id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.722 Rolnummer: A. 107054/X-10421 Zaak: Arrest 207722 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-06 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 05:12 Fiche Arrest nr 207.722 van 29 september 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 207.722 van 29 september 2010 in de zaak A. 107.054/X-10.
- In zake: de n.v. MANEGE TER HOLST, thans de n.v. TER HOLST PAARDENHOUDERIJ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
- de gemeente OVERIJSE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dany Socquet kantoor houdend te 3080 TERVUREN Merenstraat 28 bij wie woonplaats wordt gekozen
- het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Steven Van Geeteruyen kantoor houdend te 1080 BRUSSEL Leopold-II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 6 juli 2001, strekt tot de nietigverklaring van: a. het besluit van 2 mei 2001 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Overijse houdende afgifte van een negatief planologisch attest aan de n.v. Manege Ter Holst met betrekking tot een terrein gelegen te Overijse, Hof ter Holst 47, kadastraal bekend sectie K, nrs. 79/e-g, 76/b-k-s-t, 72, 71/h-m-n, 99/h-p, 77, 76/p, 75/a-c, 74/d-c, 73, 73/2d-p, 73/2l-m en sectie O, nrs. 8/b3-e, b. het eensluidend advies van 4 april 2001 van de planologische ambtenaar. X-10.421-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 maart
- Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Matthias Valkeniers, die loco advocaat Peter Flamey verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Dany Socquet, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Wendy Gillard, die loco advocaat Steven Van Geeteruyen verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Het Hof Ter Holst is een herenboerderij. In de jaren ’90 wordt de hoeve omgebouwd tot een grote manege met nieuwe paardenboxen en een grote cafetaria. De schuur en de loods worden omgebouwd tot overdekte rijpistes en er worden ook een buitenpiste en een ruime parking aangelegd. X-10.421-2/6 De toenmalige rechtspersoon had het volgende maatschappelijk doel: “- de uitbating van een rijschool; - de aankoop, de verkoop, de verhuring, de uitvoer en de invoer van paarden, het materiaal en de nodige uitrusting voor de gezegde uitbating; - de uitbating van restaurants, snack-bars, cafés-brouwerijen en private clubs”.
- Volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse is het betrokken perceel deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels in natuurgebied. Het is niet gelegen binnen het gebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, of van een vergunde verkaveling.
- Op 9 januari 2001 dient de verzoekende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Overijse een aanvraag in tot het afleveren van een planologisch attest met betrekking tot het bovenvermelde perceel. De toelichtende nota bij de aanvraag vermeldt, onder meer, het volgende: “(...) Op 03/08/00 werd door de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Vlaams-Brabant een milieuvergunning verleend voor onder meer het houden van 55 paarden. De milieuvergunning werd echter geweigerd voor de uitbating van een inrichting voor ruiter-, draf-, ren- en mensport en voor verhuur en africhting van paarden en andere zadeldieren om reden als zou de inrichting volgens het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, vastgesteld bij K.B. van 07/03/77, gelegen zijn in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Tevens werd gesteld dat de manege een zonevreemde niet landgebonden activiteit is. Teneinde uit de impasse te geraken van het enerzijds wel mogen houden van paarden en anderzijds het weigeren van de uitbating van een manege, en daarbij gelet op de reeds lange aanwezigheid van de manege in de historische gebouwen van Hof Ter Holst, wordt onderhavige aanvraag tot het bekomen van een planologisch attest ingediend. Hiermee wordt gehoopt een aanzet te kunnen geven tot het omvormen van de huidige bestemming volgens het gewestplan, namelijk landschappelijk waardevol agrarisch gebied, naar recreatiegebied”.
- Ter zitting van 22 januari 2001 stelt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Overijse het volgende: “Het college van burgemeester en schepenen verklaarde zich in zitting van 27.09.1999 akkoord om het eigendom op te nemen bij de opmaak van een bijzonder plan van aanleg voor zonevreemde recreatie. Er werd nog geen ontwerper aangesteld voor de opmaak van het bijzonder plan van aanleg. De X-10.421-3/6 gemeente kan geen verbintenis aangaan om binnen de gestelde termijn een bijzonder plan van aanleg op te maken”.
- Op 4 april 2001 verleent de gewestelijke planologische ambtenaar een ongunstig advies. Het beschikkende gedeelte van dit advies luidt als volgt: “(...) Het bedrijf is een hoogdynamisch toeristisch-recreatief bedrijf van bovenlokaal niveau. Het bedrijf heeft geen structurerende werking op gewestelijk niveau. Dit houdt in dat de problematiek het kader van een sectoraal bijzonder plan van aanleg zonevreemde terreinen en gebouwen voor sport-, recreatie- en jeugdactiviteiten, te buiten gaat en er dus niet in kan worden opgenomen. Het is aangewezen dat de gestelde problematiek onderzocht wordt in het kader van het provinciaal en gemeentelijk structuurplanningsproces. Het gemeentelijk niveau kan zo het provinciaal ruimtelijk structuurplan mee onderbouwen. Dit kan eventueel uitmonden in een gebiedsgericht ruimtelijk uitvoeringsplan. De vergunningstoestand van de bestaande bedrijfsgebouwen en de diverse recreatieve ruimtes is vrij onduidelijk”.
- Op 2 mei 2001 levert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Overijse een negatief planologisch attest af aan de verzoekende partij. IV. Ontvankelijkheid
- De n.v. MANEGE TER HOLST heeft het onderhavige beroep ingediend in haar hoedanigheid van een naamloze vennootschap met het volgende maatschappelijk doel : “- de uitbating van een rijschool; - de aankoop, de verkoop, de verhuring, de uitvoer en de invoer van paarden, het materiaal en de nodige uitrusting voor de gezegde uitbating; - de uitbating van restaurants, snack-bars, cafés-brouwerijen en private clubs”.
- In de loop van het geding heeft de verzoekende partij haar naam gewijzigd in “de NV TER HOLST PAARDENHOUDERIJ” en heeft zij haar maatschappelijk doel opnieuw omschreven. Deze beslissing is genomen op 9 januari 2003 en is bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 31 januari
- Het maatschappelijk doel is voortaan : X-10.421-4/6 “- het houden, fokken, opleiden en verhandelen van paarden; - het uitbaten van stallingen en aanhorigheden die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de bovenvermelde activiteit”.
- Volgens de verzoekende partij is de statutenwijziging enkel doorgevoerd om het accent van de bedrijvigheid te leggen op het fokken van paarden maar heeft zij nog steeds de bedoeling om een manege uit te baten zodra zij daarvoor een vergunning verkrijgt. De aangenomen statutenwijziging is volgens haar het rechtstreekse gevolg van de weigering van het bestuur om een vergunning voor de manege af te leveren, en in ieder geval kan de manege-activiteit gezien worden als een onderdeel van het fokken en houden van paarden, minstens als een “aanhorigheid” ervan.
- De Raad van State onderzoekt ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep.
- Krachtens het beginsel van de specialiteit kan een rechtspersoon slechts titularis zijn van de rechten die binnen zijn activiteitssfeer vallen en die noodzakelijk zijn voor het bereiken van zijn statutair doel. Een naamloze vennootschap is slechts bekwaam om in rechte te treden met het oog op de verwezenlijking van dat doel. Een annulatieberoep is dan ook slechts ontvankelijk wanneer het gericht is op de verwezenlijking van het statutair doel van de vennootschap.
- De verzoekende partij heeft in de loop van het geding haar maatschappelijk doel gewijzigd, en zij kan, ongeacht de redenen die haar hiertoe hebben gebracht, dienovereenkomstig vanuit statutair oogpunt geen manege meer uitbaten. Het uitbaten van een manege kan niet gezien worden als een aanhorigheid bij een paardenkwekerij. De huidige gewestplanbestemming staat in principe de verwezenlijking van het thans nog geldende maatschappelijk doel niet in de weg. De aanvraag die tot het bestreden negatief planologisch attest heeft geleid, beoogde de gewestplanbestemming landschappelijk waardevol agrarisch gebied te wijzigen naar recreatiegebied, teneinde de uitbating van een manege mogelijk te maken. De actuele onmogelijkheid om nog vorderingen in te dienen aangaande een activiteit die niet meer de hare is, betekent dat de verzoekende partij thans ook juridisch niet meer bekwaam is om de vorderingen aangaande die opgegeven activiteit voort te zetten. Het beroep is niet langer ontvankelijk. X-10.421-5/6
- De verzoekende partij verwijst nog naar de mogelijkheid dat zij de manege-activiteit alsnog wil hernemen en in die zin zou zij toch nog belang hebben bij de vernietiging van de bestreden beslissing. Gelet op haar formele beslissing over de inperking van de maatschappelijke activiteiten is dergelijk belang niet meer dan een loutere hypothese, die niet opweegt tegen de vaststelling dat de verzoekende partij juridisch de vereiste rechtsbekwaamheid ontbeert om het geding voort te zetten. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 173,53 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig september 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-10.421-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.722 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div