← België

Arrest 207732 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 29/09/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.732 Rolnummer: A. 196694/IX-6831 Zaak: Arrest 207732 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 29/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-05 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 05:12 Fiche Arrest nr 207.732 van 29 september 2010 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 207.732 van 29 september 2010 in de zaak A. 196.694/IX-6831 In zake: Maddy DEREU bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christian Lemache kantoor houdend te Sint-Truiden Tongersesteenweg 60 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Buitenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nicolas Angelet en Thomas Eyskens kantoor houdend te Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het verzoekschrift

  1. Het verzoekschrift, ingediend op 28 mei 2010, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de Ambassade van het Koninkrijk België in Tunis van 30.03.2010 houdende weigering van een attest dat er geen huwelijksbeletsel bestaat in hoofde van verzoekster om te huwen met de genaamde Radhouane Ben Assia, van Tunesische nationaliteit, geboren op 01.09.1980 te Sannouch, Tunesië, wonende te Midoun, Tunesië, Cité Riadh”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en artikel 12 van het koninklijk besluit IX-6831-1/5 van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 september
  3. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sebastian Martain, die loco advocaat Christian Lemache verschijnt voor de verzoekster, en advocaat Thomas Eyskens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoekster vraagt op 1 december 2009 bij de Belgische ambassade te Tunis een “attest geen huwelijksbeletsel” aan om in Tunesië te kunnen huwen met Radhouane Ben Assia, die geboren is op 1 september 1980 en de Tunesische nationaliteit heeft. 3.
  6. Nadat met de beide huwelijkskandidaten een interview heeft plaatsgehad, deelt de Belgische ambassadeur te Tunis met een brief van 30 maart 2010 aan de verzoekster mee dat het genoemde attest wordt geweigerd. Deze brief luidt als volgt: “Verwijzend naar uw aanvraag tot afgifte van een attest geen huwelijksbelet- sel op 01/12/2009, spijt het mij u te moeten meedelen dat ik niet op uw vraag kan ingaan. Uit de elementen van het dossier en na het interview op mijn Kanselarij heb ik immers vastgesteld dat: - De Belgische partij niet beantwoordt aan de voorwaarden die door het Belgisch recht gesteld worden om in het huwelijk te treden (Art. 146bis.[…] Er is geen huwelijk wanneer, ondanks de gegeven formele toestemmingen IX-6831-2/5 tot het huwelijk, uit een geheel van omstandigheden blijkt dat de intentie van minstens één van de echtgenoten kennelijk niet is gericht op het totstand- brengen van een duurzame levensgemeenschap, maar enkel op het bekomen van een verblijfsrechtelijk voordeel dat is verbonden aan de staat van gehuwde). - Er een groot leeftijdsverschil bestaat tussen de partijen. - Omstandigheden van de kennismaking (beperkte periode van kennismaking) - De partijen weten weinig over elkaar af (beperkte kennis van elkaars familie en achtergrond) - Voorgeschiedenis van het verblijf (weigering visum in juli 2009 wegens negatief advies van de Procureur des Konings) Deze elementen duiden er op dat de intentie van minstens één van beiden er niet op gericht is een duurzame levensgemeenschap tot stand te brengen. Indien u niet akkoord gaat met deze beslissing kan u via een gerechtsdeur- waarder een gerechtelijke procedure opstarten bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel. U kunt ook beroep tot vernietiging, eventueel vergezeld van een vraag tot opschorting, aantekenen bij de Raad van State, binnen een termijn van 60 dagen te rekenen vanaf de betekening. De vormen worden bepaald door het besluit van de Regent van 23 april 1948 dat de procedure voor de afdeling administra- tie van de Raad van State bepaalt.” Dit is de bestreden beslissing 3.
  7. Op 9 juni 2010 heeft de verzoekster de Belgische Staat gedag- vaard voor de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel teneinde: “[…] Te zeggen voor recht dat de weigering tot het afleveren van een attest van huwelijksbeletsel d.d. 30.03.2010, manifest ongegrond is. Derhalve de weigering te herroepen en te zeggen voor recht dat er naar Belgisch recht geen wettelijk huwelijksbeletsel voorhanden is tussen verzoek- ster en haar vriend de genaamde Radhouane Ben Assia, van Tunesische nationaliteit, geboren op 01.09.1980 te Sannouch, Tunesië, wonende te Midoun, Tunesië, Cité Riadh. Gedaagde te veroordelen tot een schadevergoeding van 3.000 i provisio- neel, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten.” Volgens de verwerende partij is deze zaak vastgesteld voor pleidooien op 20 september
  8. IX-6831-3/5 IV. Rechtsmacht van de Raad van State Exceptie van de verwerende partij
  9. In haar nota werpt de verwerende partij op dat de Raad van State niet bevoegd is om van het beroep kennis te nemen. Zij betoogt dat de verzoekster formeel weliswaar de schorsing van de tenuitvoerlegging en de vernietiging vordert van de weigering om het attest “geen huwelijksbeletsel” te verstrekken, maar dat uit de uiteenzetting van de feiten, de omschrijving van het belang en de toelichting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel in het verzoekschrift duidelijk blijkt dat de verzoekster in werkelijkheid een huwelijk met Radhouane Ben Assia beoogt. Het werkelijke voorwerp van het beroep betreft derhalve een geschil over het subjectief recht van de verzoekster om te huwen, waarvan de Raad van State geen kennis kan nemen. Beoordeling
  10. Met de verwerende partij moet worden vastgesteld dat het geschil rechtstreeks betrekking heeft op het subjectief recht van de verzoekster om te huwen, meer bepaald op de vraag of zij voldoet aan de voorwaarden die door het Belgische recht worden gesteld om met Radhouane Ben Assia in het huwelijk te treden. Het beroep heeft aldus een betwisting over een burgerlijk recht als werkelijk voorwerp. Luidens artikel 144 van de Grondwet behoren geschillen over burgerlijke rechten bij uitsluiting tot de bevoegdheid van de rechtbanken. De Raad van State is bijgevolg niet bevoegd om van het voorliggende beroep tot nietigverklaring en van de voorliggende vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing kennis te nemen. De exceptie is gegrond.
  11. De auditeur-verslaggever heeft terecht vastgesteld dat de zaak kan worden afgedaan met korte debatten. Geen van de partijen heeft zich daar overigens tegen verzet. IX-6831-4/5 V. Kosten
  12. Gelet op de omstandigheid dat de verwerende partij in de bestreden beslissing zelf verkeerdelijk aangeeft dat tegen die beslissing een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing kan worden ingesteld bij de Raad van State, past het de kosten ten laste te leggen van de verwerende partij. BESLISSING
  13. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
  14. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
  15. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 29 september 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Bert Thys IX-6831-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.732 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.