← België

Arrest 207685 - Onteigeningen - 28/09/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.685 Rolnummer: A. 196471/X-14559 Zaak: Arrest 207685 - Onteigeningen - 28/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-06 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 05:11 Fiche Arrest nr 207.685 van 28 september 2010 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 207.685 van 28 september 2010 in de zaak A. 196.471/X-14.

  1. In zake: Elmouth MEEREMANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Xavier D’Hulst en Michiel Deweirdt kantoor houdend te 8500 KORTRIJK Doorniksesteenweg 66 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 8580 AVELGEM Kasteelstraat 13 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  2. De vordering, ingesteld op 11 mei 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 5 maart 2010 van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur betreffende de onteigening van onroerende goederen op het grondgebied van de gemeente Berlare in het kader van en noodzakelijk voor de inrichting van het Paardenbroek, onderdeel van het geactualiseerd Sigmaplan. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 september
  4. X-14.559-1/6 Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Michiel Deweirdt, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. De verzoeker is (mede)eigenaar van verschillende percelen die zijn gelegen te Berlare en die kadastraal bekend zijn onder sectie D, nrs. 63/c, 64, 65, 66/a, 67/a, 68/a, 69/a, 70, 71/a, 72/a, 73/a, 74/a, 76/a, 77/a, 78/a, 79/a, 82/a, 83/a, 84 en
  7. Het gaat om bouwland, hooiland, bos, wijmland en weg. De percelen vallen onder het bestreden onteigeningsbesluit.
  8. Op 22 juli 2005 bekrachtigt de Vlaamse regering het “meest wenselijk alternatief” als uitgangspunt voor de concretisering en verdere uitwerking van het geactualiseerde Sigmaplan. Er worden een aantal prioritaire projecten vastgelegd die ten laatste in 2010 moeten starten. Daartoe behoort het project “Cluster Kalkense Meersen”. Het Paardenbroek (wetland), waar verzoekers gronden zijn gelegen, is een onderdeel van deze cluster. Het ligt in de bedoeling het Paardenbroek grondig te vernatten, de bestaande bomen te rooien en het bos elders te lokaliseren.
  9. Bovenstaande opties worden vastgelegd in een ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: GRUP) dat op 24 april 2009 voorlopig wordt vastgesteld.
  10. In het raam van de procedure voor het opmaken van het GRUP dient de verzoeker een bezwaarschrift in. X-14.559-2/6
  11. Op 26 maart 2010 besluit de Vlaamse regering tot de definitieve vaststelling van het GRUP voor de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en de agrarische structuur, regio Schelde-Dender: gebieden van het geactualiseerd Sigmaplan “Cluster Kalkense Meersen”.
  12. Bij het bestreden besluit van 5 maart 2010 van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur wordt beslist dat, onder andere, de voormelde percelen van de verzoeker worden onteigend met het oog op de inrichting van het wetland Paardenbroek. De bedoelde verwervingen worden daarin van algemeen nut verklaard en, gelet op dat algemeen nut, worden de bedoelde percelen onmiddellijk in bezit genomen zodat “de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden voorzien bij de wet van 26 juli 1962, inzonderheid het artikel 5, op deze verwervingen (zal) worden toegepast”. IV. Onderzoek van de vordering
  13. Overeenkomstig artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel
  14. De verzoeker voert als moeilijk te herstellen ernstig nadeel het volgende aan: “Het risico dat ingevolge het bestreden besluit een gerechtelijke onteigeningsprocedure wordt aangevat en dat daaropvolgend op korte termijn een eigendomsoverdracht tot stand komt, vormt een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Uit de brief van 30 maart 2010 van het Agentschap Natuur en Bos (...) en de brief van 21 april 2010 van het FOD Financiën (...) blijkt dat men de gerechtelijke procedure zeer spoedig wenst aan te vatten. Enkel een schorsingsarrest kan beletten dat de overheid de gerechtelijke onteigeningsprocedure op grond van het bestreden besluit aanhangig maakt. Er kan bezwaarlijk worden betwist dat het verlies van het recht om van de betrokken gronden het genot te hebben en erover te beschikken op meest volstrekte wijze in de zin van artikel 544 Burgerlijk Wetboek, geen ernstig nadeel is. In geval de overheid de gronden onmiddellijk in bezit neemt, verliest verzoeker de mogelijkheid om te kunnen genieten van zijn bos. Als X-14.559-3/6 natuurliefhebber houdt verzoeker ervan om in zijn bos te wandelen en om te kunnen luisteren en kijken naar de vogels en dieren. Het is niet evident om dergelijk gelijkaardig bos met die oppervlakte te kopen in Vlaanderen, zodat de beleving die verzoeker nu heeft, niet zomaar ergens anders kan bekomen worden. Bijgevolg is er sprake van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Eenmaal dat de overheid de grond in bezit heeft genomen, zou zij onherstelbare schade kunnen toebrengen aan de fauna en flora van het bos. In 2002 hebben reeën zich spontaan gevestigd in het bos van verzoeker en sedertdien zijn er elk jaar jongen. De ijsvogel broedt jaarlijks in een esgat. Ook de buizerd broedt jaarlijks in dit bos, evenals verschillende andere soorten avifauna. Naast de fauna, komen er ook wettelijk beschermde orchideeën voor in het bos, met name de brede wespenorchis en de keverorchis. Deze planten wijzen op de aanwezigheid van een zeer oud bos. Volgens de eigen waarnemingen van verzoeker zijn volgende zoogdieren te vinden in het bos: ree, haas, eikelmuis, spitsmuis, egel, mol, woelrat, bosmuis, konijn, wezel en hermelijn. Ook amfibieën zijn er aanwezig, m.n. de kleine watersalamander, de alpenwatersalamander, de groene kikker, de bruine kikker en de pad. Bijvoorbeeld zou verwerende partij bomen kunnen rooien en beschermde fauna en flora vernietigen of verjagen. Dergelijk nadeel is zeer moeilijk te herstellen; zeker omdat het jaren of decennia kan duren vooraleer de natuur zich hersteld heeft. In dat geval zou verzoeker niet meer kunnen genieten van de natuurwaarden van zijn bos. Het spreekt voor zich dat wanneer de overheid het water in de betrokken gebieden laat toenemen, dit een invloed zal hebben op de bestaande habitats, inclusief de fauna en flora. In geval van meer water zullen bepaalde planten en dieren zich minder thuis voelen en zal het bos van verzoeker zijn huidig karakter verliezen. Hierbij dient ook in ogenschouw te worden genomen dat een schorsingsarrest van de Raad van State een erga omnes karakter heeft, in tegenstelling tot een toetsing van de wettigheid door een burgerlijke rechter. Het bestreden besluit gaat veel verder (...) dan de percelen welke eigendom zijn van verzoeker. Als de overheid de andere percelen in bezit neemt en de natuurwaarden van de omliggende percelen aanpakt of verstoort, is het niet onwaarschijnlijk dat dit gevolgen zal hebben voor de percelen van verzoeker. Bijgevolg is er sprake van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in hoofde van verzoeker en is een uitspraak met een ‘erga omnes karakter’ noodzakelijk”.
  15. Het bestreden besluit heeft enkel de verklaring van openbaar nut van de verwerving van de betrokken gronden en de machtiging tot de onteigening met de mogelijke toepassing van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte tot voorwerp. De door de verzoeker aangevoerde nadelen vinden derhalve hun rechtstreekse oorzaak, niet in het aangevochten besluit, maar in de onteigening van de betrokken innemingen. De verzoeker zal evenwel pas uit zijn eigendom worden ontzet wanneer de vrederechter de onteigening zal hebben toegestaan. De vrederechter kan die onteigening pas uitspreken en de provisionele vergoeding X-14.559-4/6 slechts bepalen nadat hij het aangevochten besluit zowel op zijn interne als op zijn externe wettigheid heeft getoetst. Het Grondwettelijk Hof heeft in zijn arrest nr. 51/95 van 22 juni 1995 en in zijn eerdere arresten waarnaar het in dat arrest verwijst, de wettigheidscontrole van de burgerlijke rechter evenwaardig bevonden aan de controle die de Raad van State kan uitvoeren. De verzoeker zal de wettigheidsbezwaren die hij thans aanvoert nog kunnen doen gelden voor de vrederechter, die er uitspraak over zal moeten doen. De aangevoerde nadelen hebben aldus een hypothetisch en geen moeilijk te herstellen karakter in de zin van artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.
  16. Bovendien omvat het bestreden besluit slechts een machtiging tot onteigening. Het omvat geen beslissing omtrent verdere ingrepen op de natuurwaarden, zoals het laten toenemen van het water in het gebied of het ontbossen. Bij de uiteenzetting van de feitelijke toedracht in zijn verzoekschrift geeft de verzoeker te kennen dat de betrokken percelen gelegen zijn in agrarisch gebied met ecologisch belang en in natuurgebied. Deze percelen maken deel uit van het Vlaams Ecologisch Netwerk. Overeenkomstig artikel 13, § 4 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu is het wijzigen van de vegetatie of het geheel of gedeeltelijk wijzigen van kleine landschapselementen of de vegetatie ervan in de kwestieuze gebieden, voor zover de Vlaamse regering die wijzigingen niet verbiedt, afhankelijk gemaakt van het verkrijgen van een vergunning. De door de verzoeker geschetste nadelen inzake de repercussies op fauna en flora zullen dan uit die vergunning voortvloeien en niet uit de bestreden onteigeningsmachtiging. Waar de verzoeker vreest voor ontbossing, is overeenkomstig artikel 4.2.1, 2/ van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening een stedenbouwkundige vergunning nodig. Het nadeel inzake een mogelijke ontbossing vloeit dan voort uit die stedenbouwkundige vergunning en niet uit de bestreden onteigeningsmachtiging.
  17. Uit het voorafgaande volgt dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, §2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. X-14.559-5/6 BESLISSING
  18. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig september 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Stephan De Taeye X-14.559-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.685 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.217.247 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.