id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.292 Rolnummer: A. 187080/X-13668 Zaak: Arrest 207292 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 10/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-09-20 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 05:07 Fiche Arrest nr 207.292 van 10 september 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 207.292 van 10 september 2010 in de zaak A. 187.080/X-13.668. In zake: Aydin AKTAS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gerald Kindermans kantoor houdend te 3870 HEERS Steenweg 161 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van LIMBURG --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 15 februari 2008, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 19 december 2007 van de deputatie van de provincieraad van Limburg waarbij aan de verzoeker de vergunning geweigerd wordt voor het wijzigen van een verkaveling op een terrein te Houthalen-Helchteren (Houthalen), Sint-Jozefstraat, kadastraal bekend sectie A, nrs. 318/d-e. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Barbara Speybrouck heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 mei 2010. X-13.668-1/10 Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Stephanie Vanthienen, die loco advocaat Gerald Kindermans verschijnt voor de verzoekende partij, en bestuurssecretaris Tom Roosen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Barbara Speybrouck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Op 11 juni 2007 (datum van het ontvangstbewijs) vraagt de verzoeker samen met Deniz Aktas aan het gemeentebestuur van Houthalen- Helchteren een vergunning om op de loten 13 en 14 van een op 17 oktober 1969 vergunde verkaveling twee woongelegenheden toe te laten in plaats van één. Overeenkomstig artikel 7 van de stedenbouwkundige voorschriften van de verkavelingsvergunning is de verkaveling bestemd voor “residentieel gebruik en/of handelshuizen”. De loten bevinden zich op een terrein te Houthalen-Helchteren (Houthalen), Sint-Jozefstraat, kadastraal bekend sectie A, nrs. 318/d-e. Het terrein is overeenkomstig het op 3 april 1979 vastgestelde gewestplan Hasselt-Genk gelegen in woongebied. Het is niet gelegen binnen het gebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. 4. Tijdens het openbaar onderzoek omtrent de aanvraag, dat loopt van 21 juni 2007 tot 23 juli 2007, wordt één bezwaarschrift ingediend. 5. Op 30 juli 2007 verklaart het college van burgemeester en schepenen van Houthalen-Helchteren het bezwaar ongegrond en verleent het een voorwaardelijk gunstig vooradvies, aangezien “een woning met twee woongelegenheden per lot aanvaardbaar is in het straatbeeld en t.o.v. de aangrenzende woningen” en “de percelen voldoende groot zijn om per lot 2 woongelegenheden toe te laten”. X-13.668-2/10 6. Op 18 september 2007 geeft de gemachtigde ambtenaar een ongunstig advies, waarin onder meer het volgende gesteld wordt: “Het college van burgemeester en schepenen verleende op 30 juli 2007 een uitgebreid gemotiveerd gunstig advies. Ik kan niet instemmen met de overwegingen die geleid hebben tot dit advies. De aanvraag is niet verenigbaar met het geschetste wettelijk kader en is niet bestaanbaar met de goede ruimtelijke aanleg. De bestemming is niet in overeenstemming met de vereisten van een goede ordening van het terrein en met de stedenbouwkundige kenmerken van de omgeving. Tijdens het openbaar onderzoek werd er 1 bezwaarschrift ingediend, dit bezwaar werd als onvoldoende gegrond beoordeeld. De desbetreffende percelen zijn gelegen in het woongebied, doch in de nabijheid van een bosgebied. De omgeving bestaat overwegend uit ééngezinswoningen, er is een lage bouwdensiteit vast te stellen in de omgeving. Het voorstel voor 2 woongelegenheden op dergelijke oppervlakte wordt aldus als overdreven beschouwd. Verdichting in deze omgeving is dus niet wenselijk, daar hier als principe geldt dat wonen op de verdieping niet verenigbaar is met de omgeving. Bovendien wordt er door het college in haar advies een voorwaarde opgelegd aangaande de bouwdiepte op de verdieping, deze moet worden beperkt tot maximum 10,00m. Dergelijke beperkingen verklein(
- en)dermate de oppervlakte van de leefruimten, dat een ondermaatse woonkwaliteit ontstaat voor eventuele woongelegenheden op de verdieping. Er wordt bovendien ook een voorwaarde opgelegd voor een kroonlijsthoogte van maximum 11,00m en de nokhoogte zou eveneens maximum 11,00m mogen bedragen. We kunnen hieruit besluiten dat het de nokhoogte betreft en niet de kroonlijsthoogte”. 7. Op 24 september 2007 weigert het college de gevraagde vergunning te verlenen, met verwijzing naar het ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar. 8. Op 23 september 2007 (lees: 23 oktober 2007) tekent de verzoeker om de volgende redenen administratief beroep aan tegen de weigeringsbeslissing van het college: “1. ‘...percelen zijn gelegen in het woongebied, doch in de nabijheid van een bosgebied’. • De percelen zijn gelegen in een gebied omsloten met de gemeentewegen: St-Jozefstraat, Meester Surinxstraat en Neerveldstraat. In de buurt zijn er vier dergelijke omsloten gebieden, die voor uitbreiding van bewoning in aanmerking komen (Schansstr- Het Steegje - Vijfeindestr, Weygaardstr - Lilo Stwg - Neerveldstraat, St-Jozefstr-Weygaardstraat-Hoekstraat (reeds aangesneden voor sociale bebouwing)). • Heel het gehucht Lillo, het kleinste kerkdorp van Houthalen- Helchteren is omgeven door bos, in de éne windrichting al uitgebreider dan in de andere. X-13.668-3/10 Naburige kerkdorpjes duiken al snel op. • Lillo is ook begrensd door de oude mijnsite Zolder, nu een industriepark, het Remo-afvalstort en de vallei van de Mangelbeek. 2. ‘...overwegend uit ééngezinswoningen...lage bouwdensiteit in de omgeving...verdichting is dus niet wenselijk...wonen op de verdieping niet verenigbaar...’ • In de onmiddellijke omgeving komt er wel hogere bouwdichtheid voor. Nl. op slechts 70m is recent een sociaal woonproject gerealiseerd met nieuwe woontypologische ideeën. Hoge bouwdichtheden, wonen op de verdieping en hoge kroonlijsthoogten zijn hier troef (...). • De percelen bevinden zich ook dichtbij een lagere school, die rekruteert uit Lillo en de naburige kerkdorpen en plant daarom wegens plaatsgebrek een nieuwbouw met polyvalente zaal (...). • Naast het woonproject bevindt zich nog een meergezinswoning (3st) (...). 3. ‘...2 woongelegenheden op dergelijke oppervlakte...ondermaatse woonkwaliteit...’ • In het ontwerp zal gelet worden dat er voldoende woonkwaliteit aanwezig is en dat er voor het wonen op de verdieping voldoende privacy (ge)garandeer(
- d)blijft voor de omgeving. • Het perceel is voldoende breed om voldoende grote ruimten te realiseren. Op bouwbreedtes van 19m (13 + 2x3m) worden in centra zelfs twee naastliggende appartementen gerealiseerd. Ook de bouwdiepte van 10m op de verdieping is voldoende, wat reeds meermaals bewezen werd in projecten. Deze bouwdiepte is reeds enige tijd de regel in vele gemeenten. 4. ‘...zal geluidshinder ontstaan...’ (bezwaar) • De percelen zijn gelegen in de nabijheid van een school en een erg verdicht sociaal woningbouwproject. De schoolparking werd recent gerealiseerd op de percelen 321A en 321B. Deze parking, aan drie zijden omgeven door bewoning, geeft meer hinder dan een 2-gezinswoning. Hier rijden meermaals per dag tientallen auto’s af en aan om kinderen te brengen en te halen. Na de realisatie van de nieuwe school met polyvalente zaal zal deze parking soms zelfs in de avonduren gebruikt worden”. 9. Op 19 december 2007 verwerpt de deputatie van de provincieraad van Limburg het beroep van de verzoeker. Dit is het bestreden besluit, waarin onder meer het volgende gesteld wordt: “Overwegende dat de voorliggende verkaveling uitermate excentrisch gesitueerd is ten overstaan van de omliggende centra; dat de voorgestelde loten op meer dan 3 km afstand van het centrump van Helchteren gelegen zijn en op meer dan 4 km van het centrum van het Houthalen; dat woonverdichting een belangrijk gegeven is in de hedendaagse visie inzake ruimtelijke ordening; dat woonverdichting evenwel in de centra moet plaatsgrijpen en dat de nodige zorg moet worden besteed aan de woonkwaliteit; dat een woonverdichting op deze locatie niet is aangewezen; Overwegende dat bij gelegenheid van het onderzoek dat ter plaatse gevoerd werd kon worden vastgesteld dat het straatbeeld uitsluitend bestaat uit eengezinswoningen; dat beroeper tijdens de hoorzitting wees op een belangrijk inbreidingsproject op zeer korte afstand van de verkaveling in kwestie; dat deze evenwel niet als precedent kan worden aangegrepen omdat ze enigzins X-13.668-4/10 geïsoleerd is van de Sint-Jozefstraat; dat het voorgestelde, om op twee kleine loten een quasi gezamenlijk project met in totaal vier woongelegenheden te realiseren alleszins niet zal harmoniëren met het straatbeeld; Overwegende dat de dichtheid die op deze loten gerealiseerd zal worden ongeveer 44,1 woningen/ha bedraagt, terwijl de gemiddelde dichtheid in de omgeving 17,2 woningen bedraagt; dat deze dichtheid bijna verdrievoudigd wordt; Overwegende dat het openbaar onderzoek één bezwaarschrift opleverde; dat dit bezwaarschrift handelde over de volgende aspecten: - er zal privacyhinder ontstaan ten overstaan van de aanpalende percelen door op de verdieping woonruimten te voorzien - het perceel is te klein in oppervlakte om op dit perceel voldoende, bijhorende parkeergelegenheid te voorzien - de kwestieuze loten 13 en 14 hebben slechts een respectievelijke oppervlakte van 4are 50ca en 4are 57ca. terwijl de perceelsdiepte ongeveer 24m bedraagt - de omgeving heeft een uitgesproken residentieel karakter. De voorgestelde appartementen kunnen mogelijk zorgen voor een trendbreuk waardoor het residentiële karakter zal verloren gaan. - door de toename van het aantal woongelegenheden zal er ook meer geluidshinder zijn; Overwegende dat het bezwaar omtrent de geluidshinder niet kan worden bijgetreden worden, omdat terzake nog geen uitspraken kunnen gedaan worden; dat bovendien geluidshinder niet direct gerelateerd is aan het aantal woningen in een omgeving; dat de overige bezwaren evenwel moeten worden bijgetreden; dat hierboven al gewezen werd op het feit dat het voorgestelde niet zal harmoniëren met de bebouwing en bestemming in de omgeving; dat de loten uitermate klein zijn en bij een hoge woondichtheid de druk op de aanpalende percelen evenredig zal zijn met het aantal woongelegenheden; dat het onbetwistbaar is dat het voorgestelde een trendbreuk zal vormen in het straatbeeld dat uitsluitend bestaat uit eengezinswoningen; dat dit gegeven niet te ontkennen valt; Overwegende dat het dossier niet volledig is, aangezien het oorspronkelijke verkavelingsplan niet werd bijgevoegd; dat er derhalve niet geweten is hoeveel loten de oorspronkelijke verkaveling precies telde en wie de respectievelijke eigenaars zijn; dat er derhalve onmogelijk kan worden nagegaan of de procedure zoals bepaald in artikel 132 §2 volledig werd gevolgd; Overwegende dat het beroep niet kan ingewilligd worden”. IV. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het middel 10. Het enig middel wordt als volgt uiteengezet: “Het middel is gebaseerd op de schending van art. 145bis § 1 van het Decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna genoemd ‘DR0’), van art. 3 van de Wet van 29 juli 1991 van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en meer in het bijzonder het materieel motiveringsbeginsel; Doordat in de bestreden beslissing wordt gesteld dat het bezwaar omtrent de geluidshinder niet kan worden bijgetreden, omdat terzake nog geen uitspraken X-13.668-5/10 kunnen gedaan worden en dat bovendien geluidshinder niet direct gerelateerd is aan een aantal woningen in een omgeving; Dat verder in de bestreden beslissing wordt gesteld dat de overige bezwaren evenwel moeten worden bijgetreden en dat al gewezen werd op het feit dat het voorgestelde niet zal harmoniëren met de bebouwing en bestemming in de omgeving; Dat de loten uitermate klein zouden zijn en bij een hoge woondichtheid de druk op de aanpalende percelen evenredig zal zijn met het aantal woongelegenheden; Dat verder wordt gesteld in de bestreden beslissing dat het onbetwistbaar is dat het voorgestelde een trendbreuk zal vormen in het straatbeeld dat uitsluitend bestaat uit ééngezinswoningen en dat dit gegeven niet te ontkennen zou vallen; Dat tenslotte in de bestreden beslissing wordt gezegd dat het dossier niet volledig (is), aangezien het oorspronkelijke verkavelingsplan niet zou zijn bijgevoegd en dat er derhalve niet geweten is hoeveel loten de oorspronkelijke verkaveling precies telde en wie de respectievelijke eigenaars zijn, zodat het derhalve onmogelijk zou zijn om na te gaan of de procedure, zoals bepaald in art. 132 § 2 volledig werd gevolgd; Terwijl het duidelijk is dat er geen enkele motivering wordt gegeven waarom de overige bezwaren bijgetreden zouden moeten worden en niet wordt aangetoond dat de loten uitermate klein zouden zijn en bij een hoge woondichtheid de druk op de aanpalende percelen evenredig zal zijn met het aantal woongelegenheden; Terwijl het evenmin wordt gemotiveerd waarom het voorgestelde een trendbreuk zou vormen in het straatbeeld dat uitsluitend zou bestaan uit ééngezinswoningen, hetgeen niet zou te ontkennen vallen, terwijl dit wel degelijk door verzoeker ontkend werd en wordt; Terwijl geenszins wordt aangetoond of gemotiveerd dat niet zou geweten zijn hoeveel loten de oorspronkelijke verkaveling precies telde en wie de respectievelijke eigenaars zouden zijn, zodat het onmogelijk zou zijn na te gaan of de procedure, zoals bepaald in art. 132 § 2 werd gevolgd; Toelichting bij het middel De vergunningverlenende overheid heeft bij het beoordelen van vergunningsaanvragen een discretionaire bevoegdheid. De beslissingen omtrent een aanvraag moeten evenwel de juridische en feitelijke overwegingen vermelden, die aan de grondslag van de beslissing liggen. Deze motieven moeten bovendien afdoende zijn (om in redelijkheid tot de genomen beslissing te komen). Verzoeker haalde hiervoor de determinerende beweegredenen aan van de verwerende partij om het beroep niet in te willigen. Door aldus te motiveren, worden de wettelijke bepalingen geschonden. Verzoeker herneemt hierna de verschillende argumenten van de bestendige deputatie: 1. ‘Het provinciebestuur meent dat de verkaveling uitermate excentrisch gesitueerd (
- is)ten overstaan van de omliggende centra: 3 km van het centrum van Helchteren, 4 km van het centrum van Houthalen. Woonverdichting moet in de centra plaats grijpen.’ o Het betreft hier het gehucht Lillo in Houthalen-Helchteren, een klein kerkdorp op zich. Wat niet beaamd werd is dat de percelen zijn gelegen in een gebied omsloten met de gemeentewegen: Sint-Jozefstraat, Mr. Surinxstraat en Neerveldstraat. In de buurt zijn er vier dergelijke omsloten gebieden, die voor uitbreiding van bewoning in aanmerking komen (Schansstraat - Het Steegje - Vijfeindestraat, Weygaardstraat - Lillo Steenweg - Neerveldstraat, Sint-Jozefstraat - Weygaardstraat - Hoekstraat, X-13.668-6/10 waarvan de laatste twee reeds aangesneden voor inbreidingsprojecten, waarvan één gelegen op slechts 70 m. 2. ‘Het provinciebestuur meent dat het straatbeeld uitsluitend bestaat uit ééngezinswoningen.’ o Dit is niet zo en werd reeds eerder weerlegd in onze inberoepstelling. In de onmiddellijke omgeving komt er wel hogere bouwdichtheid voor. Op slechts 70 m is recent een sociaal woonproject gerealiseerd met nieuwe woontypologische ideeën. Hoge bouwdichtheden, wonen op de verdieping en hoge kroonlijsthoogten zijn hier troef. Dit wordt afgescheept door te stellen dat dit project enigszins is geïsoleerd. o In de straat komen, aldus ook het gemeentebestuur reeds eerder stelde, meerdere gebouwen voor met twee woongelegenheden. 3. ‘Het provinciebestuur meent dat woonkwaliteit op dergelijke kleine percelen niet mogelijk is, dat de woondichtheid te hoog is en dat de bewoning op de verdieping privacyhinder zal creëren.’ o Het perceel heeft een ruime breedte, nl. 19 m, die evenzo door een eengezinswoning met gelijke breedte en dito volume kan bebouwd worden. Het straatbeeld zal bij zo’n concept er niet anders uitzien dan bij een invulling van twee woongelegenheden, o Op de hoorzitting werd door ons een schetsontwerp voor twee woongelegenheden getoond met de woonruimtes enkel op het gelijkvloers en de slaapkamers op de verdieping. Dit werd afgedaan als niet-woonkwalitatief en te klein. Met mijn ervaring als architect, ook in sociale woningbouw, durf ik een krachtmeting aangaan met de woningen in het nabijgelegen project omtrent oppervlakte en leefbaarheid. Hier is niet op terug gekomen in hun besluiten. o De beperkte perceelsdiepte van 24 m en als gevolg kleine oppervlakte genereert voor de betrokken percelen automatisch een hoge bouwdichtheid, die o.i. gecompenseerd wordt door de ruime breedte. In de vormgeving kan gelet worden dat de volgens het provinciebestuur gestelde trendbreuk in de straat kan vermeden worden en dit werd aangetoond, doch weerom niet aanvaard en vermeld in de besluiten. 4. ‘Het dossier is niet volledig.’ o Op het verkavelingsplan door ons verkregen bij het gemeentebestuur ontbreken een aantal opeenvolgende kavelnummers. Dit klopt daar de ontbrekende kavelnummers tot andere verkavelingen toebehoren en niet dienden geraadpleegd te worden. Het gemeentebestuur stelde eerder na nazicht in haar besluiten dat alle eigenaars aangetekend in kennis werden gesteld. o Ondertussen zijn hieromtrent de gedetailleerde documenten en bijhorende uitleg verschaft door het gemeentebestuur om dit te staven. Uit het voorgaande blijkt overduidelijk dat de bestendige deputatie zich volkomen vergist, daar waar gesteld wordt dat het dossier niet volledig zou zijn, gelet op het feit dat alle eigenaars wel degelijk aangetekend in kennis werden gesteld en dat niet concreet werd nagegaan of dit het geval was; Ook blijkt dat helemaal niet wordt gemotiveerd dat de hogere bouwdichtheid niet zou harmoniëren met de bebouwing en bestemming in de omgeving, gelet op het feit dat op slechts 70 meter recentelijk een sociaal woonproject gerealiseerd werd met nieuwe woontypologische ideeën en dat geen rekening gehouden werd met het feit dat er wel degelijk meerdere gebouwen in de omgeving voorkomen met twee woongelegenheden. X-13.668-7/10 Dat verder niet werd ingegaan op de doorslaggevende argumenten van verzoeker waar deze stelt dat de percelen een ruime breedte hebben, nl. 19 meter, hetgeen de beperkte bouwdiepte ruimschoots compenseert. Het blijkt dat de argumentatie van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar, die aan de basis ligt van de weigeringsbeslissing van het college van burgemeester en schepenen ongenuanceerd en zonder enige motivering gewoon werd overgenomen, hetgeen duidelijk een schending inhoudt van de motiveringsplicht van bestuurshandelingen en schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en meer in het bijzonder het materieel motiveringsbeginsel”. Beoordeling 11. Gelet op het suppletoir karakter van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, wordt het middel afgeleid uit de schending ervan geacht te zijn afgeleid uit de schending van het toentertijd geldende artikel 53, § 3, eerste lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 (hierna: het gecoördineerde decreet), dat aan de deputatie en de minister, wanneer zij uitspraak doen over een bouwaanvraag, een motiveringsverplichting oplegt die niet minder streng is dan deze die is opgelegd in de eerstgenoemde wet. 12. Aan de opgelegde motiveringsplicht is voldaan wanneer de uitspraak over het administratief beroep duidelijk de met de plaatselijke aanleg of ruimtelijke ordening verband houdende redenen opgeeft waarop de overheid haar beslissing steunt, derwijze dat het de aanvrager of belanghebbende derden mogelijk is met kennis van zaken tegen de beslissing op te komen, en dat de Raad van State de hem opgedragen wettigheidscontrole kan uitoefenen. Om aan die motiveringsplicht te voldoen is het dus niet vereist dat op alle in het beroep aangevoerde argumenten wordt geantwoord. In de uitoefening van het hem opgedragen wettigheidstoezicht is de Raad van State enkel bevoegd om na te gaan of de bevoegde administratieve overheid is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens, of zij die correct heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar besluit is gekomen. 13. In het bestreden besluit wordt de verkavelingswijziging geweigerd omdat de wijziging niet verenigbaar geacht wordt met de goede plaatselijke ordening. De deputatie acht een verdrievoudiging van de woondichtheid op meer dan 3 kilometer van het centrum van Helchteren en op meer dan 4 kilometer van het centrum van Houthalen niet aangewezen en overweegt dat “het straatbeeld X-13.668-8/10 uitsluitend bestaat uit eengezinswoningen”, waardoor “het voorgestelde niet zal harmoniëren met de (...) omgeving” en “een trendbreuk zal vormen”. Uit deze motivering blijkt afdoende waarom het beroep van de verzoeker wordt afgewezen. In tegenstelling tot wat hij betoogt, is het niet vereist dat het bestreden besluit de motieven van de motieven reveleert. De verzoeker staaft zijn stelling dat in de straat “meerdere gebouwen (...) met twee woongelegenheden” voorkomen niet. De verzoeker brengt in zijn middel zijn eigen opvattingen over de goede plaatselijke aanleg naar voor, maar toont niet aan dat de verwerende partij zich gesteund zou hebben op onjuiste feitelijke gegevens, de gegevens onjuist zou hebben beoordeeld of kennelijk onredelijk zou hebben geoordeeld. 14. Als annulatierechter is de Raad van State belast met een wettigheidstoezicht. De Raad van State is niet bevoegd om opnieuw kennis te nemen van de bezwaren als zodanig en de weerlegging van de bezwaren door de verwerende partij te onderwerpen aan een eigen beoordeling ervan. Hij kan enkel nagaan of de behandeling van de bezwaren niet op een kennelijk onredelijke wijze gebeurd is. Reeds in zijn beroepschrift betoogde de verzoeker dat er op 70 meter afstand een woonproject met hoge bouwdichtheid bestaat. In het bestreden besluit wordt hierop geantwoord dat dit project geen precedentwaarde heeft omdat het “enigszins geïsoleerd is van de Sint-Jozefstraat”. In zijn middel herhaalt de verzoeker zijn argument, maar hij voert de onredelijkheid van de overweging in het bestreden besluit niet aan. 15. Aangezien het weigeringsmotief omtrent de onverenigbaarheid met de goede plaatselijke ordening wettig is, vormen de overwegingen in het bestreden besluit omtrent de onvolledigheid van het dossier een overtollig motief. De kritiek van de verzoekende partij op dit motief is niet ontvankelijk aangezien kritiek op overtollige motieven niet tot de nietigverklaring van het bestreden besluit kan leiden. 16. In zijn memorie van wederantwoord klaagt de verzoeker nog aan dat in de memorie van antwoord voor het eerst wordt verwezen naar een nota van 3 december 2007 van de sectie ruimtelijke ordening - vergunningen van het provinciebestuur, terwijl daarvan in het bestreden besluit geen melding wordt gemaakt en hij er evenmin van in kennis werd gesteld. Het is de verwerende partij nochtans niet verboden ter voorbereiding van haar beslissing een beroep te doen op X-13.668-9/10 haar diensten om een advies op te stellen. Dergelijk “advies” moet ook niet ter kennis worden gebracht van de aanvrager, noch moet het worden vermeld in het vergunningsbesluit. De kritiek van de verzoeker doet geen afbreuk aan de wettigheid van het bestreden besluit. In zoverre de verzoeker in zijn memorie van wederantwoord stelt dat in het bestreden besluit niet wordt verduidelijkt welk resultaat een onderzoek ter plaatse heeft gekend, verruimt hij op laattijdige en derhalve onontvankelijke wijze zijn middel. 17. Het enig middel is ongegrond. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien september 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-13.668-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.292 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div