← België

Arrest 207735 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 29/09/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.735 Rolnummer: A. 191839/XIV-30998 Zaak: Arrest 207735 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 29/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-19 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-30 05:12 Fiche Arrest nr 207.735 van 29 september 2010 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 207.735 van 29 september 2010 in de zaak A. 191.839/XIV-30.998. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat R. JESPERS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Broederminstraat 38 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Migratie- en Asielbeleid, thans de staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Kameroense nationaliteit, op 18 maart 2009 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 23.106 van 17 februari 2009 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 4228 van 30 maart 2009 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. STERCK, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 5 januari 2010 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 februari 2010; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-30.998-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat J. TIELEMAN, die loco advocaat R. JESPERS verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat L. BRACKE, die loco advocaat C. DECORDIER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. Overwegende dat de verzoekende partij op 30 oktober 2006 een aanvraag om machtiging tot verblijf met toepassing van artikel 9, derde lid, (oud) van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) indient; dat de minister van Binnenlandse Zaken op 25 september 2008 die aanvraag niet-ontvankelijk verklaart; Overwegende dat de verzoekende partij op 3 december 2008 tegen de voornoemde weigeringsbeslissing een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen indient; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep met een arrest van 17 februari 2009 verwerpt; dat dit het bestreden arrest is; 2.1. Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending van artikel 9 van de Vreemdelingenwet en van de artikelen 4 en 2, § 1, van het ministerieel besluit van 17 mei 1995 houdende delegatie van bevoegdheid van de minister, inzake de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen opwerpt; dat zij dit als volgt toelicht: “De initieel bestreden beslissing werd genomen door attaché XXX. Artikel 9 van de vreemdelingenwet kent de bevoegdheid tot het nemen van een beslissing omtrent een aanvraag tot machtiging tot verblijf toe aan de "Minister of zijn gemachtigde". Met Ministerieel besluit van 17 mei 1995 houdende delegatie van bevoegdheid van de Minister inzake de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen bepaalt wie deze gemachtigde van de Minister zijn. Dat de initieel bestreden beslissing geen originele handtekening bevat doch slechts een ingescande kopie van een handtekening vermeld. Dat zulks maakt dat verzoeker onmogelijk kan uitmaken of de beslissing wel degelijk werd genomen door een gemachtigde van de Minister zijnde dan XXX dan wel door een derde. Dat de ingescande handtekening van de betrokken ambtenaar een kopie betreft welke onmogelijk kan worden beschouwd als een elektronische handtekening in de zin van art. 1322 BW.. XIV-30.998-2/5 Dat een elektronische handtekening immers een geheel van elektronische gegevens betreft die worden toegevoegd van andere elektronische gegevens. Dat de definitie van een elektronische handtekening in de zin van de wet de volgende is: (art. 2.) 1/ « elektronische handtekening » : gegevens in elektronische vorm, vastgehecht aan of logisch geassocieerd met andere elektronische gegevens, die worden gebruikt als middel voor authentificatie. 2/ « geavanceerde elektronische handtekening » : elektronische gegevens vastgehecht aan of logisch geassocieerd met andere elektronische gegevens, die worden gebruikt als middel voor authentificatie en aan de volgende eisen voldoet :

  1. a)zij is op unieke wijze aan de ondertekenaar verbonden :
  2. b)zij maakt het mogelijk de ondertekenaar te identificeren;
  3. c)zij wordt aangemaakt met middelen die de ondertekenaar onder zijn uitsluitende controle kan houden;
  4. d)zij is op zodanige wijze aan de gegevens waarop zij betrekking heeft verbonden, dat elke latere wijziging van de gegevens kan worden opgespoord; Dat om te spreken van een elektronische handtekening er sprake moet zijn van elektronische gegevens gehecht aan andere elektronische gegevens. Een ingescande handtekening voldoet hieraan niet daar deze op papier wordt gezet. Dat zulks geen elektronische handtekening is. Dat het middel de openbare orde raakt en derhalve in limine litis kan worden opgeworpen Dat het middel leidt tot cassatie van de bestreden beslissing.”; 2.2. Overwegende dat de verzoekende partij in de memorie van wederantwoord het middel herhaalt en het volgende toevoegt: “Dat ten overvloede verzoeker in bijlage een kopie voegt van een email welke hij mocht ontvangen van de FOD Economie welke zich bezighoudt met de verspreiding van informatie omtrent de elektronische handtekening.(Stuk 2) Deze email luidt als volgt: Mijnheer De Lien, Naar aanleiding van uw gesprek met mijn collega Jean-Francois Petit bevestig ik u per e-mail onze interpretatie van uw vraag, rekening houdende met de wet van 9 juli 2001. Voor zover wij momenteel weten is er tot op heden nog geen enkele juridische zaak over deze materie geweest en dus ook geen rechtspraak. Vandaar dat we onder voorbehoud moeten spreken daar wij niet kunnen garanderen dat een rechtbank in voorkomend geval onze mening zal delen. Een elektronische handtekening is een handtekening die elektronische is aangemaakt onder welke vorm dan ook. Indien een handtekening dus ingescand is en gekopieerd op of geïntegreerd is in een elektronisch document kan men stellen dat het wel degelijk om een elektronische handtekening gaat en zij dus ook juridisch aanvaardbaar is. Maar in tegenstelling met een handgeschreven handtekening, welke uniek is, moet door het grote verschil tussen de soorten elektronische handtekeningen nog wel de juridische waarde ervan bepaald worden. Bij een ingescande handtekening is de handtekening niet onder de controle van de eigenaar van de handtekening. Hij heeft immers geen enkele garantie over de integriteit van het document en ook zijn toelating om het document te ondertekenen en zijn akkoord met de inhoud van het document zijn niet gekend. Het is zelfs mogelijk dat hij niet weet dat zijn handtekening op een document geplaatst werd en men kan zich dan zelfs afvragen of er dan geen misbruik gemaakt is van de handtekening en/of de identiteit van de eigenaar van de handtekening. Vandaar dat wij er van uit gaan dat een ingescande handtekening geen juridische waarde heeft in geval van betwisting van de eigenaar van de handtekening. Indien de eigenaar van de handtekening op een of andere manier bevestigt (contract, schriftelijke toelating,...) dat hij geen bezwaren heeft dat bepaald type van document voorzien XIV-30.998-3/5 wordt van zijn ingescande handtekening, en zich aldus akkoord verklaart met de inhoud van het document, is de handtekening niet alleen juridisch aanvaardbaar maar heeft ze ook een juridische waarde. Ik hoop dat bovenstaande een antwoord geeft op uw vraag, indien niet, aarzel dan niet om ons te contacteren voor bijkomende informatie. Hoogachtend, Dirk Leroy Dat de beslissing derhalve dient te worden nietig verklaard”; 2.3. Overwegende dat het middel geen betrekking heeft op de vraag of attaché XXX bevoegd was om de bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bestreden beslissing inzake de aanvraag om machtiging tot verblijf te nemen, doch enkel op de vraag of de onder die beslissing voorkomende gescande handtekening met de naam XXX rechtsgeldig is; Overwegende dat de Raad van State als administratieve cassatierechter zelf niet de bewijswaarde van een handtekening beoordeelt doch enkel nagaat of de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in zijn beoordeling niet de wet heeft geschonden; dat het te dezen een nieuw middel betreft, waarvan de verzoekende partij niet aantoont dat zij het niet voor de eerste rechter heeft kunnen opwerpen en dat niet van openbare orde is; dat het enige middel daarom niet-ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-30.998-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig september tweeduizend en tien, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-30.998-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.735 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.