id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.520 Rolnummer: A. 196053/VII-37753 Zaak: Arrest 207520 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 23/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-01 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:10 Fiche Arrest nr 207.520 van 23 september 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 207.520 van 23 september 2010 in de zaak A. 196.053/VII-37.
- In zake: de VZW VLAAMSE DIERENARTSENVERENIGING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Rita Gielen en Martine Wendrickx kantoor houdend te Kasterlee Isschot 18 A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid en de minister van Landbouw bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean-François De Bock kantoor houdend te Brussel Waterloosesteenweg 612 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 31 maart 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 20 november 2009 betreffende de erkenning van de dierenartsen (Belgisch Staatsblad 1 februari 2010). II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. Met toepassing van artikel 90, § 1, vierde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met drie leden. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 september
- VII-37.753-1/6 Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Rita Gielen, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Valérie De Schepper, die loco advocaat Jean-François De Bock verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Gegevens van de zaak
- Artikel 4, vierde lid , van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde luidt als volgt : (...) "Daarenboven moeten de dierenartsen die meewerken aan de uitvoering van wets- en verordeningsbepalingen, vooraf erkend worden door de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid of door zijn afgevaardigde. De Koning bepaalt de voorwaarden en de procedure voor het verlenen van de erkenning. Hij bepaalt de rechten en de plichten van de erkende dierenartsen en regelt de wijze waarop zij vergoed worden voor het verlenen van hun diensten. Hij bepaalt de sancties die kunnen worden opgelegd bij het niet naleven van de erkenningsvoorwaarden, van de plichten en van de wets- en verordeningsbepa- lingen aan de uitvoering waarvan de erkende dierenartsen meewerken". (...). Het thans bestreden koninklijk besluit wordt genomen op grond van deze bepaling. Het regelt de erkenningsvoorwaarden en -procedure, de rechten en plichten van de erkende dierenartsen en bepaalt de voorwaarden en procedures met betrekking tot de toekenning, de weigering en de intrekking van de erkenning van de dierenartsen die meewerken aan de uitvoering van wets- en verordeningsbe- palingen. IV. De schorsingsvoorwaarden
- Op grond van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de VII-37.753-2/6 vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Er kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen terzake in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd. De Raad van State kan geen acht slaan op hetgeen ter terechtzitting nog door de verzoekende partij wordt bijgebracht. V. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de partijen
- De verzoekende partij ontleent haar moeilijk te herstellen nadeel uit het gegeven dat zij niet meer of nauwelijks nog in staat is om haar statutaire functie van belangenbehartiger van haar leden te kunnen uitoefenen. Zij meent zelf in het ongewisse te blijven omtrent bepaalde rechtsvragen waardoor zij geen juist advies kan geven aan haar leden. Het is niet denkbeeldig dat zij het vertrouwen van die leden zal verliezen. Hierdoor komt haar professioneel en moreel aanzien in het gedrang. Zij zet daarover concreet het volgende uiteen: "Zoals gesteld leidt het bestreden besluit tot grote ongerustheid en rechtson- zekerheid bij de leden van verzoekende partij. Meer nog maakt het de normale werking van verzoekende partij onmogelijk, wat dan ook minstens kan beschouwd worden als een risico van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. De situatie wordt met de dag des te prangender. De dierenartsen wiens erkenning reeds werd ingetrokken en een nieuwe erkenning wensen aan te vragen bevinden zich in het ongewisse. Immers, is het voor hen onduidelijk wanneer zij een nieuwe erkenning kunnen aanvragen. Zo mogen dierenartsen geen intrekking van hun erkenning hebben opgelopen, 5 jaar voor de aanvraag van een erkenning. (art. 2, 2/ bestreden KB) Verzoekende partij wordt thans bevraagd over het aanvangspunt van de 5 jaar. Gaat deze periode in na de eigenlijke intrekkingsbeslissing of pas na het volledig verstrijken van de intrekkingstermijn? Verzoekende partij tast op dit punt evenzeer in het duister. Zoals ter hoogte van de middelen zal blijken, heeft verzoekende partij bij de lezing van het bestreden KB een groot aantal flagrante onwettelijkheden vastgesteld die haar verhinderen om haar leden juist advies te verlenen. De dierenartsen komen te rade bij verzoekende partij als belangenbehartiger en verwachten dat zij de problemen, veroorzaakt door de onduidelijkheid van het bestreden KB kan beslechten, quod non, laat staan raad geven. Het is dan ook niet denkbeeldig dat zij zo het vertrouwen van haar leden verliest. Aangezien op grond van het bestreden besluit, erkenningsaanvragen kunnen worden geweigerd, erkenningen kunnen worden geschorst en/of ingetrokken, VII-37.753-3/6 zonder dat hiervoor een duidelijke wettelijke basis bestaat, komt de statutaire functie van verzoekende partij als belangenbehartiger van haar leden ernstig in het gedrang. 3.- De gevolgen zijn dan ook desastreus. Zoals verzoekende partij verder - ter hoogte van de middelen - zal aantonen, lijdt zij schade zolang de onduidelijke situatie voortduurt. Verzoekende partij verwijst naar vaste rechtspraak van uw Raad dat de schorsing van een dierenarts gaande van 3 maanden tot 2 jaar, op zich reeds een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel is. (...) Deze dierenartsen - die jaarlijks lidgeld betalen aan verzoekende partij juist omwille van het verdedigen van hun belangen - verwachten van verzoekende partij dan ook deskundig, gedegen en correct advies en bijstand. Verzoekende partij kan omwille van het bestreden KB, haar fundamentele rol niet meer vervullen. 4.- Zonder de noodzakelijke wetsaanpassing, komt het professioneel en moreel aanzien van verzoekende partij ernstig in het gedrang. Nogmaals, zij vertegenwoordigt tussen de 1.000 à 1.100 leden en is de belangrijkste beroepsvereniging van dierenartsen in Vlaanderen. Zij ontleent haar bestaan aan het vertrouwen van haar dierenartsleden - dewelke jaarlijks hun lidmaatschap dienen te hernieuwen en voor advies en bijstand van haar afhankelijk zijn - in haar professionele en morele autoriteit. Zij zal als beroepsvereniging niet kunnen voorkomen dat sommige van haar leden slachtoffer worden van een willekeurige intrekking of schorsing van hun erkenning, wat in bepaalde gevallen tot een volledig beroepsverbod aanleiding kan geven. Evenzeer moet zij met lede ogen toezien dat haar leden aan veel strengere eisen tot erkenning onderworpen worden dan de buitenlandse collega's die in België op een automatische erkenning kunnen rekenen, wat uiteraard niet aanvaardbaar is. Haar fundamentele taak als beroepsvereniging komt zo in gedrang. Het aangevoerde nadeel kan ook niet meer afdoende worden geremedieerd door een gebeurlijke latere vernietiging van de bestreden beslissing. De bestreden beslissing veroorzaakt in het rechtsverkeer zeer schadelijke gevolgen die zo snel mogelijk dienen te worden opgelost. Verzoekende partij als belangrijkste beroepsvereniging van dierenartsen in Vlaanderen staat hiervoor in. 5.- Door de rechtsonzekerheid over de erkenningsvoorwaarden zowel bij verzoekende partij als bij haar leden ondergaat verzoekende partij manifest een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel. Zij kan door het bestreden besluit haar fundamentele statutaire taak van belangenbehartiger niet meer uitoefenen. De ingeroepen nadelen kunnen door de gevraagde schorsing worden verholpen zodat enkel een gewone schorsingsprocedure voor verzoekende partij de nodige genoegdoening zal kunnen geven". 5.
- De verwerende partij betwist dat er te dezen sprake is van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. VII-37.753-4/6 Beoordeling
- Artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 8, 3/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat het enig verzoekschrift dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen". Uit deze bepalingen volgt dat een verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoer- legging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden. Een verzoekende partij mag zich bij de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar moet concrete gegevens aanbrengen die erop wijzen welk persoonlijk, moeilijk te herstellen ernstig nadeel zij precies ondergaat of dreigt te ondergaan. Een verzoekende partij moet precieze en concrete aanduidingen verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel. De verzoekende partij is een vereniging van dierenartsen met als doel "het verdedigen van de beroepsbelangen van haar leden en voor gelijk welke rechtsmacht, alsmede het beheer van de goederen die haar ten dien einde werden toevertrouwd. De werking van de vereniging zal zich kunnen uitbreiden tot alles wat in de breedste zin rechtstreeks of onrechtstreeks kan bijdragen tot het bereiken van haar doel". Met de verwerende partij moet echter worden vastgesteld dat het bestreden besluit in uitvoering van artikel 4, vierde lid van de wet van 28 augustus 1991 slechts betrekking heeft op dierenartsen die meewerken aan de uitvoering van wets- of verordeningsbepalingen waarvan de wet vereist dat zij erkend moeten zijn. VII-37.753-5/6 De verzoekende partij laat in dat verband na in de inleidende akte aan te geven hoeveel van haar leden aldus erkend zijn zodat de impact -voor zover daar al sprake van zou zijn- van de nieuwe reglementering op de werking van de verzoekende partij niet kan worden nagegaan. Voorts is het aangevoerde nadeel, zoals de verwerende partij terecht stelt, in grote mate louter hypothetisch. Er is bijgevolg niet voldaan aan één van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Dit volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt het beroep. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig september tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Luc Hellin VII-37.753-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.520 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2013:ARR.223.563 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div