← België

Arrest 207749 - Monumenten en Landschappen - 30/09/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.749 Rolnummer: A. 192748/VII-37804 Zaak: Arrest 207749 - Monumenten en Landschappen - 30/09/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-07 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:12 Fiche Arrest nr 207.749 van 30 september 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Verwerping Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 207.749 van 30 september 2010 in de zaak A. 192.748/VII-37.

  1. In zake:
  2. Roland DE ROUCK
  3. Maria TINZL
  4. Herman DE BOUW
  5. Rita DE VOS
  6. Luc COULIER
  7. Godelieve DE SUTTER
  8. Paul DEQUAE
  9. Rosanne ANECA
  10. Trees SANSEN
  11. Rita LEFEVERE
  12. Wouter PRIEM
  13. de VZW ERFGOEDFORUM BRUGGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bert Roelandts en Laurent Proot kantoor houdend te Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:
  14. de STAD BRUGGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Antoon Lust kantoor houdend te Assebroek-Brugge Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen
  15. de NV MOH bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist en Steven Betz kantoor houdend te Antwerpen Graaf van Hoornestraat 34 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- VII-37.804-1/4 I. Voorwerp van het beroep
  16. Het beroep, ingesteld op 20 mei 2009, strekt tot de nietigverkla- ring van het besluit van de viceminister-president van de Vlaamse regering en Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening van 23 februari 2009 tot wijziging van het besluit van de secretaris-generaal van 3 juli 1942 houdende de rangschikking als monument van het Sint-Janshospitaal te Brugge. II. Verloop van de rechtspleging
  17. Bij arrest nr. 196.998 van 16 oktober 2009 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd, behoudens ten aanzien van de twaalfde verzoekende partij. De eerste tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De elf eerste verzoekende partijen hebben een toelichtende memorie ingediend. De tussenkomende partijen hebben verzoekschriften tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 21 januari
  18. De eerste tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag overeenk- omstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 september
  19. Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pieter-Jan Staelens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. VII-37.804-2/4 Eerste auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  20. III. Afstand van het geding in hoofde van de twaalfde verzoekende partij
  21. Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en artikel 15ter van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. Bij het arrest nr. 196.998 van 16 oktober 2009 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen ten aanzien van de twaalfde verzoekende partij. Het genoemde arrest is op 20 oktober 2009 aan de twaalfde verzoekende partij ter kennis gebracht. De twaalfde verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. Er bestaat aldus aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen in hoofde van de twaalfde verzoekende partij. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  22. Het bestreden besluit werd inmiddels ingetrokken bij ministerieel besluit van 16 november 2009 houdende intrekking van het ministerieel besluit van 23 februari 2009 tot wijziging van het besluit van de secretaris-generaal van 3 juli 1942 houdende de rangschikking als monument van het Sint-Janshospitaal te Brugge. VII-37.804-3/4 Het voorwerp van het beroep is weggevallen zodat het beroep doelloos is geworden.
  23. In de gegeven omstandigheden past het sommige kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING
  24. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast in hoofde van de twaalfde verzoekende partij.
  25. De Raad van State verwerpt het beroep.
  26. De twaalfde verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van haar vordering tot schorsing, begroot op 175 euro. De verwerende partij wordt verwezen in de overige kosten van de vordering tot schorsing en in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 3.850 euro. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomsten, begroot op 250 euro, elk voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig september tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.804-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.749 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.998 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.