id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.038 Rolnummer: A. 176193/X-12996 Zaak: Arrest 208038 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 11/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-13 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 05:15 Fiche Arrest nr 208.038 van 11 oktober 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 208.038 van 11 oktober 2010 in de zaak A. 176.193/X-12.
- In zake: Anne-Marie STORRER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Nathalie de Suray kantoor houdend te 1780 WEMMEL J. De Ridderlaan 119 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
- de stad BRUSSEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean-Paul Lagasse kantoor houdend te 1030 BRUSSEL de Jamblinne de Meuxplein 41 bij wie woonplaats wordt gekozen
- het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Coenraets kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Ter Kamerenlaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: Alfred NAVASARTIAN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 BRUGGE Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 26 augustus 2006, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 20 april 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brussel waarbij aan Alfred NAVASARTIAN en Romy AERTS de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het verbouwen en het uitbreiden van de woning en de kantoorruimte (praktijkruimte) te Brussel, Franklin Rooseveltlaan
- X-12.996-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 7 november
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een verslag opgesteld. De verzoekster heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De eerste verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 april
- Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Steven Vandendriessche, die loco advocaat Nathalie de Suray verschijnt voor de verzoekster, advocaat Christophe Lépinois, die loco advocaat Jean-Paul Lagasse verschijnt voor de eerste verwerende partij en die loco advocaat Philippe Coenraets verschijnt voor de tweede verwerende partij, en advocaat Paul Aerts, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-12.996-2/6 III. Regelmatigheid van de memorie van wederantwoord
- De griffie van de Raad van State heeft, op 15 december 2006, een eerste verzending van de memorie van antwoord gedaan naar verzoeksters toenmalige raadsman, bij wie woonplaats was gekozen. Deze heeft de memorie van antwoord in ontvangst genomen op 18 december
- In principe doet deze kennisgeving de termijn voor het indienen van de memorie van wederantwoord ingaan. De griffie heeft evenwel, na op de hoogte te zijn gesteld van de aanwijzing door de verzoekster van een nieuwe raadsvrouw, een nieuwe betekening van de memorie van antwoord gedaan, waarin, zoals gebruikelijk, het volgende wordt gesteld : “Mevrouw, U vindt als bijlage een afschrift van de memorie van antwoord van de tegenpartij in de hierboven vermelde zaak. Krachtens artikel 7 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State (Algemene Procedure), beschikt de verzoekende partij over een éénmalige niet verlengbare termijn van zestig dagen om aan de griffie een memorie van wederantwoord toe te sturen. Van het administratief dossier dat ter griffie berust, kan aldaar alle werkdagen, behalve op zaterdag, inzage worden genomen van 9 tot 13 uur. (inventaris als bijlage) Uw bijzondere aandacht wordt gevestigd op artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State voor wat betreft de gevolgen van het niet (tijdig) indienen van memories, alsmede op artikel 14bis, § 1 van voornoemd Regentsbesluit van 23 augustus 1948, zoals vervangen door artikel 1 van het K.B. van 26 juni 2000 (tekst zie keerzijde). Tevens dienen de overige bepalingen van voormeld besluit (Algemene Procedure) in aanmerking genomen te worden; inzonderheid de artikelen 84 en
- Hoogachtend Voor de Hoofdgriffier (...) Secretaris”. In het griffiedossier bevindt zich een kopie van de eerste verzending, met de “rode kaart” van de postdiensten, en waarbij de brief aan de toenmalige raadsman van de verzoekster is doorstreept met de vermelding “Z V”, hetgeen alleen als “Zonder Voorwerp” kan worden begrepen. Met de verzoekster moet worden vastgesteld dat dergelijke handelwijze van de griffie haar heeft misleid. Dit optreden van een orgaan van de Raad van State maakt in hoofde van die partij een geval van overmacht uit. X-12.996-3/6 De bedoelde kennisgeving beoogt de verzoekende partij te waarschuwen en te behoeden voor de stringente gevolgen verbonden aan het niet-naleven van de termijn om tijdig de memorie van wederantwoord of een toelichtende memorie in te dienen. Precies daarom ook bepaalt artikel 14bis, § 2 van het algemeen procedurereglement, dat bij de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij, de hoofdgriffier melding maakt van artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, bevattende de sanctie van het wettelijk vermoeden van gebrek aan belang, alsmede van paragraaf 1 van artikel 14bis zelf, waarin de “hakbijl-procedure” wordt geregeld. De tweede kennisgeving door de griffie mocht de verzoekster dan ook doen aannemen dat zij, vanaf de ontvangst ervan, over de termijn waarnaar daarin namens de hoofdgriffier wordt verwezen, beschikte om de memorie van wederantwoord in te dienen. Van de tweede kennisgeving werd op 29 december 2006 ontvangst gemeld door verzoeksters raadsvrouw. De memorie van wederantwoord werd ingediend op 23 februari
- Zij is derhalve tijdig, want neergelegd binnen de termijn van zestig dagen, voorgeschreven door artikel 7 van het algemeen procedurereglement. IV. Belang
- De tussenkomende partij werpt in haar memorie de volgende exceptie op : “II.
- In het verzoekschrift zet de verzoekende partij uiteen dat zij eigenaar is van het gebouw gelegen te F.D. Rooseveltlaan 154 te 1000 Brussel. De verzoekster heeft echter ook een dagvaarding in kortgeding uitgestuurd, samen met de NV Locatry en met de heer Jean-Louis Bosteels, eveneens advocaat, wonende te 1050 Brussel, Franklin Rooseveltlaan
- In deze dagvaarding in kortgeding werd uiteengezet dat de eigenaars mevrouw Storrer, de heer Bosteels en de NV Locatry zouden zijn. II.
- Tussenkomende partij dient dus te constateren dat er een tegenspraak bestaat tussen hetgeen in huidig verzoekschrift wordt uiteengezet en hetgeen in de dagvaarding werd uiteengezet. Wat is nu correct - de vermelding in de dagvaarding of de vermelding in het annulatieverzoek? III.
- Het komt de verzoekende partij dus toe om haar hoedanigheid te bewijzen zoals zij die heeft ingeroepen, nl. de hoedanigheid van exclusief eigenaar van het pand F.D. Rooseveltlaan
- Bij gemis aan deze hoedanigheid, ware de vordering onontvankelijk”. X-12.996-4/6
- De verzoekster antwoordt in haar laatste memorie : “2/ Nopens het belang van verzoekster Deze laatste heeft haar kantoor op de Franklin Rooseveltlaan 154 te 1000 Brussel en derhalve een belang om op te treden. Bovendien en voorzover als nodig legt verzoekster de oprichtingsakte neer van de n.v. LOCATRAY waaruit blijkt dat zij het vruchtgebruik heeft op het onroerend goed, gelegen op de Franklin Rooseveltlaan 154, 1000 Brussel. P.2 - punt B. 5”.
- De repliek op de exceptie in de laatste memorie van de verzoekster wordt niet beantwoord door de tussenkomende partij, die geen laatste memorie heeft ingediend en ook niet ter terechtzitting de door de verzoekster aangebrachte gegevens betwist. Het feit dat de verzoekster zich in de aan de laatste memorie voorafgaande procedurestukken in de feitenuiteenzetting blijkbaar per vergissing de hoedanigheid van “eigenaar” toemeet, daar waar zij blijkens de laatste memorie de hoedanigheid van vruchtgebruikster heeft en in het aan het kwestieuze bouwwerk palende gebouw haar advocatenpraktijk uitoefent, welke feitelijkheden niet worden betwist door de andere partijen, ontneemt haar niet het rechtens vereiste belang bij de gevraagde vernietiging. De vruchtgebruikster van een gebouw heeft in principe het vereiste belang bij het bestrijden van een bouwvergunning met betrekking tot een aanpalend bouwwerk. De desbetreffende materiële vergissing heeft het verloop van de rechtspleging niet gehinderd, noch de andere partijen in hun rechten van verdediging geschaad. De tussenkomende partij, die de exceptie voor het eerst heeft opgeworpen in haar memorie, was er blijkens het verzoekschrift tot tussenkomst immers reeds op het ogenblik van het indienen van dat verzoekschrift van op de hoogte dat de verzoekster advocaat is, en derhalve ook dat deze haar kantoor heeft in het gebouw waarvan zij eerst beweerde eigenaar te zijn. Het feit dat er tegenspraak zou bestaan tussen hetgeen in het voorliggend verzoekschrift wordt uiteengezet en een dagvaarding voor de burgerlijke rechter, heeft op zich niet de niet-ontvankelijkheid van het annulatieberoep tot gevolg. De exceptie kan niet worden aangenomen.
- Vermits het auditoraatsverslag beperkt is tot het onderzoek van de hierboven vermelde rechtspunten, is het noodzakelijk dat de zaak verder door een lid van het auditoraat wordt onderzocht en dat daarover verslag wordt uitgebracht. X-12.996-5/6 BESLISSING
- De Raad van State heropent de debatten.
- Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf oktober 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Roger Stevens X-12.996-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.038 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.216.090 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div