id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.972 Rolnummer: A. 194195/-0 Zaak: Arrest 207972 - Examens (onderwijs) - 07/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-12 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 12:44 Fiche Arrest nr 207.972 van 7 oktober 2010 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 207.972 van 7 oktober 2010 in de zaak A. 194.195/XII-5978 In zake: Bernice HANSSENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Cottyn kantoor houdend te Aalst Leopoldlaan 32 A, bus 1-2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de scholengroep Panta Rhei bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Riet Rombaut kantoor houdend te Hove Lintsesteenweg 740 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 8 oktober 2009, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de algemeen directeur van de scholengroep Panta Rhei van het Gemeenschapsonderwijs van 24 september 2009, om de over Bernice Hanssens delibererende klassenraad niet opnieuw samen te roepen. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 196.991 van 15 oktober 2009 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Verzoekster heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XII-5978-1\5 Auditeur Jurgen Neuts heeft een mededeling opgesteld, overeenkomstig artikel 15quater van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Verzoekster en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 september
- Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Wendy Van Laethem, die loco advocaat Marc Cottyn verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Riet Rombaut, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoekster is tijdens het schooljaar 2008-2009 leerling aan het koninklijk atheneum te Gent, in het eerste leerjaar van de tweede graad Latijn- wetenschappen (ASO). 3.
- Op het einde van het schooljaar beslist de delibererende klassenraad om aan verzoekster een oriënteringsattest C uit te reiken. 3.
- Op 29 juni 2009, onmiddellijk na de uitreiking van het rapport, doen de ouders van verzoekster hun recht op overleg gelden in een gesprek met de directie. Vervolgens richt verzoeksters vader zich tot de beroepscommissie. XII-5978-2\5 Op 20 augustus 2009 “ziet [de beroepscommissie] geen aanleiding om de delibererende klassenraad te verzoeken om zijn beslissing te herbekijken”. De algemeen directeur van de scholengroep deelt op 27 augustus 2009 “de beslissing van de leden van de beroepscommissie” mee aan verzoekster. De Raad van State beveelt op 18 september 2009 bij arrest nr. 196.176 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoer- legging van de beslissing van de beroepscommissie van 20 augustus
- 3.
- Op 28 september 2009 informeert de raadsman van verzoekster bij verwerende partij naar het uitblijven van een nieuwe beslissing. In hetzelfde schrijven geeft hij “nogmaals een volledige uiteenzetting van alle grieven van [zijn] cliënte”. 3.
- De beroepscommissie blijkt echter reeds opnieuw samen gekomen te zijn op 24 september
- De beroepscommissie “is van mening dat er geen bijkomende elementen zijn aangereikt om het eerder genomen advies te wijzigen” en “ziet dan ook geen aanleiding om de delibererende klassenraad te verzoeken opnieuw samen te komen”, aldus het verslag van deze vergadering. Met een schrijven van 24 september 2009 -dat verzoekster pas ontvangt op 30 september 2009- bezorgt de algemeen directeur dit advies aan verzoekster en hij deelt mee : “Als inrichtende macht en in mijn hoedanigheid als algemeen directeur van de scholengroep, na lezing van het verslag, maak ik mij dit verslag eigen. Ik beslis dan ook dat de klassenraad niet opnieuw dient samen te komen, derhalve blijft de beslissing die de klassenraad nam d.d. 30 september met als resultaat : toekenning van een oriënteringsattest C, gehandhaafd”. IV. Onderzoek van de middelen
- In een eerste middel voert verzoekster de schending aan van artikel 74 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs (het organisatiebesluit) en van de motiveringsplicht. XII-5978-3\5 In het tweede middel doet verzoekster gelden dat de artikelen 5, § 8, 38, 1/, en 57 van het organisatiebesluit, alsook het motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel werden geschonden.
- Bij gebreke aan een nieuw gegeven sinds het schorsingsarrest, waarin beide middelen als niet ernstig werden verworpen, heeft de auditeur geen nieuw verslag over het beroep tot nietigverklaring ingediend. Hij stelt vast dat de in het annulatieberoep aangevoerde middelen woordelijk dezelfde zijn als in het verzoekschrift tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en dat verzoekster in de memorie van wederantwoord geen enkel nieuw gegeven toevoegt, noch -zelfs maar een begin van- kritiek uit op het schorsingsarrest waarbij haar vordering is verworpen. Met toepassing van artikel 15quater van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State wordt door de auditeur, gelet op dat gebrek aan enig inhoudelijk verweer en bij ontbreken van elementen die tot een ander standpunt nopen, voorgesteld om het beroep te verwerpen overeenkomstig het arrest waarbij uitspraak werd gedaan over de vordering tot schorsing.
- De laatste memorie van verzoekster is louter een verzoek tot voortzetting van de procedure, omdat verzoekster “wenst dat over het beroep tot nietigverklaring uitspraak wordt gedaan”. Ook de laatste memorie brengt bijgevolg geen nieuwe elementen aan het licht.
- Ook de Raad van State ontwaart in deze zaak geen nieuwe gegevens. In het licht van deze elementen, en na een nieuw onderzoek van de middelen die in het schorsingsarrest niet ernstig werden bevonden, sluit de Raad van State zich aan bij het voorstel van het auditoraat en concludeert hij -om de redenen uiteengezet in het schorsingsarrest die hij zich ook voor de beoordeling ten gronde eigen maakt- dat het beroep ongegrond is. XII-5978-4\5 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 7 oktober 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Geert Van Haegendoren, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Dierk Verbiest XII-5978-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.972 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.991 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div