← België

Arrest 207662 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 27/09/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.662 Rolnummer: A. 188463/IX-5935 Zaak: Arrest 207662 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 27/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-05 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 05:11 Fiche Arrest nr 207.662 van 27 september 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 207.662 van 27 september 2010 in de zaak A. 188.463/IX-5935 In zake : Michiel VAN DER HEYDEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het SELECTIEBUREAU VAN DE FEDERALE OVERHEID (SELOR) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Emmanuel Jacubowitz kantoor houdend te Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 4 juni 2008, strekt tot de nietigverklaring van: - de beslissing van 8 april 2008 van SELOR waarbij Michiel Van Der Heyden niet geslaagd wordt verklaard voor het schriftelijke gedeelte van de proef over de kennis van het Engels in het kader van de selectie van diplomaten voor de Federale Overheidsdienst (FOD) Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking; - de beslissing van SELOR van ongekende datum waarbij andere kandidaten geslaagd worden verklaard voor het schriftelijke gedeelte van de voormelde proef en derhalve in aanmerking komen om deel te nemen aan de resterende selectieproeven teneinde mogelijk nuttig te worden gerangschikt in de wervingsreserve van diplomaten voor de genoemde FOD. IX-5935-1/16 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 186.378 van 18 september 2008 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen. De verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 september
  3. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Elsbeth De Vylder, die loco advocaat Tom De Sutter verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Emmanuel Jacubowitz, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Melissa Celis, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. IX-5935-2/16 III. Feiten 3.
  5. De verzoeker behaalt in 2007 het diploma van licentiaat in de Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Gent. 3.
  6. Hij heeft zich ingeschreven voor de selectie ANG07858 van diplomaten voor de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die door SELOR wordt georganiseerd. Deze selectie bestaat uit een computergestuurde voorselectie, gevolgd door een vergelijkend examen. Dit vergelijkend examen omvat de volgende drie proeven: - het samenvatten en kritisch becommentariëren van een voordracht over een internationaal politiek of economisch probleem (vereist minimum: 48/80 punten); - een taaltest over de voldoende kennis van het Engels, bestaande uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte (vereist minimum: telkens 10/20 punten en in het totaal 24/40 punten); - een taaltest over de voldoende kennis van het Frans, bestaande uit een computergestuurd en een mondeling gedeelte (vereist minimum: telkens 10/20 punten en in het totaal 24/40 punten). Het schriftelijke gedeelte van de taaltest Engels bestaat volgens de aan de kandidaten gegeven toelichting uit een samenvatting van een Engelse tekst en een kritische commentaar daarop “in uw eigen woorden”. Volgens de instructies aan de examinatoren moet de samenvatting de tekst getrouw volgen en de belangrijkste argumenten uit de tekst bevatten, omdat de kandidaat aldus zijn tekstbegrip aantoont. Voorts moet de gebruikte woordenschat correct zijn en moet de tekst goed gestructureerd en vlot IX-5935-3/16 verstaanbaar zijn. De commentaar moet een persoonlijke visie op de tekst bevatten en mag niet louter een parafrase van de samenvatting zijn. Door eigen argumenten aan te halen en niet die van de auteur, moet de kandidaat aantonen dat hij de tekst begrijpt en hierover in het Engels kan uitweiden. De commentaar moet een goede structuur hebben en vlot verstaanbaar en duidelijk zijn. 3.
  7. De beide taaltesten hebben voor de verzoeker plaats op 18 maart
  8. 3.
  9. Met brieven van 8 april 2008 deelt SELOR aan de verzoeker mee dat hij geslaagd is voor het computergestuurde gedeelte van de taaltest Frans, maar dat hij slechts 9/20 punten behaalde voor het schriftelijke gedeelte van de taaltest Engels en hij derhalve voor deze laatstgenoemde test niet geslaagd is. Dit is de eerste bestreden beslissing. 3.
  10. Van de 129 deelnemers aan de test zijn er 109 geslaagd. De beslissing van SELOR om deze kandidaten geslaagd te verklaren, is de tweede bestreden beslissing. 3.
  11. Wanneer de verzoeker op 9 april 2008 zijn resultaat ontvangt, vraagt hij onmiddellijk om zijn examen en de correctie daarvan te kunnen inkijken, teneinde te weten te komen waarom hij slechts 9/20 punten behaalde. Op 7 mei 2008 deelt SELOR aan de verzoeker het volgende mee: “De evaluatie van de selectiecommissie was gebaseerd op 3 elementen: vorm, synthese en commentaar. In deze 3 elementen werd ook een goed en accuraat gebruik van het Engels geëvalueerd. Deze werden als volgt beoordeeld: - Vorm: De tekst bevat moeizaam opgebouwde zinnen en meerdere foutieve woordkeuzes. Het tekstbegrip wordt hierdoor bemoeilijkt. Verder is de variatie in woordgebruik eerder beperkt. IX-5935-4/16 - Synthese: De beschrijving van de probleemstelling is niet accuraat. De auteur lijkt een aantal essentiële zaken in de tekst onvoldoende begrepen te hebben en beschrijft de gedachtegang van het probleem naar de oplossing op een onnauwkeurige manier. - Commentaar: Het commentaarstuk bevat weinig eigen ideeën. Het is vooral een herhaling van de tekst zelf en de beperkte eigen inbreng wordt meerdere malen herhaald zonder verdere uitwerking en argumentatie. Daarom heeft de selectiecommissie u 9 punten toegekend, met 10 op 20 punten als vereist minimum.” Aan de verzoeker wordt eveneens een kopie van zijn examenwerk toegestuurd. 3.
  12. In de loop van het jaar 2008 wordt een oproep tot de kandidaten bekendgemaakt voor de selectie ANG08866 van diplomaten voor de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die door SELOR wordt georganiseerd. De uiterste inschrijvingsdatum voor deze nieuwe selectieprocedure is 29 september
  13. De verzoeker schrijft zich voor deze selectie niet in. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  14. Ingevolge de organisatie van de nieuwe selectie (ANG08866) van diplomaten voor de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking informeert de auditeur-verslaggever met een aangetekende brief van 23 november 2009 of de verzoeker zich al dan niet voor deze selectie heeft ingeschreven en of hij daarvoor desgevallend ook geslaagd is. De verzoeker wordt tevens uitgenodigd om zijn actueel belang bij het voorliggende beroep toe te lichten.
  15. Met een aangetekende brief van 22 december 2009 antwoordt de raadsman van de verzoeker als volgt: IX-5935-5/16 “[...] Cliënt heeft, zoals reeds door mijn achtbare tegenstrever is meegedeeld, niet deelgenomen aan de nieuwe selectie van diplomaten met als uiterste inschrijfdatum 29 september
  16. Het aantal deelnames aan de vergelijkende selectie is echter beperkt tot drie. Cliënt heeft bijgevolg alle redenen om zorgvuldig om te springen met de kansen om deel te nemen aan de vergelijkende selectie en aldus op een diplomatieke carrière. Hij wenst duidelijkheid met betrekking tot de regelmatigheid van de eerste vergelijkende selectie waaraan hij heeft deelgenomen. In elk geval kan uit het niet deelnemen aan de eerstvolgende vergelijkende selectie geen gebrek aan actueel belang worden afgeleid. Cliënt is in de loop van de procedure meer dan zeven maanden werkloos geweest en heeft op heden slechts een tijdelijk contract tot 28 februari 2010, normaal verlengbaar tot 31 december
  17. Cliënt heeft nog steeds een actueel (moreel en materieel) belang om de vernietiging na te streven van de bestreden beslissingen. [...]”
  18. De verwerende partij werpt in haar laatste memorie een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang in hoofde van de verzoeker. Zij laat gelden dat de verzoeker geen blijk meer geeft van een actueel belang bij zijn beroep, nu vaststaat dat hij aan de nieuwe selectie van diplomaten voor de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking niet heeft deelgenomen, terwijl er voor hem nochtans geen ernstige redenen waren om niet deel te nemen. Volgens de verwerende partij komt het standpunt van de verzoeker met betrekking tot het behoud van zijn actueel belang erop neer dat hij in afwachting van een arrest van de Raad van State over zijn beroep, geen rekening moet houden met de bestreden beslissingen. Zij stelt dat “de leer van de dwingende kracht van de administratieve rechtshandeling” en het gebrek aan schorsende werking van een beroep tot nietigverklaring zouden worden miskend, indien dit standpunt van de verzoeker zou worden bijgevallen. Ter terechtzitting voegt de verwerende partij daaraan toe dat de wervingsreserve van de selectieprocedure ANG07858 op 29 juni 2010 is verstreken. Ook om die reden heeft de verzoeker volgens haar geen actueel belang bij zijn beroep. IX-5935-6/16 Beoordeling
  19. Artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het belang moet bestaan, niet alleen op het ogenblik van het instellen van het beroep, maar ook bij de uitspraak daarover.
  20. Te dezen zou de nietigverklaring van de bestreden beslissingen tot gevolg hebben dat de verzoeker aanspraak kan maken op een nieuwe beoordeling van zijn schriftelijke taaltest Engels in het kader van de selectie ANG07858 van diplomaten voor de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Een dergelijke beoordeling kan gunstig zijn voor de verzoeker, waardoor hij alsnog de kans verkrijgt om de desbetreffende selectieprocedure verder af te leggen en met succes te beëindigen. De omstandigheid dat de verzoeker niet heeft deelgenomen aan een volgende selectieprocedure ANG08866 van diplomaten voor de genoemde FOD, die moet worden onderscheiden van de selectieprocedure die thans in het geding is, doet aan het actueel belang dat de verzoeker aan de genoemde kans ontleent, geen afbreuk. Ook het feit dat de wervingsreserve van de selectieprocedure ANG07858 inmiddels zou zijn verstreken, doet niets daaraan af.
  21. De exceptie is niet gegrond. IX-5935-7/16 V. Onderzoek van de middelen Enig middel Standpunt van de partijen
  22. De verzoeker voert in een enig middel de schending aan van het gelijkheidsbeginsel, de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald het materieel motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheids- beginsel en het vertrouwensbeginsel, en het beginsel “patere legem quam ipse fecisti”. Hij laat vooreerst gelden dat een beslissing in verband met een examen, indien het geen louter kennisexamen betreft, niet naar behoren kan worden gemotiveerd door de enkele vermelding van de punten. In dat geval is een bijkomende verwoording noodzakelijk, die het de examinandus mogelijk moet maken inzicht te verkrijgen in de motieven welke hebben geleid tot de in de punten uitgedrukte waardering. De verzoeker stelt voorts dat hij de deugdelijkheid van de op 7 mei 2008 kenbaar gemaakte motivering niet kan controleren. De verwerende partij weigert immers om de tekst ter beschikking te stellen die moest worden samengevat en waarop een commentaar moest worden geschreven. Ook is er geen enkele opmerking of verbetering aangebracht op zijn examenkopij, terwijl in de motivering nochtans wordt verwezen naar concrete tekortkomingen wat betreft de vorm, de samenvatting en de commentaar. De opgegeven motivering laat de verzoeker niet toe te weten welke passages uit de samenvatting en commentaar als verkeerd werden beoordeeld. Evenmin is het volgens de verzoeker duidelijk welk gewicht elk van de drie criteria verhoudingsgewijs heeft. IX-5935-8/16 Het is, aldus de verzoeker, niet mogelijk om de materiële juistheid van de opgegeven motivering te bevestigen en bij gebreke aan de oorspronkelijke tekst is het niet mogelijk na te gaan of de beoordeling die werd uitgebracht al dan niet terecht is. De verzoeker voert tevens aan dat uit het selectiereglement blijkt dat met de proef enkel wordt gepeild naar de schriftelijke kennis van het Engels, meer bepaald door de technische kennis en beheersing van de Engelse taal te toetsen via het samenvatten en becommentariëren van een tekst. Volgens de verzoeker dient in dat kader de inhoud van de commentaar volledig irrelevant te zijn, terwijl te dezen integendeel blijkt dat zijn commentaar inhoudelijk werd beoordeeld en niet op het vlak van de beheersing van de Engelse taal. Daarom is het toegekende resultaat onregelmatig. Bovendien werd het vertrouwensbeginsel geschonden doordat de verwerende partij is overgegaan tot een inhoudelijke beoordeling van de geschreven commentaren. De voormelde handelwijze is volgens de verzoeker ook onzorgvuldig, zodat eveneens het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden.
  23. De verwerende antwoordt vooreerst dat het middel feitelijke grondslag mist, voor zover de verzoeker erin aanvoert dat het hem niet mogelijk is de motivering van de eerste bestreden beslissing te controleren. Zij betoogt dat de tekst die aan de kandidaten werd voorgelegd, naderhand ter beschikking stond van elke kandidaat die zijn dossier wilde komen raadplegen. De verzoeker heeft echter enkel gevraagd om zijn examenwerk en de verbetering daarvan te mogen inkijken en een afschrift ervan te mogen ontvangen. Deze vraag werd ingewilligd. De verzoeker heeft de deugdelijkheid van de motivering van de eerste bestreden beslissing derhalve wel degelijk kunnen bekritiseren, wat hij verder in zijn middel ook doet. De aan de kandidaten voorgelegde tekst is overigens opgenomen in het administratief dossier, zodat ook de Raad van State de juistheid van de motivering kan controleren. IX-5935-9/16 De verwerende partij stelt voorts dat geen verplichting bestaat om de opmerkingen en verbeteringen op het examenblad zelf aan te brengen. Opdat alle 129 examens binnen een redelijke termijn zouden worden verbeterd, mochten de juryleden hun opmerkingen rechtstreeks op de daartoe bestemde motivatiefiche aanbrengen, zonder ze nogmaals te moeten overschrijven op het examenblad van elke kandidaat. Evenmin bestaat volgens de verwerende partij de verplichting om voorafgaandelijk de weging van alle beoordelingscriteria mee te delen. Zij was enkel ertoe gehouden om met alle toepasselijke criteria rekening te houden. De verzoeker betwist niet dat dit wel degelijk is gebeurd. De verwerende partij laat tevens gelden dat de verzoeker niet kan voorhouden dat hij het voorliggende beroep moest instellen om zijn rechten te vrijwaren. Zij wijst erop dat nergens uit blijkt dat de verzoeker haar heeft gevraagd de tekst mee te delen die aan de kandidaten was voorgelegd. Indien de verzoeker meer openbaarheid wenste, dan had hij met toepassing van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur daartoe een aanvraag moeten indienen en de voorgeschreven procedure moeten volgen. Hoe dan ook is de eventuele schending van de genoemde wet vreemd aan de betwisting van de wettigheid van de eerste bestreden beslissing.
  24. Op het standpunt van de verzoeker dat bij de verbetering van zijn examenwerk geen rekening mocht worden gehouden met de inhoud van zijn commentaar, antwoordt de verwerende partij dat in de instructies aan de examinatoren niet wordt vermeld dat de examenwerken inhoudelijk moeten worden verbeterd, maar wel dat de kandidaat moet aantonen dat hij het Engels correct kan gebruiken, dat hij zijn argumentatie in het Engels kan weergeven en dat hij hierdoor het tekstbegrip kan aantonen. Doordat de verzoeker grotendeels de tekst van de auteur heeft overgenomen, toont hij niet aan over een voldoende kennis van het Engels te beschikken om in deze taal een eigen redenering over de tekst op te bouwen. IX-5935-10/16 De motivering van de eerste bestreden beslissing is volgens de verwerende partij begrijpbaar, correct en niet intern tegenstrijdig. Ze is dan ook afdoende in de zin van de wet van 21 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Bovendien vindt deze motivering steun in het administratief dossier. De verwerende partij stelt ten slotte dat alle examens op een gelijke en zorgvuldige wijze werden verbeterd, conform het selectiereglement en de instructies aan de examinatoren, zodat de door de verzoeker ingeroepen beginselen werden gerespecteerd.
  25. De verzoeker repliceert in zijn memorie van wederantwoord dat uit het administratief dossier niet blijkt om welke redenen hij niet geslaagd is. Hij stelt dat de motivatiefiche niet beantwoordt aan de vereisten van een juiste, pertinente en afdoende motivering. Indien de jury niet verplicht is om correcties aan te brengen op het examenblad zelf, neemt zij volgens de verzoeker het risico op zich dat de motivatiefiche niet kan worden begrepen, wanneer daarin melding wordt gemaakt van bepaalde tekortkomingen zonder dat kan worden afgeleid wat die tekortkomingen concreet inhouden. De verzoeker stelt voorts dat het niet relevant is of de wegingscoëfficiënt van de diverse beoordelingscriteria al dan niet op voorhand moet worden meegedeeld, aangezien het ook nu voor hem nog altijd niet duidelijk is welk gewicht de drie beoordelingscriteria ten opzichte van elkaar hebben en hij derhalve nog steeds niet kan nagaan hoe men tot de score van 9/20 punten is gekomen. Volgens de verzoeker slaagt de verwerende partij er ten slotte niet in te weerleggen dat de proef alleen tot doel heeft de technische kennis en beheersing van de Engelse taal te toetsen en dat de inhoudelijke aspecten van de IX-5935-11/16 kennis en de vaardigheden van de kandidaten in een ander onderdeel van de selectieprocedure worden beoordeeld.
  26. De verzoeker voert in zijn laatste memorie nog aan dat hij niet in de mogelijkheid is geweest om de motivatiefiche vóór het instellen van zijn beroep tot nietigverklaring in te kijken. Hij stelt dat hij enkel de brief van SELOR van 7 mei 2008 met de beoordeling van de examenjury heeft ontvangen en dat hij aldus door de verwerende partij verplicht is tot het instellen van een beroep tot nietigverklaring. De verzoeker herhaalt dat de algemene vaststelling van tekortkomingen, zonder concrete aanwijzingen op het examenblad, op zich geen verantwoording is voor de toekenning van de score van 9/20 punten. Het feit dat met alle beoordelingscriteria rekening is gehouden volstaat niet, nu het onderling gewicht van deze criteria niet is aangegeven, evenmin als de score voor elk criterium en hoe op grond daarvan tot een algemene beoordeling is gekomen. De verzoeker stelt ten slotte dat de instructies aan de examinatoren niet ter beschikking staan van de geëxamineerden. Hij houdt staande dat zijn commentaar bij de tekst inhoudelijk is beoordeeld en niet op het vlak van zijn technische kennis van het Engels. Beoordeling
  27. Met een brief van 8 april 2008 heeft SELOR aan de verzoeker ter kennis gebracht dat hij 9/20 punten behaalde op het schriftelijke gedeelte van de taaltest Engels van de selectie van diplomaten voor de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Dit is onvoldoende om te slagen, aangezien het vereiste minimum 10/20 punten bedraagt. De desbetreffende proef kan niet worden beschouwd als een loutere kennisproef. Uit de instructies aan de examinatoren blijkt namelijk dat de IX-5935-12/16 kandidaten worden beoordeeld op drie vlakken: “synthese”, “commentaar” en “vorm”. De “synthese” beoogt het tekstbegrip van de kandidaat te toetsen, alsook diens woordenschat en de structuur en verstaanbaarheid van de tekst. De “commentaar” toetst eveneens het tekstbegrip van de kandidaat en diens bekwaamheid om hierover in het Engels uit te weiden. Op basis van het criterium “vorm” wordt de kandidaat beoordeeld op spelling en syntaxis. Bij de beoordeling van een dergelijke proef beschikken de leden van de selectiecommissie over een ruime beoordelingsbevoegdheid. Deze beoordelingsbevoegdheid impliceert dat de selectiecommissie zich voor de motivering van haar beslissing niet kan beperken tot de verwijzing naar een puntencijfer alleen. Een deugdelijke motivering vereist integendeel dat de toegekende punten nader worden verantwoord. De selectiecommissie moet derhalve de redenen laten blijken die haar ertoe hebben gebracht een bepaald puntencijfer toe te kennen. Deze redengeving moet afdoende zijn.
  28. Te dezen blijkt uit het administratief dossier dat de leden van de selectiecommissie een dergelijke verantwoording hebben gegeven op de motivatiefiches, waarop ieder lid voor elk van de drie criteria zijn opmerkingen en verbeteringen heeft vermeld. Bij de samenlezing van deze motivatiefiches met het examenblad van de verzoeker kunnen dan ook, in tegenstelling tot wat de verzoeker voorhoudt, de concrete tekortkomingen die hem worden verweten wat de vorm, de synthese en de commentaar betreft, worden nagegaan. Deze tekortkomingen dienen dan ook niet nogmaals tot uiting te worden gebracht aan de hand van verbeteringen en opmerkingen op het examenblad zelf van de verzoeker. De essentie van de motivering vermeld op de motivatiefiches werd aan de verzoeker ter kennis gebracht met een brief van SELOR van 7 mei
  29. In deze brief wordt gewezen op de drie criteria waarop de leden van de selectiecommissie zich bij hun beoordeling hebben gebaseerd en wordt uitdrukkelijk aangegeven hoe de verzoeker op elk van deze drie criteria concreet IX-5935-13/16 beoordeeld is geworden. Deze motivering stelt de verzoeker wel degelijk in staat te begrijpen waarom hem slechts 9/20 punten werd toegekend voor de schriftelijke proef van het Engels en hij derhalve als niet-geslaagd werd beoordeeld.
  30. Voor zover de verzoeker de hem toegekende punten betwist, mede doordat het niet duidelijk zou zijn welk gewicht elk van de drie beoordelingscriteria tegenover elkaar hebben, dient te worden opgemerkt dat de Raad van State terzake slechts over een marginale toetsingsbevoegdheid beschikt en het hem derhalve niet toekomt om zijn beoordeling op dat vlak in de plaats te stellen van deze van de selectiecommissie. Uit de motivatiefiches blijkt dat bij de beoordeling van de test met alle criteria rekening werd gehouden en dat de leden van de selectiecommissie bij de test van de verzoeker tekortkomingen hebben vastgesteld op elk van de drie beoordelingscriteria. Hoewel niet expliciet is aangegeven welke score de verzoeker heeft behaald op elk criterium afzonderlijk, blijkt uit de opmerkingen en bedenkingen van de leden van de selectiecommissie genoegzaam waarom de verzoeker een score van 9/20 punten werd toegekend. In het licht van die opmerkingen en bedenkingen kan deze score niet als kennelijk onredelijk worden beschouwd.
  31. Voor zover de verzoeker zijn behaald resultaat onregelmatig acht doordat hij slechts zou zijn beoordeeld op de inhoud van zijn commentaar, eerder dan op de kennis en beheersing van de Engelse taal, moet worden vastgesteld dat in de motivering die op 7 mei 2008 aan de verzoeker ter kennis werd gebracht, wordt gesteld dat het commentaarstuk weinig eigen ideeën bevat, dat het vooral een herhaling van de tekst zelf is en dat de beperkte eigen inbreng meerdere malen wordt herhaald, zonder verdere uitwerking en argumentatie. Deze beoordeling dient te worden gelezen in het licht van de instructies aan de examinatoren, waarin met betrekking tot de commentaar wordt aangegeven dat deze een persoonlijke visie op de tekst dient te bevatten en niet louter een parafrase van de samenvatting mag zijn, dat door eigen argumenten aan te halen en niet deze van de auteur, de kandidaat aantoont dat hij de tekst begrijpt en hierover in het IX-5935-14/16 Engels kan uitweiden en dat de commentaar een goede structuur moet bevatten en bovendien vlot verstaanbaar en duidelijk moet zijn. Uit deze instructies volgt dat de kandidaat zijn kennis en beheersing van de Engelse taal moet aantonen aan de hand van een eigen opgebouwde argumentatie en de ontwikkeling van eigen ideeën. Aangezien de kandidaten bij de aanvang van de proef werden gewezen op het belang van een eigen argumentatie, wat blijkt uit de toelichting van de proef aan de kandidaten, waarin specifiek wordt vermeld dat het tweede deel van de test “een kritisch[e] commentaar in uw eigen woorden op basis van de gegeven tekst” betreft, kan de verzoeker niet worden bijgevallen waar hij in zijn laatste memorie aanvoert van dit vereiste niet op de hoogte te zijn geweest. Wanneer de leden van de selectiecommissie bij de beoordeling van verzoekers commentaar vaststelden dat hij weinig eigen ideeën heeft aangebracht, kan hieruit derhalve niet worden afgeleid dat hij werd beoordeeld op de inhoud van zijn commentaar in de plaats van op zijn kennis en beheersing van de Engelse taal.
  32. Uit wat voorafgaat volgt dat niet kan worden aangenomen dat de beslissing van SELOR om de verzoeker niet geslaagd te verklaren op de schriftelijke test Engels van de selectie van diplomaten voor de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking niet afdoende zou zijn gemotiveerd, noch dat de verwerende partij onzorgvuldig zou hebben gehandeld, de verzoeker ongelijk zou hebben behandeld of zou hebben misleid. Evenmin blijkt dat de verwerende partij haar eigen selectiereglement niet zou hebben nageleefd. Het enige middel is dan ook niet gegrond. IX-5935-15/16 BESLISSING
  33. De Raad van State verwerpt het beroep.
  34. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 27 september 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-5935-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.662 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.378 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.