id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.843 Rolnummer: A. 185162/X-13461 Zaak: Arrest 207843 - Plannen van aanleg - 04/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-08 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-30 05:13 Fiche Arrest nr 207.843 van 4 oktober 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 207.843 van 4 oktober 2010 in de zaak A. 185.162/X-13.
- In zake:
- Jozef DE SCHUTTER
- Lia GEERTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Surmont kantoor houdend te 2300 TURNHOUT de Merodelei 112 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
- de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN
- het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Claude Marinower kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Consciencestraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 17 september 2007, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 14 mei 2007 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende de goedkeuring van het ontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan van de provincie Antwerpen “De Kluis” te Hoogstraten, bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 6 juli
- II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een verslag opgesteld. X-13.461-1/8 De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 april
- Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Nieke Vanavermaete, die loco advocaat Jan Surmont verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Kelly Bosmans, die loco advocaat Claude Marinower verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Met een op 7 juni 2007 ter post aangetekend verzonden brief stuurt de eerste verwerende partij aan de stad Hoogstraten, overeenkomstig artikel 47 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna : DRO), een afschrift van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna : PRUP) “De Kluis” te Hoogstraten, alsmede een kopie van het advies van 18 oktober 2006 van de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening, van het vaststellingsbesluit van 15 februari 2007 en van het goedkeuringsbesluit van 14 mei 2007 van de Vlaamse regering. 3.
- In die brief, die de stad Hoogstraten ontvangt op 8 juni 2007, wordt gesteld dat “deze documenten (...) op uw gemeente, ingevolge vermeld artikel, (moeten) kunnen ingezien worden”, en wordt het gemeentebestuur verzocht “om, overeenkomstig art. 94 van vermeld decreet, dit ruimtelijk uitvoeringsplan in uw plannenregister op te nemen”. X-13.461-2/8 3.
- In een op 13 mei 2009 ondertekende “verklaring”, verklaart de burgemeester van de stad Hoogstraten dat “het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan (PRUP) De Kluis, goedgekeurd bij ministerieel besluit van 14 mei 2007, op 2 juli 2007 werd opgenomen in het plannenregister van de Stad Hoogstraten” en dat het “samen met het advies van de Procoro en het ministerieel besluit zelf, op 2 juli 2007, (werd) ter kennis gelegd van het publiek”. 3.
- Het voormelde goedkeuringsbesluit van 14 mei 2007 wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 6 juli
- IV. Ontvankelijkheid Standpunt van de partijen 4.
- De verzoekende partijen anticiperen in het verzoekschrift als volgt op een exceptie van laattijdigheid van hun beroep : “Dat de termijn voor indiening van een annulatie slechts loopt vanaf het overmaken van de documenten aan de provincie en de gemeente en niet vanaf de publicatie in het Belgisch Staatsblad. (...) Dat zulks volgens ingewonnen informatie is gebeurd op 17/07/
- Dat de dies a quo niet in de termijn is begrepen en de dies ad quem wel. Dat desbetreffend de vervaldag 15/09/2007 bedroeg doch door het gegeven dat dit een zaterdag was werd deze vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag zijnde 17/09/
- Dat desbetreffend het verzoek volledig ontvankelijk is”. 4.
- De eerste verwerende partij werpt de volgende exceptie op : “Het ingediende verzoek tot vernietiging van het besluit van de Vlaamse regering tot goedkeuring van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan ‘De Kluis’ te Hoogstraten is onontvankelijk ratione temporis. In toepassing van artikel 4 van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verjaren de beroepen tot nietigverklaring zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend. Het besluit tot goedkeuring van het PRUP ‘De Kluis’ betreft een reglementaire rechtshandeling. In toepassing van artikel 4 van het regentbesluit dient een vordering tot vernietiging te worden ingesteld ten laatste 60 dagen na het bekendmaken van het reglement. De reglementaire beslissing werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 6 juli
- De termijn om geldig een beroep tot vernietiging in te stellen bij de Raad van State liep dan ook tot en met 4 september
- X-13.461-3/8 Het verzoekschrift tot vernietiging werd slechts ingediend op 17 september
- Het verzoekschrift is dan ook niet tijdig ingediend en bijgevolg onontvankelijk. Verzoekende partij verwijst naar rechtspraak van uw Raad in verband met de bekendmaking van gewestplannen. Artikel 10 van de stedenbouwwet van 1962 bepaalde: ‘Het koninklijk besluit treedt in werking vijftien dagen na de bekendmaking ervan bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad, waarin tegelijk het advies van de Commissie van advies wordt overgenomen. Binnen dezelfde termijn zendt de Gouverneur het streekplan naar iedere gemeente die bij het plan betrokken is. De gouverneur maakt door aanplakking bekend dat het plan in elk gemeentehuis voor een ieder ter inzage ligt.’ Artikel 10 voorzag bijgevolg nog in een bijkomende bekendmakingsregel, met name de aanplakking van het bericht dat het streekplan in het gemeentehuis ter inzage lag. Verzoekende partijen menen deze rechtspraak ook te kunnen toepassen op de bekendmaking van de goedkeuring van provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen. Artikel 47 van het decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999 (DORO) bepaalt: ‘Het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan treedt in werking 14 dagen na de bekendmaking van het goedkeuringsbesluit van de Vlaamse regering bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad. ... De bestendige deputatie stuurt een afschrift van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan, van het advies van de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening, van het vaststellingsbesluit en van het goedkeuringsbesluit van de Vlaamse regering naar elke gemeente, bedoeld in artikel 45, §2, waar deze documenten kunnen worden ingezien.’ Artikel 47 DORO voorziet slechts in 1 bekendmakingsregel, met name, de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Artikel 47 voorziet wel dat het PRUP wordt toegezonden aan de betrokken gemeenten, waar deze documenten kunnen worden ingezien, maar voorziet niet in een bekendmaking van dit inzagerecht. Voor de bekendmaking van de goedkeuring van een PRUP geldt dan ook slechts één bekendmakingsregel, met name de publicatie in het Belgisch Staatsblad. De termijn voor het instellen van een vernietigingsberoep begon dan ook in ieder geval te lopen vanaf de dag na de publicatie van het goedkeuringsbesluit in het Belgisch Staatsblad. Zelfs indien uw Raad per impossibile van oordeel zou zijn dat artikel 47 DORO toch in een bijkomende bekendmakingsregel voorziet doordat het PRUP dient overgemaakt te worden aan de betrokken gemeente, dan nog zal de vordering van verzoekende partij laattijdig blijken. Immers, met betrekking tot de bekendmaking van de gewestplannen oordeelde uw Raad (...) : ‘dat de bekendmaking van een gewestplan slechts volledig is wanneer het gehele gewestplan in elke gemeente van het gewest ter inzage van het publiek ligt; dat uit geen enkel gegeven van de zaak blijkt of kan worden afgeleid dat meer dan zestig dagen vóór de indiening van het verzoekschrift, het gehele bestreden gewestplan voor een ieder ter inzage werd neergelegd in het gemeentehuis van elke van de tot het gewest Turnhout behorende gemeenten’ Bij aangetekend schrijven van 7 juni 2007 maakte de deputatie van de provincie Antwerpen aan de gemeente Hoogstraten het volledige PRUP ‘De X-13.461-4/8 Kluis’ over, houdende het grafisch plan, de stedenbouwkundige voorschriften en de toelichtingsnota, alsook het advies van de procoro met de behandeling van de bezwaren en adviezen alsook een afschrift van het Ministerieel besluit van 14 mei 2007 houdende de goedkeuring van het PRUP ‘De Kluis’. In dit schrijven werd aan de gemeente meegedeeld dat de documenten ter inzage dienden te worden gelegd. Bij dit aangetekend schrijven van 7 juni 2007 werd het PRUP ‘De Kluis’ bijgevolg ter inzage gelegd in de betrokken gemeente. Indien uw Raad aldus per impossibile van oordeel zou zijn dat artikel 47 DORO een bijkomende bekendmakingsregel voorziet en dat met deze bekendmaking eveneens moet rekening worden gehouden voor de berekening van de termijn voor instellen van een beroep tot vernietiging, dan nog moet worden vastgesteld dat de vordering laattijdig werd ingesteld. Immers in dat geval werd het beroep eveneens meer dan 60 dagen later ingediend dan het neerleggen van de documenten in de betrokken gemeente. In dat geval zou de termijn verlopen op 6 augustus 2007, dit is nog voor het aflopen van de termijn van 60 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Het verzoekschrift tot vernietiging van de bestreden beslissing, dat werd ingediend op 17 september 2007 is dus in ieder geval laattijdig en bijgevolg onontvankelijk”. 4.
- De verzoekende partijen beantwoorden deze exceptie in de memorie van wederantwoord niet, maar verwijzen ter zake “naar de uiteenzetting (...) in het verzoekschrift tot nietigverklaring”. Beoordeling 5.
- Artikel 4, derde lid van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt het volgende : “De beroepen bedoeld in artikel 14, §§ 1 en 3 van de gecoördineerde wetten verjaren zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend. Indien ze noch bekendgemaakt noch betekend dienen te worden, gaat de termijn in met de dag waarop de verzoeker er kennis heeft van gehad”. 5.
- Het toentertijd geldende artikel 47, eerste en derde lid van het DRO voorziet in een dubbele bekendmaking van het besluit houdende definitieve vaststelling van het PRUP : “Het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan treedt in werking 14 dagen na de bekendmaking van het goedkeuringbesluit van de Vlaamse regering bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad. (...) De bestendige deputatie meldt de Vlaamse regering dat een uittreksel van de provincieraadsbeslissing voor bekendmaking in het Belgisch Staatsblad werd verzonden. Deze melding gebeurt tegelijkertijd met de verzending. De X-13.461-5/8 bestendige deputatie stuurt een afschrift van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan, van het advies van de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening, van het vaststellingsbesluit en van het goedkeuringsbesluit van de Vlaamse regering naar elke gemeente, bedoeld in artikel 45, § 2, waar deze documenten kunnen worden ingezien”. 5.
- Deze dubbele bekendmaking houdt in dat de beroepstermijn pas begint te lopen nadat alle voormelde bekendmakingsvoorschriften zijn vervuld, met name nadat zowel de vereiste bekendmaking, bij uittreksel, in het Belgisch Staatsblad heeft plaats gehad, als de vereiste ter inzagelegging van het PRUP, van het advies van de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening, van het vaststellingsbesluit en van het goedkeuringsbesluit van de Vlaamse regering. Een “individuele kennisgeving”, noch “een aanplakking (op het gemeentehuis)” zijn, in tegenstelling tot wat de verzoekende partijen voorhouden, vereist alvorens “de termijn voor het instellen van een annulatieberoep met betrekking tot een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (...) kan beginnen te lopen”. 5.
- Nu uit het dossier blijkt dat een afschrift van het PRUP “De Kluis” te Hoogstraten, alsmede een kopie van het advies van 18 oktober 2006 van de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening, van het vaststellingsbesluit van 15 februari 2007 van de provincieraad van Antwerpen en van het goedkeuringsbesluit van 14 mei 2007 van de Vlaamse regering, op 2 juli 2007 ter inzage werden gelegd, is de beroepstermijn ingegaan daags na de bekendmaking, bij uittreksel, van het goedkeuringsbesluit van 14 mei 2007 in het Belgisch Staatsblad van 6 juli
- Het op 17 september 2007 ingediende beroep werd derhalve laattijdig ingesteld. De exceptie is gegrond. 6.
- In de laatste memorie vragen de verzoekende partijen de volgende prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof te richten : “Schendt artikel 47 van het Decreet van 18 mei 1999 (thans artikel 2.2.12 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening) de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in de mate daarin niet is voorzien dat door aanplakking bekend gemaakt moet worden dat de in voormelde artikelen bedoelde documenten ter inzage liggen in het gemeentehuis”. X-13.461-6/8 6.
- De verzoekende partijen waren vooreerst in de mogelijkheid om eerder dan in de laatste memorie de Raad van State te verzoeken de in hun laatste memorie gesuggereerde prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof voor te leggen. Het verzoek tot het stellen van een prejudiciële vraag, moet om proceseconomische redenen en omwille van de vereiste van de wapengelijkheid van de procespartijen, in limine litis worden geformuleerd, of minstens in het eerste processtuk waarin de bedoelde partijen dit nuttig vermogen te doen, zodat het als dilatoir voorkomt dat partijen, wanneer zij op het einde van de procedure vaststellen, bijvoorbeeld na ontvangst van het auditoraatsverslag, dat zij op grond van een bepaalde wettekst, die van in den beginne in het geding betrokken was, het proces dreigen te verliezen, verzoeken de definitieve behandeling van de zaak nogmaals voor geruime tijd uit te stellen, middels het raadplegen van het Grondwettelijk Hof over die bepaalde wettekst. Minstens dienden de verzoekende partijen in casu de prejudiciële vraag te suggereren in hun memorie van wederantwoord, vermits zij met de exceptie geconfronteerd werden in de memorie van antwoord. Bovendien dient te worden vastgesteld dat de verzoekende partijen niet aangeven waarin precies de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet kan zijn gelegen. Het komt de Raad van State, bij gebrek aan een duidelijke en ondubbelzinnige stellingname door de verzoekende partijen, niet toe de vraag op dat stuk te vervolledigen door in de plaats van de verzoekende partijen die vereiste preciseringen aan te brengen aangaande een essentieel element van de prejudiciële vraagstelling. Aangezien in de gegeven omstandigheden het Grondwettelijk Hof een noodzakelijk gegeven ontbeert om zijn wettelijke opdracht te vervullen, ziet de Raad van State niet in welk nut het adiëren van het Grondwettelijk Hof kan hebben. Op het verzoek tot het stellen van de voormelde prejudiciële vraag kan dan ook niet worden ingegaan. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro, ieder voor de helft. X-13.461-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier oktober 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Roger Stevens X-13.461-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.843 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div