id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.286 Rolnummer: A. 187780/X-13726 Zaak: Arrest 207286 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 10/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-09-20 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 05:07 Fiche Arrest nr 207.286 van 10 september 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 207.286 van 10 september 2010 in de zaak A. 187.780/X-13.726. In zake: Marc LOOTENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christian Decoster kantoor houdend te 8300 KNOKKE-HEIST Piers de Raveschootlaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: 1. de stad BLANKENBERGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Arnou kantoor houdend te 8210 ZEDELGEM Burgemeester Jozef Lievensstraat 12 bij wie woonplaats wordt gekozen 2. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Yves François kantoor houdend te 8790 WAREGEM Eertbruggestraat 10 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de b.v.b.a. VANCOUILLIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Lindemans kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel Moreau kantoor houdend te 8370 BLANKENBERGE Mgr. Waffelaertlaan 9 --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 7 april 2008, strekt tot de nietigverklaring van: X-13.726-1/7
- a)het besluit van 4 februari 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Blankenberge waarbij aan de b.v.b.a. VANCOUILLIE de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend tot wijziging van de verkavelingsvergunning voor een terrein gelegen aan de Polderlaan 32-42 te Blankenberge, kadastraal bekend, afdeling 3, sectie A, nr. 261/g en afdeling 2, sectie B, nrs. 260/f en 260/g,
- b)het voorstel van 2 augustus 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Blankenberge met het oog op een afwijking van de voorschriften van het bpa “Polderlaan”, en
- c)het besluit van 24 januari 2008 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar waarbij de voorgestelde afwijking gedeeltelijk wordt toegestaan. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 8 augustus 2008. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 juni 2010. Staatsraad Jeroen Van Nieuwenhove heeft verslag uitgebracht. Advocaat Brecht De Schutter, die loco advocaat Christiane Decoster verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Patrick Arnou, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, advocaat Yves François, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en advocaat Filip De Preter, die loco advocaten Dirk Lindemans en Michel Moreau verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. X-13.726-2/7 Auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Op 24 februari 2006 (datum van het ontvangstbewijs) dient de tussenkomende partij, daartoe gemachtigd door de eigenaar van de gronden, bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Blankenberge een aanvraag in tot wijziging en uitbreiding van de verkaveling VB 079 van 22 mei 1979. De aanvraag betreft de herbestemming van lot 3 tot een afzonderlijk bebouwbaar lot, een wijziging van de stedenbouwkundige voorschriften (onder meer de dakvoorschriften en kroonlijsthoogte en plaatselijk de bezettingspercentages en afstand tot de perceelgrenzen), en anderzijds een uitbreiding met een achtergelegen perceel, dat wordt ingedeeld in verscheidene kavels. Het terrein is overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 7 april 1977 vastgestelde gewestplan Brugge-Oostkust gelegen in woongebied, woonuitbreidingsgebied en gebied voor verblijfsrecreatie. Het is tevens gelegen binnen het gebied van het bij ministerieel besluit van 17 oktober 1986 goedgekeurd bijzonder plan van aanleg nr. 14 “Polderlaan”. Een gedeelte van het terrein is gelegen in de voormelde verkaveling. De verzoeker is eigenaar en bewoner van een woning aan de Polderlaan nr. 44, dat gelegen is langs de private weg die de verkaveling ontsluit. 4. Van 8 maart 2007 tot 6 april 2007 wordt een openbaar onderzoek georganiseerd. De verzoekende partij dient als enige een bezwaarschrift in. 5. Op 2 augustus 2007 geeft het college van burgemeester en schepenen van de stad Blankenberge een gunstig advies over de aanvraag en stelt het voor een aantal afwijkingen toe te staan van de voorschriften van het bijzonder plan van aanleg. Dit is de tweede bestreden beslissing. X-13.726-3/7 6. Op 24 januari 2008 beslist de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar de voorgestelde afwijking toe te staan, onder volgende voorwaarden: “- het deel ‘uitbreiding’ van de verkaveling wordt hier buiten beschouwing gelaten qua beoordeling van de afwijkingen. Dit deel dient uitgesloten te worden uit de verkavelingsvergunning. - de afwijking op de dakvorm in zone 4 wordt niet toegestaan. - de afwijking op de bestemming door het inbrengen van een zone 7 voor brievenbussen en vuilniscontainers binnen een zone voor private verharding waarbinnen bouwvolumes uitgesloten zijn, wordt niet toegestaan”. Dit is de derde bestreden beslissing. 7. Op 4 februari 2008 verleent het college van burgemeester en schepenen de gevraagde vergunning, waarbij de volgende bijzondere voorwaarden worden opgelegd: “- Volgens rode aanduidingen op het plan: * De vergunning wordt enkel verleend voor het wijzigen van de oorspronkelijke verkaveling. De uitbreiding wordt uit de vergunning gesloten en moet het voorwerp uitmaken van een afzonderlijke vergunning. * De oppervlakte van lot 3 en lot 9 wijzigen bijgevolg. * De zone voor brievenbussen en vuilniscontainers wordt geschrapt uit het plan. De bestemming voor private wegenis blijft op deze plaats gelden. * Binnen zone 4 zijn hellende daken (35° - 55°) verplicht. (...) - De bepalingen van het BPA inzake bezetting (max. 60%) en V/T (max. 0,6) blijven van toepassing voor dit gedeelte van de verkaveling dat gelegen is binnen zone 1C van het BPA. Deze maxima gelden voor de 3 bouwloten afzonderlijk”. Dit is de eerste bestreden beslissing. 8. Op 29 februari 2008 stelt de tussenkomende partij administratief beroep in tegen “de goedkeuring door de stad Blankenberge op 04.02.2008 van een aanvraag tot wijziging van de verkaveling VB 079 dd. 22.02.1979 namelijk in de mate dat de uitbreiding ervan is geweigerd”. In haar beroepschrift voert zij met name aan dat er geen reden is om de uitbreiding van de verkaveling uit te sluiten van de vergunningsbeslissing. 9. Op 5 februari 2009 verklaart de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen het door de tussenkomende partij ingestelde administratief beroep ontvankelijk en ongegrond. X-13.726-4/7 IV. Ontvankelijkheid Standpunt van de partijen 10. De tussenkomende partij en de verwerende partijen betwisten de ontvankelijkheid van het ingestelde beroep. Zij stellen dat de tussenkomende partij op 29 februari 2008 administratief beroep heeft ingesteld tegen de eerste bestreden beslissing, waardoor het beroep tot nietigverklaring tegen deze beslissing onontvankelijk wordt, gelet op de devolutieve werking van het administratief beroep. De tweede bestreden beslissing is een niet-uitvoerbare beslissing, waartegen geen beroep tot nietigverklaring open staat. De derde bestreden beslissing is volgens de tweede verwerende partij en de tussenkomende partij evenmin een uitvoerbare beslissing. De eerste verwerende partij betoogt dat het beroep tot nietigverklaring tegen de derde bestreden beslissing onontvankelijk is om dezelfde reden als voor de eerste bestreden beslissing. 11. De verzoeker repliceert dat hij de nietigverklaring van de tweede en de derde bestreden beslissing heeft gevraagd omdat ze intrinsiek verbonden zijn met de eerste bestreden beslissing en dat hij zich op dit punt gedraagt naar de wijsheid van de Raad. Hij merkt evenwel op dat het zeker om voorbeslissingen gaat en dat de onwettigheid van dergelijke beslissingen tot de onwettigheid van de eindbeslissing kan leiden. Voor wat betreft de eerste bestreden beslissing was de verzoeker bij het instellen van het beroep tot nietigverklaring niet op de hoogte van het bestaan van het door de tussenkomende partij ingestelde administratief beroep. Hoe dan ook heeft de tussenkomende partij geen administratief beroep ingesteld tegen de verleende wijziging van de verkavelingsvergunning die binnen de grenzen van de oorspronkelijke verkaveling valt. Beoordeling 12. Het op 29 februari 2008 door de tussenkomende partij ingestelde administratief beroep is devolutief, hetgeen inhoudt dat de aan het college van burgemeester en schepenen voorgelegde aanvraag opnieuw wordt beoordeeld door de deputatie en dat de beslissing van de deputatie in de plaats komt van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen. Het feit dat het ingestelde administratief beroep niet gegrond wordt bevonden, doet hieraan geen afbreuk. X-13.726-5/7 In tegenstelling tot wat de verzoeker voorhoudt, is het door de tussenkomende partij ingestelde administratief beroep gericht tegen de bestreden beslissing in haar geheel, ook al bekritiseert de tussenkomende partij in haar beroepsschrift de uitsluiting door het college van burgemeester en schepenen van de uitbreiding van de verkaveling. Het is bijgevolg wel degelijk de bestreden beslissing in haar geheel die getroffen is door de devolutieve werking van het administratief beroep en die geacht moet worden niet meer te bestaan. Dit blijkt ten overvloede uit de beslissing van de deputatie van 5 februari 2009, waarin de oorspronkelijke aanvraag in haar geheel wordt beoordeeld en niet enkel het uitgesloten gedeelte. Het beroep is bijgevolg onontvankelijk in de mate dat het gericht is tegen de eerste bestreden beslissing. 13. Het met redenen omkleed voorstel van het college van burgemeester en schepenen om een afwijking toe te staan van een bijzonder plan van aanleg, bedoeld in artikel 49 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, is geen uitvoerbare beslissing die op grond van artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, met een beroep tot nietigverklaring bestreden kan worden. Het beroep is eveneens onontvankelijk in de mate dat het gericht is tegen de tweede bestreden beslissing. 14. De door de gemachtigde ambtenaar gegeven toelating om van een bijzonder plan van aanleg af te wijken heeft een beslissend karakter in die zin dat zonder die toelating de vergunningverlenende overheid niet van een bijzonder plan van aanleg vermag af te wijken. Een dergelijke toelating kan, wanneer blijkt dat zij onwettig is, samen met de op grond ervan afgegeven en aangevochten stedenbouwkundige vergunning worden vernietigd. De verzoeker heeft evenwel geen beroep tot nietigverklaring ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van 5 februari 2009, die in de plaats is gekomen van de eerste bestreden beslissing en die thans definitief is geworden. Aangezien de derde bestreden beslissing weliswaar de grondslag vormt voor die vergunningsbeslissing, maar afzonderlijk beschouwd geen rechtsgevolgen heeft buiten het bestek van de definitief geworden vergunningsbeslissing, heeft de verzoeker geen belang bij de vernietiging van de derde bestreden beslissing. X-13.726-6/7 BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien september 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jeroen Van Nieuwenhove, wnd kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Jeroen Van Nieuwenhove X-13.726-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.286 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div