id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.047 Rolnummer: A. 197120/IX-6881 Zaak: Arrest 208047 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 11/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-21 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 05:15 Fiche Arrest nr 208.047 van 11 oktober 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 208.047 van 11 oktober 2010 in de zaak A. 197.120/IX-6881 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Willy Van der Gucht kantoor houdend te Gent Voskenslaan 34-36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe en Evelien De Raeymaecker kantoor houdend te Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 16 juli 2010, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 6 mei 2010 van het College van quaestoren van de Kamer van volksvertegen- woordigers waardoor een einde wordt gesteld aan de proefperiode van XXXX en hij uit de wervingsreserve van assistent (programmeur) wordt geschrapt. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende heeft een nota ingediend. IX-6881- 1/14 Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 september
- Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. De verzoeker, bijgestaan door advocaat Frank Dieu, loco advocaat Willy Van der Gucht, en advocaat Evelien De Raeymaecker, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker slaagt in 2008 voor een wervingsexamen voor assistent (programmeur) bij de Kamer van volksvertegenwoordigers en wordt opgenomen in de wervingsreserve. Met ingang van 1 maart 2009 wordt hij dan op proef voor één jaar benoemd bij de Kamer van volksvertegenwoordigers in de graad van assistent (programmeur). In de brief van 6 februari 2009, waarmee de verwerende partij hem op de hoogte brengt van zijn nakende benoeming, wordt IX-6881- 2/14 uitdrukkelijk vermeld dat hij na de proeftijd vast benoemd kan worden indien hij voldoening schenkt maar dat anderzijds vanaf het einde van de derde maand steeds een einde kan worden gesteld aan de proeftijd met een opzeggingstermijn of overeenstemmende vergoeding van drie maanden. 3.
- In het kader van zijn stage wordt hij beoordeeld. De eerste beoordeling, in augustus 2009, is onverdeeld positief, zij bevestigt dat de verzoeker goede technische vaardigheden heeft en dat hij zijn taken erg goed uitvoert. 3.
- Op 18 november 2009 wordt een evaluatiegesprek gehouden tussen de verzoeker en de bestuursdirecteur van de dienst Informatica en Burotica, verzoekers evaluator. Aanwezig is ook de bestuursdirecteur van de dienst Algemene Zaken. In het verslag dat daarvan wordt opgemaakt wordt gesteld dat hij op technisch vlak zeer goed presteert maar dat hij op sociaal vlak te weinig vaardig is. Concreet wordt er verwezen naar: “- begroeting van collega's, hiërarchische meerderen, ook buiten de dienst; - het aanvaarden van een beslissing genomen door zijn hiërarchische meerdere ter conclusie van een technisch gesprek; - het kennen van zijn plaats binnen een hiërarchisch gestructureerde dienst; - het respecteren van evidente gedragsregels die hiërarchie betreffen.” Er werd aan de verzoeker gevraagd dat hij ter zake inspanningen zou leveren en dat er binnen de maand een nieuw gesprek zou plaatsvinden en daarna om de veertien dagen tot aan de derde trimestriële beoordeling. In de tweede beoordeling, die dateert van 24 november 2009, wordt dan ook zijn grote technische kennis bevestigd en wordt nogmaals gezegd dat wat hij doet, zeer goed en zeer vlug gedaan is maar er wordt ook een opmerking gemaakt omtrent zijn sociaal gedrag die luidt als volgt: IX-6881- 3/14 “ Zijn kritische ingesteldheid is een zeer positief gegeven. Hij moet erop toezien die ingesteldheid te hanteren binnen de grenzen noodzakelijk om de vlotte samenwerking met de anderen te behouden.” In reactie op het evaluatiegesprek maakt de verzoeker de volgende schriftelijke opmerkingen: - Sinds hem er attent op werd gemaakt ter gelegenheid van zijn eerste trimestriële beoordeling, groet hij iedere dag zijn collega's. - Het niet aanvaarden van een beslissing genomen door zijn hiërarchische meerdere ter conclusie van een technisch gesprek, gaat terug op slechts één voorval waarbij hij naar zijn mening bij de genomen beslissing meer informatie aanreikte omdat hij van mening was dat de beslissing niet gefundeerd was en waarbij na overleg zijn visie trouwens werd gevolgd. - Het begrip hiërarchie heeft een verschillende invulling naargelang de administratie. Hij zal er terdege rekening mee houden. 3.
- Er worden dan verschillende tussentijdse functionerings- gesprekken gevoerd waarvan de neerslag is opgenomen in verschillende verslagen die enkel door de evaluator zijn ondertekend. Een eerste tussentijds gesprek vindt plaats op 18 december
- De evaluator geeft dit gesprek als volgt waar: “- Duidelijke verbetering en grote inspanningen geconstateerd - onder andere: -gematigde en gemoedelijke kritiek - niet agressief in zijn suggesties - glimlacht meer - meer bereid om zich te verplaatsen - we verwachten dat dit aanhoudt - bijzondere aandachtspunten waar inspanning voor verwacht wordt: - uurregeling: bv. niet aarzelen een probleem verder op te lossen ook al is het al laat - meer initiatief op het niveau van spontaan hulp aanbieden”. Op 18 of 21 januari 2010 heeft er een tweede onderhoud plaats waarvan de inhoud door de evaluator als volgt wordt weergegeven: IX-6881- 4/14 “- is verbeterd en kan blijven verbeteren - de heer XXXX is dikwijls defensief, in tegenstelling tot de meeste van zijn collega's; er werd hem gevraagd deze neiging te laten varen en meer te werken in de geest van het team. - meer te kijken naar de positieve punten van zijn collega's, in plaats van het onvolmaakte deel van sommige van hun taken te evalueren. - praten (bavardage -sic-) is geen sterk punt van hem; er werd hem verteld dat dit niet hetgeen is wat wij vragen. - op de opmerking dat de heer XXXX neiging heeft teveel te kiezen wat hij wil doen, antwoordt deze vinnig dat hij het moeilijk heeft orders te volgen van iemand die in dat domein minder kent dan hij 'j'ai difficile de recevoir des ordres dans des domaines où l'autre connaît moins'.” De derde trimestriële beoordeling, die dateert van 25 januari 2010, bevestigt zijn technische vaardigheden en stelt dat er een verbetering merkbaar is in de samenwerking met de collega's die zal moeten worden aangehouden. In een schriftelijke reactie stelt de verzoeker het spijtig te vinden dat er over zijn technische kwaliteiten en de kwaliteit en kwantiteit van zijn werk niet meer wordt gezegd, dan dat de vorige beoordeling wordt bevestigd. Hij stelt dat er hem wordt gevraagd het werk van iemand anders te herdoen, dat hij problemen moet oplossen die niemand, zelfs de niveaus 1 niet, kunnen opgelost krijgen en dat er hem veel werk wordt toevertrouwd in verschillende projecten, waarbij hij nooit werk heeft geweigerd. Ook stelt hij dat de taalbarrière een rol speelt bij het begrijpen wat kan verbeteren en dat het hem niet duidelijk is wie zijn evaluator is. 3.
- Begin februari 2010 loopt het opnieuw mis. Op aangeven van verzoekers directe chef heeft de evaluator opnieuw een functioneringsgesprek met de verzoeker rond een lijst van punten van slecht functioneren die als volgt luidt: IX-6881- 5/14 “Lijst van punten vermeld tiidens het tussentijds evaluatiegesprek op 09-02-2010 - Op 3 februari is de heer XXXX te laat gekomen zonder te verwittigen: hij moest op de schrijnwerker wachten en zegt dat hij diezelfde dag de tijd zal inhalen. In elk geval ‘Wim komt elke dag om 9u45 !’ - Antwoord van de heer XXXX: En ? Heeft Thierry gemeld dat hij te laat was op 9 februari ? (NB het antwoord is ja). Hij bevestigt dat hij niet beschikt over de GSM-nummers (NB: de telefoonnummers zijn beschikbaar op een gemeenschappelijke lijst en hangen uit bij de secretaresse) - Heeft verlof aangevraagd voor 8 februari en is, voor de tweede keer, vergeten zich te laten vervangen voor zijn beurt helpdesk. - Probleem met een PC (Mevrouw Villée) : deze beantwoordt haar telefoon niet; dus stelt de heer XXXX voor dat ze haar laptop naar de informaticadienst brengt (NB : wat onmogelijk is want al de laptops zijn op dit ogenblik (afgesloten) met een hangslot!). - Probleem met een andere PC (Mevrouw Pöttgens) : de heer XXXX vraagt of dit soort gevallen (minimum reeds een maand geïnstalleerd) niet moeten worden doorverwezen naar de helpdesk (NB : er werd hem door de heer Peeters geantwoord dat hijzelf deel uitmaakt van de helpdesk en dat hij deze gevallen moet blijven behandelen) - Tijdens een discussie over de configuratie. Arbor (audio-systeem doorbreekt de heer XXXX de samenhorigheid met de rest van de ploeg door direct te stellen : ‘ik had gezegd dat de aankoop van de kaarten van Digigram een vergissing (was) !’. - Informatie werd hem gevraagd m.b.t. een configuratie; het eerste antwoord bevatte een prijs en een link: men moest hem expliciet meedelen dat er een complete inventaris met prijzen werd verwacht. - Op de vraag of de leverancier de nieuwe programma's had geïnstalleerd was het antwoord ‘neen want ze hebben me niet gebeld: ze hadden gezegd dat ze gingen bellen !’ - Reactie van een collega: ‘doe dat niet: XXXX zal zich boos maken !’” Het verslag van dat functioneringsgesprek wordt door de evaluator als volgt neergeschreven: “ ° Op drie dagen tijd is de situatie verslechterd; ° Er is een lijst van punten: * De heer XXXX zegt het volgende niet te begrijpen * Wat wij verstaan onder ‘integreren’ * ‘een beoordeling gaat niet enkel over de technische vaardigheden’ ° Reacties van de heer XXXX: * ‘De volgende keer dat Henri iets verkeerd doet, weiger ik het op te lossen’ * ‘De hiërarchie is te zwaar’ IX-6881- 6/14 * ‘De dienst Informatica heeft een imago; er zou moeten een enquête gehouden worden om te zien of de gebruikers tevreden zijn’ * ‘Eric heeft gezegd dat Henri zelfs niet geschikt is om de Help Desk te doen’. ° Ik laat de heer Eric Adams komen die beweert dit niet te hebben gezegd. De heer Eric Adams had als opdracht een taak af te werken die door de heer Henri Depouille werd begonnen want, dit is waar, de heer XXXX is competenter.” Op grond daarvan stelt hij in een nota van 18 februari 2010 aan het college van ambtenaren-generaal voor dat een einde zou worden gemaakt aan de proefperiode van de verzoeker omdat volgens hem “gezien wat er aan voorafgaat en de snelle achteruitgang” de verzoeker niet beschikt en nooit zal beschikken over de sociale vaardigheden nodig om in een dienst te kunnen functioneren en zich ook nooit zal kunnen integreren in de dienst informatica. De verzoeker reageert op 22 januari 2010 met een uitgebreide nota. Daarin geeft hij onder meer zijn versie van de door zijn evaluator opgelijste feiten waarbij hij er de nadruk op legt dat veel van die feiten volgens zijn evaluator steunen op een indruk en op perceptie die niet bij hem werden afgetoetst op hun realiteitswaarde. Verder geeft hij toe dat hij sociaal minder sterk is en dat het voor hem tegennatuurlijk is op te gaan in de groep, maar hij stelt tevens dat hij moeite heeft gedaan om meer contact te nemen. Hij stipt ook aan dat het voor hem onbegrijpelijk is dat op 9 februari 2010 zijn derde evaluatie wordt ondertekend waarin wordt gezegd dat er verbetering is en men op 18 februari 2010 ineens een bocht van 180° maakt en alles ineens als onherstelbaar slecht beoordeelt. In een tweede schrijven van 26 februari 2010 formuleert hij zijn bedenkingen bij de nota van zijn evaluator waarbij hij punt per punt reageert op de lijst met punten van slecht functioneren die zijn evaluator op 9 februari 2010 had voorgelegd en op het relaas van het evaluatiegesprek van die datum dat door zijn evaluator was opgesteld. IX-6881- 7/14 3.
- Het College van ambtenaren-generaal vergadert op 10 maart 2010 over het voornoemde ontslagvoorstel. De verzoeker wordt er gehoord, bijgestaan door zijn vakbondsvertegenwoordiger. In zijn verdediging legt deze de nadruk op het feit dat de verzoeker zijn werk enerzijds technisch zeer goed doet en anderzijds dat het probleem zou gelegen zijn in verzoekers sociale vaardigheden, maar dat wat dat betreft de gegevens uiterst vaag en zeker onvoldoende zijn om iemand een benoeming te weigeren. Hij wijst er daarbij op dat de derde beoordeling spreekt over een verbetering wat dat betreft maar dat dan ineens op grond van vaststellingen die gaan over een periode van slechts drie dagen de positieve evolutie die tot dan toe was genoteerd volledig van de kaart wordt geveegd. Deze vaststellingen laten niet toe te besluiten dat de verzoeker niet zou beschikken over de vereiste sociale vaardigheden om zich te integreren in de dienst informatica en er te kunnen functioneren. Het College van ambtenaren-generaal adviseert evenwel unaniem om een einde te stellen aan verzoekers proefperiode en hem dienvolgens te schrappen uit de werfreserve. De notulen van die vergadering luiden als volgt: “Het College van ambtenaren-generaal, Gelet op het voorstel van de bestuursdirecteur van de dienst Informatica en Burotica van 18 februari 2010, om een einde te stellen aan de proeftijd van de heer XXXX, assistent (programmeur) bij dezelfde dienst, dat gemotiveerd werd als volgt: ‘Gezien de verslechtering van de relaties met zijn collega's, besluit ik dat de heer XXXX niet heeft bewezen te beschikken over de sociale vaardigheden nodig om zich te kunnen integreren in de dienst Informatica en erin te kunnen functioneren. Bij deze stel ik voor een einde te maken aan de proefperiode van de heer XXXX, conform artikel 12 quinquies paragraaf 2 van het statuut.’ gelet op de verweermiddelen die door de betrokkene, in de verschillende stappen van de procedure, werden overgemaakt aan de Kamer, gehoord de betrokkene, die gevraagd heeft om persoonlijk aanwezig te zijn op de vergadering van het College van ambtenaren-generaal en zich heeft laten bijstaan door een raadsman van zijn keuze, in de persoon van de heer Lieven Eggermont, vrijgesteld militant van het ACV-Openbare diensten; IX-6881- 8/14 gelet op de schriftelijke verweernota van 9 maart 2010, opgesteld door de raadsman van de heer XXXX en gericht aan de voorzitter van het College van ambtenaren-generaal; gelet op de bespreking van het voorstel met de betrokkene en zijn raadsman, gelet op het feit dat rekening houdend met de specialisatie van de betrokkene, het niet mogelijk is hem naar een andere dienst van de Kamer over te plaatsen en dat zijn bestuursdirecteur zich heeft verzet tegen een affectatie in een andere afdeling van zijn dienst; rekening houdend met het feit dat betrokkene zijn vorige betrekking bij de Rijksdienst voor Pensioenen terug kan opnemen; Is na beraadslaging unaniem van oordeel dat bij toepassing van artikel 12, quinquies, §2, van het statuut van het personeel, met ingang van 1 maart 2010, een einde moet worden gesteld aan de proeftijd van de heer XXXX, als assistent (programmeur) bij de dienst Informatica en Burotica, met toekenning van een opzegvergoeding van drie maanden. Dit advies impliceert dat de betrokkene wordt geschrapt uit de werfreserves samengesteld door het College van quaestoren op 4 december 2008.” 3.
- In een brief van 25 maart 2010 reageert de verzoeker op dat advies. Hij stelt vooreerst dat het advies niet is gemotiveerd omdat er enkel wordt verwezen naar en geciteerd wordt uit het voorstel van de bestuursdirecteur terwijl er geen rekening wordt gehouden met de elementen die hij ter verdediging aanvoerde en die hij summier nog eens herneemt. Verder werpt hij op dat er door het College een nieuw element werd aangedragen namelijk dat de bestuurs- directeur zich zou hebben verzet tegen een affectatie van de verzoeker in een andere afdeling van zijn dienst. Het eveneens aangehaalde feit dat hij kan terugkeren naar zijn dienst van oorsprong bij de Rijksdienst voor de pensioenen mag geen element zijn dat de beslissing beïnvloedt. Hij vindt het trouwens tegenstrijdig dat de verwerende partij zou aannemen dat hij zich daar dan zonder probleem zou kunnen integreren en daartoe dus over de nodige sociale vaardigheden beschikt terwijl hij daarover niet zou beschikken bij de diensten van de Kamer. Moet de conclusie dan niet zijn, zo vraagt hij zich af, dat er eerder iets mis is met de diensten van de Kamer dan met hemzelf. IX-6881- 9/14 Ten slotte verzet hij er zich ook tegen dat hij uit de werfreserve zou worden geschrapt omdat hij dit ziet als een tweede sanctie waartegen hij zich bovendien niet heeft kunnen verdedigen omdat ze niet in het voorstel van zijn evaluator voorkwam. Hij vraagt blijkbaar ook dat hij door het College van quaestoren zou worden gehoord want dit wordt hem geweigerd in een mail van 23 april
- 3.
- De zaak wordt dan ter beslissing voorgelegd aan het College van quaestoren. De verzoeker dient op 4 mei 2010 nog een verweerschrift in. Op 6 mei 2010 beslist het College van quaestoren een einde te stellen aan verzoekers proefperiode en hem te schrappen uit de werfreserve. Deze beslissing is als volgt verwoord: “Het College van quaestoren, overwegende dat de bestuursdirecteur van de dienst Informatica en Burotica bij nota van 18 februari 2010 voorstelt een einde te stellen aan de proefperiode van de heer XXXX, assistent-programmeur; overwegende dat uit het dossier blijkt dat dit als volgt gemotiveerd is : ‘Gezien de verslechtering van de relaties met zijn collega's besluit ik dat de heer XXXX niet heeft bewezen te beschikken over de sociale vaardigheden nodig om zich te kunnen integreren in de dienst Informatica en erin te kunnen functioneren’; overwegende dat deze problemen reeds na de tweede trimestriële beoordeling van betrokkene duidelijk werden en dat deze beoordeling op 18 november 2009 voorafgegaan werd door een evaluatiegesprek waarvan het verslag reeds gewag maakte van een gebrek aan sociale vaardigheden; overwegende dat de heer XXXX, bij nota's van 22 en 26 februari 2010, opmerkingen ten aanzien van dit voorstel geformuleerd heeft; overwegende dat het College van ambtenaren-generaal, ter vergadering van 10 maart 2010, na de heer XXXX, die werd bijgestaan door een raadsman van zijn keuze, persoonlijk te hebben gehoord, een unaniem advies verstrekt heeft, bij toepassing van artikel 12quinquies § 2 van het statuut van het personeel, over IX-6881- 10/14 het voorstel om een einde te stellen aan de proefperiode van de heer XXXX en hem uit de wervingsreserve te schrappen; overwegende dat dit advies op 18 maart 2010 officieel per aangetekend schrijven aan betrokkene betekend werd en dat hij erop gereageerd heeft via een aangetekende brief d.d. 25 maart 2010; overwegende dat de verdedigingsnota van 25 maart 2010, behalve inzake de ingangsdatum van de opzegtermijn, geen nieuwe elementen bevatte en dat het College van ambtenaren-generaal het unaniem aangewezen geacht heeft zijn advies van 10 maart 2010 enkel te herformuleren wat dit punt betreft, zodat de opzeggingstermijn zou ingaan op de eerste dag van de maand volgend op de betekening van de beslissing van het College van quaestoren; overwegende dat de gewijzigde tekst van het advies, goedgekeurd door genoemd College ter vergadering van 23 april 2010, op 27 april 2010 aan de heer XXXX betekend werd en dat dit advies zonder wijzigingen en unaniem de inhoud van het advies van 10 maart 2010 bevestigde; overwegende dat de heer XXXX nog een reeks e-mails stuurde aan de wnd. bestuursdirecteur van de dienst Personeel en Sociale Zaken waarin hij enerzijds vroeg te worden gehoord door het College van quaestoren en anderzijds inlichtingen wenste te bekomen omtrent zijn administratieve toestand; overwegende dat het niet nodig is de heer XXXX te horen, aangezien deze zijn opmerkingen voldoende heeft kunnen laten gelden in de vroegere stadia van de procedure; gelet op de brief van de heer XXXX van 4 mei 2010, die gevoegd werd bij het dossier dat aan het College van quaestoren werd voorgelegd, waarin hij de beslissing van het College van ambtenaren-generaal van 23 april 2010 aanvecht; gelet op de nota van de wnd. bestuursdirecteur, hoofd van de dienst Personeel en Sociale Zaken, van 28 april 2010, en de documenten in bijlage bij deze nota; gelet op de notulen van de vergaderingen van het College van ambtenaren-generaal van 10 maart en 23 april 2010 ; gelet op de nota van de directeur-generaal van de Quaestuurdiensten van 28 april 2010; gelet op het advies van de griffier; na erover te hebben beraadslaagd, beslist : IX-6881- 11/14
- op basis van het unaniem gemotiveerd advies van het College van ambtenaren-generaal van 10 maart en 23 april 2010 en vanuit het standpunt dat uit het dossier duidelijk blijkt dat betrokkene niet over de nodige sociale vaardigheden beschikt en gelet op het feit dat zijn brief van 4 mei 2010 geen elementen bevat van aard om het tegendeel te bewijzen, een einde te stellen, bij toepassing van artikel 12 quinquies, § 2 van het statuut van het personeel, aan de proefperiode van de heer XXXX, assistent (programmeur) bij de dienst Informatica en Burotica, met dien verstande dat aan betrokkene een opzegvergoeding van drie maand zal worden toegekend met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de betekening van de door het College van quaestoren getroffen beslissing;
- de heer XXXX te schrappen uit de wervingsreserve van assistent (programmeur), samengesteld door het College van quaestoren op 4 december 2008.” 3.
- Dit is de bestreden beslissing. Ze wordt bij aangetekend schrijven van 7 mei 2010 aan de verzoeker betekend. IV. Intrekking Op vrijdag 24 september 2010 om 15.22 uur verstuurt de raadsman van de verwerende partij een fax naar de voorzitter van de IXe kamer, waarin wordt meegedeeld dat de bestreden beslissing van 6 mei 2010 van de verwerende partij bij beslissing van 24 september 2010 werd ingetrokken. De intrekkingsbeslissing, die blijkbaar vóór de zitting niet werd meegedeeld aan de raadsman van de verzoeker, werd aan het tegensprekelijk debat onderworpen ter zitting van 27 september
- Er werden desbetreffend geen opmerkingen geformuleerd. Het College van quaestoren van de verwerende partij beslist op 24 september 2010 om: “de beslissing van het College van quaestoren van 6 mei 2010 waarbij met ingang van 1 juni 2010 een einde werd gesteld aan de proeftijd van de heer IX-6881- 12/14 XXXX als assistent (programmeur) bij de dienst Informatica en Burotica en waarbij hij werd geschrapt uit de werfreserve van assistenten (programmeurs), samengesteld door het College van quaestoren van 4 december 2008, formeel in te trekken.” Door deze intrekking heeft het geding zijn voorwerp verloren. Gelet op de intrekking van de bestreden beslissing past het de verwerende partij te verwijzen in de kosten van de vordering. V. Anonimisering De verzoeker vraagt de anonimisering van het arrest, bij de publicatie ervan. Luidens artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State kan iedere partij bij een geschil dat bij de Raad van State aanhangig wordt gemaakt op elk moment van de rechtspleging en totdat de debatten gesloten zijn, eisen dat bij de publicatie van het arrest of de beschikking de identiteit van de natuurlijke personen niet zou worden bekendge- maakt. De vraag wordt ingewilligd. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 175 euro. IX-6881- 13/14
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 11 oktober 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Daniël Moons IX-6881- 14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.047 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.