id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.810 Rolnummer: A. 117327/X-10849 Zaak: Arrest 207810 - Wegenwezen - 01/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-08 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-30 05:13 Fiche Arrest nr 207.810 van 1 oktober 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 207.810 van 1 oktober 2010 in de zaak A. 117.327/X-10.
- In zake:
- Sophie LAMBRECHT
- Paul MASELIS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Jongbloet kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Jan Jacobsplein 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de gemeente MEISE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te 3000 LEUVEN Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:
- Stefaan VAN DEN EYNDE
- Lieve BUELENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Ghysels kantoor houdend te 1170 BRUSSEL Terhulpsesteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 26 februari 2002, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 20 december 2001 van de gemeenteraad van de gemeente Meise waarbij het nieuw wegenistracé langsheen de Sint-Elooiweg wordt goedgekeurd. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 113.385 van 6 december 2002 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. X-10.849-1/8 De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partijen hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 17 maart
- Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 december
- Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Philippe Winderickx, die loco advocaat Pieter Jongbloet verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Johan Vanstipelen, die loco advocaat Bert Beelen verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Yves Sacreas, die loco advocaat Jan Ghysels verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-10.849-2/8 III. Feiten
- De tussenkomende partijen zijn eigenaar van percelen gelegen te Meise, Sint-Elooiweg, kadastraal bekend sectie F, nrs. 46/e2 en
- De verzoekende partijen zijn eigenaar van en bewonen een woning gelegen Hoefijzerpad 12, op de hoek van het Hoefijzerpad en de Sint-Elooiweg, tegenover de percelen van de tussenkomende partijen.
- De percelen van de tussenkomende partijen zijn, volgens het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, deels gelegen in woongebied en deels in woonuitbreidingsgebied. Ze zijn niet gelegen binnen het gebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Bij besluit van 5 mei 1994 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise de tussenkomende partijen de vergunning voor het verkavelen van het terreingedeelte aan de Sint-Elooiweg dat gelegen is in woongebied. Dit gedeelte wordt verkaveld in zes loten bestemd voor het bouwen van eengezinswoningen in open verband. Voor de aangevraagde kavels die gelegen zijn in woonuitbreidingsgebied stelt het betrokken besluit dat deze “niet in de verkaveling worden opgenomen, gelet op de ligging in het woonuitbreidingsgebied en deze bestemming als dusdanig wordt behouden”. De verkavelingsvergunning voorziet eveneens in het verbreden van het bestaande tracé van de Sint-Elooiweg ter hoogte van de verkaveling tot 7 meter. Deze verbreding is bij besluit van 27 januari 1994 door de gemeenteraad van de gemeente Meise goedgekeurd.
- In mei 1999 wordt een woonbehoeftestudie uitgevoerd waarin het gebied gelegen achter de verkaveling in aanmerking wordt genomen als woonuitbreidingszone nr.
- Op 15 januari 2001 keurt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise zone nr. 5 goed als aan te snijden woonuitbreidingsgebied voor een totaal van ongeveer dertig wooneenheden met hoge woondichtheid. X-10.849-3/8
- Op 12 juli 2001 (datum van het ontvangstbewijs) dienen de tussenkomende partijen, samen met de eigenaars van de aanpalende percelen kadastraal bekend sectie F, nrs. 44/d, 43/z en 46/d2, namelijk de familie Heyvaert, een aanvraag in voor het verkavelen van het gehele terrein, met inbegrip van de zes loten van het reeds bij het voormelde besluit van 5 mei 1994 verkavelde terreingedeelte langs de Sint-Elooiweg. Het ontwerp voorziet in het verkavelen van het terrein in 37 loten met de aanleg van een nieuw wegenistracé langsheen de Sint-Elooiweg. In totaal zijn twaalf loten bestemd voor halfopen bebouwing en vijfentwintig loten voor open bebouwing, waarvan er dus reeds zes zijn vergund bij het voormelde besluit van 5 mei
- Naar aanleiding van het openbaar onderzoek, dat wordt georganiseerd van 20 juli 2001 tot en met 20 augustus 2001, worden zeven bezwaarschriften ingediend, onder meer door de verzoekende partijen.
- Op 18 september 2001 verleent GECORO een ongunstig advies.
- Bij besluit van 20 december 2001 keurt de gemeenteraad van de gemeente Meise het aanleggen van het nieuw wegenistracé goed. Dit is het bestreden besluit. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- De verwerende partij werpt inzake de tijdigheid van het annulatieberoep de volgende exceptie op in de memorie van antwoord: “De bestreden beslissing werd genomen op 20 december 2001; Eerste verzoekende partij was op de gemeenteraad aanwezig zodat hij moet geacht worden vanaf die datum op de hoogte te zijn van de bestreden beslissing (feitelijke kennisname); Daar er geen notificatieverplichting is van de bestreden beslissing aan verzoekende partijen begint de termijn van 60 dagen te lopen vanaf de feitelijke kennisname van de bestreden beslissing op 20.12.2001; Het verzoekschrift tot nietigverklaring werd dan ook buiten termijn ingediend en dient onontvankelijk verklaard te worden”.
- De tussenkomende partijen werpen inzake de tijdigheid van het annulatieberoep het volgende op: X-10.849-4/8 “Op de gemeenteraadszitting van 20 december 2001 is het agendapunt van de goedkeuring van de verkaveling behandeld. Eerste verzoekende partij was tijdens de vergadering aanwezig. Hij heeft na de vergadering de eveneens aanwezige leden van de familie Heyvaert nog de hand gereikt, wat deze evenwel geweigerd hebben. Vanaf die datum was eerste verzoekende partij op de hoogte van de beslissing en van zijn inhoud. Aangezien er geen notificiatieverplichting is van de bestreden beslissing aan verzoekende partijen, begint de termijn van zestig dagen te lopen vanaf de feitelijke kennisname van het bestreden besluit, ten deze 20 december
- De laatste nuttige dag om een annulatieberoep in te stellen was 18 februari
- Het beroep is dus laattijdig”.
- De verzoekende partijen dupliceren als volgt in de memorie van wederantwoord: “Deze exceptie van laattijdigheid is ongegrond. Het bestreden besluit werd door de gemeenteraad van de gemeente Meise genomen in het kader van het toen van toepassing zijnde artikel 55 bis van de bij Decreet dd. 22 oktober 1996 gecoördineerde Stedenbouwwet. Deze beslissing kadert de bevoegdheid van de gemeenteraad over de gemeentelijke wegenis zoals omschreven in artikel 135 §2 2/ van de nieuwe gemeentewet, en heeft dus verordenend karakter. Dientengevolge diende deze beslissing conform de bepalingen van artikel 112 van de nieuwe gemeentewet te worden bekendgemaakt. De gemeente Meise vermeldt in de memorie van antwoord niet dat het bestreden besluit conform de bepalingen van artikel 112 van de nieuwe gemeentewet zou zijn bekendgemaakt, laat staan dat de gemeente zou vermelden of aantonen op welke datum dit zou zijn gebeurd. Nu noch de gemeente, noch de tussenkomende partij aantonen dat het beroep tot nietigverklaring meer dan zestig dagen na de bekendmaking van het bestreden besluit zou zijn ingediend, en het uiteraard behoort tot de partijen die de laattijdigheid inroepen zulks te bewijzen, is de exceptie van laattijdigheid ongegrond. Bovendien, en zelfs indien Uw Raad zou aannemen dat het bestreden besluit niet behoorde te worden bekendgemaakt, dient te worden vastgesteld dat beroepers volgend op de gemeenteraadszitting dd. 20 december 2001, waarop zij vernamen dat het tracé werd goedgekeurd onmiddellijk copie van deze beslissing hebben opgevraagd. Binnen de zestig dagen na ontvangst van deze copie op 31 december 2001, hebben zij het beroep tot nietigverklaring ingediend. Uit de rechtspraak van Uw Raad blijkt zeer duidelijk dat de termijn om een overheidshandeling voor Uw Raad aan te vechten, slechts begint te lopen op het ogenblik dat de verzoeker juist en volledig kennis had van de bestreden handeling. Deze kennisname vereist uiteraard dat de verzoekende partij kennis heeft kunnen nemen van het document (instrumentum) waarin de bestreden beslissing (actum) wordt neergeslaan, al ware het maar om precies kennis te kunnen nemen van de precieze inhoud van de bestreden beslissing. Beroepers vroegen onmiddellijk na de gemeenteraad dd. 20 december 2001 copie van de gemeenteraadsbeslissing, copie die zij verkregen op 31 december
- Binnen de zestig dagen na de ontvangst van de copie van het bestreden besluit hebben beroepers het beroep tot nietigverklaring ingediend. Noch de gemeente Meise, noch de tussenkomende partij tonen aan dat beroepers meer dan zestig dagen voor de indiening van het beroep tot X-10.849-5/8 nietigverklaring in de mogelijkheid waren ten gemeentenhuize kennis te nemen van de inhoud van de beslissing waarvan zij het ontstaan op de gemeenteraad van 20 december 2001 meemaakten, zodat ook om die reden de exceptie van laattijdigheid diende te worden verworpen”.
- In de laatste memorie stellen de verzoekende partijen nog het volgende: “Het besluit van de gemeenteraad over het tracé van in het openbaar domein op te nemen wegenis, belangt elke inwoner van de gemeente aan, en is dus een verordenende bepaling die conform artikel 192 van de gecoördineerde Grondwet dient te worden bekendgemaakt zoals de wet bepaalt. De verwerende partij geeft niet aan op welke datum de gemeenteraadsbeslissing is bekendgemaakt, en beweert al zeker niet dat deze bekendmaking zou zijn geschied meer dan zestig dagen voor de indiening van het beroep tot nietigverklaring. Zelfs indien het bestreden besluit geen verordenend besluit zou zijn, en de termijn niet zou beginnen lopen vanaf de bekendmaking, maar vanaf de kennisname, dan nog kan de aanvang van de termijn niet op 20 december 2001 worden bepaald. Op die datum wisten beroepers enkel dat de bestreden beslissing was genomen, maar konden beroepers de precieze inhoud en de draagwijdte van de beslissing niet kennen. De termijn ging dan ook maar in als beroepers op 31 december 2001 de tekst van de beslissing (instrumentum) konden inzien”.
- Artikel 135, § 2, 2/ van de nieuwe gemeentewet luidde toentertijd als volgt: “§
- De gemeenten hebben ook tot taak het voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen. Meer bepaald, en voor zover de aangelegenheid niet buiten de bevoegdheid van de gemeenten is gehouden, worden de volgende zaken van politie aan de waakzaamheid en het gezag van de gemeenten toevertrouwd: (...) 2/ het tegengaan van inbreuken op de openbare rust, zoals vechtpartijen en twisten met volksoploop op straat, tumult verwekt in plaatsen van openbare vergadering, nachtgerucht en nachtelijke samenscholingen die de rust van de inwoners verstoren”. Artikel 112 van de nieuwe gemeentewet luidde ten tijde van het nemen van het bestreden besluit als volgt: “De reglementen en verordeningen van de gemeenteraad, van het college van burgemeester en schepenen en van de burgemeester worden door laatstgenoemde bekendgemaakt door middel van een aanplakbrief die het onderwerp van het reglement of de verordening vermeldt, de datum van de beslissing waarbij het reglement of de verordening werd aangenomen en, in voorkomend geval, de beslissing van de toezichthoudende overheid. X-10.849-6/8 De aanplakbrief vermeldt tevens de plaats of plaatsen waar de tekst van het reglement of de verordening ter inzage ligt van het publiek”.
- Een gemeenteraadsbesluit als bedoeld in artikel 133, § 1, eerste lid van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening regelt geen aangelegenheid als bedoeld in het voormelde artikel 135, § 2, 2/ van de nieuwe gemeentewet. Het bestreden besluit kan evenmin worden aangemerkt als een reglement of verordening in de zin van het toepasselijke artikel 112 van de nieuwe gemeentewet.
- De bestreden beslissing moest noch bekendgemaakt, noch aan derden betekend worden, zodat krachtens artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de beroepstermijn van zestig dagen ingaat met de dag waarop de verzoekende partijen er kennis van hebben gehad of geacht moeten worden er kennis van te hebben gehad.
- Uit de niet betwiste gegevens van de zaak blijkt dat de verzoekende partijen aanwezig waren op de gemeenteraadszitting van 20 december 2001, toen het nieuwe wegenistracé van het verkavelingsontwerp in de Sint- Elooiweg werd goedgekeurd.
- Gelet op de inhoud van hun bezwaren ingediend tijdens het openbaar onderzoek georganiseerd naar aanleiding van de verkavelingsaanvraag, moeten de verzoekende partijen geacht worden voldoende kennis gehad te hebben van de aard en de draagwijdte van de door de gemeenteraad genomen beslissing. Door hun aanwezigheid op de gemeenteraadszitting van 20 december 2001 kregen zijn kennis van het gegeven dat de gemeenteraad die dag de bestreden beslissing heeft genomen. Opdat de termijn voor een derde zou beginnen te lopen vanaf het ogenblik dat hij feitelijk kennis heeft van een beslissing, is enkel vereist dat die derde een voldoende kennis heeft van het bestaan, de aard en de draagwijdte van die beslissing, niet dat hij op dat ogenblik kennis heeft van de precieze inhoud ervan. Het verkrijgen van een afschrift van de bestreden beslissing is derhalve geen noodzakelijke vereiste voor de aanvang van de beroepstermijn. X-10.849-7/8 De beroepstermijn is voldoende ruim om de verzoekende partijen toe te laten verder kennis te nemen van de volledige inhoud van de beslissing en met voldoende kennis van zaken een beroep in te stellen. De termijn waarbinnen de verzoekende partijen hun annulatieberoep dienden in te stellen, is bijgevolg ingegaan op 21 december
- De exceptie is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 700 euro, elk voor de helft. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 250 euro, elk voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van een oktober 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Roger Stevens X-10.849-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.810 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.113.385 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div