id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.444 Rolnummer: A. 188973/IX-5983 Zaak: Arrest 207444 - Wegverkeer van goederen - 20/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-09-28 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:09 Fiche Arrest nr 207.444 van 20 september 2010 Economische zaken - Wegverkeer van goederen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 207.444 van 20 september 2010 in de zaak A. 188.973/IX-5983 In zake :
- Eddy DE VLIEGER
- de BVBA TRANSHEEZE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frederik Vanden Bogaerde kantoor houdend te Kortemark Torhoutstraat 10 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 3 juli 2008, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 25 april 2008 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur waarbij aan Eddy DE VLIEGER een administratieve geldboete wordt opgelegd van 550 euro wegens beschadiging van het wegdek door overlading van een voertuig en waarbij de BVBA TRANSHEEZE burgerlijk aansprakelijk wordt gesteld voor de betaling van die boete. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. IX-5983-1/14 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 september
- Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. Advocaat Frederik Vanden Bogaerde, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en adjunct van de directeur Koenraad Vanschoren, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 11 mei 2007 wordt een vrachtwagen met oplegger die voor rekening van de tweede verzoekende partij bestuurd wordt door de eerste verzoekende partij door de wegeninspectie gecontroleerd op de autosnelweg A11- E34 te Zelzate. De oplegger behoort toe aan de firma Mammoet Ferry Transport te Rotterdam. Bij weging wordt een overlading op de tweede as van de trekker vastgesteld van 746 kg of 6,2 %. Er wordt proces-verbaal opgesteld wegens inbreuk op artikel 56 van het decreet van 19 december 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 (hierna: Aslastendecreet). 3.
- Op 7 juni 2007 wordt het proces-verbaal overgemaakt aan de procureur des Konings te Gent met het verzoek om overeenkomstig artikel 59 van het Aslastendecreet binnen een termijn van 90 dagen (eventueel verlengbaar met 30 dagen) mee te delen welk gevolg aan de zaak zal worden gegeven. Op 18 juni 2007 wordt aan de verwerende partij medegedeeld dat geen strafrechtelijke vervolging zal worden ingesteld. 3.
- Op 25 juni 2007 beslist de wegeninspecteur-controleur aan de eerste verzoekende partij een administratieve geldboete van 550 euro op te leggen IX-5983-2/14 en de tweede verzoekende partij burgerrechtelijk aansprakelijk te stellen voor de betaling van deze administratieve geldboete. Deze beslissing wordt dezelfde dag met een aangetekende brief aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht. 3.
- Met een e-mail van 28 juni 2007 vraagt Louis Delva van de firma Mammoet Ferry Transport de “herziening” van deze beslissing “aangezien Transheeze een verzegelde oplegger aankoppelde in de haven en niet de mogelijk- heid had om overgewicht op een as vast te stellen”. 3.
- Op 8 januari 2008 worden de verzoekende partijen, vertegenwoor- digd door hun raadsman, door de wegeninspecteur-controleur gehoord. Zij dienen ook een nota in. 3.
- Op 6 februari 2008 beslist de wegeninspecteur-controleur dat het verzet van de verzoekende partijen tegen zijn beslissing van 25 juni 2007 onontvankelijk is. Die beslissing is als volgt gemotiveerd: “Het verzet zoals bedoeld in artikel 60, § 2 van het decreet kan enkel door de overtreder en in voorkomend geval de onderneming, binnen de dertig dagen na ontvangst van de beslissing van de wegeninspecteur-controleur worden aangetekend; Het verzet kan enkel door beide voornoemde (rechts)personen gebeuren; Wanneer de wet hem toelaat om zelf persoonlijk een procedurestuk op te stellen, is het de rechtszoekende niet verboden om een mandataris aan te stellen om een dergelijk stuk te ondertekenen en in te dienen; Een derde, andere dan een advocaat, kan slechts namens de overtreder en de onderneming een beroep indienen, wanneer er sprake is van een 'lastgeving' in de zin van art. 1984 ev. B.W; In casu werd het verzet op 28 juni 2007 aangetekend door dhr. Louis Delva, branch manager van Mammoet Ferry Transport; Het dient dan ook vooreerst te worden onderzocht of er in hoofde van voornoemde persoon een uitdrukkelijk toegekend mandaat voorhandig is opdat hij deze handeling namens de onderneming en de overtreder kon stellen; Er is geen enkel stuk in het dossier aanwezig dat het bestaan van een dergelijke lastgeving kan staven; Ook op de hoorzitting werd geen dergelijk bewijs voorgelegd; Het verzet moet dan ook geacht worden niet te zijn ingesteld door de overtreder of de onderneming binnen de decretaal voorziene termijn van 30 dagen.” IX-5983-3/14 De wegeninspecteur-controleur bevestigt dienvolgens zijn beslissing om aan de eerste verzoekende partij een administratieve geldboete van 550 euro op te leggen en de tweede verzoekende partij burgerrechtelijk aansprake- lijk te stellen voor de betaling van die administratieve geldboete. 3.
- Met een aangetekende brief van 20 februari 2008 wordt namens de verzoekende partijen beroep ingesteld tegen deze beslissing bij de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur. Op 27 maart 2008 vindt een hoorzitting plaats waarbij namens de verzoekende partijen een verweernota wordt ingediend. 3.
- Met een fax van 31 maart 2008 bezorgt de raadsman van de verzoekende partijen de verwerende partij een op 29 juni 2007 ondertekende lastgevingsovereenkomst, waarbij Louis Delva ermee belast wordt “in naam en voor rekening van de lastgevers verzet aan te tekenen tegen de beslissing van de Wegeninspecteur-Controleur van 25 juni 2007 waarbij aan de tweede lastgever een administratieve geldboete van 550 EUR wordt opgelegd, waarvoor eerste lastgever burgerrechtelijk aansprakelijk wordt gesteld ingevolge een overlading die zich voordeed op 11 mei 2007”. 3.
- Op 25 april 2008 beslist de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur dat het beroep tegen de beslissing van de wegeninspecteur-controleur van 6 februari 2008 onontvankelijk is. Die beslissing is als volgt gemotiveerd: “De wegeninspecteur-controleur heeft in zijn beslissing d.d. 6 februari 2008 het verzet onontvankelijk verklaard; De wegeninspecteur-controleur motiveerde zijn beslissing door te stellen dat het verzet werd aangetekend door dhr. Louis Delva, die noch de overtreder, noch de onderneming is, zonder dat werd aangetoond dat dhr. Delva op het ogenblik van het aantekenen van het verzet over een volmacht beschikte om namens de overtreder of de onderneming verzet aan te tekenen; In graad van beroep leggen appellanten evenwel een lastgevingsovereen- komst d.d. 29 juni 2007 neer, waaruit blijkt dat dhr. Eddy De Vlieger dhr. Delva ermee belast om in zijn naam en voor rekening verzet aan te tekenen tegen de beslissing van de wegeninspecteur-controleur; Deze lastgevingsovereenkomst dateert evenwel van na het aantekenen van het verzet, zodat moet worden aangenomen dat het verzet d.d. 28 juni niet werd aangetekend door de overtreder of de onderneming; IX-5983-4/14 Het verzet aangetekend op 28 juni 2007 door dhr. Delva kan derhalve niet worden beschouwd als een verzet namens dhr. De Vlieger; Er werd binnen de termijn van 30 dagen geen verzet aangetekend door of namens de overtreder of de onderneming; Noch het feit dat iemand namens de overtreder en de onderneming op de hoorzitting is verschenen, noch het feit de overtreder en de onderneming op latere datum een lastgeving gegeven hebben aan dhr. Delva doet hieraan afbreuk; Het beroep is, gelet op het feit dat het verzet reeds onontvankelijk was, onontvankelijk.” Bijgevolg wordt aan de eerste verzoekende partij een administra- tieve geldboete van 550 euro opgelegd en wordt de tweede verzoekende partij burgerrechtelijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van deze administratieve geldboete. Dit is de bestreden beslissing. Zij wordt bij aangetekende brief van 5 mei 2008 aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- De verzoekende partijen zijn van mening, wat de regelmatigheid van de procedure betreft, dat de memorie van antwoord uit de debatten moet worden geweerd, omdat ze ondertekend is door K. Vanschoren, adjunct van de directeur bij het Agentschap Infrastructuur, die niet bevoegd is om het Vlaamse Gewest te vertegenwoordigen. De verzoekende partijen zetten in dit verband uiteen dat bij artikel 15, § 1, 2/, van het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid (hierna: het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003) aan het hoofd van het Agentschap Infrastructuur delegatie wordt verleend om rechtsgedingen te voeren. Artikel 19, § 1, van voornoemd besluit voorziet in de mogelijkheid tot subdelegatie tot op het meest functionele niveau. Artikel 20 van dat besluit legt de verplichting op om dergelijke subdelegatie te publiceren in het Belgisch Staatsblad. Bij besluit van 30 mei 2007 van het hoofd van het Agentschap Infrastructuur wordt aan het afdelings- hoofd van de entiteit Planning en Coördinatie van het Agentschap Infrastructuur subdelegatie verleend voor het voeren van rechtsgedingen als verweerder voor de IX-5983-5/14 Raad van State betreffende het Aslastendecreet, inzonderheid hoofdstuk XIV. De verzoekende partijen merken op dat K. Vanschoren geen afdelingshoofd is en zich niet op dat besluit kan beroepen om een memorie van antwoord in te dienen en om de verwerende partij rechtsgeldig te vertegenwoordigen. K. Vanschoren lijkt zich evenwel te beroepen op een besluit tot subdelegatie van het afdelingshoofd van de entiteit Planning en Coördinatie van het Agentschap Infrastructuur. Dit besluit is volgens de verzoekende partijen evenwel niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en is bovendien manifest in strijd met het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003, dat niet in de mogelijkheid voorziet om een haar krachtens artikel 19 gedelegeerde bevoegdheid verder te delegeren. Beoordeling
- Luidens artikel 82 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen worden de rechtsgedingen van de gemeenschap of het gewest, als eiser of als verweerder, gevoerd namens de regering ten verzoeke van het door deze aangewezen lid. In uitvoering van die bepaling wordt in artikel 9bis van het besluit van de Vlaamse regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse regering van 30 juni 2006, bepaald dat in de rechtsgedingen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest met betrekking tot een aangelegenheid die tot de uitsluitende bevoegdheid behoort van één Vlaamse minister, die minister optreedt namens de Vlaamse regering. De bevoegde minister kan de bevoegdheid tot het indienen en (of) ondertekenen van procedurestukken delegeren. Artikel 15, § 1, 2/, van het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 machtigt het hoofd van een intern verzelfstandigd agentschap van de Vlaamse overheid om rechtsgedingen te voeren, als eiser, verweerder of tussenkomende partij, voor de hoven en rechtbanken, de administratieve rechtscolle- ges en het Rekenhof, met uitzondering van de rechtsgedingen voor het Grondwette- lijk Hof. IX-5983-6/14 Artikel 19, § 1, van voornoemd besluit bepaalt dat het hoofd van het agentschap een deel van de gedelegeerde aangelegenheden verder kan subdelegeren aan personeelsleden van het intern verzelfstandigd agentschap die onder zijn hiërarchisch gezag staan, tot op het meest functionele niveau. Artikel 20 bepaalt dat de subdelegaties worden vastgelegd in een besluit van het hoofd van het agentschap, dat wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Artikel 18bis van het besluit van 26 juni 2006 van het hoofd van het Agentschap Infrastructuur van het Vlaams ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken tot subdelegatie van sommige beslissingsbevoegdheden aan personeelsleden van het agentschap, ingevoegd bij besluit van 30 mei 2007, machtigt het afdelingshoofd van de entiteit Planning en Coördinatie van het Agentschap Infrastructuur tot het voeren van rechtsgedingen als verweerder voor de Raad van State betreffende het Aslastendecreet, inzonderheid hoofdstuk XIV. Artikel 19 van voornoemd besluit bepaalt dat het afdelingshoofd, na overleg met het hoofd van het agentschap, een deel van de gedelegeerde aangelegenheden verder kan subdelegeren aan personeelsleden van zijn entiteit die onder zijn hiërarchisch gezag staan, tot op het meest functionele niveau. Artikel 20 bepaalt dat de subdelegaties worden vastgelegd in een besluit van het afdelingshoofd. Artikel 7 van het besluit van 30 mei 2007 van het afdelingshoofd van de entiteit Planning en Coördinatie van het Agentschap Infrastructuur houdende subdelegatie van sommige bevoegdheden aan de ambtenaren van niveau A, B, C, D, machtigt K. Vanschoren tot het voeren van rechtsgedingen als verweerder voor de Raad van State betreffende het Aslastendecreet, inzonderheid hoofdstuk XIV. De memorie van antwoord is ondertekend door K. Vanschoren, adjunct van de directeur. K. Vanschoren is, wat de vertegenwoordiging betreft, daartoe gemachtigd op grond van de voornoemde opeenvolgende delegatiebesluiten van 10 oktober 2003 (het delegatiebesluit van de Vlaamse regering), van 26 juni 2006 (het delegatiebesluit van het hoofd van het Agentschap Infrastructuur) en van 30 mei 2007 (het delegatiebesluit van het afdelingshoofd van de entiteit Planning en IX-5983-7/14 Coördinatie van het Agentschap Infrastructuur). Zowel het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 als het delegatiebesluit van het hoofd van het Agentschap Infrastructuur van 26 juni 2006 lieten verdere delegatie van de daarvoor in aanmerking komende bevoegdheden toe. Voornoemd delegatiebesluit van het afdelingshoofd van de entiteit Planning en Coördinatie van het Agentschap Infrastructuur is evenwel, in tegenstelling tot het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 en voornoemd delegatiebesluit van het hoofd van het Agentschap Infrastructuur met inbegrip van het ingevoegde artikel 18bis, nog niet bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op het ogenblik van het indienen van de memorie van antwoord op 28 augustus
- Met name is voornoemd delegatiebesluit van het afdelingshoofd van de entiteit Planning en Coördinatie van het Agentschap Infrastructuur pas gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 29 oktober
- Uit de verschillende dossiers die reeds werden behandeld en waarin telkens dezelfde raadslieden optreden voor de verzoekende partijen blijkt dat op dit ogenblik voornoemde raadslieden op de hoogte zijn van de hoedanigheid van K. Vanschoren, die optreedt voor de verwerende partij en in haar naam de memorie ondertekent. Bovendien werd een afschrift van voornoemd delegatiebesluit van het afdelingshoofd van de entiteit Planning en Coördinatie van het Agentschap Infrastructuur door de verwerende partij toegevoegd aan het administratief dossier, zodat de verzoekende partijen er, gelijktijdig met de memorie van antwoord, kennis konden van nemen. Bijgevolg is er geen grond meer om de memorie van antwoord uit de debatten te weren. V. Ontvankelijkheid van het beroep
- De verwerende partij werpt als exceptie op dat het onderhavige beroep onontvankelijk is, aangezien de verzoekende partijen geen middelen aanvoeren die gericht zijn tegen de bestreden beslissing zelf. Indien de bestreden beslissing niet vernietigd wordt, kan de in lagere aanleg genomen beslissing van 25 juni 2007 over de grond van de zaak niet meer aangevochten worden. Het vernietigingsberoep is volgens haar dan ook niet IX-5983-8/14 ontvankelijk voor zover het gericht is tegen de beslissing van de wegeninspecteur- controleur. Beoordeling
- De verzoekende partijen voeren in hun verzoekschrift onder de hoofding “middelen tot nietigverklaring” vijf middelen aan. Daarin herhalen zij een aantal grieven die zij ook tijdens de hoorzittingen van 8 januari en 27 maart 2008 hadden aangevoerd tegen de beslissing van de wegeninspecteur-controleur om een administratieve geldboete op te leggen. In een daaraan voorafgaande uiteenzetting met als opschrift “Nopens de ontvankelijkheid van het verzet van 28 juni 2007 en het beroep van 20 februari 2008” betogen de verzoekende partijen dat zij Louis Delva ermee hadden belast om in hun naam en voor hun rekening verzet aan te tekenen tegen de beslissing van 25 juni 2007 van de wegeninspecteur-controleur. Zij besluiten dat “in de bestreden beslissing dan ook ten onrechte tot de onontvankelijkheid van het verzet en het beroep werd besloten”. Het verzoekschrift blijkt aldus minstens één middel te bevatten dat tegen de bestreden beslissing is gericht. Het onderhavige beroep is derhalve ontvankelijk en de exceptie wordt verworpen. VI. Onderzoek van de middelen A. Middel “nopens de ontvankelijkheid van het verzet van 28 juni 2007 en het beroep van 20 februari 2008” Standpunt van de partijen
- De verzoekende partijen voeren aan dat in de bestreden beslissing ten onrechte tot de onontvankelijkheid van het verzet en van het beroep tegen de beslissing van de wegeninspecteur-controleur wordt besloten. Zij betogen dat aan Louis Delva een voorafgaand mandaat is gegeven om tegen de beslissing van de wegeninspecteur-controleur verzet aan te tekenen. Dergelijke lastgeving kan IX-5983-9/14 volgens de verzoekende partijen overeenkomstig artikel 1985 van het Burgerlijk Wetboek mondeling worden verleend. Op het ogenblik van het aantekenen van het verzet moest dan ook geen schriftelijke lastgevingsovereenkomst bestaan. Bovendien stellen de verzoekende partijen het door Delva aangetekend verzet te hebben bekrachtigd, wat stilzwijgend kan gebeuren en in casu blijkt uit het feit dat zij, vertegenwoordigd door hun raadsman, op de hoorzitting zijn verschenen. Voorts merken de verzoekende partijen op dat de wegeninspecteur-controleur het mandaat van Delva in tempore non suspecto nooit in twijfel heeft getrokken: zij werden door de wegeninspecteur-controleur opgeroepen voor de hoorzitting, zonder dat deze over het mandaat van Delva enige opmerking heeft gemaakt.
- De verwerende partij antwoordt dat het verzet bedoeld in artikel 60, § 2, van het Aslastendecreet enkel door de overtreder en in voorkomend geval door de onderneming kan worden aangetekend en dat een derde namens de overtreder of de onderneming enkel verzet kan aantekenen wanneer hij over een mandaat beschikt. Volgens de verwerende partij tonen de verzoekende partijen niet aan dat Delva op het ogenblik van het aantekenen van het verzet over een mandaat beschikte. De schriftelijke lastgevingsovereenkomst dateert immers van 29 juni 2007, daags na het aantekenen van het verzet. Uit die overeenkomst blijkt volgens haar niet dat het om de bevestiging zou gaan van een eerdere mondelinge overeenkomst. De verwerende partij is voorts van mening dat het feit dat de wegeninspecteur-controleur de overtreder en de onderneming heeft uitgenodigd op een hoorzitting, niet beschouwd kan worden als een aanwijzing omtrent de ontvankelijkheid van het verzet, noch als een bevestiging van het bestaan van de lastgeving. Volgens de verwerende partij heeft de wegeninspecteur-controleur dan ook terecht geoordeeld dat, op het ogenblik van het aantekenen van het verzet, geen geldige lastgeving bewezen was in hoofde van Delva om namens de verzoekende partijen verzet aan te tekenen tegen de beslissing van 25 juni
- De verwerende partij wijst erop dat wanneer niet tijdig en ontvankelijk schriftelijk verzet wordt aangetekend, de administratieve geldboete geacht wordt definitief en onherroepelijk te zijn opgelegd. Aangezien het verzet te dezen onontvankelijk was, was ook het beroep volgens haar onontvankelijk.
- In haar laatste memorie schrijft de verwerende partij dat uit het bericht van Delva niet blijkt dat hij optrad in opdracht van de verzoekende partijen en dat evenmin door laatstgenoemden het bewijs werd geleverd dat Delva op het ogenblik van het aantekenen van het verzet hun lasthebber was. Het gegeven dat de IX-5983-10/14 wegeninspecteur-controleur de verzoekende partijen desondanks heeft uitgenodigd op een hoorzitting en dat zij zich in de persoon van hun raadsman hierop hebben laten vertegenwoordigen, doet volgens de verwerende partij hieraan geen afbreuk, daar de uitnodiging voor de hoorzitting niet inhoudt dat het verzet ontvankelijk zou zijn en daar de Vlaamse minister van Openbare Werken evenmin gebonden is door de beslissing van de wegeninspecteur-controleur in eerste aanleg. Uit het feit dat de wegeninspecteur-controleur op de hoorzitting van 8 januari 2008 geen opmerkingen of vragen heeft geformuleerd omtrent het verzet en de eventuele volmacht van Delva, kan volgens de verwerende partij evenmin worden afgeleid dat het verzet ontvankelijk zou zijn. De verwerende partij voegt daaraan toe dat uit de schriftelijke lastgevingsovereenkomst blijkt dat Delva pas vanaf 29 juni 2007, dus daags na het aantekenen van het verzet, gemandateerd was om namens de verzoekende partijen op te treden. Volgens de verwerende partij valt geenszins uit die overeenkomst af te leiden dat zij de schriftelijke bevestiging zou zijn van een eerder aangegane mondelinge lastgevingsovereenkomst. Evenmin kan uit het verzetschrift zelf worden afgeleid dat Delva namens de verzoekende partijen zou zijn opgetreden. De verwerende partij is van mening dat het niet betwisten van het ingestelde verzet door de verzoekende partijen en hun aanwezigheid op de hoorzitting in de persoon van hun raadsman hieraan geen afbreuk doet, daar zij louter zijn ingegaan op de uitnodiging van de wegeninspecteur-controleur, wat enkel aantoont dat zij het niet oneens waren met het optreden van Delva om de beslissing van de wegeninspecteur- controleur te betwisten, maar niet dat Delva op het ogenblik van het aantekenen van het verzet hiervoor door hen gemachtigd was. Volgens de verwerende partij moet het door Delva aangetekende verzet dan ook worden beschouwd als zijnde ingesteld in naam en voor rekening van Delva zelf of diens werkgever Mammoet Ferry Transport. De verwerende partij treedt dan ook de bestreden beslissing bij waarin geoordeeld wordt dat het verzet onontvankelijk is vermits op het ogenblik van het instellen ervan geen geldige lastgeving bestond in hoofde van Delva om namens de verzoekende partijen die handeling te stellen of minstens het bestaan van dergelijke lastgeving niet bewezen is. Voorts benadrukt de verwerende partij dat de schriftelijke lastgevingsovereenkomst van lang vóór het verstrijken van de verzetstermijn IX-5983-11/14 dateert, zodat Delva, om elke discussie uit te sluiten, opnieuw verzet had kunnen aantekenen, ditmaal uitdrukkelijk in naam en voor rekening van de verzoekende partijen. Beoordeling
- Overeenkomstig artikel 60, § 2, eerste lid, van het Aslastendecreet kan tegen de beslissing van de wegeninspecteur-controleur tot het opleggen van een administratieve geldboete binnen de dertig dagen na de ontvangst van de kennisge- ving schriftelijk verzet worden aangetekend per brief, per fax of per e-mail. Aangezien het Aslastendecreet niet bepaalt dat het verzet door de overtreder of de onderneming in persoon moet worden ingesteld, kan worden aangenomen dat de overtreder of de onderneming zich door een derde kan laten vertegenwoordigen om het verzet aan te tekenen. Het is niet vereist dat bij het verzet een uitdrukkelijke volmacht wordt gevoegd. Met een e-mail van 28 juni 2007 heeft Louis Delva van de firma Mammoet Ferry Transport de “herziening” gevraagd van de initiële beslissing van de wegeninspecteur-controleur waarbij een administratieve geldboete van 550 euro werd opgelegd. Uit het bericht bleek niet dat Delva optrad in opdracht van de verzoekende partijen. Uit de gegevens van de zaak blijkt evenwel dat de wegeninspecteur-controleur ervan uitging dat het verzet door Delva werd aangetekend namens de verzoekende partijen. In de aangetekende brieven waarmee de verzoekende partijen werden uitgenodigd voor de hoorzitting schreef de wegeninspecteur-controleur wat volgt: “Op 28 juni 2007 heeft u verzet aangetekend tegen mijn voornemen van 25 juni 2007 om een administratieve geldboete op te leggen.” Delva werd blijkbaar niet uitgenodigd. Ook tijdens de hoorzitting van 8 januari 2008 waar de verzoekende partijen door hun raadsman vertegenwoordigd waren, werden door de wegeninspecteur-controleur geen opmerkingen gemaakt of vragen gesteld omtrent de volmacht om namens de verzoekende partijen verzet aan te tekenen. De ontvankelijkheid van het verzet werd door de wegeninspecteur- controleur niet in vraag gesteld. IX-5983-12/14 Pas in zijn beslissing van 6 februari 2008 stelde de wegeninspecteur-controleur dat er geen bewijs voorlag dat Delva over een lastgeving beschikte en dat het verzet daardoor niet ontvankelijk was. In hun nota voor de hoorzitting in beroep, van 27 maart 2008 merkten de verzoekende partijen evenwel terecht op dat het bestaan van de lastgeving werd aangetoond door het louter verschijnen van hun raadsman op de hoorzitting van 8 januari
- In elk geval hebben zij het door Delva ingestelde verzet bekrachtigd door zich op die hoorzitting in de persoon van hun raadsman te laten vertegenwoordigen. Ook het feit dat de schriftelijke lastgevingsovereenkomst met Delva pas op 29 juni 2007 werd gesloten, sluit niet uit dat deze reeds voordien ermee belast kon zijn om namens de verzoekende partijen tegen de beslissing van de wegeninspecteur-controleur verzet aan te tekenen. Een lastgeving kan overeenkomstig artikel 1985 van het Burgerlijk Wetboek immers ook mondeling worden verleend. Bovendien hebben de verzoekende partijen door zich in de persoon van hun raadsman op de hoorzitting van 8 januari 2008 te laten vertegen- woordigen, het verzet dat door Delva tegen de beslissing van de wegeninspec- teur-controleur was aangetekend, alleszins bekrachtigd en uit de gegevens van de zaak blijkt dat de wegeninspecteur-controleur dit wist. Het verzet van de verzoekende partijen tegen de initiële beslissing van de wegeninspecteur-controleur werd derhalve ten onrechte onontvankelijk verklaard. Dienvolgens werd het beroep van de verzoekende partijen bij de bevoegde Vlaamse minister eveneens ten onrechte onontvankelijk verklaard. Het middel is gegrond. IX-5983-13/14 BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van 25 april 2008 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur waarbij aan Eddy DE VLIEGER een administratieve geldboete wordt opgelegd van 550 euro wegens beschadiging van het wegdek door overlading van een voertuig en waarbij de BVBA TRANSHEEZE burgerlijk aansprakelijk wordt gesteld voor de betaling van die boete.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 september 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-5983-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.444 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.