← België

Arrest 207412 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 17/09/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.412 Rolnummer: A. 186040/X-13548 Zaak: Arrest 207412 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 17/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-09-24 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 05:09 Fiche Arrest nr 207.412 van 17 september 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 207.412 van 17 september 2010 in de zaak A. 186.040/X-13.

  1. In zake: de n.v. THINK MEDIA OUTDOOR bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Erik Vanden Brande kantoor houdend te 1040 BRUSSEL Sint Michielslaan 55, bus 10 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 16 november 2007, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit dd. 06.09.2007 van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad Oost-Vlaanderen, waarbij niet wordt ingewilligd het beroep dat (...) werd ingesteld tegen de beslissing van 7 juni 2007 van het college van burgemeester en schepenen te Gent houdende weigering van de gevraagde regularisatievergunning voor het behoud van een dubbelzijdig 8 m² reclamepaneel in een werfafsluiting op een terrein gelegen te 9051 Gent, deelgemeente Sint-Denijs- Westrem, Kortrijksesteenweg 1131, kadastraal gekend 25ste afdeling sectie B nr 79 L 2”. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. X-13.548-1/8 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 mei
  4. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Marie-Anne De Geest, bestuurssecretaris, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Het perceel waarop het bestreden besluit betrekking heeft, is gelegen op het kruispunt van de Kortrijksesteenweg en de Schoonzichtstraat. Op 26 mei 2005 werd de vergunning verleend voor het slopen van twee woningen, het uitbreiden van een handelscentrum, het bouwen van een ondergrondse garage, het bouwen van kantoren en het uitbreiden van een woning. Op 16 maart 2006 werd de vergunning verleend voor het plaatsen van een reclamepaneel met een oppervlakte van 16 m² in de werfafsluiting. Het betrokken perceel is volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 14 september 1977 vastgestelde gewestplan Gentse en Kanaalzone gelegen in woongebied. Het is niet gelegen binnen het gebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, of van een vergunde verkaveling. 3.
  7. Er werd een dubbelzijdig reclamepaneel met een oppervlakte van 8 m² geplaatst, ingeplant haaks op de as Kortrijksesteenweg, in plaats van de vergunde evenwijdige inplanting. Op 5 april 2007 dient de verzoekende partij een aanvraag tot regularisatie in voor “een geplaatst dubbelzijdig 8m² reclamepaneel in een werfafsluiting”. Uit de plannen en foto’s die bij de aanvraag zijn gevoegd, blijkt dat dit paneel op een sokkel staat die zich achter de afsluiting bevindt en er boven uitsteekt. X-13.548-2/8 3.
  8. Op 14 mei 2007 brengt het agentschap Infrastructuur, Wegen en Verkeer - District en Regie 411 Gent een ongunstig advies uit over de aanvraag. 3.
  9. Bij besluit van 7 juni 2007 weigert het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent de gevraagde vergunning. 3.
  10. Op 4 juli 2007 stelt de verzoekende partij tegen dit besluit beroep in bij de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen. 3.
  11. Bij het thans bestreden besluit van 6 september 2007 van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen wordt het beroep van de verzoekende partij niet ingewilligd en wordt de gevraagde vergunning geweigerd. IV. Ontvankelijkheid van het beroep 4.
  12. De verwerende partij werpt “ten aanzien van de ontvankelijkheid” van het beroep op wat volgt: “
  13. Ten aanzien van de ontvankelijkheid Bij het verzoekschrift zijn niet de nodige stukken gevoegd om na te kunnen gaan of de nv Think Media Outdoor aan alle voorwaarden voldoet om over rechtspersoonlijkheid te beschikken en of het bevoegde orgaan de beslissing genomen heeft om een annulatieberoep tegen voormelde beslissing in te stellen. Het door verzoekende partij aangevoerde middel handelt over het weigeringsmotief van de deputatie dat betrekking heeft op het ongunstig bindend advies van het Agentschap Infrastructuur, Wegen en Verkeer - District en Regie 411 Gent, dat als volgt luidt: ‘Er wordt een ONGUNSTIG advies verleend gezien de plaatsing van dit reclamepaneel in strijd is met het K.B. van 14/12/59 (reglementering inzake het aanplakken en reclamemaken). Dit reclamepaneel moet verwijderd worden!’ De deputatie weigerde evenwel de vergunning niet alleen omwille van dit ongunstig advies. Zij stelde in haar besluit eveneens dat de voorwaarden, die in de vergunning van 15 juni 2006 van de deputatie werden opgenomen, dienen gerespecteerd te worden. In deze voorwaarden werd het volgende bepaald: ‘Het publiciteitspaneel moet in de werfafsluiting geïntegreerd worden en volledig op het eigen terrein staan, de lichtarmatuur mag enkel boven de openbare weg uitsteken als daartoe de schriftelijke toestemming van de wegbeheerder bekomen wordt, in casu het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, afdeling Wegen en Verkeer Oost-Vlaanderen, district Gent, Walstraat 101 te 9050 Gentbrugge; Het reclamepaneel moet evenwijdig met de as van de Kortrijksesteenweg staan; Het is verboden een luminositeit met een rode of groene tint te geven aan het reclamepaneel; De geldigheidsduur van deze vergunning wordt beperkt tot een termijn van maximum 4 jaar, of eerder tot het moment van de ingebruikname van één van de op 26 mei 2005 op dit perceel vergunde gebouwen, het X-13.548-3/8 publiciteitspaneel dient gelijktijdig met de werfafsluiting verwijderd te worden.’ Zoals men kan lezen in het besluit van de deputatie staat het paneel volledig los van de werfafsluiting. Bovendien werd een dubbelzijdig reclamepaneel van 8 m² geplaatst i.p.v. een enkelvoudig reclamepaneel van 16 m². Gezien dit motief de beslissing van de deputatie mee draagt en op zich afdoende is om de weigering te verantwoorden, kan het door verzoekende partij aangevoerde middel om deze reden niet tot de vernietiging leiden”. 4.
  14. De verzoekende partij repliceert in haar memorie van wederantwoord: “Tegenpartij besluit tot de onontvankelijkheid van het annulatieverzoek omdat volgens haar ‘bij het verzoekschrift niet de nodige stukken zijn gevoegd om na te kunnen gaan of de n.v. Think Media Outdoor aan alle voorwaarden voldoet om over rechtspersoonlijkheid te beschikken en of het bevoegde orgaan de beslissing heeft genomen om een annulatieberoep tegen voormelde beslissing in te stellen.’ Tegenpartij verliest hierbij uit het oog dat de raadsman van verzoekster bij aangetekend schrijven dd. 27.11.2007 aan de Raad van State een inventaris liet geworden met kopie van de stukken gevoegd bij het verzoekschrift tot nietigverklaring dd. 16.11.2007 zijnde, benevens een afschrift van het bestreden besluit van de bestendige deputatie, - de van kracht zijnde tekst van de statuten van n.v. Business Panel - het bewijs van wijziging van maatschappelijke benaming van n.v. Business Panel in n.v. Think Media Outdoor en wijziging van art. 1 der statuten van n.v. Business Panel - bewijs van herbenoeming bestuurders en herbenoeming gedelegeerd bestuurder - de van kracht zijnde tekst van de statuten van bvba Stion - de notulen van de vergadering van de raad van bestuur van n.v. Think Media Outdoor dd. 12.11.2007 Uit dit laatste stuk blijkt wel degelijk dat tot het instellen van het beroep werd beslist door de raad van bestuur, zijnde het bevoegd orgaan van de rechtspersoon handelend overeenkomstig de van toepassing zijnde wets- en statutaire bepalingen”. 4.
  15. Uit de door de verzoekende partij neergelegde stukken blijkt dat het beroep geldig door het daartoe bevoegde orgaan werd ingesteld. Voorts houdt de door de verwerende partij opgeworpen exceptie verband met de grond van de zaak. X-13.548-4/8 V. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het middel 5.
  16. In een enig middel voert de verzoekende partij de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, van algemene rechtsbeginselen met betrekking tot de motivering van bestuurshandelingen, meer bepaald het principe volgens hetwelk elke administratieve beslissing dient te berusten op afdoende juridische en feitelijke overwegingen, “Doordat de bestreden beslissing de vergunning weigert op de enkele grond dat de aanvraag wettelijk niet vergunningsvatbaar zou zijn omdat ze in strijd komt met het K.B. dd. 14.12.1959 houdende reglementering op het aanplakken en reclamemaken zoals blijkt uit de bindende ongunstige adviezen van het agentschap Infrastructuur , Wegen en Verkeer van de Vlaamse overheid. Terwijl dit moeilijk als een voldoende motivering kan worden aanvaard aangezien het koninklijk besluit van 14 december 1959 aangetast is door machtsoverschrijding zodat er geen toepassing van kan worden gemaakt in adviezen, minstens deze adviezen geen bindende kracht kunnen hebben Toelichting Artikel 200 van het wetboek der met het zegel gelijkgestelde taxes is de legale basis van het K.B. dd. 14.12.
  17. Artikel 200 WZGT machtigt niet de Koning om de aanplakking te verbieden. Het machtigt de regering (...). De Koning of de regering, is niet hetzelfde. De wetgever heeft de delegatie rechtstreeks aan de regering gegeven. De wet voorziet geen subdelegatie. In ieder geval is een delegatie of subdelegatie van de essentie van de bevoegdheid verboden. Doordat het uiteindelijke verbod vastgesteld is door de Koning en niet door de regering, zoals de wetgever nadrukkelijk had voorgeschreven, is het koninklijk besluit van 14 december 1959 aangetast door machtsoverschrijding. De bevestiging van de weigering van vergunning mist dan ook rechtsgrond nu ze enkel gebaseerd is op het feit dat het reclamepaneel waarvoor de regularisatie gevraagd wordt loodrecht op de as van de Kortrijksesteenweg geplaatst werd i.p.v. evenwijdig ermee, voorschrift dat enkel gesteld wordt door het K.B. dd 14.12.1959 dat ingevolge art. 159 van de Grondwet niet mag worden toegepast”. Beoordeling 5.
  18. Gelet op het suppletoir karakter van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, wordt het middel afgeleid uit de schending ervan geacht te zijn afgeleid uit de schending van het toentertijd geldende artikel 53, § 3, eerste lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, dat aan de bestendige deputatie en de minister, wanneer zij uitspraak doen over een bouwaanvraag, een X-13.548-5/8 motiveringsverplichting oplegt die niet minder streng is dan deze opgelegd in de eerstgenoemde wet. 5.
  19. Het bestreden besluit is gemotiveerd als volgt: “Overwegende dat het perceel zich situeert langs een gewestweg; dat volgens artikel 111 §5 1/ van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, de aanvragen met betrekking tot percelen die gelegen zijn op minder dan 30 meter van het domein van autosnelwegen, hoofdwegen en primaire wegen I of langs gewest- of provinciewegen voor advies worden voorgelegd aan de wegbeheerder, deze ingewonnen adviezen zijn bindend voor de gemeente voor zover ze negatief zijn of voorwaarden opleggen; dat het agentschap Infrastructuur, Wegen en Verkeer - District en Regie 411 Gent van de Vlaamse overheid, in haar hoedanigheid van wegbeheerder, de aanvraag op 14 mei 2007 als volgt adviseerde: ‘... Er wordt een ONGUNSTIG advies verleend gezien de plaatsing van dit reclamepaneel in strijd is met het K.B. van 14/12/59 (reglementering inzake het aanplakken en reclamemaken). Dit reclamepaneel moet verwijderd worden!’; dat uit dit advies tevens blijkt dat de rooilijn op 13,5 m uit de as van de weg ligt en er een achteruitbouwzone van 8 m diep is, het paneel, dat volledig losstaat van de werfafsluiting, staat dus in de achteruitbouwzone; Overwegende dat het perceel niet gelegen is in het gebied van een goedgekeurde verkaveling, een bijzonder plan van aanleg of een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan; dat het perceel wel gelegen is in het gebied van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening grootstedelijk gebied Gent’ dat definitief vastgesteld werd bij besluit van de Vlaamse regering van 16 december 2005, maar dat in dit uitvoeringsplan geen specifieke bestemming werd toegekend aan het perceel, zodat de bestemming volgens het gewestplan van kracht blijft; Overwegende dat het perceel volgens het bij koninklijk besluit van 14 september 1977, en wijzigingen, goedgekeurd gewestplan ‘Gentse en Kanaalzone’ gelegen is in een woongebied; dat volgens artikel 5 paragraaf 1.0 van het koninklijk besluit van 28 december 1972, betreffende de inrichting en de toepassing van de gewestplannen, de woongebieden bestemd zijn voor wonen, alsmede handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf, voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven, en dat deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen echter maar mogen worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving; dat de aanvraag niet in strijd is met de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan; Overwegende dat de wetgeving op de ruimtelijke ordening en de stedenbouw de bevoegde overheid opdraagt een verantwoorde toekomstige aanleg te waarborgen en dat hiertoe op grond van art. 43 §2, 1/ lid van voormeld decreet van 22 oktober 1996 de nodige voorwaarden kunnen gesteld worden of tot de weigering besloten; dat elke aanvraag aldus dient beoordeeld in functie van een verantwoorde stedenbouwkundige uitbouw van het betrokken gebied en in de context van het omliggend bebouwingsbeeld; X-13.548-6/8 dat de werf zich situeert langsheen een zeer drukke gewestweg, op de hoek van een met verkeerslichten uitgerust kruispunt, in een omgeving die gedomineerd wordt door kleine en grote handelszaken; dat in dergelijke omgeving er principieel geen bezwaren zijn tegen het plaatsen van een tijdelijk publiciteitspaneel in een werfafsluiting, op voorwaarde dat de verkeersveiligheid niet in het gedrang gebracht wordt; dat, wat dit laatste aspect betreft, de bevoegde wegbeheerder in haar bovenvermeld advies van 22 december 2005 geoordeeld heeft dat het reclamepaneel evenwijdig met de as van de Kortrijksesteenweg moet geplaatst worden, terwijl het paneel waarvan thans de regularisatie gevraagd wordt loodrecht op de as van de Kortrijksesteenweg geplaatst werd; dat de raadsman van appellante deze wijziging als volgt argumenteert: ‘Dat een maximale visibiliteit vanuit de Kortrijksesteenweg werd nageleefd, kan verzoeker in beroep niet ten kwade geduid worden. Verzoeker in beroep dient zijn klanten de best mogelijke publicitaire impact te garanderen.’, dat niet kan aanvaard worden dat particuliere belangen boven de openbare orde (de verkeersveiligheid) worden gesteld, de voorwaarden die in de vergunning van 15 juni 2006 van de deputatie werden opgenomen dienen gerespecteerd te worden; dat uit hetgeen voorafgaat dient geconcludeerd dat onderhavig beroep niet voor inwilliging vatbaar is”. Uit deze motivering blijkt dat het bestreden besluit wel verwijst, doch niet is gesteund op het ongunstig advies van het agentschap Infrastructuur, Wegen en Verkeer, maar op een eigen beoordeling door de deputatie van de goede plaatselijke ordening, inzonderheid vanuit het oogpunt van de verkeersveiligheid. De eventuele gegrondheid van het middel kan dan ook niet tot de nietigverklaring van het bestreden besluit leiden. Het middel wordt verworpen. BESLISSING
  20. De Raad van State verwerpt het beroep.
  21. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. X-13.548-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien september 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Roger Stevens X-13.548-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.412 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.