id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.406 Rolnummer: A. 197664/XII-6336 Zaak: Arrest 207406 - Examenbetwistingen en weigeringen tot inschrijving - 17/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-09-21 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 05:09 Fiche Arrest nr 207.406 van 17 september 2010 Onderwijs en cultuur - Examenbetwistingen en weigeringen tot inschrijving Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 207.406 van 17 september 2010 in de zaak A. 197.664/XII-6336 In zake: Hendrik SLEECKX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Declercq kantoor houdend te Leuven J. P. Minckelersstraat 33 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep 11 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Stommels kantoor houdend te Antwerpen Amerikalei 220, bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 13 september 2010, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van : “de beslissing van het college van directeurs van de Scholengroep 11 [van het Gemeenschapsonderwijs], zonder datum, [...] ontvangen op 7 september 2010, houdende ‘beslissen de delibererende klassenraad, als enig bevoegd voor een herziening van de [over Hendrik Sleeckx] genomen beslissing, niet opnieuw samen te roepen’”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 september 2010, om 11.30 uur. XII-6336-1\9 Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Philippe Declercq, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Marc Stommels, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is tijdens het schooljaar 2009-2010 leerling in het tweede leerjaar van de derde graad ASO, “Sport-Wetenschappen”, in het koninklijk atheneum KA2 Ring, te Leuven. Op het einde van het schooljaar heeft verzoeker jaartekorten voor biologie (42,4%), chemie (45,2%) en wiskunde (48,3%) en beslist de delibererende klassenraad om verzoeker een oriënteringsattest C te geven. Op 30 juni 2010 ontvangt verzoeker de eindbeslissing, met de volgende motivering : “Je behaalt, vooral naar het einde van het schooljaar toe, zware structurele tekorten. Het laatste stuk van de leerstof is onvoldoende verwerkt, de eindtermen en leerplandoelstellingen worden niet bereikt. De eindtermen worden niet bereikt omdat je geen regelmatige studiehouding hebt, jou een correcte studiehouding ontbreekt, je geen grote leerstofdelen kan verwerken, je vlug tevreden bent, je nauwkeurigheid mist en omdat je te weinig controleert”. Er volgt onmiddellijk overleg met de ouders, die aandringen op een uitgestelde beslissing. 3.
- Volgens verzoeker wordt hem op 30 juni 2010 telefonisch en zonder toelichting meegedeeld dat de klassenraad diezelfde dag opnieuw vergaderd heeft en bij zijn beslissing is gebleven en wordt dit naderhand niet meer schriftelijk bevestigd. XII-6336-2\9 Volgens de nota van de verwerende partij beslist de directeur op 30 juni 2010 om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen. In de bestreden beslissing van het college van directeurs staat dan weer als datum voor die nieuwe beraadslaging 1 juli 2010 vermeld. In het administratief dossier berust als stuk 3 een 1 juli 2010 gedateerde, niet ondertekende nota waarin de “geachte ouders” van verzoeker meegedeeld wordt dat op 30 juni 2010 een herdeliberatie over verzoeker heeft plaatsgevonden, dat de argumenten van verzoeker werden overwogen maar dat geen herexamens worden toegestaan. Te lezen is in die nota dat de klassenraad : “wees op de verschillende aanmaningen doorheen het jaar om grondiger en regelmatiger te werken of in te gaan op de aangeboden hulp en remediërings- plannen. De tekorten op richtingbepalende vakken zijn te talrijk en verspreid over het gehele schooljaar. Hendrik heeft tijdens het schooljaar onvoldoende getoond dat hij geïnteresseerd en gemotiveerd was. Enkel op het einde van het jaar was er enige progressie in zjin studiehouding te merken. De klassenraad blijft bij [zijn] standpunt dat zijn kennis onvoldoende is en de nodige eindter- men en leerplandoelstellingen door Hendrik onvoldoende bereikt werden”. Bij hetzelfde stuk 3 merkt de Raad van State ook nog een niet gedateerd, niet ondertekend blad met titel “Delibererende klassenraad EX2” en onder meer de handgeschreven vermelding “Vraag: bijkomende proeven - geen nieuwe info: bijkomende proeven zijn niet mogelijk”. 3.
- Alleszins stelt verzoeker op 3 juli 2010 beroep in tegen het C- attest. Hij wijst erop dat voor biologie 12 van de 19 leerlingen een onvoldoende behaalden en dat hij met 48% voor dit vak het klasgemiddelde behaalt en tussen het eerste en het tweede examen een “sterke stijging” realiseerde. Geargumenteerd wordt ook dat het mondeling onderdeel van het examen biologie niet representatief was. Ook voor chemie wijst verzoeker op zijn progressie tijdens het jaar van 50% naar 68% en de correcte studiehouding die hieruit spreekt. Hij meent dat zijn tekort voor chemie een “accidenteel” probleem is dat met een herexamen weggewerkt kan worden. Het resultaat voor wiskunde noemt verzoeker “binnen de ‘foutenmarge’ van de beoordeling”. Hij betoogt dat de motivering geen toelichting geeft bij het argument dat hij de leerplandoelstellingen niet gehaald heeft. Hij pleit ervoor een tweede kans te krijgen door middel van herexamens. XII-6336-3\9 De daaropvolgende vakantieperiode bevordert geenszins een vlotte communicatie tussen verzoeker en verwerende partij over het verloop van de beroepsprocedure. Op 17 augustus 2010 adviseert de beroepscommissie dat de delibererende klassenraad niet opnieuw moet samenkomen. Het college van directeurs beslist op 30 augustus 2010 om het advies van de beroepscommissie te volgen. Met een eveneens 30 augustus 2010 gedateerd schrijven wordt die beslissing aan verzoeker ter kennis gebracht. IV. De schorsingsvoorwaarden
- Luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoor- den en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. A. Uiterst dringende noodzakelijkheid en moeilijk te herstellen ernstig nadeel
- Verwerende partij verklaart -terecht- geen verweer te voeren omtrent de eerste en de derde schorsingsvoorwaarde en te aanvaarden, overeenkom- stig ’s Raads rechtspraak, dat het door verzoeker ingeroepen dreigend verlies van een schooljaar volstaat om deze voorwaarden vervuld te weten. B. Ernst van de middelen 6.
- Volgens verzoeker schendt de bestreden beslissing de motive- ringsplicht en het redelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. XII-6336-4\9 6.
- Zoals doorheen de toelichting van het middel blijkt en ook ter terechtzitting uitdrukkelijk wordt bevestigd, stelt verzoeker niet de behaalde tekorten in vraag. Meer nog, hij spreekt niet ernstig tegen dat zijn resultaten op zich mogelijk een C-attest kunnen verantwoorden. Alleszins aanvaardt de Raad van State in de huidige stand van de procedure dat de delibererende klassenraad uit het feit dat verzoeker voor drie wetenschapsvakken -en dus in de gekozen richting profielbepa- lende vakken- niet gecontesteerde tekorten heeft, mag afleiden dat verzoeker alvast voor die vakken niet de leerplandoelstellingen heeft bereikt. 6.
- Het is verzoeker er echter om te doen, van de delibererende klassenraad de kans te krijgen om bijkomende proeven af te leggen en aldus aan te tonen dat hij er wél in slaagt alsnog die doelstellingen te kunnen bereiken. Het feit dat en de wijze waarop die vraag wordt afgewezen maakt bijgevolg voor verzoeker de schending uit van de door hem aangehaalde beginselen. Zoals tijdens het georganiseerd beroep, herhaalt verzoeker ook voor de Raad van State dat de motivering van “structurele tekorten” onjuist is, dat hij integendeel een “structurele verbetering” voor chemie en biologie kan voorleggen. Verzoeker heeft eveneens kritiek op het feit dat het begrip “uitzonder- lijke gevallen” waarin hem bijkomende proeven kunnen worden toegekend, in het schoolreglement verkeerd -lees: te stringent- is uitgelegd. Hij wijst op zijn concrete geval van een laatstejaarsstudent die de vorige jaren steeds een A-attest behaalde, het tekort van biologie voor wel twintig leerlingen, de puike punten voor het hoofdvak in deze studierichting en het slechts licht tekort voor wiskunde alsook de positieve evolutie. 6.
- Volgens verzoeker had dit betoog het schoolbestuur ertoe moeten aanzetten een herdeliberatie te vragen. Dit klemt volgens verzoeker nog meer, omdat hij heeft moeten vaststellen dat het verslag van de delibererende klassenraad van 30 juni 2010 slechts is ondertekend door één leraar en niet door de klastitularis of de directeur, dat de titularis van het vak biologie niet aanwezig was op de nieuwe deliberatie van 30 juni 2010 terwijl net een van de tekorten hierover ging en dat niet eens de meerderheid van de leraars aanwezig was.
- Verwerende partij antwoordt dat de bestreden beslissing van het college van directeurs is gesteund op het volledige dossier van verzoeker: zijn rapport, de notulen van de begeleidende klassenraad en het oudercontact, de XII-6336-5\9 eindbeslissing en de “herdeliberatie”. Zij onderstreept ook dat er door verzoeker nooit is van uitgegaan dat in de situatie zoals ze zich voordoet de toekenning van een diploma zonder de bijkomende proeven in de mogelijkheden lag. De delibere- rende klassenraad heeft na een nieuwe deliberatie nagegaan, op vraag van de ouders, of bijkomende proeven mogelijk zijn. Het is precies met dat oogmerk, dat deze klassenraad opnieuw is samengeroepen. Verwerende partij brengt in herinnering dat bijkomende proeven geen “klassiek” herexamen zijn. De klassenraad heeft de afweging gemaakt of hij over voldoende gegevens beschikte om een eindbeslissing te kunnen nemen over verzoeker en heeft het niet nodig geacht om bijkomende proeven toe te staan. De leden van de klassenraad zijn immers voldoende ingelicht door het normaal verlopen schooljaar van de leerling, uitzonderlijke omstandigheden hebben zich niet voorgedaan. Anders dan verzoeker meent, is een uitgestelde proef geen “bijkomende kans”. Verzoeker toont geen uitzonderlijke omstandigheden aan.
- Artikel 37, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs (hierna: organisatiebesluit) bepaalt dat de beslissingen over het al dan niet slagen van leerlingen in beginsel uiterlijk op 30 juni van het betrokken schooljaar genomen worden, doch dat deze termijn voor “individuele gevallen” kan worden verlengd tot uiterlijk de eerste schooldag van het daaropvolgend schooljaar.
- Het valt enkel aan de delibererende klassenraad toe om te beoordelen of hij aan het normale einde van het jaar over afdoende informatie beschikt om over het al dan niet slagen van een leerling te beslissen dan wel of ontbrekende of niet eenduidige informatie nuttig kan worden aangevuld of opgehelderd door de leerling aan een of meer bijkomende proeven te onderwerpen. De klassenraad beschikt daaromtrent over een ruime discretionaire bevoegdheid, en lijkt niet in zijn beoordelingsvrijheid van een concreet voorliggend dossier beperkt te kunnen worden door een schoolreglement. Dat het te dezen geldende schoolreglement “overlijden” en “ziekte” vermeldt als reden voor het toestaan van een uitgestelde proef, kan dan ook niet als een limitatieve opsomming begrepen worden. Overigens beweert verwerende partij zulks ook niet. XII-6336-6\9
- Uit de uitdrukkelijke motivering van de eerste beraadslaging van de delibererende klassenraad kan niet worden afgeleid dat reeds aandacht is besteed aan de wenselijkheid of noodzaak van uitgestelde proeven. Zodra die beslissing aan verzoeker is meegedeeld, zal hij in de beroepsprocedure niet nalaten om op gemotiveerde wijze een uitgestelde beslissing en bijkomende proeven te bepleiten. Enkel de klassenraad, en niet de beroepscommissie of het college van directeurs, vermag over het antwoord op die vraag te beslissen. Volgens verwerende partij heeft de op 30 juni -of 1 juli- 2010 opnieuw samengeroepen klassenraad effectief oog gehad voor verzoekers vraag en is hij zelfs precies met dat oogmerk samengeroepen. Bij die beslissing rijzen echter in de huidige stand van de procedure, met het administratief dossier zoals het thans voorligt, ernstige bezwaren. Zo kan verwerende partij niet de bewering ontkrachten van verzoeker dat hij die beslissing -en dus de neergeschreven motivering- nooit heeft ontvangen. Verzoeker heeft zijn georganiseerd administratief beroep bijgevolg ingesteld met de éérste beslissing in gedachten, terwijl die vervangen leek door een nieuwe beslissing. Van de vervangende beslissing is voorts ook aan de Raad van State geen deugdelijk afschrift bezorgd. De (overigens ook ongeadresseerde) nota van 1 juli 2010 vermeldt de namen van de directeur en van de adjunct-directeur (maar niet hun handtekeningen) en gaat dus niet uit van de klassenraad, enig bevoegde orgaan. De bijgaande handgeschreven bladzijden zijn ongedateerd en niet ondertekend en kunnen vooralsnog dus evenmin toegeschreven worden aan de op 30 juni 2010 delibererende klassenraad. Bovendien bevat dit handschrift ook niet de minimale motivering die verwacht mag worden van een zorgvuldig delibererende klassenraad, waaruit verzoeker -en vervolgens de Raad van State- kan afleiden dat zijn concrete argumentatie in de beoordeling is betrokken geworden. Neerschrijven zonder meer dat bijkomende proeven niet mogelijk zijn wegens “geen nieuwe info” is immers een stijlformule, die zoals opgemerkt niet eens vermag aan te tonen dat de argumenten van verzoeker wel in rekening zijn gebracht. XII-6336-7\9
- Het is de Raad van State niet ontgaan dat de beroepscommissie en vervolgens het college van directeurs wél uitvoerig -“punt per punt”- ingaan op de bezwaren van verzoeker. Zij kunnen zich evenwel niet in de plaats stellen van de delibererende klassenraad. Zo uit de beslissing van het college van directeurs begrepen mag worden dat het college het antwoord van de delibererende klassenraad op de grieven van verzoeker onvoldoende vond, dan viel het dit college niet toe om zelf een steekhoudend antwoord neer te schrijven, maar wel om te beslissen de klassenraad opnieuw samen te roepen. De uiteenzettingen van het college zijn immers niet toe te schrijven aan de klassenraad, die nu eenmaal als enige autonoom bevoegd is over de noodzaak van bijkomende proeven te beslissen. Het betekent ook dat de Raad van State geen uitspraak doet over de in de bestreden beslissing opgenomen motivering.
- Het middel is in de besproken mate ernstig.
- De Raad van State merkt ten overvloede nog op dat hij de beweringen van verzoeker over de onregelmatige samenstelling van de klassenraad niet kan nagaan. Indien effectief slechts zes leerkrachten aanwezig waren, dan lijkt er op zicht van de thans beschikbare stukken wel degelijk een probleem te zijn wat het aanwezigheidsquorum betreft, wat op zich al reden moest zijn voor verwerende partij om tot een nieuwe samenkomst te beslissen. Alleszins ligt in de huidige stand van de procedure geen proces- verbaal van de beraadslaging voor, ondertekend op de wijze als vereist bij artikel 5, § 6, vierde lid, van het organisatiebesluit, hetgeen vooralsnog reden is om ook dit middelonderdeel ernstig te achten.
- Er is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het college van directeurs van de Scholengroep 11 van het Gemeenschapsonderwijs, zonder datum, meege- XII-6336-8\9 deeld bij brief gedateerd op 30 augustus 2010, om de over Hendrik Sleeckx delibererende klassenraad niet opnieuw samen te roepen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 17 september 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren XII-6336-9\9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.406 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.575 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div