id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.501 Rolnummer: A. 187810/X-13731 Zaak: Arrest 207501 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 22/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-09-29 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:10 Fiche Arrest nr 207.501 van 22 september 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 207.501 van 22 september 2010 in de zaak A. 187.810/X-13.
- In zake:
- Fernand DEPECKER
- Josiane DEWULF bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Geert Ampe kantoor houdend te 8400 OOSTENDE Kerkstraat 8, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN Tussenkomende partij: Zeba NAZ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Antoon Lust kantoor houdend te 8310 BRUGGE Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 10 april 2008, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 29 november 2007 van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen, waarbij het administratief beroep dat namens Zeba NAZ werd ingesteld tegen het besluit van 29 mei 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente De Haan ontvankelijk en gegrond wordt verklaard, en haar de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend om een woonhuis gelegen aan de Kastanjelaan 3 te De Haan (Klemskerke), kadastraal bekend sectie A, nr. 544/a4, te verbouwen en uit te breiden, op voorwaarde dat de voorgestelde uitbouw in de diepte wordt beperkt tot 200 cm i.p.v. de voorziene 264 cm. X-13.731-1/10 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 186.675 van 30 september 2008 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verzoekende partijen hebben een toelichtende memorie ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 31 januari
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De tussenkomende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 juni
- Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Geert Ampe, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Filip De Preter, die loco advocaat Antoon Lust verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-13.731-2/10 III. Feiten 3.
- De verzoekende partijen en de tussenkomende partij zijn eigenaar en bewoner van de geschakelde huizen gelegen aan de Kastanjelaan 1, respectievelijk 3 te De Haan (Klemskerke), zijnde de kavels 38 en 39 van een sociale woonwijk die ongeveer 30 jaar geleden werd gerealiseerd door de maatschappij “Het Lindenhof”. 3.
- De eerste verzoeker verkreeg reeds in 1988-1989 de nodige bouwvergunningen voor de uitbreiding van zijn woning achteraan met een “veranda”, die werd opgetrokken in dezelfde materialen als het hoofdgebouw en werd afgewerkt met een dak in roofing. 3.
- Op 9 oktober 2006 (datum van het ontvangstbewijs) dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente De Haan een aanvraag in tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor de uitbreiding van haar woning achteraan over een diepte van 2,64 m. 3.
- Tijdens het openbaar onderzoek, dat wordt gehouden omdat de geplande uitbreiding zich op de zijdelingse perceelsgrens situeert, worden vier bezwaarschriften ingediend, waaronder één door de verzoekende partijen. In zitting van 9 januari 2007 beraadslaagt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente De Haan, worden de ingediende bezwaren besproken en ongegrond bevonden, en wordt een gunstig preadvies geformuleerd, op voorwaarde de diepte van de uitbreiding te beperken tot 2 m. 3.
- Op 16 mei 2007 verleent de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar een ongunstig advies over de aanvraag. Luidens dit advies is de uitbreiding op het gelijkvloers en op de verdieping voor de living en voor slaapkamer 1 aanvaardbaar, maar brengt de uitbreiding op de verdieping voor de keuken en voor slaapkamer 2 te veel “zon- en lichtafname” voor het “rechter buurgebouw” met zich mee. 3.
- Bij besluit van 29 mei 2007 weigert het college van burgemeester en schepenen de gevraagde stedenbouwkundige vergunning op grond van het ongunstig advies van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar. X-13.731-3/10 3.
- Op 4 juli 2007 stelt de tussenkomende partij bij de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen beroep in tegen voormeld weigeringsbesluit. In het beroepschrift verklaart de tussenkomende partij zich uitdrukkelijk akkoord met de voorwaarde die reeds eerder in het preadvies van het college van burgemeester en schepenen was gesteld om de bouwdiepte van de uitbreiding te beperken tot 2 m. 3.
- Op 13 november 2007 vindt een hoorzitting plaats, in aanwezigheid van de raadsman van de tussenkomende partij. 3.
- Bij het thans bestreden besluit van 29 november 2007 willigt de deputatie het beroep van de tussenkomende partij in mits de diepte van de gevraagde uitbouw terug te brengen van 2,64 m tot 2 m. IV. Ontvankelijkheid ratione temporis Standpunt van de partijen 4.
- In het verzoekschrift tot tussenkomst werpt de tussenkomende partij een exceptie van niet-ontvankelijkheid ratione temporis op, welke zij uiteenzet als volgt: “De vordering tot annulatie is kennelijk laattijdig ingesteld, zodat er afdoende reden is om de procedure af te doen bijwege van korte debatten.
- Uit stuk 2 van het dossier van de tussenkomende partij blijkt dat minstens de eerste verzoekende partij, nadat de tussenkomende partij het bekendmakingsbericht van de bekomen vergunning aan het voorste raam van haar woning had aangebracht (het bericht hangt er trouwens nog steeds), zich persoonlijk op het gemeentehuis heeft aangeboden op 4 februari 2008 om kennis te nemen van de vergunning. Zij heeft toen ter plaatse het dossier ingezien waarna een schriftelijke aanvraag tot afschrift is overhandigd die luidt als volgt: ‘Bij deze vraag ik Fernand Depecker wonende Kastanjelaan 1, 8420 DE HAAN (Klemskerke), een exemplaar van het plan en het besluit op naam van Zeba Naz goedgekeurd in zitting van 29 november 2007 door de Deputatie.’
- Vermits de verzoekende partijen in een brief aan Uw Raad van 11 juni 2008 beweerden dat de tussenkomende partij loog wanneer zij stelde dat de eerste verzoekende partij ten gemeentehuize op 4 februari 2008 inzage heeft kunnen nemen van de vergunning, heeft zij daaromtrent om bevestiging gevraagd aan de betrokken administratie. Drie leden van de administratie hebben toen op 13 juni 2008 volgende verklaring ondertekend, die aan Uw Raad werd overgemaakt, en waarnaar trouwens in het schorsingsarrest wordt verwezen: X-13.731-4/10 ‘Ondergetekenden Carine Willaert, en Dominique Depecker, respectievelijk administratief beleidsmedewerkster en administratief assistente, verklaren dat de heer Fernand Depecker, wonende Kastanjelaan 1 te 8420 De Haan, op 4 februari 2008 aan de balie van de dienst Ruimtelijke Ordening inzage heeft gekregen van de stedenbouwkundige vergunning dd. 29.11.2007 met het bijbehorende plan die werd goedgekeurd door de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen voor het verbouwen en uitbreiden van de woning gelegen Kastanjelaan 3 te 8420 De Haan. Na mondelinge vraag van de heer Fernand Depecker om een kopie te bekomen van deze stukken, werd door Dominique Depecker een schriftelijke aanvraag opgemaakt en hem ter ondertekening voorgelegd. Deze aanvraag werd na ondertekening voor goedkeuring voorgelegd aan het schepencollege op 5 februari
- Op 6 of 7 februari 2008 werd door Dominique Depecker telefonisch meegedeeld aan mevrouw Josiane Depecker-Dewulf dat de gevraagde stukken tegen betaling konden afgehaald worden aan de balie van de dienst Ruimtelijke Ordening. Ondergetekende Joke Maes, administratief medewerkster, verklaart dat de heer Vincent Christiaens van het Advocatenkantoor Geert Ampe uit Oostende, in aanwezigheid van de heer Fernand Depecker op 13 februari 2008 inzage heeft komen nemen van het desbetreffend dossier met kenmerk BA-2006/189, en tegen betaling een kopie ontvangen heeft van de stukken die in bijlage opgesomd zijn.’
- Zoals het arrest nr. 186.675 vaststelt, is dat document niet van valsheid beticht. Althans niet bij weten van de tussenkomende partij.
- Verzoekende partijen, die dankzij de aanplakking kennis hadden gekregen van het bestaan van een vergunning, hebben derhalve alleszins sedert 4 februari 2008 ook kennis genomen, minstens kennis kunnen nemen, van de aard en de draagwijdte ervan, wat zij trouwens ten gemeentehuize ook hebben gedaan. De omstandigheid dat mogelijks enkel de eerste verzoekende partij zich heeft aangeboden, inzage heeft genomen en de aanvraag heeft ingediend, is niet relevant vermits de beide verzoekers samenwonende echtgenoten zijn.
- Derhalve is op die dag de termijn ingegaan om een annulatieberoep in te stellen. Die termijn eindigde op 4 april
- De vordering is eerst ter post afgestempeld op 10 april 2008, weze ruim laattijdig.
- Volkomen ten onrechte gaan de verzoekende partijen er blijkbaar van uit dat de termijn om zich voor Uw Raad te voorzien maar is beginnen lopen toen op hun vraag van 4 februari 2008, voorgelegd aan het College van Burgemeester en Schepenen op 5 februari 2008, aan de genaamde Vincent Christiaens, handelend in opdracht van hun raadsman, op 13 februari 2008 de in het ontvangstbewijs opgetekende stukken zijn afgegeven (...).
- Uw Raad beslist vast: ‘De bestreden stedenbouwkundige vergunning diende noch bekendgemaakt, noch aan derden betekend te worden, zodat voor derden belanghebbenden de in artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalde termijn van 60 dagen in beginsel ingaat met de dag waarop zij kennis hebben van de vergunning. Opdat de termijn voor een derde zou beginnen lopen vanaf het ogenblik dat hij feitelijk kennis heeft van een vergunning, is enkel vereist dat die derde een voldoende kennis heeft van het bestaan, de aard en de draagwijdte van de vergunning, niet dat hij op dat ogenblik kennis heeft van de precieze inhoud ervan, noch van het griefhoudend karakter ervan, noch van alle mogelijke onwettigheden die er zouden aankleven’ (...). X-13.731-5/10 Uw Raad voegt eraan toe: ‘Het verkrijgen van een afschrift van de stedenbouwkundige vergunning is geen noodzakelijke vereiste voor de aanvang van de beroepstermijn. Het beroep tot nietigverklaring is ingesteld op 16 november 2004, dit is na het verstrijken van de beroepstermijn’ (...). Reeds eerder is beslist: ‘dat de beroepstermijn aldus niet begint te lopen op de dag nadat de belanghebbende kennis krijgt van het grievend karakter van de vergunning en evenmin, zoals de verzoekers aanvoeren, op de dag nadat zij ‘de precieze juridische toedracht mochten vernemen’ (...). En het arrest nr. (...), dd. 21 januari 2009 herhaalt andermaal: ‘Het feit dat de raadsman van de verzoekster, na hierom met een brief van 10 mei 2000 te hebben verzocht, slechts met een op 18 mei 2000 ter post aangetekend verzonden brief van het college van burgemeester en schepenen een afschrift van de bestreden bouwvergunning heeft ontvangen, doet aan de voormelde vaststelling geen afbreuk.’
- De beroepstermijn is dus ingegaan op 4 februari 2008 zodat het verzoek tot annulatie laattijdig is ingesteld”. 4.
- In hun toelichtende memorie stellen de verzoekende partijen hieromtrent: “
- Verzoekers herhalen voor het eerst kennis gekregen te hebben van het besluit van de Bestendige Deputatie dd. 29 november 2007, ingevolge de consultatie van het dossier en het nemen van een afschrift, op 13 februari 2008 (stuk 27).
- Gelet op de verklaring afgelegd door de desbestreffende administratie van de gemeente De Haan, en de klacht met burgerlijke partijstelling wegens valsheid die eerste verzoeker daartegen heeft neergelegd, dossier gekend bij Onderzoeksrechter Vandeputte te Brugge onder het nummer 09/43, zal het noodzakelijk zijn de procedure op te schorten, in afwachting van de beslechting van de strafklacht”. 4.
- In een laatste memorie stelt de tussenkomende partij dat de “burgerlijke partijstelling van de verzoekers tegen het gemeentelijk personeel wegens valsheid in geschrifte uitgelopen is op een buitenvervolgingstelling door de raadkamer van de correctionele rechtbank van Brugge bij beschikking van 16 december 2009” en dat, zoals blijkt uit een door de griffie afgeleverd attest, tegen deze buitenvervolgingstelling geen hoger beroep is aangetekend, zodat het bewijs van de beweerde valsheid geenszins geleverd is. 4.
- De verzoekende partijen laten in hun laatste memorie nog gelden wat volgt: “
- Verzoekers hebben voor het eerst kennis gekregen van het besluit van de Bestendige Deputatie dd. 29.11.2007, ingevolge de consultatie van het dossier en het nemen van een afschrift, op 13.02.2008 (...). X-13.731-6/10
- De bewering dat eerste verzoekende partij reeds kennis zou hebben genomen van de inhoud van dit dossier, op 04.02.2008, is formeel betwist: - heeft het strafonderzoek niet kunnen releveren dat de verklaring van de ambtenaren van de gemeente De Haan vals is, omgekeerd heeft het strafdossier ook gereleveerd dat er geen enkel bewijs kan worden aangebracht, met betrekking tot de juistheid van die verklaring; - uit de verklaring van mevr. WILLAERT blijkt dat de ambtenaren van oordeel waren dat ook het gemeentebestuur belanghebbende partij was of kon zijn, zodat zij om die reden aan het verzoek van de raadsman van de tussenkomende partij gevolg hebben gegeven; - dat eerste verzoekende partij op 04.02.2008 hoegenaamd geen, laat staan deugdelijke inzage heeft gekregen van het dossier, wordt anderzijds bevestigd door het feitelijk gegeven dat er op dat tijdstip wel degelijk een verbale discussie is geweest - waaromtrent mevr. WILLAERT nog opmerkt dat in een telefonisch onderhoud daarna tweede verzoekster nog haar ongenoegen had geuit over de manier waarop haar echtgenoot door de ambtenaren was te woord gestaan op 04.02.2008 - feitelijkheid die precies de aanleiding was waarom werd beslist over te gaan tot inzage en afschrift van het dossier, thans in aanwezigheid van een raadsman, teneinde nieuwe moeilijkheden daarbij te voorkomen. De bewering dat eerste verzoekende partij - en in zijn kielzog tweede verzoekende partij - op 04.02.2008 inzage zou hebben gekregen van het dossier, derwijze dat hij met voldoende kennis van zaken zich bewust was geworden van de precieze inhoud en de draagkracht van de beslissing, is dan ook manifest onjuist.
- Terecht wordt in het Auditoraatsverslag aangestipt dat de verleende inzage van dien aard moet zijn dat er voldoende kennis kan worden bekomen van de strekking en de inhoud van de beslissing. Welnu : dit was er helemaal niet, en dit wordt ook bewezen aan de hand van het ongenoegen dat er was nopens het optreden van de ambtenaren, hetgeen heeft geleid tot de rechtstreekse tussenkomst van de raadsman. In dat opzicht zijn de verzoekende partijen overigens nog zo vrij ernaar te verwijzen dat het al helemaal geen sinicure is om zich in dit dossier te verzekeren van voldoende kennis van de strekking en de inhoud van de beslissing: - de Deputatie stipt zelf aan dat het aanvraagdossier kan aanleiding geven tot verwarring; - in het dossier steken ook twee plannen, de eerste daterend van 12.09.2006, en de tweede daterend van 17.01.2007 - overigens met dien verstande dat geen enkele van deze twee plannen een correcte weergave geeft, noch van de bestaande toestand, noch van de beoogde toestand. Niet alleen is de configuratie van het gebouw van de verzoekende partijen totaal foutief ; ook de weergave van de diepte van de uitbouw gewenst door de tussenkomende partij, ten overstaan van de reële bouwdiepte van de woning van de verzoekende partijen is volstrekt foutief weergegeven.
- De verzoekende partijen herhalen dan ook dat hun vordering stellig tijdig werd gesteld, en aldus ontvankelijk is”. X-13.731-7/10 Beoordeling 4.
- De bestreden stedenbouwkundige vergunning diende noch bekendgemaakt, noch aan derden betekend te worden, zodat krachtens artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de beroepstermijn van zestig dagen ingaat met de dag waarop de verzoeker er kennis van heeft gehad of geacht moet worden er kennis van te hebben gehad. 4.
- De tussenkomende partij heeft, met betrekking tot het ogenblik waarop de eerste verzoeker kennis heeft gekregen van het bestreden besluit, een “Verklaring” neergelegd, opgemaakt door het administratief personeel van de dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente De Haan, luidend als volgt: “Ondergetekenden Carine Willaert, en Dominique Depecker, respectievelijk administratief beleidsmedewerkster en administratief assistente, verklaren dat de heer Fernand Depecker, wonende Kastanjelaan 1 te 8420 De Haan, op 4 februari 2008 aan de balie van de dienst Ruimtelijke Ordening inzage heeft gekregen van de stedenbouwkundige vergunning dd. 29.11.2007 met het bijbehorende plan die werd goedgekeurd door de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen voor het verbouwen en uitbreiden van de woning gelegen Kastanjelaan 3 te 8420 De Haan. Na mondelinge vraag van de heer Fernand Depecker om een kopie te bekomen van deze stukken, werd door Dominique Depecker een schriftelijke aanvraag opgemaakt en hem ter ondertekening voorgelegd. Deze aanvraag werd na ondertekening voor goedkeuring voorgelegd aan het schepencollege van 5 februari
- Op 6 of 7 februari 2008 werd door Dominique Depecker telefonisch meegedeeld aan mevrouw Josiane Depecker-Dewulf dat de gevraagde stukken tegen betaling konden afgehaald worden aan de balie van de dienst Ruimtelijke Ordening. Ondergetekende Joke Maes, administratief medewerkster, verklaart dat de heer Vincent Christiaens van het Advocatenkantoor Geert Ampe uit Oostende, in aanwezigheid van de heer Fernand Depecker op 13 februari 2008 inzage heeft komen nemen van het desbetreffend dossier met kenmerk BA-2006/189, en tegen betaling een kopie ontvangen heeft van de stukken die in bijlage opgesomd zijn. Opgemaakt te De Haan op 13 juni 2008”. 4.
- Tegen de voormelde “Verklaring” werd door de verzoekende partijen een klacht met burgerlijke partijstelling wegens valsheid ingediend. Uit de door de tussenkomende partij neergelegde stukken blijkt dat de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge op 16 december 2009 hieromtrent een beschikking buitenvervolgingstelling heeft uitgesproken, en dat tegen deze beschikking geen enkel rechtsmiddel op strafgebied en op burgerlijk gebied werd aangewend. X-13.731-8/10 De voormelde “Verklaring” werd door de betrokken ambtenaren opgemaakt in de uitoefening van hun functie, zodat er, ingevolge de buitenvervolgingstelling wegens valsheid, rekening dient mee te worden gehouden. 4.
- Uit de voormelde “Verklaring” blijkt dat de eerste verzoeker alleszins op 4 februari 2008 kennis had van het bestaan, de aard en de draagwijdte van het bestreden besluit. 4.
- De tweede verzoekster is de samenwonende echtgenote van de eerste verzoeker, zodat ook zij moet worden geacht op dat ogenblik kennis te hebben gehad van het bestreden besluit. 4.
- Het enig verzoekschrift is ingediend op 10 april 2008, dit is de 64ste dag nadat de eerste verzoeker op het gemeentehuis kennis heeft genomen van het bestreden besluit. 4.
- De exceptie is gegrond. Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op 700 euro, ieder voor de helft. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. X-13.731-9/10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig september 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-13.731-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.501 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.675 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div