← België

Arrest 207344 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/09/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.344 Rolnummer: A. 185061/X-13436 Zaak: Arrest 207344 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-09-24 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-30 05:08 Fiche Arrest nr 207.344 van 14 september 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 207.344 van 14 september 2010 in de zaak A. 185.061/X-13.

  1. In zake:
  2. Jacques CAPIAU
  3. Lucie GALMART
  4. Ronny VAN DOORSSELAERE
  5. Piet VANDEKERCKHOVE
  6. Marie Beatrice BEKAERT
  7. Willy LORNOY
  8. André HEUVELMANS
  9. Marie Madeleine DE KOKER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dominique Matthys kantoor houdend te 9000 GENT Sint-Annaplein 34 bij wie woonplaats wordt gekozen
  10. George DOBBELAERE
  11. Anita VAN BEVER
  12. Lionel LAURIER
  13. Marie ROGIEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Fiorella Rodios kantoor houdend te 9070 HEUSDEN Mareldongen 7 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN Tussenkomende partij:
  14. Roland HEUGHEBAERT
  15. Monique SCHOTTE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marcel Storme kantoor houdend te 9000 GENT Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  16. Het beroep, ingesteld op 4 september 2007, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 21 juni 2007 van de deputatie van de X-13.436-1/18 provincieraad van Oost-Vlaanderen, waarbij het beroep ingesteld namens Roland HEUGHEBAERT en Monique SCHOTTE tegen het besluit van 6 februari 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Destelbergen tot weigering van de wijziging van de verkavelingsvergunning voor de loten 28 en 29, gelegen te Destelbergen (Heusden), Bommelsrede 28, kadastraal bekend sectie D, nrs. 522/b en 522/c, wordt ingewilligd en de gevraagde vergunning wordt verleend. II. Verloop van de rechtspleging
  17. Bij arrest nr. 178.666 van 18 januari 2008 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verzoekende partijen hebben een toelichtende memorie ingediend. De tussenkomende partijen hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 4 maart
  18. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Adjunct-auditeur Pierrot ’T Kindt heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De tussenkomende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 april
  19. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dominique Matthys, die verschijnt voor de verzoekende partijen sub 1 tot en met 8, advocaat Fiorella Rodios, die verschijnt voor de verzoekende partijen sub 9 tot en met 12, bestuurssecretaris Marie-Anne De Geest, X-13.436-2/18 die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Paul Aerts, die loco advocaat Marcel Storme verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Pierrot T’Kindt, daartoe gemachtigd bij beslissing van 2 april 2009 van de adjunct-auditeur-generaal, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  20. III. Feiten 3.
  21. Het beroep tot nietigverklaring heeft betrekking op een terrein gelegen te Destelbergen (Heusden), Bommelsrede 28, kadastraal bekend sectie D, nrs. 522/b en 522/c , dat in eigendom toebehoort aan de tussenkomende partijen. Het terrein behoort tot de verkaveling “de Séjournet de Rameignies”, vergund bij besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heusden van 29 augustus
  22. Die verkaveling omvatte oorspronkelijk 74 kavels voor open residentiële bebouwing, met een oppervlakte tussen 1730 m² en 5860 m². De kleinste kavel (kavel 25) ligt echter los van de overige kavels en zou aansluiten bij grond buiten de verkaveling, waarmee hij tezamen een oppervlakte van ongeveer 4000 m² zou beslaan. 3.
  23. De kavelindeling onderging meerdere aanpassingen overeenkomstig de zelf nimmer gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften van de verkavelingsvergunning, en meer bepaald het 2/ van de algemene voorschriften, dat luidt als volgt: “De verkaveling dient aanzien te worden als een minimum. Wijzigingen aan de perceelgrenzen zijn toegelaten door verruiming der loten of cumulatie voor zover het voorgesteld minimum geëerbiedigd wordt”. 3.
  24. Bij besluit van 11 juli 1974 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heusden werd de verkavelingsvergunning van 29 augustus 1963 zelf een eerste maal gewijzigd met betrekking tot de kavels 28, 29 en
  25. De wijziging hield in dat de kavel 29 werd opgesplitst, waarbij het ene deel werd gevoegd bij de kavel 28 en het andere deel bij de kavel
  26. X-13.436-3/18 3.
  27. Het huidige geschil heeft betrekking op de grond bestaande uit het oorspronkelijke lot 28 met het daarbij gevoegde deel van het oorspronkelijke lot 29, met een gezamenlijke oppervlakte van 5480 m². De verzoekende partijen zijn allen eigenaar van een kavel in de voormelde verkaveling die rechtstreeks paalt of gelegen is in de onmiddellijke omgeving met rechtstreeks uitzicht op de betrokken kavel
  28. 3.
  29. Een eerste aanvraag van de tussenkomende partijen tot opsplitsing van dit lot, ingediend op 5 augustus 2004, werd achtereenvolgens geweigerd door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Destelbergen bij besluit van 28 september 2004, en door de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen bij besluit van 3 februari
  30. Een op 29 juni 2005 ingediende tweede aanvraag, die van de eerste verschilde door de vooropgestelde lokalisatie van de bebouwbare oppervlakte (niet meer in tweede bouwzone), werd opnieuw geweigerd door het college van burgemeester en schepenen. 3.
  31. Op 24 november 2006 (datum van het ontvangstbewijs) dienen de tussenkomende partijen een nieuwe aanvraag tot wijziging van de verkavelingsvergunning in. De aanvraag beoogt de opsplitsing in de lengte van het lot 28 in twee loten, waardoor het reeds bebouwde lot 28 een oppervlakte van 2959,03 m² en het onbebouwde lot 29 een oppervlakte van 2545,75 m² zouden verkrijgen. Er wordt tevens voorzien in een aantal nieuwe stedenbouwkundige voorschriften die enkel zouden gelden voor het perceel 522/c en niet voor de overige kavels van de verkaveling. 3.
  32. Tijdens het openbaar onderzoek dat over de aanvraag wordt gehouden, worden 47 bezwaarschriften ingediend. 3.
  33. Bij besluit van 6 februari 2007 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Destelbergen de gevraagde vergunning, zonder voorafgaand het advies van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar in te winnen. Het college van burgemeester en schepenen overweegt dat de eigenaars van meer dan een vierde van de in de oorspronkelijke verkaveling toegestane kavels een gegrond bezwaar hebben ingediend, omdat de gevraagde opsplitsing in twee kleinere loten zich niet laat inpassen in het residentiële karakter van de omgeving en de grote oppervlakte van de omliggende loten. Tevens wordt X-13.436-4/18 vermeld dat een aantal bomen en groenaanleg zullen verdwijnen, wat eveneens afbreuk doet aan de woonomgeving. 3.
  34. Op 27 februari 2007 stellen G. DECUYPERE en A.T.W. KUIK, respectievelijk als gedelegeerd bestuurder en senior consultant van de n.v. GOLUFRADI, het advies- en studiebureau dat reeds had ingestaan voor de opmaak van de betrokken aanvraag tot verkavelingswijziging, “in opdracht en als gemandateerde” van de tussenkomende partijen beroep in tegen voormeld weigeringsbesluit bij de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen. 3.
  35. Bij het thans bestreden besluit van 21 juni 2007 willigt de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen het beroep in en verleent de gevraagde vergunning tot wijziging van de verkavelingsvergunning. IV. Onderzoek van de middelen A. Derde middel - derde onderdeel en vierde middel - tweede onderdeel Uiteenzetting 4.
  36. In een derde middel voeren de verzoekende partijen de schending aan “van de wet - verkavelingsvergunning dd. 29 augustus 1963”, waarbij zij, in een derde onderdeel, uiteenzetten wat volgt: “C. Ten onrechte baseert de Bestendige Deputatie van de Provincie Oost-Vlaanderen haar beslissing op de ‘richtlijnen vervat in de ministeriële omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen, en de latere wijzigingen, m.b.t. de woonparken, voor wat betreft de woningdichtheid (tussen 5 à 10 woningen per ha), de kaveloppervlakte (tussen 1000 en 2000m²), de bebouwbare oppervlakte (max 250m²) en maximaal behoud van groen’ om een afwijking toe te staan van de verkavelingsvergunning van de Gebroeders ‘de Séjournet de Rameignies’, goedgekeurd door het College van Burgemeester en Schepenen te Heusden op 29 augustus 1963 en de (derde) aanvraag van de heer HEUGHEBAERT in te willigen. + Vooreerst gaat het hier om een merkwaardige bokkensprong van de Bestendige Deputatie, vermits zij hiermee ingaat tegen haar eigen eerdere besluit van 3 februari 2005 en de door haar hierin aangevoerde argumenten, houdende verwerping van het beroep van de heer HEUGHEBAERT tegen het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van de Gemeente Destelbergen van 28 september 2004, die toen reeds zijn eerste aanvraag/poging tot opsplitsing van het bewuste kavel in twee loten had verworpen (deze argumenten gelden thans nog ten volle). X-13.436-5/18 De Bestendige Deputatie kan moeilijk volhouden dat zij op 3 februari 2005 geen kennis zou gehad hebben van het bestaan van de voornoemde ministeriële omzendbrief, vermits deze dateert van 8 juli 1997”. In een vierde middel voeren de verzoekende partijen aan dat het bestreden besluit “strijdig is met de goede plaatselijke ordening en met de onmiddellijke omgeving”, waarbij zij, in een tweede onderdeel, uiteenzetten wat volgt: “Van het Stedenbouwkundige voorschrift welke uitdrukkelijk voorziet dat de kavels niet mogen verkleind worden, werd tot aan de huidige beslissing van de Bestendige Deputatie van de Provincie Oost-Vlaanderen dd. 21 juni 2007 NOOIT afgeweken. De heer HEUGHEBAERT is van de volledige verkaveling de enige eigenaar die van het voorschrift wenst af te wijken. Tegen deze aanvraag werden trouwens 47 bezwaarschriften ingediend, waarvan 43 uitgaan van bewoners/eigenaars van kavels van de verkaveling van de Gebroeders ‘de Séjournet de Rameignies’ (o.m. door verzoekende partijen), en 4 uitgaan van omwonenden, die het specifiek residentieel karakter van de verkaveling, bestaande uit zeer grote kavels voor open bebouwing en met behoud van veel groen, wensen te behouden. De aanvraag tot wijziging van de heer HEUGHEBAERT behelst immers het opsplitsen van een lot met een oppervlakte van 5.504,78 m² in twee loten, namelijk één met een oppervlakte van 2.545,75 m² dat bebouwd is en één onbebouwd met een oppervlakte van 2.959,03 m², maw het gaat hier om een (niet toegelaten) verkleining van de kavels, waarbij het residentieel karakter van de omgeving (Bommels) en de grote oppervlakte van de omliggende kavels verstoord wordt. Het onderzoek gevoerd door de bouwpromotor naar de gevolgen van een tweedeling van de kavel van de heer HEUGHEBAERT is in die zin ook irrelevant; het gaat niet om de oppervlakte, de onderlinge afstand, de straatbreedte,..., maar om het behoud van het specifiek residentieel karakter van de eerste en grootste verkaveling van de wijk Bommels, bestaande uit zeer grote kavels voor open bebouwing en met behoud van veel groen, welke niet mogen worden verkleind. Trouwens verscheidene door de bouwpromotor opgegeven gegevens die dienen tot vergelijkende studie m.b.t. de kavelgroottes, - breedtes, etc., zijn totaal uit de lucht gegrepen en tonen een kleiner en verkeerd beeld met het uitsluitend doel te misleiden, zo is de oppervlakte van kavel 17, niet 2.250 m², maar 4.250 m² !. De in de aanvraag van de heer HEUGHEBAERT opgenomen toevoeging dat de voortuinstrook dient te worden versterkt, is trouwens een nietszeggend verkoopsargument, terwijl er wordt voorzien dat de bestaande bomen wel gerooid mogen worden mits compensatie, wat een duidelijk verlies van het bestaande groen karakter zal betekenen, vermits 100 jaar oude eiken uiteraard niet te vervangen zijn. De heer HEUGHEBAERT heeft trouwens reeds door inadequate snoei oude eiken vernietigd met het oog op vrijmaken van plaats. Ook dienaangaande blijven de argumenten op grond waarvan de eerste en de tweede aanvraag tot verkavelingswijziging van de heer HEUGHEBAERT werd geweigerd door het College van Burgemeester en Schepenen van de Gemeente Destelbergen, bevestigd door het besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincie Oost-Vlaanderen van 03 februari 2005, alsmede de argumenten waarbij het College van Burgemeester en Schepenen van de Gemeente Destelbergen de derde aanvraag van de heer HEUGHEBAERT heeft verworpen, hun volledige gelding behouden”. X-13.436-6/18 Beoordeling 4.
  37. Overeenkomstig een beginsel dat kan worden afgeleid uit artikel 55, § 1 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 (hierna: het gecoördineerde decreet), juncto artikel 43, § 2, eerste lid van hetzelfde decreet, is het de taak van de vergunningverlenende overheid om geval per geval te onderzoeken of de aanvraag tot wijziging van de verkavelingsvergunning beantwoordt aan de eisen van een goede plaatselijke ordening, beginsel dat eveneens uitdrukkelijk is opgenomen in de bepaling van artikel 19, derde lid van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen. Wanneer de deputatie over een op grond van artikel 53, § 1 van het gecoördineerde decreet ingestelde beroep uitspraak doet, dient zij krachtens artikel 53, § 3 van hetzelfde decreet haar beslissing met redenen te omkleden. Uit deze bepaling volgt dat enkel met de in het bestreden besluit vermelde redengeving rekening kan worden gehouden. Het behoort tot de wettelijk toegekende appreciatiebevoegdheid van de vergunningverlenende overheid om, binnen de grenzen van de door het gewestplan opgelegde bestemmingsvoorschriften, te oordelen of een aanvraag tot wijziging van een verkavelingsvergunning al dan niet verenigbaar is met de eisen van de goede plaatselijke aanleg. Daarbij is de overheid niet gebonden door een vroegere beoordeling mits uit haar beslissing op een afdoende wijze blijkt op welke gronden zij tot een ander besluit is gekomen. 4.
  38. Te dezen blijkt uit de gegevens van de zaak dat de deputatie bij besluit van 3 februari 2005 een eerste aanvraag tot opsplitsing van het betrokken lot 28 in twee loten in beroep heeft geweigerd op grond van volgende overwegingen: “Overwegende dat het perceel gelegen is binnen een verkaveling waarvoor de vergunning werd verleend door het college van burgemeester en schepenen op 29 augustus 1963 ; Dat het college van burgemeester en schepenen derhalve rechtstreeks de aanvraag tot wijziging van de verkavelingsvergunning weigerde om volgende redenen: ‘... De bestemming volgens het gewestplan Gentse en Kanaalzone, vastgesteld op datum van 14 september bij besluit van de Koning is woonpark. Voor het gebied waarin de aanvraag gelegen is, bestaat er geen goedgekeurd algemeen plan van aanleg. Alle eigenaars van een kavel die de aanvraag niet hebben medeondertekend, hebben een eensluidend afschrift van de aanvraag ontvangen per ter post aangetekende brief en 38 eigenaars hebben X-13.436-7/18 bezwaarschriften ingediend. Deze eigenaars bezitten meer dan één vierde van de in de oorspronkelijke vergunning toegestane kavels (74 kavels). De verkavelingsvergunning kan om bepaalde redenen, vermeld in dit besluit, niet worden verleend. Bijgevolg moet er geen openbaar onderzoek plaatshebben en moet de aanvraag niet worden voorgelegd aan de gemeenteraad. De aanvraag werd openbaar gemaakt volgens de regels vermeld in het uitvoeringsbesluit betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen. Er werden 41 bezwaarschriften ingediend. Het college van burgemeester en schepenen stelt vast dat deze bezwaarschriften handelen over: De bezwaarschriften handelen in hoofdzaak over het verlies van het oorspronkelijk specifiek karakter van de verkaveling en het verlies van groen en privacy. Het college van burgemeester en schepenen neemt omtrent deze bezwaarschriften het volgende standpunt in : 38 bezwaarschriften werden ingediend van eigenaars binnen de verkaveling en 3 bezwaarschriften van eigenaars buiten de verkaveling. - de wijziging moet worden geweigerd omdat de eigenaars van meer dan een vierde van de in de oorspronkelijke vergunning toegestane kavels een gegrond bezwaar hebben ingediend - door de verkleining van de loten wordt het specifiek karakter van de Bommmels geschaad Het college van burgemeester en schepenen heeft het advies van de gemachtigde ambtenaar niet gevraagd. Het college van burgemeester en schepenen motiveert zijn standpunt als volgt : De bouwplaats is volgens de planologische voorzieningen van het bij KB d.d. 14.9.77 vastgesteld Gewestplan Gentse en Kanaalzone gelegen in een woonpark waarvoor art. 6.1.2.1.
  39. van het KB van 28.12.72 van toepassing is en overeenkomstig de goedgekeurde verkaveling afgeleverd aan de gebroeders de Séjournet de Rameignies op 29 augustus 1963 gekend onder het lot nr. 28 en 29 voor een type open bebouwing en latere verkavelingswijziging, afgeleverd aan de gebroeders de Séjournet de Rameignies op 11 juli 1974, gekend onder het lot nr. 28-29 voor een type open bebouwing. De aanvraag heeft hier betrekking op het wijzigen van één lot open bebouwing, zijnde lot 28-29 in twee loten voor open bebouwing, zijnde loten 28/a en 28/b. Gelet op het openbaar onderzoek met bekendmaking van 6 augustus tot en met 5 september 2004, waarbij er 38 bezwaarschriften werden ingediend van eigenaars binnen de verkaveling en 3 bezwaarschriften van eigenaars buiten de verkaveling. De bezwaarschriften zijn individueel ingediend en ondertekend, evenwel met een zelfde tekst. Gelet de oorspronkelijke verkaveling bestaat uit 74 afzonderlijke loten. Gelet meer dan 1/4 van de eigenaars binnen de verkaveling bezwaar hebben aangetekend. Gelet door de verkleining van de loten, het specifiek karakter van de Bommmels wordt geschaad. Gelet de betrokken gronden bestemd zijn voor het oprichten van alleenstaande woonhuizen met een uitgesproken landelijk karakter, is de aanvraag vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet aanvaardbaar. Gelet op artikel 55 § 2 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996, dient het voorstel tot wijziging geweigerd te worden. X-13.436-8/18 BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN ZITTING VAN 28 september 2004 HET VOLGENDE: Het college van burgemeester en schepenen weigert de wijziging van de verkavelingsvergunning omwille van de hierboven vermelde redenen ; Gelet op de argumentatie van appellant tot staving van het beroep ; Overwegende dat de aanvraag strekt tot het wijzigen van de verkavelingsvergunning voor een perceel gelegen te Heusden deelgemeente van Destelbergen, Bommelsrede 28, en met als kadastrale omschrijving, 4e afdeling, sectie D, nr. 522c ; dat de kavels 28-29 van de verkaveling gelegen zijn op ca. 3,4 km ten zuidoosten van de kerk van Heusden ; dat de oorspronkelijke verkaveling werd vergund door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 29 augustus 1963 en dat deze verkaveling 74 kavels voor open residentiële bebouwing omvatte en de opening van nieuwe straten voorzag ; dat het zeer grote kavels betrof met oppervlakten tussen 1.730 m² en 5.860 m² ; dat dit de eerste en grootste verkaveling van de wijk Bommels was en dat deze verkaveling in de omgeving een tendens heeft ingezet van grote kavels met het behoud van veel groen ; dat de betrokken stedenbouwkundige voorschriften de volgende bepalingen omvatten: A. Algemene Voorschriften 1/ De betrokken gronden zijn bestemd voor het oprichten van alleenstaande woonhuizen met uitgesproken landelijk karakter. 2/ De verkaveling dient aanzien te worden als een minimum. Wijzigingen aan de perceelsgrenzen zijn toegelaten door verruiming der loten of cumulatie voor zover het voorgesteld minimum geëerbiedigd wordt. B. Gebouwen 1/ De bebouwbare oppervlakte zal 1/5 van de totale oppervlakte niet overschrijden. 2/ De zijdelingse strook van niet bouwen ter hoogte van het hoofdgebouw zal minstens 8 m bedragen. 3/ De gebouwen zullen opgericht worden met dezelfde hoofdmaterialen voor al de vrijstaande gevels met inbegrip van de gebeurlijke autobergplaatsen. De daken zullen een helling hebben van minstens 15/. Het geheel zal harmoniërend zijn en een uitgesproken esthetisch karakter dienen te hebben. C. Voortuinstrook en afsluitingen De voortuinstrook zal min. 10 m bedragen en de bestaande beplanting mag behouden worden. De perceelsafsluitingen zullen bestaan uit betonstijlen met draad al of niet versterkt door een levende haag. dat door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 11 juli 1974 een eerste wijziging van de verkaveling werd vergund en dat deze wijziging betrekking had op de kavels 28, 29 en 30 ; dat deze wijziging voorzag dat de kavel nr. 29 werd opgesplitst, waarbij het ene deel gevoegd werd bij de kavel nr. 28 en het andere deel gevoegd werd bij de kavel nr. 30 ; dat de geldende stedenbouwkundige voorschriften niet werden gewijzigd ; Overwegende dat naderhand door het college van burgemeester en schepenen in zittingen van 7 oktober 1997, 24 maart 2004, 27 april 2004 en 7 september 2004 nog wijzigingen van de verkaveling werd vergund, doch dat deze wijzigingen geen betrekking hadden op de kavelindeling maar wel op het X-13.436-9/18 bouwen van zwembaden en een poolhouse bij de bestaande woningen op diverse kavels ; dat, bij vergelijking van de kavels van enerzijds de in 1963 vergunde verkaveling en de wijziging van 1974 en anderzijds de huidige toestand die blijkt uit een later plan op schaal 1/2.000 dat in het gemeentelijke archief kon teruggevonden worden en het huidige kadasterplan, er kan opgemaakt worden dat er diverse belangrijke verschillen bestaan tussen de vergunde kavelindeling en de werkelijke kavelindeling ; dat zulks volgens de gemeentelijke diensten voortkomt uit de gewijzigde perceelsmaten die blijkbaar konden doorgevoerd worden ingevolge de bepalingen van het 2e punt van de algemene voorschriften ; dat evenwel kan gesteld worden dat binnen de onderhavige verkaveling alle vergunde kavels rechtstreeks palen aan de destijds bestaande en ontworpen wegen en dat er geen kavels waren waarvan de woning in de zogenaamde tweede bouwzone werd voorzien ; Overwegende dat de onderhavige aanvraag betrekking heeft op de kavel 28 en het deel van kavel 29, die werden samengevoegd ingevolge de wijziging die werd vergund op 11 juni 1974 ; dat deze kavel langsheen de straat, deels Bommelsrede en deels Puntweg, thans een breedte heeft van ca. 89 m, een diepte van ca. 89 à 107 m en achteraan een breedte van ca. 23 m met een oppervlakte van 5.480 m² ; dat de beide straten volledig uitgeruste wegen zijn met bitumineuze verhardingen, onverharde bermen en alle noodzakelijke nutsvoorzieningen ; dat op deze kavel vooraan links een grote woning staat, dat rechts vooraan een tuinberging staat en dat links achteraan (tot dicht tegen de perceelsgrens) een garage staat ; dat de rest van het perceel een tuin is en grotendeels ook het karakter heeft van bos met diverse oudere en ook recentere bomen ; dat thans gevraagd wordt om de kavel in twee te splitsen ; dat de nieuwe kavel 28a, grotendeels langsheen de straat zou liggen, dat deze kavel de bestaande woning met de opritten en omgevende grond zou omvatten en een oppervlakte van 3.170 m² zou beslaan ; dat achteraan op de kavel nr. 28b een deel zou afgesplitst worden waarop een nieuwe woning zou kunnen opgericht worden die in hoofdzaak in de zogenaamde tweede bouwzone zou liggen ; dat rechts vooraan een 8 m brede en ca. 50 m lange strook grond zou dienen voor de ontsluitingsweg naar de Puntweg ; dat deze kavel een oppervlakte van 2.310 m² zou beslaan ; dat nopens de aanvraag een reeks van nieuwe voorschriften wordt opgesomd die enkel zouden gelden voor de kavel nr. 28b en niet voor de kavel nr. 28a en de overige kavels van de verkaveling ; Overwegende dat de aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek en dat 41 bezwaren werden ingediend ; dat de meeste van deze bezwaren, 38, uitgaan van bewoners/eigenaars van kavels van de onderhavige verkaveling, maar dat er ook drie bezwaren werden ingediend van omwonenden met percelen die buiten de verkaveling zijn gelegen ; dat het college van burgemeester en schepenen in zitting van 28 september 2004 nopens de bezwaren vaststelde dat deze in hoofdzaak handelen over het verlies van het oorspronkelijke karakter van de verkaveling en verlies van groen en privacy ; dat het college van burgemeester en schepenen ook vaststelde dat eigenaars van meer dan 1/4e van de in de oorspronkelijke verkaveling toegestane kavels een gegrond bezwaar hebben ingediend ; X-13.436-10/18 dat het college van burgemeester en schepenen ook stelde dat door de verkleining van de kavels het specifieke karakter van de Bommels zou geschaad worden ; dat de visie van het college van burgemeester en schepenen kan bijgetreden worden ; dat de aanvraag voorziet in het inrichten van een kavel met woning in de tweede bouwzone, hetgeen niet gebruikelijk is in de onderhavige verkaveling ; dat ook het aanwezige groen zal verminderen en dat de privacy van de omgevende kavels in het gedrang zal komen ; dat in deze optiek de belangen van de bezwaarindieners kunnen geschaad worden en dat de bezwaren als gegrond dienen te worden aanzien ; Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen in zitting van 28 september 2004 de aanvraag weigerde omdat eigenaars van meer dan 1/4e van de in de oorspronkelijke verkaveling toegestane kavels een gegrond bezwaar hebben ingediend ; Overwegende dat, volgens het gewestplan nr. 8 Gentse en Kanaalzone, vastgesteld bij koninklijk besluit van 14 september 1977 en de latere wijzigingen, het terrein en de omgeving de bestemming hebben van woonpark ; dat volgens artikel 5 paragraaf 1.0 van het koninklijk besluit van 28 december 1972, betreffende de inrichting en de toepassing van de gewestplannen, de woongebieden bestemd zijn voor wonen, alsmede handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf, voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven, en dat deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen echter maar mogen worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving ; dat volgens artikel 6.1.2.1.4 van datzelfde koninklijk besluit de woonparken de gebieden zijn waarin de gemiddelde woondichtheid gering is en de groene ruimten een verhoudingsgewijs grote oppervlakte innemen ; dat de aanvraag principieel strookt met de stedenbouwkundige voorschriften bij het gewestplan ; Overwegende dat de wetgeving op de ruimtelijke ordening en de stedenbouw de bevoegde overheid opdraagt een verantwoorde toekomstige aanleg te waarborgen en dat hiertoe de nodige voorwaarden kunnen gesteld worden of tot weigering besloten ; dat elke aanvraag aldus dient beoordeeld in functie van een verantwoorde stedenbouwkundige uitbouw van het betrokken gebied; dat de visie van het college van burgemeester en schepenen volledig kan bijgetreden worden ; dat dient rekening gehouden met de bepalingen van artikel 132 § 3 van het decreet, waarvan de tekst luidt als volgt: ‘§
  40. De wijziging van de verkavelingsvergunning moet worden geweigerd als de eigenaar of eigenaars van meer dan een vierde van de in de oorspronkelijke vergunning toegestane kavels een gegrond bevonden bezwaar indienen binnen de termijn die daarvoor geldt, waaruit de onverenigbaarheid met de verkaveling of de omgeving ervan blijkt’ ; dat er bezwaren werden ingediend door meer dan één vierde van de bewoners van de verkaveling ; Overwegende uit hetgeen voorafgaat dient geconcludeerd te worden dat het beroep niet voor inwilliging vatbaar is”. X-13.436-11/18 Bij het thans bestreden besluit willigt het deputatie het beroep tegen de weigering van de vergunning tot opsplitsing van hetzelfde lot 28 in twee loten in op grond van volgende overwegingen: “Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen rechtstreeks de vergunning weigerde en geen advies heeft ingewonnen bij de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar van het agentschap R-0 Vlaanderen, ruimtelijke ordening: dat het college van burgemeester en schepenen zijn standpunt als volgt motiveert: ‘... Ligging volgens de plannen van aanleg + bijhorende voorschriften De aanvraag is volgens het gewestplan ... gelegen in een woonpark. ... Het goed maakt als lot 28-29 deel uit van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. ... Het openbaar onderzoek ... Er werden 47 bezwaarschriften ingediend. Evaluatie bezwaren De bezwaren zijn aanvaardbaar. Het samenvoegen van loten is hier stedenbouwkundig aanvaardbaar. Het lot opsplitsen in twee kleinere loten is stedenbouwkundig niet aanvaardbaar, daar het residentieel karakter van de omgeving en de grote oppervlakte van de omliggende loten gestoord worden. ... Beschrijving van de omgeving en de aanvraag Het betreft hier lot 28-29 van een goedgekeurde verkaveling en is bebouwd met een ééngezinswoning type villa. Het lot is gelegen binnen een residentiële omgeving gekenmerkt door grote alleenstaande woningen. Het lot is gelegen aan een volledig uitgeruste buurtweg. De aanvraag tot wijziging behelst het opsplitsen van een lot met een oppervlakte van 5.504,78 m² in twee loten, namelijk één met een oppervlakte van 2.545,75 m² dat bebouwd is en één onbebouwd met een oppervlakte van 2.959,03 m². Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening Gelet op de gevolgde procedure waarbij alle eigenaars binnen de perimeter van de verkaveling aangetekend werden aangeschreven. Gelet op het openbaar onderzoek met bekendmaking, waarbij er 47 bezwaarschriften werden ingediend. Gelet op het feit dat oorspronkelijke verkaveling uit 71 afzonderlijke loten bestaat. Gelet op het feit dat er meer dan 1/4 van de eigenaars binnen de verkaveling bezwaar hebben aangetekend. Gelet op de verkleining van de loten, waarbij het specifieke karakter van de Bommels wordt geschaad. Gelet op het feit dat de betrokken gronden bestemd zijn voor het oprichten van alleenstaande woonhuizen met een uitgesproken landelijk karakter. Gelet op het feit dat er door de verdeling van het lot een aantal bomen en groenaanleg zal moeten verdwijnen. Overwegende dat de vraag afbreuk doet aan de woonomgeving en er niet verenigbaar mee is. Overwegende dat de goede Ruimtelijke Ordening verstoord zal worden. Gelet op artikel 55 § 2 van het decreet betreffende de ruimtelijke X-13.436-12/18 ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996, is de aanvraag vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet aanvaardbaar. Algemene conclusie Uit bovenstaande motivering blijkt dat de aanvraag niet in overeenstemming kan gebracht worden met de wettelijke bepalingen, alsook met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving, zodat de aanvraag dient geweigerd te worden.’; Gelet op de argumentatie van appellanten tot staving van het beroep; Overwegende dat de aanvraag strekt tot het wijzigen van de verkavelingsvergunning voor lot 28 en 29 gelegen te 9070 Destelbergen, deelgemeente Heusden, Bommelsrede 28, kadastraal gekend 4de afdeling, sectie D, nrs. 522B en 522C; dat de kavels 28-29 van de verkaveling gelegen zijn op circa 3,4 km ten zuidoosten van de kerk van Heusden; dat de oorspronkelijke verkaveling werd vergund door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 29 augustus 1963 en dat deze verkaveling 74 kavels voor open residentiële bebouwing omvatte en de opening van nieuwe straten voorzag; dat het zeer grote kavels betrof met oppervlakten tussen 1.730 m³ en 5.860 m²; dat dit de eerste en grootste verkaveling van de wijk Bommels was en dat deze verkaveling in de omgeving een tendens heeft ingezet van grote kavels met het behoud van veel groen; dat de betrokken stedenbouwkundige voorschriften de volgende bepalingen omvatten:‘... A. Algemene Voorschriften De betrokken gronden zijn bestemd voor het oprichten van alleenstaande woonhuizen met uitgesproken landelijk karakter. De verkaveling dient aanzien te worden als een minimum. Wijzigingen aan de perceelsgrenzen zijn toegelaten door verruiming der loten of cumulatie voor zover het voorgesteld minimum geëerbiedigd wordt. B. Gebouwen De bebouwbare oppervlakte zal 1/5 van de totale oppervlakte niet overschrijden. De zijdelingse strook van niet bouwen ter hoogte van het hoofdgebouw zal minstens 8 m bedragen. De gebouwen zullen opgericht worden met dezelfde hoofdmaterialen voor al de vrijstaande gevels met inbegrip van de gebeurlijke autobergplaatsen. De daken zullen een helling hebben van minstens 15/. Het geheel zal harmoniërend zijn en een uitgesproken esthetisch karakter dienen te hebben. C. Voortuinstrook en afsluitingen De voortuinstrook zal min. 10 m bedragen en de bestaande beplanting mag behouden worden. De perceelsafsluitingen zullen bestaan uit betonstijlen met draad al of niet versterkt door een levende haag.’; dat door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 11 juli 1974 een eerste wijziging van de verkaveling werd vergund en dat deze wijziging betrekking had op de kavels 28, 29 en 30; dat deze wijziging voorzag dat de kavel nr. 29 werd opgesplitst, waarbij het ene deel gevoegd werd bij de kavel nr. 28 en het andere deel gevoegd werd bij de kavel nr. 30; dat de geldende stedenbouwkundige voorschriften niet werden gewijzigd; X-13.436-13/18 Overwegende dat er reeds een aanvraag tot verkavelingswijziging voor het perceel in kwestie werd ingediend op 05 augustus 2004, dat toen eveneens gevraagd werd om het lot in kwestie in twee loten op te splitsen, dat het college een weigering van verkavelingswijziging heeft afgeleverd in zitting van 28 september 2004, dat er beroep werd ingesteld bij de deputatie van Oost-Vlaanderen waarbij het beroep niet werd ingewilligd bij besluit van 3/februari 2005 (dossier 33-04/V.12-140); dat het college van burgemeester en schepenen en de deputatie de aanvraag weigerden omdat de eigenaars van meer dan 1/4e van de in de oorspronkelijke verkaveling toegestane kavels een gegrond bezwaar hebben ingediend; dat het college verder een weigering van verkavelingswijziging (voor 2 loten) afgeleverd heeft in zitting van 6 september 2005; Overwegende dat door het college van burgemeester en schepenen in zittingen van 7 oktober 1997, 24 maart 2004, 27 april 2004 en 7 september 2004 wijzigingen van de verkaveling werden vergund, doch dat deze wijzigingen geen betrekking hadden op de kavelindeling maar wel op het bouwen van zwembaden en een poolhouse bij de bestaande woningen op diverse kavels; dat, bij vergelijking van de kavels van enerzijds de in 1963 vergunde verkaveling en de wijziging van 1974 en anderzijds de huidige toestand die blijkt uit een later plan op schaal 1/2.000 dat in het gemeentelijke archief kon teruggevonden worden en het huidige kadasterplan, er kan opgemaakt worden dat er diverse belangrijke verschillen bestaan tussen de vergunde kavelindeling en de werkelijke kavelindeling; dat zulks volgens de gemeentelijke diensten voortkomt uit de gewijzigde perceelsmaten die blijkbaar konden doorgevoerd worden ingevolge de bepalingen van het 2e punt van de algemene voorschriften; dat evenwel kan gesteld worden dat binnen de onderhavige verkaveling alle vergunde kavels rechtstreeks palen aan de destijds bestaande en ontworpen wegen; Overwegende dat de onderhavige aanvraag betrekking heeft op de kavel 28 en het deel van kavel 29, die werden samengevoegd ingevolge de wijziging die werd vergund op 11 juni 1974; dat deze kavel langsheen de straat, deels Bommelsrede en deels Puntweg, thans een breedte heeft van circa 89 m, een diepte van ongeveer 89 à 107 m en achteraan een breedte van circa 23 m met een oppervlakte van 5.480 m²; dat de beide straten volledig uitgeruste wegen zijn met bitumineuze verhardingen, onverharde bermen en alle noodzakelijke nutsvoorzieningen; dat op deze kavel vooraan links een grote woning staat, dat rechts vooraan een tuinberging staat en dat links achteraan (tot dicht tegen de perceelsgrens) een garage staat; dat de rest van het perceel een tuin is en grotendeels ook het karakter heeft van bos met diverse oudere en ook recentere bomen; dat thans gevraagd wordt om de kavel in twee te splitsen; dat lot 28 een oppervlakte zou hebben van 2.959,03 m² en lot 29 een oppervlakte van 2.545,75 m²; dat het perceel gesplitst wordt vanaf de straatzijde in de lengte, waarbij elke woning gelegen zou zijn op 13 m van de rooilijn, te bereiken via een 3 m brede toegangsweg; dat nopens de aanvraag een reeks van nieuwe voorschriften wordt opgesomd die enkel zouden gelden voor perceel 0522C en niet voor de overige kavels van de verkaveling; dat de nieuwe voorschriften de volgende zijn:
  41. de verkaveling dient aanzien te worden als een vastomlijnd geheel van indeling van het lot, de op het plan vermelde gabarieten moeten gevolgd worden, splitsing der percelen is slechts toegelaten wanneer het betreffende lot X-13.436-14/18 groter is dan 5.000 m², de gesplitste loten dienen naderhand elk een minimale oppervlakte te hebben van 2.500 m² (vervanging van punt 2 bij algemene voorschriften);
  42. de bebouwbare oppervlakte van de hoofdgebouwen wordt beperkt door de op het plan vermelde gabarieten en bedraagt maximaal 225 m² voor het rechterperceel en 253 m² voor het linkerperceel (zicht vanaf de Bommelsrede), het bestaande zwembad kan behouden blijven (vervanging van punt 1 bij gebouwen);
  43. de voortuinstrook moet worden versterkt (toevoeging bij voortuinstroken en afsluitingen); Overwegende dat de aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek en dat 47 bezwaren werden ingediend; dat de meeste van deze bezwaren, 43, uitgaan van bewoners/eigenaars van kavels van de onderhavige verkaveling, maar dat er ook 4 bezwaren werden ingediend van omwonenden met percelen die buiten de verkaveling zijn gelegen; dat het college van burgemeester en schepenen in zitting van 6 februari 2007 nopens de bezwaren vaststelde dat deze in hoofdzaak handelen over het verlies van het oorspronkelijke residentieel karakter van de verkaveling door de kleinere loten en verlies van groen en privacy; dat het college van burgemeester en schepenen ook vaststelde dat eigenaars van meer dan 1/4e van de in de oorspronkelijke verkaveling toegestane kavels

(74)een gegrond bezwaar hebben ingediend; dat het college van burgemeester en schepenen ook stelde dat het samenvoegen van loten hier stedenbouwkundig aanvaardbaar is, het opsplitsen in 2 kleinere loten niet, daar door de verkleining van de kavels het specifieke residentiele karakter van de omgeving en de grote oppervlakte van de omliggende loten gestoord worden; Overwegende dat, volgens het gewestplan nr. 8 Gentse en Kanaalzone, vastgesteld bij koninklijk besluit van 14 september 1977 en de latere wijzigingen, het terrein en de omgeving de bestemming hebben van woonpark; dat volgens artikel 5 paragraaf 1.0 van het koninklijk besluit van 28 december 1972, betreffende de inrichting en de toepassing van de gewestplannen, de woongebieden bestemd zijn voor wonen, alsmede handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf, voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven, en dat deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen echter maar mogen worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving; dat volgens artikel 6.1.2.1.4 van datzelfde koninklijk besluit de woonparken de gebieden zijn waarin de gemiddelde woondichtheid gering is en de groene ruimten een verhoudingsgewijs grote oppervlakte innemen; dat de aanvraag principieel strookt met de stedenbouwkundige voorschriften bij het gewestplan; dat het voorstel voldoet aan de richtlijnen vervat in de ministeriele omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen, en latere wijzigingen, m.b.t. de woonparken, voor wat betreft de woningdichtheid (tussen 5 à 10 woningen per ha), de kaveloppervlakte ( tussen 1000 en 2000m²), de bebouwbare oppervlakte (max 250m²) en maximaal behoud van groen; dat de ingediende bezwaren deze richtlijnen negeren en aldus niet gegrond zijn; dat de aanvraag verenigbaar is met de bestemming en met een aanvaardbare aanleg van de plaats; X-13.436-15/18 dat aldus de gevraagde vergunning kan verleend worden en het beroep vatbaar is voor inwilliging”. 4.
  1. Te dezen bevat de motivering van het bestreden besluit geen afdoende argumenten waaruit kan blijken dat het specifieke karakter van de betrokken verkaveling, anders dan voordien en in weerwil van het onveranderde standpunt van het college van burgemeester en schepenen ter zake, gelet op de ingediende bezwaren met betrekking tot de onverenigbaarheid met de verkaveling, geen beletsel meer vormt voor een de opsplitsing van het betrokken lot in twee kavels. De verwijzing van de verwerende partij naar de “richtlijnen vervat in de ministeriële omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen, en latere wijzigingen, m.b.t. de woonparken”, volstaat daartoe niet. Vooreerst dient te worden vastgesteld dat ministeriële omzendbrieven gericht aan de vergunningverlenende overheden die richtsnoeren bevatten nopens de interpretatie en de toepassing van de bestaande wetten en verordeningen geen enkel bindend karakter hebben, ongeacht of zij zijn bekendgemaakt of niet, en zij de vergunningverlenende overheid er niet van ontslaan elke aanvraag afzonderlijk geval per geval op zijn verenigbaarheid met de goede plaatselijke ordening te onderzoeken en te beoordelen. Dit blijkt overigens ook met zoveel woorden uit de betrokken omzendbrief, waar in de inleiding wordt gesteld: “De hierna opgenomen bepalingen omtrent de inhoud van de bestemmingsvoorschriften (beogen) dan ook een leidraad te bieden bij de interpretatie en toepassing van de diverse planologische voorschriften. Ook in de gevallen die aldus worden behandeld, kan evenwel slechts vergunning worden verleend als ook vaststaat dat de beoogde werken en handelingen in overeenstemming zijn met de goede plaatselijke ordening van het gebied, wat tot uiting moet worden gebracht in de formele motivering van de beslissing over de vergunningsaanvragen. De formele motivering bevat dus steeds een dubbel aspect, nl. de verenigbaarheid met het bestemmingsvoorschrift en de verenigbaarheid met de goede plaatselijke ordening”. Bovendien bestonden deze richtlijnen reeds op het ogenblik dat de deputatie bij besluit van 3 februari 2005 het beroep tegen een eerste weigering van een opsplitsing van het lot 28 in twee kavels niet heeft ingewilligd. 4.
  2. De bijkomende argumentatie die de tussenkomende partijen in hun memorie tot tussenkomst aanvoeren om aan te tonen dat de betwiste opsplitsing X-13.436-16/18 van de kavel de eigenheid van de verkaveling eerbiedigt, doet aan de voormelde vaststelling geen afbreuk, alleen reeds omdat deze argumentatie geen deel uitmaakt van de motivering van het bestreden besluit. In tegenstelling tot hetgeen de tussenkomende partijen in hun laatste memorie voorhouden blijkt uit de uiteenzetting in het verzoekschrift van de voormelde middelonderdelen dat deze hun grondslag vinden in een gebrek in de motivering van het bestreden besluit. Het feit dat dit niet met zoveel woorden wordt aangehaald in de aanhef van het middel doet daaraan geen afbreuk. Voorts dient te worden vastgesteld dat aan de overwegingen van het bestreden besluit waarin het voorwerp van de aanvraag wordt omschreven geen enkel gevolg wordt verbonden ter verantwoording van de beslissing om de gevraagde vergunning te verlenen. Bovendien betreft het elementen die reeds voorlagen bij de vorige aanvraag tot wijziging van de verkavelingsvergunnning. In tegenstelling tot hetgeen de tussenkomende partijen in hun laatste memorie voorhouden kunnen deze overwegingen niet als afdoende motieven ter verantwoording van het bestreden besluit worden aanzien. 4.
  3. De betrokken middelonderdelen zijn in de aangeven mate gegrond. BESLISSING
  4. De Raad van State vernietigt het besluit van 21 juni 2007 van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen, waarbij het beroep ingesteld namens Roland HEUGHEBAERT en Monique SCHOTTE tegen het besluit van 6 februari 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Destelbergen tot weigering van de wijziging van de verkavelingsvergunning voor de loten 28 en 29, gelegen te Destelbergen (Heusden), Bommelsrede 28, kadastraal bekend sectie D, nrs. 522/b en 522/c, wordt ingewilligd en de gevraagde vergunning wordt verleend.
  5. Het Vlaamse Gewest wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op 4200 euro. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 250 euro, ieder voor de helft. X-13.436-17/18 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien september 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-13.436-18/18 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.344 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.666 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.