id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.316 Rolnummer: A. 167520/IX-5115 Zaak: Arrest 207316 - Wegverkeer van goederen - 13/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-09-23 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 05:08 Fiche Arrest nr 207.316 van 13 september 2010 Economische zaken - Wegverkeer van goederen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 207.316 van 13 september 2010 in de zaak A. 167.520/IX-5115 In zake : de NV TRANS VANHEEDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frederik Vanden Bogaerde kantoor houdend te Kortemark Torhoutstraat 10 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te Gent Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 4 november 2005, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 6 september 2005 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur waarbij het beroep van de NV TRANS VANHEEDE tegen de beslissing van 8 april 2005 van de wegeninspecteur- controleur om haar burgerrechtelijk aansprakelijk te stellen voor de betaling van een administratieve geldboete van 2.750 euro als onontvankelijk wordt verworpen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. IX-5115-1/6 De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 september
- Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. Advocaat Frederik Vanden Bogaerde, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Inneke Bockstaele, die loco advocaat Paul Aerts verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 7 september 2004 wordt een vrachtwagen van de verzoekende partij door de wegeninspectie gecontroleerd op de autosnelweg E17 te Deerlijk. Bij weging wordt een totale overlading vastgesteld van 4.645 kg of 17,9 %. Er wordt proces-verbaal opgesteld wegens inbreuk op artikel 56 van het decreet van 19 december 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 (hierna afgekort : “Aslastendecreet”). 3.
- Op 1 oktober 2004 wordt het proces-verbaal overgemaakt aan de procureur des Konings te Kortrijk met het verzoek om overeenkomstig artikel 59 van het Aslastendecreet binnen een termijn van 90 dagen (eventueel verlengbaar met 30 dagen) mee te delen welk gevolg aan de zaak zal worden gegeven. Daarop wordt medegedeeld dat het parket geen vervolging zal instellen. 3.
- Bij aangetekende brief van 24 november 2004 deelt de wegeninspecteur-controleur aan de verzoekende partij zijn voornemen mee om een IX-5115-2/6 administratieve geldboete van 2.750 euro op te leggen en de mogelijkheid om door hem te worden gehoord op de hoorzitting van 8 maart
- 3.
- Op 8 maart 2005 wordt een vertegenwoordiger van de verzoeken- de partij door de wegeninspecteur-controleur gehoord. 3.
- Op 8 april 2005 beslist de wegeninspecteur-controleur om de verzoekende partij burgerrechtelijk aansprakelijk te stellen voor de betaling van een administratieve geldboete van 2.750 euro. Die beslissing wordt dezelfde dag met een aangetekende brief aan de verzoekende partij toegezonden. 3.
- Met een aangetekende brief van 4 mei 2005 stelt de verzoekende partij beroep in tegen die beslissing bij de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur. Op 31 mei 2005 vindt een hoorzitting plaats. Namens de verzoekende partij wordt een nota ingediend. 3.
- Met een brief van 15 juli 2005 wordt door de administratie Wegen en Verkeer aan de verzoekende partij medegedeeld dat door het Vlaams Parlement een belangrijke wijziging van het Aslastendecreet is aangenomen waardoor het bedrag van de administratieve geldboete in de meeste gevallen aanzienlijk zal dalen. Aan de verzoekende partij wordt gevraagd om mede te delen of zij ermee akkoord gaat om, in afwachting van de publicatie van het wijzigingsdecreet, de beslissings- termijn te schorsen, zodat zij desgevallend het lagere tarief zal kunnen genieten. 3.
- Met een brief van 26 juli 2005 antwoordt de verzoekende partij dat zij akkoord gaat met de schorsing van de beslissingstermijn. 3.
- Op 6 september 2005 beslist de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur dat het beroep tegen de beslissing van de wegeninspecteur-controleur onontvankelijk is, aangezien het niet werd ingediend binnen vijftien dagen na de ontvangst van de beslissing van de wegeninspecteur- controleur. Dit is de bestreden beslissing. Zij wordt dezelfde dag met een aangetekende brief aan de verzoekende partij toegezonden. IX-5115-3/6 IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- De verwerende partij werpt een exceptie van onontvankelijkheid van het onderhavige beroep op, afgeleid uit het laattijdig instellen door de verzoekende partij van het georganiseerd administratief beroep bij de Vlaamse regering dat openstaat tegen de beslissing van de wegeninspecteur-controleur. Beoordeling
- Artikel 60, § 3, van het Aslastendecreet regelt de mogelijkheid voor de overtreder of diens werkgever om tegen de beslissing van de wegeninspecteur-controleur in beroep te gaan bij de Vlaamse regering. Het gaat om een georganiseerd administratief beroep. Indien tegen een bestuursbeslissing een georganiseerd administra- tief beroep openstaat, moet dit beroep op rechtsgeldige wijze, en derhalve ook tijdig, worden uitgeput opdat het beroep bij de Raad van State ontvankelijk zou zijn. De voormelde vraag naar de ontvankelijkheid van de vordering, hangt samen met het onderzoek van het tweede middel, waarin de verzoekende partij de door de verwerende partij aangevoerde onontvankelijkheid van het door haar laattijdig ingestelde administratief beroep betwist. Zoals uit de hierna volgende bespreking van het tweede middel blijkt, kan dit standpunt van de verzoekende partij niet worden bijgetreden, zodat de vordering onontvankelijk moet worden bevonden om reden dat het georganiseerd administratief beroep laattijdig werd ingesteld en derhalve niet correct werd uitgeput. V. Onderzoek van de middelen A. Tweede middel Standpunt van de partijen
- In een tweede middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 60 van het Aslastendecreet. IX-5115-4/6 Uit die bepaling, zoals van toepassing op het ogenblik van het aantekenen van het beroep bij de Vlaamse regering, blijkt immers niet dat de termijn van vijftien dagen een vervaltermijn was waarvan de niet-naleving de onontvan- kelijkheid van het administratief beroep tot gevolg zou hebben.
- De verwerende partij antwoordt, onder verwijzing naar de rechtspraak van de Raad van State, dat de procedureregels inzake georganiseerde administratieve beroepen de openbare orde raken en dat het laattijdig beroep van de verzoekende partij derhalve terecht als onontvankelijk werd afgewezen door de bevoegde Vlaamse minister.
- De verzoekende partij repliceert dat pas voor het eerst in het wijzigend decreet van 24 juni 2005, dat in werking is getreden op 3 september 2005, een sanctie werd voorzien voor het laattijdig aantekenen van het beroep. Dit toont volgens haar aan dat de beroepstermijn voordien niet als een vervaltermijn werd beschouwd. Beoordeling
- Luidens artikel 60, § 3, eerste lid, van het Aslastendecreet, zoals van toepassing op het ogenblik van het aantekenen van het administratief beroep door de verzoekende partij, kan de overtreder of de werkgever, binnen vijftien dagen na de ontvangst van de beslissing van de aangewezen ambtenaar, bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs in beroep gaan bij de Vlaamse regering. De procedureregels inzake georganiseerde administratieve beroepen raken de openbare orde. Door de verzoekende partij wordt niet betwist dat zij de termijn van vijftien dagen om beroep aan te tekenen bij de Vlaamse regering niet heeft nageleefd. In de bestreden beslissing wordt het laattijdig administratief beroep van de verzoekende partij derhalve terecht onontvankelijk verklaard. Het middel is niet gegrond. IX-5115-5/6
- Gelet op wat voorafgaat is het annulatieberoep onontvankelijk, nu het georganiseerd administratief beroep bij de Vlaamse regering niet op rechts- geldige wijze werd uitgeput. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 13 september 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-5115-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.316 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div