← België

Arrest 207362 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 14/09/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.362 Rolnummer: A. 197603/IX-6930 Zaak: Arrest 207362 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 14/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-09-16 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 05:08 Fiche Arrest nr 207.362 van 14 september 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Bevolen Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 207.362 van 14 september 2010 in de zaak A. 197.603/IX-6930 In zake : Michel GEURTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te Mariakerke Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGS/DSJ gevestigd te Brussel Fritz Toussaintstraat 8 --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 6 september 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van 1 september 2010 van het diensthoofd SPC van de spoorwegpolitie waarbij aan Michel Geurts bericht wordt dat hij, wegens zijn preventieve schorsing, niet mag deelnemen aan de opleiding “explosievenhondengeleider” in Engeland noch aan de opleiding van patrouillehondengeleider, evenals van de impliciete weigering om hem toe te laten deze opleidingen te volgen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 september 2010, om 11.00 uur. IX-6930-1/5 Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Peter Crispyn, die verschijnt voor de verzoeker, en adviseur Els Van Rossem, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. Op 8 juni 2010 wordt de verzoeker, inspecteur van politie bij de spoorwegpolitie, door de minister van Binnenlandse Zaken preventief geschorst in het kader van een strafrechtelijk onderzoek dat tegen hem werd gevoerd. De schorsing duurt vier maanden en vangt aan op 11 juni
  5. 3.
  6. Met een “tijdelijke nota” van 1 september 2010 deelt het diensthoofd van de verzoeker hem mee: “Ik wil U mededelen dat U, als gevolg van uw schorsing, kunt deelnemen noch aan de opleiding ‘explosievenhondengeleider’ die doorgaat in Engeland, noch aan die van patrouillehondengeleider voorzien in België”. Deze beslissing vormt het voorwerp van de onderhavige vordering. 3.
  7. De verzoeker zet uiteen dat hij de enige explosievenhondenbe- geleider binnen de spoorwegpolitie is, dat het behoud van het desbetreffend brevet maandelijkse trainingen en zesmaandelijkse proeven in Engeland vereist en dat er van 20 tot 24 september 2010 degelijke bijscholing en testen gepland zijn. De verwerende partij betwist die uiteenzetting niet. IV. Ontvankelijkheid van de vordering IX-6930-2/5
  8. De verzoeker vraagt de schorsing van de weigering om de opleiding te volgen en van de impliciete weigering om hem de vereiste toelating te geven. Aangezien hij niet aantoont en uit geen gegeven op te maken valt dat hij een recht kan doen gelden op het volgen van de opleiding, is de vordering wat de zogenaamde impliciete beslissing betreft niet ontvankelijk. V. Onderzoek van de vordering
  9. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is.
  10. Bij arrest nr. 207.361 van heden vernietigt de Raad van State het ministerieel besluit van 8 juni 2010 waarbij de verzoeker preventief geschorst wordt en dat door de dienstchef wordt aangehaald als enige grondslag voor het bestreden besluit. De onwettigheid van dat besluit is daarmee vastgesteld, zodat de middelen, die de verzoeker in de onderhavige zaak tegen dat besluit aanvoert om op grond daarvan vastgesteld te zien dat het bestreden besluit geen deugdelijke grondslag heeft, niet meer onderzocht moeten worden. Rekening houdend met dat arrest stelt de Raad van State dan ook vast dat het besluit van 8 juni 2010, waarin het bestreden besluit zijn noodzakelijke grondslag vindt, nooit bestaan heeft en dat het bestreden besluit wegens ontstentenis van deugdelijke grondslag vernietigd moet worden.
  11. Uit het door de verwerende partij niet betwiste relaas van de feiten blijkt terdege dat de zaak hoogdringend is.
  12. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel legt de verzoeker in het feit dat zijn brevet van explosievenhondenbegeleider in het gedrang kan komen indien hij de opleiding niet kan volgen. De verwerende partij stelt daar tegenover dat het nadeel niet onbetwistbaar is, dat de verzoeker niet voldoende concreet is en dat hij niet aantoont dat een annulatiearrest het nadeel niet meer zal kunnen IX-6930-3/5 goedmaken. Zij argumenteert dat de verzoeker wegens zijn voorlopige schorsing in non-activiteit is en hij dus zijn functie niet kan uitoefenen, dat het niet zeker is dat hij zijn brevet onherroepelijk zal verliezen wanneer hij de opleiding niet volgt en dat de verzoeker ook niet aantoont dat zijn hond niet meer in de voorwaarden zal zijn om hem als patrouillehond of explosievenhond te gebruiken.
  13. De verwerende partij betwist niet dat de opleiding die de verzoeker zeer binnenkort wenst te volgen, van belang is voor de verdere uitoefening van de actuele functie die hij uitoefent. Ook al bewijst de verzoeker inderdaad niet dat hij, bij het niet-volgen van deze bijscholingen, zijn brevet zal zien ontwaarden, dan blijkt uit zijn relaas toch wel duidelijk dat het niet denkbeeldig is dat hij bij het niet-volgen van de scholing in een onregelmatige situatie kan verzeilen en dat zulks de verdere tewerkstelling in zijn functie van hondenexplosie- venbegeleider sterk kan bemoeilijken. Hij rechtvaardigt daarmee het beroep op de procedure van de hoogdringendheid. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van 1 september 2010 van het diensthoofd SPC van de spoorwegpolitie waarbij aan Michel Geurts bericht wordt dat hij, wegens zijn preventieve schorsing, niet mag deelnemen aan de opleiding “explosievenhondengeleider” in Engeland noch aan de opleiding van patrouillehondengeleider. De Raad van State verwerpt de vordering voor het overige. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 14 september 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter IX-6930-4/5 Vera Wauters André Vandendriessche IX-6930-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.362 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.670 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.