tijdens het georganiseerd beroep -zowel in een brief aan de directie, tijdens het overleg met die directie en voor de beroepscommissie- erop gehamerd dat en waarom zij een kans vraagt haar studies voort te zetten in de richting economie. Deze richting, waarvan zij geloofwaardig betoogt dat ze haar voorkeur wegdraagt, kan zij op grond van het afgeleverde B-attest slechts volgen door het jaar over te zitten. Haar inschrijving in een andere school is als “vrije leerling” en dus precair. Verzoekster brengt dan ook met reden het dreigend verlies van een schooljaar als moeilijk te herstellen ernstig nadeel naar voor. Om een dergelijk nadeel af te wenden middels een procedure voor de Raad van State wordt aangenomen dat de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid de meest geëigende weg is. Voor een leerling die overgaat van de eerste naar de tweede graad valt aan te nemen dat wachten op een uitspraak volgens de gewone schorsingsprocedure haar slaagkansen onherroepelijk bezwaart. Haar inschrijving als vrije leerling is haar overigens slechts tijdelijk toegestaan. Aan de eerste en de derde schorsingsvoorwaarde is dan ook voldaan. XII-6330-7\12 B. Ernst van de middelen Standpunt van de partijen
- Verzoekster put een eerste middel uit de schending van artikel 5, §§ 5 en 8, artikel 37, artikel 38, 1/, en artikel 39 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs (hierna: organisatiebesluit), en van de motiveringsplicht en het zorg- vuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur, eensdeels, omdat de beslissing van de delibererende klassenraad niet de rechtens vereiste motieven bevat voor de toekenning van een B-attest met uitsluiting van diverse richtingen ASO en, anderdeels, doordat de bestreden beslissing de door haar aangebrachte bezwaren geheel niet beantwoordt. Met betrekking tot het eerste middelonderdeel wijst verzoekster erop dat een B-attest inhoudt dat zij het jaar met vrucht heeft beëindigd, dat zij voor geen enkel vak minder dan de helft van de punten heeft behaald en een jaargemid- delde van 63,6%. Dan moet zij geacht worden haar studie te kunnen voortzetten. Om de toegang tot bepaalde richtingen te ontzeggen moet er aangetoond zijn dat de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen niet zijn bereikt. Een soort vage en algemene bezorgdheid dat het in de toekomst waarschijnlijk niet zal lukken, gebaseerd op resultaten voor bepaalde vakken tussen 50% en 60% volstaat niet. Verzoekster merkt nog op dat op dit bezwaar in de bestreden beslissing zelfs geen antwoord komt. Met betrekking tot het tweede middelonderdeel betoogt verzoekster dat er nog steeds contradicties zijn in de beslissing, omdat voor de niet geclausuleerde richting humane wetenschappen dezelfde eindtermen gelden als voor economie, met ongeveer een zelfde leerplan en identieke boekenlijsten. Het gaat volgens haar om twee gelijkwaardige richtingen. Voor het vak sociaal-economische initiatie (SEI) stelt de klassenraad enkel dat 58% geen goed jaargemiddelde vormt en gaat hij niet in op verzoeksters argument dat haar cijfers in stijgende lijn gaan van 50% in het eerste trimester naar 67% in het derde trimester en dat haar score steeg naarmate bredere thema’s aan bod kwamen. XII-6330-8\12
- In de nota met opmerkingen antwoordt verwerende partij, na de bestreden beslissing te hebben geciteerd, dat er overduidelijk uit blijkt dat aan zowel de formele- als aan de materiële-motiveringsplicht is voldaan. De klassenraad mag prospectief delibereren met het oog op latere studierichtingen. Met de thans behaalde resultaten worden noch de richting economie wiskunde noch de richting economie moderne talen voor verzoekster als mogelijk geacht. Dat er zo vroeg mogelijk wordt georiënteerd om latere C-attesten te voorkomen kan enkel maar worden toegejuicht. Verwerende partij verwijst als draagkrachtige motieven voor de clausulering van economie naar de passus in de beslissing over het vak SEI en over de lage score voor de algemene vakken. De klassenraad heeft uitdrukkelijk rekening gehouden met de zwakke resultaten voor de vakken wiskunde, Frans, Engels, SEI, wetenschappelijk werk, aardrijkskunde en biologie en met de plaats van verzoek- sters uitslag tegenover de resultaten van de rest van de klas. Dat een B-attest niet zou stroken met een globaal percentage van 63,6% is geen vaststaand feit en verzoekster toont niet aan waarom dit ermee niet strookt. De motieven van de klassenraad worden door verzoekster niet weerlegd. Beoordeling
- Verzoekster heeft een oriënteringsattest B gekregen. Een dergelijk B-attest betekent luidens artikel 39 van het organisatiebesluit “dat de leerling het leerjaar met vrucht beëindigd heeft in de betrokken onderwijsinstelling en derhalve tot het volgend leerjaar mag worden toegelaten, behalve in bepaalde onderwijsvor- men en/of onderverdelingen”, waarbij artikel 38, 1/, van hetzelfde besluit preciseert dat een leerling met vrucht het tweede leerjaar van de eerste graad beëindigt “indien hij in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt en aldus bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in het volgend leerjaar”. Die definitie van een B-attest doet de Raad van State vooralsnog aannemen dat de motivering van een dergelijk attest de redenen moet kenbaar maken waarom de leerling die het leerjaar met vrucht heeft beëindigd en die bekwaam wordt geacht zijn studies verder te zetten in een volgend leerjaar, in de ogen van de delibererende klassenraad toch de toegang tot welbepaalde richtingen moet worden ontzegd. XII-6330-9\12
- Verzoekster behaalt voor élk onderscheiden vak van het afgelopen schooljaar een resultaat boven 50% (en overigens ook een jaargemiddelde van 63,6%), dus een slaagcijfer. Van een leerling die volgens de beoordelingsmaatstaven van de individuele leden van de klassenraad voor geen enkel vak op jaarbasis tekortschiet, lijkt terecht geoordeeld te moeten worden dat zij het schooljaar met vrucht beëindigd heeft. De vraag rijst dan of er überhaupt rechtsgrond is te vinden in de toepasselijke regelgeving -en of het strookt met het zorgvuldigheidsbeginsel- om een B-attest af te leveren aan een leerling die voor elk vak slaagcijfers kan voorleggen, het jaar op die wijze met vrucht beëindigt en tot het volgende jaar mag worden toegelaten, die bijgevolg de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen voor élk vak cijfermatig heeft bereikt en “aldus” bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in het volgend leerjaar. Deze principiële vraag, reeds eerder aan bod gekomen in het arrest nr. 186.081 van 5 september 2008 inzake Walscharts, behoeft in deze zaak echter geen -zelfs maar voorlopig- antwoord.
- Zelfs indien voor het debat wordt aangenomen dat ook met het voorliggende jaarrapport een B-attest niet ipso facto uitgesloten mag worden, moet immers het volgende worden overwogen. Ten einde te dezen aan verzoekster een B-attest te geven, heeft de klassenraad geoordeeld dat voor die leerling niet het vereiste perspectief voorhanden is om het volgend jaar welbepaalde richtingen aan te kunnen. Om een klassenraad, die over geen onfeilbare voorspellende gaven beschikt, toe te staan toch zo in de toekomst te kijken, moeten er concrete en overtuigende gegevens voorhanden zijn in het dossier van de leerling. Een delibererende klassenraad die zijn noodzakelijk ook deels subjectieve oordeel over een gebrek aan redelijke slaagkansen van een leerling in een volgend jaar immers niet kan relateren aan de objectieve gegevens van het dossier overschrijdt de grenzen van zijn beoordelingsvrijheid. Een slaagcijfer is echter een slaagcijfer, zodat het enige concrete gegeven hier voorhanden het tekort lijkt te zijn voor het vak wiskunde in het derde XII-6330-10\12 trimester. Dit tekort is evenwel op jaarbasis ruim gecompenseerd: verzoekster behaalt immers 60% als jaartotaal voor wiskunde. Om dan toch te argumenteren dat zij voor wiskunde over onvoldoende bagage beschikt voor een welbepaalde richting, zal de klassenraad met grote omzichtigheid, omstandig en precies, aan de hand van eindtermen en leerplannen, moeten argumenteren waarom het in het derde trimester van dit jaar opgelopen tekort de kansen van verzoekster determineert voor de volgend jaar in een te clausuleren richting vereiste kennis en kunde op het vlak van wiskunde. Overigens lijkt zulke motivering te dezen hoe dan ook niet voor de hand te liggen, nu het tekort geenszins dramatisch is. Bijgevolg rijst ook de vraag of een tekort van amper twee punten op 150 doorslaggevend kan zijn. In de huidige stand van de procedure stelt de Raad van State vast, onverminderd de vraag gesteld sub 11, dat die noodzakelijke onderbouw van het B-attest, zo ze al mogelijk is, in de bestreden beslissing niet tot uitdrukking is gebracht zodat het eerste middelonderdeel alleen reeds om die reden ernstig is.
- Ten overvloede -want gezien wat hiervoor is overwogen zeer ondergeschikt- merkt de Raad nog op dat de klassenraad voorts inderdaad niet lijkt te zijn ingegaan op de door de beroepscommissie ondersteunde vraag van verzoekster om concreet uit te leggen waarin het onderscheid precies gelegen is om met de door haar behaalde resultaten humane wetenschappen niet en economie wel te clausuleren. De stelling dat dit “een extra kans” is kan op het eerste gezicht bezwaarlijk gezien worden als een zodanige verduidelijking. Evenmin ziet de Raad waaruit mag blijken dat de vooruitgang doorheen het jaar voor SEI in de beoorde- ling is betrokken. Enkel wordt vastgesteld dat het resultaat van het eerste trimester nu eenmaal zwak was. Daarenboven rijst de vraag, nu de klassenraad opmerkt dat het vak SEI veel raakvlakken vertoont met wiskunde, waarom dan de opmerkelijke vooruitgang voor dit vak dan niet óók iets leert over de mogelijkheden van verzoekster, met name voor het vak wiskunde. Terecht, zo lijkt, wijst verzoekster op contradicties en lacunes in de motivering. Ook het tweede middelonderdeel is bijgevolg ernstig. XII-6330-11\12
- Er is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 30 augustus 2010 van de delibererende klassenraad van het tweede jaar van de eerste graad moderne wetenschappen van het Instituut De Bron te Tielt om Ellen Terryn een oriënteringsattest B te geven. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 9 september 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier, De voorzitter, Frank Bontinck Geert Van Haegendoren XII-6330-12\12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.280 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.576 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.