← België

Arrest 207955 - Kansspelen - 07/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.955 Rolnummer: A. 167499/VII-37732 Zaak: Arrest 207955 - Kansspelen - 07/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-15 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 12:41 Fiche Arrest nr 207.955 van 7 oktober 2010 Justitie - Kansspelen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 207.955 van 7 oktober 2010 in de zaak A. 167.499/VII-37.

  1. In zake: de BVBA EAGLE GAMES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Stijns kantoor houdend te Leuven Ubicenter Philipssite 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
  2. de KANSSPELCOMMISSIE BIJ DE FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE
  3. de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 4 november 2005, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de kansspelcommissie van 6 april 2005 waarbij aan de BVBA Eagle Games de vergunning klasse B voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse II, gelegen aan de Hendrik Consciencestraat 19 te Mechelen, wordt geweigerd. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-37.732-1/5 Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 september
  6. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Karel Van Alsenoy, die loco advocaat Jan Stijns verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Justin Simenon, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partijen, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten 3.
  8. De verzoekende partij dient op 30 januari 2001 bij de kansspelcommissie een aanvraag in voor het verkrijgen van een vergunning voor haar kansspelinrichting, gelegen aan de Hendrik Consciencestraat 19 te Mechelen. 3.
  9. Op 10 juli 2001 beslist de gemeenteraad van de stad Mechelen om met betrekking tot de uitbating van de kansspelinrichting geen convenant met de verzoekende partij te sluiten. 3.
  10. Met de thans bestreden beslissing van 6 april 2005 weigert de kansspelcommissie de vergunning klasse B te verlenen, onder meer omdat met de betrokken gemeente geen convenant werd gesloten. VII-37.732-2/5 3.
  11. Bij arrest nr. 143.069 van 14 april 2005 vernietigt de Raad van State voormelde beslissing van 10 juli 2001 van de gemeenteraad van de stad Mechelen om geen convenant met de verzoekende partij te sluiten. 3.
  12. Op 29 september 2005 neemt de gemeenteraad van de stad Mechelen akte van het vernietigingsarrest nr. 143.069 van 14 april 2005 en beslist zij andermaal om geen convenant met de verzoekende partij te sluiten. De verzoekende partij heeft de nieuwe weigeringsbeslissing van 29 september 2005 niet bestreden. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  13. Luidens artikel 34, derde lid, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers moet de uitbating van een kansspelinrichting klasse II geschieden krachtens een convenant dat voorafgaandelijk wordt gesloten tussen de gemeente van vestiging en de uitbater. Artikel 36, 5, van dezelfde wet bepaalt dat, om een vergunning klasse B te kunnen verkrijgen, de aanvrager het convenant moet kunnen voorleggen dat werd gesloten tussen de kansspelinrichting klasse II en de gemeente waar die inrichting gevestigd is. Uit voormelde wetsbepalingen vloeit voort dat het bestaan van een convenant met de gemeente een noodzakelijke voorwaarde is opdat de kansspelcommissie een vergunning klasse B zou kunnen verlenen. De verzoekende partij beschikt niet over bedoelde convenant en zij heeft de beslissing van 29 september 2005 van de gemeenteraad van de stad Mechelen houdende weigering tot het sluiten van een convenant niet met een annulatieberoep bestreden. Uit wat voorafgaat volgt dat de gebeurlijke nietigverklaring van de bestreden beslissing er niet toe kan leiden dat de beoogde vergunning klasse B alsnog aan de verzoekende partij wordt verleend. In dergelijke omstandigheid zal de kansspelcommissie immers opnieuw moeten vaststellen dat de vergunningsaanvraag niet voldoet aan de in de voornoemde wet van 7 mei 1999 gestelde voorwaarden.
  14. In haar laatste memorie stelt de verzoekende partij dat zij nog steeds een moreel en materieel belang heeft bij de gevorderde nietigverklaring omdat, ondanks het feit dat de beoogde vergunning klasse B niet kan worden VII-37.732-3/5 verleend, door de vernietiging van de bestreden beslissing zal vaststaan dat de kansspelcommissie een fout heeft begaan in de zin van de artikelen 1382 en 1383 van het burgerlijk wetboek, wat het verkrijgen van een schadevergoeding aanzienlijk zal "vergemakkelijken". Bovendien wijst de verzoekende partij er op dat zij, door het "samenspel" van de stad Mechelen en de kansspelcommissie die elk om beurt een weigeringsbeslissing nemen, terecht is gekomen in een juridische draaimolen die tot stilstand wordt gebracht indien de thans bestreden beslissing wordt vernietigd.
  15. De finaliteit van het vernietigingscontentieux bestaat erin onwettige rechtshandelingen met terugwerkende kracht uit de rechtsorde te bannen. Het ingeroepen belang dient in relatie tot die finaliteit te staan. De door de verzoekende partij beweerde noodzaak om via een vernietigingsarrest het "samenspel" van de stad Mechelen en de kansspelcommissie te "doorbreken", komt in de gegeven omstandigheden waarbij de voornoemde wet van 7 mei 1999 niet toelaat dat de vergunningsaanvraag klasse B bij ontstentenis van een convenant wordt ingewilligd, concreet neer op een belang dat louter gericht is op het verkrijgen van een arrest waarin erga omnes de onwettigheid van een bestuurshandeling wordt vastgesteld. Degelijk belang is geen rechtstreeks belang dat verbonden is aan de finaliteit van het vernietigingscontentieux. Het belang dat erin bestaat een beslissing tot weigering van een vergunning bij arrest onwettig te horen verklaren, om vervolgens op grond van deze, met gezag van gewijsde beklede uitspraak, een vordering tot schadevergoeding voor de gewone rechter beter te kunnen ondersteunen, is evenmin een belang dat verbonden is aan de nietigverklaring of aan het doen verdwijnen van de bestreden akte uit de rechtsorde, maar een belang dat er uitsluitend in bestaat een middel gegrond te horen verklaren. Een dusdanig belang is een onrechtstreeks belang. Een louter onrechtstreeks belang volstaat niet om een ontvankelijk beroep tot nietigverklaring in te stellen of om een ingesteld beroep ontvankelijk te houden. Overigens kan ook de gewone rechter die gevat is om uitspraak te doen over de vordering tot schadevergoeding de fout van de overheid vaststellen. Het louter gelijk krijgen op zich wettigt niet de gevraagde vernietiging. Aangezien de verzoekende partij een rechtspersoon is, valt ten slotte niet in te zien hoe deze een moreel belang kan hebben bij de gevorderde nietigverklaring. VII-37.732-4/5 Ambtshalve dient te worden besloten tot de niet-ontvankelijkheid van het beroep. BESLISSING
  16. De Raad van State verwerpt het beroep.
  17. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven oktober tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.732-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.955 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.