id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.897 Rolnummer: A. 195163/X-14496 Zaak: Arrest 207897 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-08 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 05:13 Fiche Arrest nr 207.897 van 5 oktober 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping intrekking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 207.897 van 5 oktober 2010 in de zaak A. 195.163/X-14.
- In zake: de n.v. Christeyns (oorspronkelijk tussenkomende partij) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Martin Denys kantoor houdend te 1560 HOEILAART de Quirinilaan 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering (oorspronkelijk verwerende partij) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 GENT Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen Oorspronkelijk verzoekende partij: de stad GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sylvie KEMPINAIRE kantoor houdend te 9051 SINT-DENIJS-WESTREM Putkapelstraat 105 en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Eyskens kantoor houdende te 1000 BRUSSEL Keizerslaan 3 --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- De vordering, ingesteld op 26 mei 2010, strekt tot de intrekking van de schorsing van de tenuitvoerlegging, bij arrest nr. 202.778 van 6 april 2010, van het besluit van 29 oktober 2009 van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport houdende inwilliging van het beroep van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent en van het beroep van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar tegen het besluit van 10 mei 2007 van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij X-14.496-1/6 het beroep van de n.v. Christeyns tegen het besluit van 1 februari 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent tot weigering van de vergunning voor het slopen van bestaande industriegebouwen en voor het oprichten van een nieuw Centraal Europees Distributiecentrum aan de Afrikalaan 85 te Gent voorwaardelijk ingewilligd wordt, en houdende afgifte van een voorwaardelijke stedenbouwkundige vergunning aan de n.v. Christeyns. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 202.778 van 6 april 2010 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. De oorspronkelijk verwerende partij heeft een nota ingediend en de oorspronkelijk verzoekende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een verslag opgesteld op grond van artikel 39 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 september
- Staatsraad Jeroen Van Nieuwenhove heeft verslag uitgebracht. Advocaat Martin Denys, die verschijnt voor de n.v. Christeyns, advocaat Paul Aerts, die verschijnt voor het Vlaamse Gewest, en advocaten Sylvie Kempinaire en Thomas Eyskens, die verschijnen voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-14.496-2/6 III. Feiten
- Voor het feitenrelaas wordt verwezen naar de weergave in ’s Raads arrest nr. 202.778 van 6 april 2010 (hierna: het schorsingsarrest). IV. Onderzoek van het verzoek tot intrekking van de schorsing A. Uiteenzetting van het verzoek
- De verzoekende partij, die tussenkomende partij was in de schorsingsprocedure, betoogt met betrekking tot de beoordeling van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel in het schorsingsarrest dat nieuwe elementen aan het licht zijn gekomen die ten tijde van de schorsingsprocedure nog niet gekend waren. In het schorsingsarrest werd immers geoordeeld dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel voortvloeit uit het feit dat de bestreden bouwvergunning de aansluiting van de stadsring op de Afrikalaan via de Handelsdokbrug in het gedrang brengt. Op dat moment was het ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan nr. 135 “Oude Dokken” evenwel nog niet bekend omdat het nog aan een openbaar onderzoek moest worden onderworpen. Dat is inmiddels gebeurd en uit dit ontwerpplan blijkt dat het terrein waarop de geschorste stedenbouwkundige vergunning betrekking heeft, zich niet binnen het plangebied bevindt. De stad Gent heeft inmiddels alle gronden verworven die nodig zijn voor de heraanleg van de stadsring, zonder dat de eigendommen van de verzoekende partij of haar op te richten distributiecentrum voor deze heraanleg enige hinder zou opleveren. Met betrekking tot de beoordeling van het in het schorsingsarrest ernstig bevonden middelonderdeel stelt de verzoekende partij dat in het arrest verkeerdelijk wordt uitgegaan van de toepasselijkheid van artikel 4.3.1, § 1, tweede lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO). De aanpassingen van het rioleringsplan betreffen bovendien enkel verfijningen van de oorspronkelijke plannen en geen nieuwe riolering, hetgeen duidelijk blijkt uit de verklarende nota bij de aanvraag. Reeds in eerste administratieve aanleg was voldaan aan alle wettelijke bepalingen. Het gaat bijgevolg ook niet om essentiële wijzigingen van de plannen. Ter terechtzitting verwijst de verzoekende partij nog naar de wijziging van artikel 4.3.1, § 1, tweede lid VCRO door het decreet van 16 juli 2010 houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid. X-14.496-3/6 B. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 2, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, kunnen de arresten waarbij de schorsing is bevolen, op verzoek van de partijen worden ingetrokken (lees: opgeheven) of gewijzigd. In de memorie van toelichting bij het wetsontwerp dat heeft geleid tot die wetsbepaling wordt het volgende uiteengezet (Parl. St. Senaat, 1990-91, nr. 1300-1, blz. 25): “De schorsing van de tenuitvoerlegging van de administratieve handeling en de andere voorlopige maatregelen vóór de beslissing ten gronde kunnen worden opgeheven of gewijzigd als ze niet meer gerechtvaardigd zijn”. In de senaatscommissie verklaarde de minister “dat de schorsing moet kunnen worden opgeheven wanneer zij niet meer verantwoord is, bijvoorbeeld omdat de gegevens van de zaak veranderd zijn. De hypothese die hier geregeld wordt is dus niet die van de verbetering of rechtzetting van arresten”. (Parl. St. Senaat, nr. 1300-2, blz. 10). Uit de parlementaire voorbereiding moet worden afgeleid dat de opheffing van de schorsing enkel mogelijk is wanneer zich nieuwe feiten hebben voorgedaan of wanneer de omstandigheden zodanig veranderd zijn dat de schorsing niet meer adequaat zou zijn. Arresten waarin uitspraak wordt gedaan over een vordering tot schorsing hebben gezag van gewijsde en kunnen niet worden gewijzigd buiten de gevallen waarin de wetgever uitdrukkelijk heeft voorzien. Aangezien artikel 17, § 2, tweede lid van dezelfde gecoördineerde wetten bepaalt dat schorsingsarresten niet voor herziening vatbaar zijn, kan middels een verzoek tot opheffing van de schorsing geen feitelijke herziening worden gevraagd van een dergelijk arrest.
- Het feit dat de bedrijfsterreinen van de verzoekende partij zich niet in het plangebied van het ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan nr. 135 “Oude Dokken” bevinden, werd reeds vastgesteld in het schorsingsarrest (randnummer 5 van het feitenrelaas) aan de hand van het door de gemeenteraad reeds op 22 maart 2010 voorlopig vastgestelde ontwerp. Het schorsingsarrest overwoog dienaangaande het volgende: “De twee bedrijfsterreinen bevinden zich in een deelgebied ‘Oude Dokken’ van het zgn. Scharnierproject. Dit project beoogt de omschakeling van de industriële sites en de verouderde woonwijken naar een gemengde woon-werkomgeving met de nadruk op wonen. Eén van maatregelen die in dit X-14.496-4/6 gebied worden nagestreefd, betreft de verlegging van de stadsring R40 om het deel van de stadsring dat thans westelijk naast het Handelsdok loopt, te verleggen naar de oostkant, door ze met name via de nog te bouwen Handelsdokbrug aan te sluiten op de Afrikalaan. Daartoe wordt in een wijziging van het gewestplan Gentse en Kanaalzone, die op 28 oktober 1998 werd vastgesteld, voorzien in een reservatiestrook voor de aanleg van de Handelsdokbrug. De beleidsplannen met betrekking tot het Scharnierproject, (die) reeds in grote lijnen aan bod kwamen in het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de stad Gent, werden nader uitgewerkt in verscheidene gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, waaronder het nog in voorbereiding zijnde voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan nr. 135 ‘Oude Dokken’. In het plangebied van dit laatste ontwerp wordt het gebied dat bestemd is voor de aanleg en de ontsluiting van de Handelsdokbrug weggelaten, waardoor de bestemming als reservatiestrook volgens het gewestplan blijft gelden. De bedrijfsterreinen van de tussenkomende partij bevinden zich evenmin in het plangebied van dit ontwerp, maar het westelijk gelegen terrein bevindt zich tussen de voorziene reservatiestrook voor de aanleg van de Handelsdokbrug enerzijds en de Afrikalaan anderzijds”. Bij de beoordeling van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel in het schorsingsarrest (randnummer 35) wordt geen melding gemaakt van het voormelde ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan en wordt enkel verwezen naar de “planologisch erkende stadsvernieuwingsprojecten” en naar de reservatiestrook voor de Handelsdokbrug waarin het op 28 oktober gewijzigde gewestplan Gentse en Kanaalzone voorziet. Uit het voorgaande blijkt dat de heraanleg van de stadsring R40 en de aansluiting op de Afrikalaan via de toekomstige Handelsdokbrug aan bod komt in de op 28 oktober 1998 vastgestelde wijziging van het gewestplan Gentse en Kanaalzone en niet in het op 22 maart 2010 door de gemeenteraad van de stad Gent voorlopig vastgestelde ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan nr. 135 “Oude Dokken”. Het door de verzoekende partij aangehaalde gegeven is niet nieuw en wordt zelfs uitdrukkelijk vermeld in het schorsingsarrest. Het betoog van de verzoekende partij dat “er meer dan ruimte genoeg is om de stadsring te verleggen zonder dat het eigendom van verzoekster - en ipso facto haar op te richten distributiecentrum - hierbij enige hinder zou opleveren” betreft evenmin een nieuw feitelijk gegeven, maar bekritiseert de beoordeling van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel in het schorsingsarrest. Een dergelijke kritiek komt neer op een vermomd verzoek tot herziening van het schorsingsarrest, hetgeen door de wetgever juist uitdrukkelijk werd uitgesloten.
- De argumentatie van de verzoekende partij met betrekking tot de beoordeling van het in het schorsingsarrest ernstig bevonden middelonderdeel vermeldt geen nieuw feitelijk gegeven of een gewijzigde omstandigheid. Ze komt X-14.496-5/6 enkel neer op een kritiek op deze beoordeling en bijgevolg eveneens op een vermomd verzoek tot herziening van het schorsingsarrest. De verwijzing naar het wijzigingsdecreet van 16 juli 2010 wordt eerst ter terechtzitting en bijgevolg laattijdig geformuleerd en kan alleen al om die reden niet in aanmerking worden genomen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot intrekking van het arrest nr. 202.778 van 6 april
- Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf oktober 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-14.496-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.897 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.778 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.215.313 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div