id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.638 Rolnummer: A. 197719/IX-6943 Zaak: Arrest 207638 - Luchtvaart - 23/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-09-24 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:11 Fiche Arrest nr 207.638 van 23 september 2010 Economische zaken - Luchtvaart Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 207.638 van 23 september 2010 in de zaak A. 197.719/IX-6943 In zake : Peter THYS wonend te Antwerpen Brederodestraat 184, bus 162 alwaar woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Mobiliteit bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Van Hyfte kantoor houdend te Brussel Gulden Vlieslaan 77 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 20 september 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het Directoraat-generaal Luchtvaart, Dienst Inschrijvingen en Vliegvergunningen van de FOD Mobiliteit en Vervoer van 30 augustus 2010 waarbij aan Peter Thys de uitreiking geweigerd wordt van een bevoegdverklaring IR(A). IX-6943-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 september 2010, om 10.00 uur. Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. De verzoeker, die verschijnt in persoon, en advocaat Bart Van Hyfte , die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Ines Martens, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 22 augustus 2007 legt de verzoeker zijn theoretisch examen af voor lijnpiloot ATPL(A). 3.
- Op 20 augustus 2010 legt de verzoeker een vaardigheidsproef instrumentvliegen IR(A) af waarvoor hij slaagt. 3.
- Op 25 augustus 2010 dient de verzoeker, met het oog op het verkrijgen van een bevoegdverklaring IR(A) bij het bestuur der Luchtvaart, dienst Vergunningen een medisch attest klasse 1 in, geldig tot 25 augustus 2010, alsook een vergunning van beroepsbestuurder CPL(A) geldig tot 31 augustus 2011 en een IX-6943-2/6 attest van de vaardigheidstest instrumentvliegen IR(A) afgelegd op 20 augustus
- 3.
- Op 29 augustus 2010 laat de verwerende partij aan de verzoeker tijdens een telefonisch onderhoud weten dat zijn aanvraag tot het uitreiken van een IR(A) vergunning laattijdig is. 3.
- Op 30 augustus 2010 stuurt Laurent Vandescuren, adviseur van de dienst Vergunningen van het Directoraat-generaal Luchtvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer aan de verzoeker een e-mailbericht waarin het volgende wordt meegedeeld: "Ik kan geen gunstig gevolg geven aan uw verzoek tot uitreiking van een bevoegdverklaring IR-MEP. De uitreiking van de bevoegdverklaring IR(A) moet gebeuren binnen een periode van 36 maanden te rekenen vanaf de dag dat men geslaagd is voor het theorie-examen, zie het Koninklijk besluit van 4 maart 2008, artikel
- Wij hebben uw dossier op 25 augustus 2010 ontvangen. De uiterste geldigheidsdatum van het theoretisch examen is 22 augustus
- Voor het behalen van een IR(A) dient u de theoretische examens opnieuw af te leggen." 3.
- Bij brief van 30 augustus 2010 van voornoemde adviseur van de dienst Vergunningen van het Directoraat-generaal Luchtvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer aan de verzoeker wordt dit nogmaals bevestigd: "Ik kan geen gunstig gevolg geven aan uw verzoek tot uitreiking van een bevoegdverklaring IR(A). De uitreiking van de bevoegdverklaring IR(A) moet gebeuren binnen een periode van 36 maanden te rekenen vanaf de dag dat men geslaagd is voor het theorieexamen, zie het Koninklijk besluit van 4 maart 2008, artikel
- Wij hebben uw dossier op 25 augustus 2010 ontvangen. De uiterste geldigheidsdatum van het theoretisch examen is 22 augustus
- Voor het behalen van een IR(A) dient u de theoretische examens opnieuw af te leggen voor u de skill test IR opnieuw kan afleggen." 3.
- Dit is de bestreden beslissing. IX-6943-3/6 IV. Onderzoek van de vordering Overeenkomstig artikel 17, '' 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. V. De voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid
- Gelet op wat volgt, is er geen aanleiding om de excepties opgeworpen door de verwerende partij, te beantwoorden.
- De toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid verstoort het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State ernstig, beperkt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en belemmert de uitoefening van de rechten van de verdediging van de verwerende partij in aanzienlijke mate. De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven. Zij moet met name beperkt worden tot de gevallen waarin aangetoond wordt dat de afhandeling van de zaak met inachtneming van de procedure van de gewone schorsing te laat zal komen.
- Er is hoogdringendheid indien een schorsing die pas zou tussenkomen na verloop van een gewone schorsingsprocedure onmiskenbaar te laat zou komen, omdat het aangevoerde nadeel, dat ernstig moet zijn, dan al gerealiseerd zou zijn en niet meer, of alleszins heel moeilijk, hersteld kan worden. De verzoeker beperkt zich er in zijn verzoekschrift echter toe, aan te voeren dat er hoogdringendheid aanwezig is omdat hij op dit ogenblik de bevoegdheid IR(A) niet mag uitoefenen, met als gevolg dat hij niet in dienst kan treden als piloot. IX-6943-4/6 De verzoeker toont hiermee niet op voldoende concrete wijze aan waarin de uiterst dringende noodzakelijkheid gelegen is van zijn beroep en waarom een gewone schorsing van de bestreden beslissing in zijn geval te laat zou komen. Hij toont niet aan welk concreet, ernstig en onherstelbaar nadeel hij meent te lijden wanneer de beslissing niet bij hoogdringendheid zou worden geschorst. Zoals de verwerende partij terecht opwerpt in haar nota, legt de verzoeker geen stuk neer betreffende zijn huidig sociaal statuut, noch omtrent de mogelijkheid om in dienst te treden als piloot. Uit de uiteenzetting van de verwerende partij blijkt ook dat de verzoeker zijn opleiding gedurende enkele jaren heeft onderbroken, waardoor de geldigheidstermijn van zijn theoretisch examen verder verstreek, en dat hij op het eerste gezicht op de hoogte was van de tijdslimiet.
- Bovendien blijkt dat de verzoeker reeds begin september 2010 de bestreden beslissing ontving en zelfs reeds op 30 augustus 2010 op de hoogte was van de inhoud van de bestreden beslissing. De verzoeker citeert immers in zijn verzoekschrift de inhoud van het mailbericht dat hij van de verwerende partij ontving op 30 augustus 2010, en waarvan de inhoud zo goed als identiek is aan de inhoud van de formeel bestreden beslissing. Er wordt dan ook vastgesteld dat de verzoeker onnodig lang getalmd heeft na het ontvangen van de bestreden beslissing begin september 2010 om onderhavig beroep in te stellen. De verzoeker geeft in zijn verzoekschrift geen reden aan waarom hij slechts op 20 september 2010 zijn beroep bij uiterst dringende noodzakelijkheid kon instellen. Het bestaan van een uiterst dringende noodzakelijkheid tot schorsing wordt nochtans mede afgemeten aan de haast die de verzoeker zelf betoont bij het instellen van zijn vordering. De noodzaak om na de kennisname van de griefhoudende beslissing met passende diligentie de vordering bij de Raad van State in te leiden is inherent aan het zeer uitzonderlijk en zeer ongewoon karakter van de uiterst dringende procedure. Diligent optreden is een gegeven dat bijgevolg vervat is in de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid en is een dwingende vereiste die moet zijn vervuld opdat de Raad van State een verzoekende partij mag IX-6943-5/6 toelaten tot de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. In casu houdt het lange tijdsverloop tussen de kennisgeving van de bestreden beslissing en het instellen van de vordering de negatie in van de uiterst dringende nood- zakelijkheid.
- Bijgevolg is niet voldaan aan de derde voorwaarde van artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 23 september 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Daniël Moons IX-6943-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.638 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.492 ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.218.523 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div