id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.048 Rolnummer: A. 189686/IX-6069 Zaak: Arrest 208048 - Gerechtsdeurwaarders - 11/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-21 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 05:15 Fiche Arrest nr 208.048 van 11 oktober 2010 Justitie - Gerechtsdeurwaarders Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 208.048 van 11 oktober 2010 in de zaak A. 189.686/IX-6069 In zake : Kristian SANDERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Verbist kantoor houdend te Antwerpen Graaf van Hoornestraat 34 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrick Peeters en Jens Mosselmans kantoor houdend te Brussel Terhulpsesteenweg 120 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : Mireille ALBRECHT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Antoon Lust kantoor houdend te Brugge Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 12 september 2008, strekt tot de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 7 juli 2008 waarbij Mireille Albrecht benoemd wordt tot gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Gent, van de daarin besloten weigering om Kristian Sanders in dat ambt te benoemen en van het ministerieel besluit van 7 juli 2008 waarbij de standplaats van het kantoor van Mireille Albrecht in de stad Eeklo wordt vastgelegd. IX-6069-1/17 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 5 november
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 september
- Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Pieter Thomaes, die loco advocaat Stijn Verbist verschijnt voor de verzoeker, advocaat Jens Mosselmans, die loco advocaat Patrick Peeters verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Antoon Lust, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten en reglementair kader 3.
- Met een bericht in het Belgisch Staatsblad van 2 februari 2007 wordt een betrekking van gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Gent vacant verklaard. IX-6069-2/17 Kristian Sanders, de verzoeker in deze zaak, dient hiervoor zijn kandidatuur in op 28 februari
- De tussenkomende partij, Mireille Albrecht, doet dit op 19 februari
- In totaal stellen er zich 24 personen kandidaat voor deze betrekking. 3.
- Op 16 april 2007 rangschikt de raad van de arrondissementskamer van gerechtsdeurwaarders (hierna : de arrondissementskamer) van het gerechtelijk arrondissement Gent de kandidaten. De verzoeker wordt op een derde plaats gerangschikt met 36,10 punten. De verzoeker verzet zich bij aangetekende brief van 3 mei 2007 tegen dit advies; hij wordt gehoord op 23 mei
- Op 23 mei 2007 brengt de arrondissementskamer definitief advies uit maar wijzigt haar opstelling niet. De rangschikking van de verzoeker is gesteund op volgende overwegingen : “Voormelde kandidaat voldoet aan de wettelijke benoemingsvoorwaarden en heeft tijdig overlegging gedaan van de wettelijk vereiste bescheiden. Die stukken maken deel uit van het dossier dat door bemiddeling van de Heer Voorzitter van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders aan Mevrouw de Minister van Justitie wordt bezorgd. (...) De raad heeft voor de nuancering van haar advies ondermeer volgende zes criteria gehanteerd, waarover zij meent objectief te kunnen oordelen:
- anciënniteit in hoedanigheid van kandidaat-gerechtsdeurwaarder, dit wil zeggen voldaan hebben aan alle vereisten zoals bepaald in art. 510 & 511 van het Ger. W. (‘onderbrekingen’ moeten in min geteld worden - dit wil zeggen : niet meer actief zijn in de specifieke beroepsactiviteiten van de gerechtsdeurwaarder) - rangschikking van 23 naar 1
- territoriaal gebonden aan het gerechtelijk arrondissement Gent, dit wil zeggen zijn/haar woonplaats hebben in het gerechtelijk arrondissement Gent, woonplaats in de betekenis zoals bepaald in art. 36 lid 1 van het Ger. W. - 2 punten extra
- beroepservaring in het gerechtelijk arrondissement Gent, dit wil zeggen werkzaam op een gerechtsdeurwaarderskantoor in het gerechtelijk arrondissement Gent en/of optredend als plaatsvervangend gerechtsdeur- waarder van een gerechtsdeurwaarder van het gerechtelijk arrondissement Gent - te rekenen per dag - 0 tot 14 punten
- beroepshalve vast verbonden met het kantoor van de gerechtsdeurwaarder wiens plaats is vrijgekomen - 5 punten extra
- adviezen & referenties waaruit de beroepsbekwaamheid en de verdiensten van de kandidaat-gerechtsdeurwaarder blijkt - met evaluatie na persoonlijk interview met de kandidaat - 0 tot 10 punten IX-6069-3/17 Aangezien deze kandidaat op 02.02.2007 een effectieve anciënniteit van kandidaatgerechtsdeurwaarder heeft van : 11 jaar, 10 maand en 02 dagen. De kandidaat heeft zijn woonplaats binnen het arrondissement Gent. Hij heeft beroepservaring in het gerechtelijk arrondissement Gent. Hij heeft GEEN binding met het kantoor van de gerechtsdeurwaarder wiens plaats is vrijgekomen. Dat uit de overgelegde attesten van stagemeesters, titularissen en/of Syndici blijkt dat : . aan betrokken kandidaat geen enkele tuchtstraf werd opgelegd gedurende de hele periode van zijn hoedanigheid van kandidaat-gerechtsdeurwaarder . de kandidaat zijn stage onberispelijk doorlopen heeft en tal van positieve adviezen van stagemeesters, Syndici en titularissen kan voorleggen. Dat de kandidaat, naar aanleiding van het interview met de Raad op 16.04.2007, verschenen is. Dat uit deze ontmoeting en voorgelegde stukken blijkt als volgt : Mr. Kristian Sanders is een kandidaat met ruime ervaring zowel qua kantooradministratie als bij het betekenen van exploten. Hij is reeds jaren werkzaam in het gerechtelijk arrondissement Gent. Hij is een ernstig, ervaren en degelijk kandidaat. Om al deze redenen, de Raad, samengesteld als bovenvermeld, geeft aan kandidaat SANDERS Kristiaan de volgende puntenquotering . anciënniteit als kandidaat-gerechtsdeurwaarder 21,00 punten . territoriaal gebonden aan het arrondissement Gent 2,00 punten . beroepservaring in het arrondissement Gent 5,60 punten . beroepshalve vast verbonden met het kantoor van de 0,00 punten boventallige titularis . beroepsbekwaamheid op basis van voorgelegde attesten - 7,50 punten na persoonlijk interview ---------------- . totaal 36,10 punten Bijgevolg adviseert de Raad van de Arrondissementskamer van Gerechtsdeur- waarders van Gent, dat kandidaat SANDERS Kristiaan gerangschikt wordt als 3e kandidaat met 36,10 punten voor de vacante plaats waarvoor 23 kandidaten zich aangemeld hebben.” 3.
- De tussenkomende partij wordt op de tweede plaats gerangschikt met 43,64 punten. Deze rangschikking is gesteund op dezelfde beoordelingscriteria als deze gehanteerd voor de adviesverlening over de verzoeker en bevat dan volgende motieven: IX-6069-4/17 “Aangezien deze kandidaat op 02.02.2007 een effectieve anciënniteit van kandidaat- gerechtsdeurwaarder heeft van : 11 jaar, 10 maand en 02 dagen. De kandidaat heeft haar woonplaats binnen het arrondissement Gent. Zij heeft beroepservaring uitsluitend in het gerechtelijk arrondissement Gent. Zij heeft GEEN binding met het kantoor van de gerechtsdeurwaarder wiens plaats is vrijgekomen. Dat uit de overgelegde attesten van stagemeesters, titularissen en/of Syndici blijkt dat : . aan betrokken kandidaat geen enkele tuchtstraf werd opgelegd gedurende de hele periode van haar hoedanigheid van kandidaat-gerechtsdeurwaarder . de kandidaat haar stage onberispelijk doorlopen heeft en tal van positieve adviezen van stagemeesters, Syndici en titularissen kan voorleggen. Dat de kandidaat, naar aanleiding van het interview met de Raad op 16.04.2007, verschenen is. Dat uit deze ontmoeting en voorgelegde stukken blijkt als volgt : Mevr. Mireille Albrecht een kandidate is met een lange en rijke ervaring, uitsluitend in het gerechtelijk arrondissement Gent, zowel qua kantoororganisa- tie als het betekenen van exploten. Zij is een ernstige en plichtsbewuste kandidate. Om al deze redenen, de Raad, samengesteld als bovenvermeld, geeft aan kandidaat ALBRECHT Mireille de volgende puntenquotering : . anciënniteit als kandidaat-gerechtsdeurwaarder 21,00 punten . territoriaal gebonden aan het arrondissement Gent 2,00 punten . beroepservaring in het arrondissement Gent 14,00 punten . beroepshalve vast verbonden met het kantoor van de 0,00 punten boventallige titularis . beroepsbekwaamheid op basis van voorgelegde attesten - 6,64 punten na persoonlijk interview ---------------- . totaal 43,64 punten Bijgevolg adviseert de Raad van de Arrondissementskamer van Gerechtsdeur- waarders van Gent, dat kandidaat ALBRECHT Mireille gerangschikt wordt als 2e kandidaat met 43,64 punten voor de vacante plaats waarvoor 23 kandidaten zich aangemeld hebben.” 3.
- De procureur des Konings verleent op 22 mei 2007 een “gunstig advies” voor zowel de verzoeker als voor de tussenkomende partij. IX-6069-5/17 De procureur-generaal bij het hof van beroep te Gent verleent op 29 mei 2007 voor beiden eveneens een “gunstig advies”. 3.
- Bij koninklijk besluit van 7 juli 2008 wordt de tussenkomende partij benoemd. Dit benoemingsbesluit bevat volgende motieven: “Overwegende dat vierentwintig kandidaten gepostuleerd hebben voor het vacante ambt; Overwegende dat de heren De Lombaert Geert en Baele Geert benoemd zijn tot gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Gent, respectievelijk bij koninklijk besluit van 25 februari 2007 en 21 april 2007; Overwegende dat de heer Sas William in aanmerking komt voor een benoeming als gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Turnhout, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 30 november 2007; Overwegende dat mevr. Albrecht Mireille als beste gerangschikt wordt op basis van volgende criteria : - mevr. Albrecht Mireille telt een globale ervaring van meer dan vijftien jaar, vermits zij haar stage begonnen is op 4 januari 1993; - zij heeft deze ervaring verworven uitsluitend binnen het gerechtelijk arrondissement Gent waardoor zij van de vierentwintig kandidaten diegene is met de langste en grootste ervaring in het arrondissement Gent; - bovendien is zij als enige kandidaat gedurende twaalf jaar opgetreden als plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder eveneens uitsluitend in het arrondis- sement Gent; Overwegende dat zij zeer vertrouwd is met het arrondissement Gent omdat zij er reeds vijftien jaar werkt, diverse plaatsvervangingen heeft gedaan en er bovendien haar stage heeft gelopen; Overwegende dat zij volgens een puntenquotering van de arrondissements- kamer der gerechtsdeurwaarders van Gent als tweede kandidaat wordt gerangschikt; dat de eerste gerangschikte kandidaat, Baele Geert, reeds benoemd is tot gerechtsdeurwaarder en zij dus ook voor de arrondissementska- mer als beste kandidaat gerangschikt wordt; Overwegende dat de adviezen van de procureur-generaal bij het hof van beroep te Gent en de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent gunstig zijn; Overwegende dat de mevr. Albrecht Mireille aan alle wettelijke benoe- mingsvoorwaarden voldoet; Overwegende dat op grond van anciënniteit en ervaring binnen het arrondissement Gent, de streekgebondenheid en de adviezen, mevr. Albrecht als de meest geschikte kandidate dient te worden weerhouden voor het ambt van gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Gent;” IX-6069-6/17 3.
- Dit besluit, dat het eerste voorwerp van het onderhavig beroep vormt, is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 14 juli
- Bij ministerieel besluit van 7 juli 2008 wordt bepaald dat het kantoor van de tussenkomende partij wordt gevestigd in Eeklo. Dit besluit, vormt het tweede voorwerp van het onderhavig beroep. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- De verwerende partij stelt dat het beroep niet ontvankelijk is in zoverre het gericht is tegen de in het bestreden besluit besloten weigering om de verzoeker te benoemen, aangezien de verwerende partij geen rechtsplicht had om de verzoeker te benoemen en in geval van vernietiging van het bestreden besluit, alsnog meerdere kandidaten in aanmerking komen voor de benoeming. Zij werpt desbetreffend een exceptie op. De verzoeker repliceert dat hij, wanneer de verwerende partij haar besluit correct zou motiveren, wel degelijk benoemd zou kunnen worden.
- Behalve indien een teleurgestelde kandidaat kan aantonen dat in hoofde van de overheid een rechtsplicht bestaat om hem te benoemen, kan een afzonderlijk beroep tegen de impliciete weigering om die kandidaat te benoemen in beginsel niet tot een ruimer herstel leiden dan het herstel dat voortvloeit uit de vernietiging van het besluit waarbij een concurrent is benoemd. De bewijslast terzake rust op de verzoeker. Noch uit de terzake geldende wetgeving, noch uit de door de verzoeker aangevoerde middelen blijkt evenwel dat te dezen een dergelijke rechtsplicht zou bestaan. Dat het bestuur op grond van de afweging van de titels en verdiensten van de verschillende kandidaten de verzoeker als de beste kandidaat zou kunnen rangschikken, is ook niet als zo een middel te beschouwen, aangezien ook dan het bestuur in de regel nog altijd discretionair kan beslissen om niet te benoemen. In beginsel heeft de verzoeker dan ook geen belang bij het beroep gericht tegen de impliciete weigering om hem tot gerechtsdeurwaarder te benoemen. IX-6069-7/17 Weliswaar kunnen er uitzonderlijke omstandigheden zijn die met zich brengen dat een verzoeker wel belang heeft bij het bestrijden van de impliciete beslissing om hem niet te benoemen. De verzoeker voert echter geen dergelijke omstandigheden aan. Uit het dossier blijkt ook niet dat dergelijke omstandigheden te dezen voorhanden zijn. De exceptie is gegrond.
- Het ministerieel besluit van 7 juli 2008 waarbij de standplaats van het kantoor van Mireille Albrecht wordt vastgelegd, vindt zijn enige en noodzakelij- ke rechtsgrond in het koninklijk besluit van 7 juli
- Het ministerieel besluit kan niet op zichzelf bestaan. Zijn lot is verbonden met dit van het koninklijk besluit van 7 juli
- V. Onderzoek van het eerste en het tweede middel Standpunt van de partijen
- De verzoeker voert in het eerste en het tweede middel de schending aan van de formele motiveringswet, van het gelijkheidsbeginsel en van een aantal beginselen van behoorlijk bestuur, met name het zorgvuldigheids-, het evenredigheids-, het redelijkheids- en het vertrouwensbeginsel. In het eerste middel stelt hij dat het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd is en dat het steunt op een onregelmatige rangschikking van de kandidaten door de arrondissementskamer. Deze rangschikking is onregelmatig omdat daarin onevenredig groot gewicht wordt gehecht aan de beroepservaring in het arrondissement Gent waardoor de andere criteria -waaromtrent de omzendbrief 116 van de minister van Justitie een redelijke weging vooropstelt- de facto buitenspel worden gezet en omdat er geen concrete vergelijking gemaakt werd tussen hemzelf en de tussenkomende partij en het verschil in rangschikking niet wordt verklaard. Aangezien de verzoeker voor het criterium “beroepsbekwaamheid op basis van de voorgelegde attesten en interview” een betere score behaalde dan de tussenkomende partij bestaat er geen objectieve grondslag om de tussenkomende partij boven hem te verkiezen. IX-6069-8/17 In het tweede middel stelt de verzoeker dat de kandidaten voor een benoeming vergeleken moeten worden op grond van objectieve, redelijke en pertinente criteria. De ervaring is een objectief criterium van onderscheid wanneer rekening gehouden wordt met de aard en de duur van de opgedane ervaring. In zijn geval heeft de arrondissementskamer hem op 26 april 2006 het maximum van de punten toegekend voor het criterium “ervaring en plaatsvervanging in het arrondisse- ment”; in een advies van 10 januari 2007 vermindert die waardering tot 3,5 op 5 en voor zijn kandidatuur in deze zaak is die waardering nogmaals verminderd tot 5,6 op
- Volgens hem mag de waardering van de beroepservaring in het arrondisse- ment niet uitsluitend gebeuren op grond van de actuele situatie -hij is nu minder dagen actief in het arrondissement- maar moet ook rekening gehouden worden met het verleden. De arrondissementskamer heeft overwogen dat hij een jarenlange ervaring in het arrondissement had, maar bedacht hem dan toch maar met een waardering van 40% van de punten, hetgeen tegenstrijdig is. Dat percentage klopt ook niet voor iemand met een activiteitsgraad van 5 dagen per week in het arrondissement. Hij voegt daaraan toe dat de onverklaarde wijzigingen in zijn scores betreffende het criterium “beroepservaring in het arrondissement” de indruk wekken dat het selectiecriterium wordt aangepast in functie van een a priori gewenste rangschikking van de kandidaten en dat aan het criterium een te groot gewicht wordt gehecht in het geheel zonder dat de opmerkelijke stijging van de relatieve waarde ervan gemotiveerd wordt.
- De verwerende partij antwoordt op het eerste middel dat in het bestreden besluit wel degelijk wordt uiteengezet waarom de tussenkomende partij de voorkeur gekregen heeft: zij heeft een globale ervaring van meer dan 15 jaar en zij heeft die ervaring uitsluitend in het arrondissement opgedaan; zij is de enige die gedurende 12 jaar plaatsvervangingen in het arrondissement gedaan heeft; de verzoeker heeft minder globale ervaring in het arrondissement, hij doet daar slechts sinds 1997 plaatsvervangingen en heeft niet de langste en grootste anciënniteit in het arrondissement. De verzoeker toont niet aan dat hij direct zichtbaar grotere aanspraken op de benoeming kan doen gelden. Het komt de benoemende overheid toe te oordelen aan welke criteria zij het grootste belang hecht bij de vergelijking van de kandidaten en hier is groot belang gehecht -maar geen onevenredig groot belang- aan de ervaring in het arrondissement, dat een criterium is dat verband houdt met de te begeven functie. De verwijzing door de verzoeker naar het advies van de arrondissementskamer, die de ervaring in het arrondissement op een puntenschaal van nul tot veertien punten heeft gequoteerd, toont niet aan dat de vooropgestelde IX-6069-9/17 criteria tot een kennelijk onaangepaste beoordeling geleid hebben. De verwijzing naar de circulaire 116 is voor dit geval niet relevant want de adviezen zijn voordien uitgebracht zodat de arrondissementskamer nog geen rekening kon houden met de daarin opgenomen wegingscoëfficiënten. Als antwoord op het tweede middel stelt de verwerende partij dat met het criterium “beroepservaring in het arrondissement” wordt gepeild naar de activiteiten van de kandidaten op het ogenblik dat de vacature wordt bekendge- maakt. Daarmee wordt voorkomen dat kandidaten hun activiteiten gaan opdrijven. Zij stelt voorts dat uit geen enkel stuk van het dossier blijkt dat de verzoeker vijf dagen per week werkzaam zou zijn in het arrondissement Gent; er blijkt integendeel wel uit dat hij slechts twee dagen per week in Gent werkzaam is en één dag om de twee weken optreedt als plaatsvervanger in Gentbrugge, terwijl de tussenkomende partij zeven dagen per week in het arrondissement werkzaam is. Om die reden heeft de tussenkomende partij het maximum van de punten gekregen. Wat de verschillen- de scores betreft die de verzoeker ter gelegenheid van verschillende sollicitaties verkregen heeft, stelt de verwerende partij dat hij, toen de vacature van 5 oktober 2006 aan de orde was, drie dagen per week verbonden was aan een kantoor in het arrondissement Gent en minstens één dag om de twee weken optrad als plaatsver- vanger in Gent; voor de vacature van 1 maart 2006 was de verzoeker vier dagen per week verbonden aan een kantoor in het arrondissement. Met andere woorden, bij die kandidaatstellingen had de verzoeker een hogere activiteitsgraad en dat verklaart waarom hij toen een hogere quotering kreeg.
- De tussenkomende partij stelt met betrekking tot het eerste middel dat de verzoeker zich niet ontvankelijk op de schending van de formele motiverings- plicht beroept, aangezien uit het besluit zelf blijkt waarom zij de voorkeur gekregen heeft op de verzoeker. Inhoudelijk stelt zij in essentie dat uit de adviezen van de arrondissementskamer blijkt dat de verzoeker een mindere score behaalt; er blijkt een duidelijke voorkeur uit voor haar, inzonderheid omdat zij uitsluitend haar ervaring opgedaan heeft in het gerechtelijk arrondissement Gent. Het besluit is genomen op basis van een goed en zorgvuldig samengesteld dossier. De tussenkomende partij betwist ook de ontvankelijkheid van het tweede middel omdat de verzoeker zelfs met een score 10 voor het criterium tewerkstelling in het arrondissement, haar nog niet voorgegaan zou zijn. Ten gronde stelt zij met de verwerende partij dat de verwijzing naar de datum van de vacature IX-6069-10/17 niet kennelijk onredelijk is en dat de verzoeker pas nadien plaatsvervangingen heeft gedaan. Zij voegt daaraan toe dat de arrondissementskamer bewust het aantal punten voor het criterium tewerkstelling in het arrondissement gewijzigd heeft teneinde het puntenaantal voor het criterium woonplaats te compenseren en om de plaatsver- vangingen gedurende het weekend te honoreren, hetgeen niet kennelijk onredelijk is. Het puntenaantal van de verzoeker wordt verklaard door het feit dat hij slechts gedurende drie dagen per week in het arrondissement werkt. Het vertrouwens- beginsel verhindert niet dat het bestuur lessen trekt uit het verleden en aldus zijn beoordelingscriteria voor de toekomst wijzigt zonder dat de burger zich kan beroepen op immobilisme van het bestuur of op een status quo.
- In zijn memorie van wederantwoord stelt de verzoeker dat het bestreden benoemingsbesluit niet formeel gemotiveerd is en dat de motieven ook inhoudelijk niet voldoen. Hij herhaalt dat niet blijkt dat zijn kandidatuur met de kandidatuur van de tussenkomende partij vergeleken werd. Hij benadrukt voorts dat het vergelijkingscriterium “werkzaam zijn in Gent” erop gericht is de vertrouwdheid van de kandidaten met de streek en de gebruiken aldaar na te gaan, zodat een jaar meer of minder ervaring niet van doorslaggevend belang kan zijn; integendeel, ook de ervaring buiten het arrondissement kan een belangrijke meerwaarde hebben. In die zin is het toekennen van 25,92% van de punten aan het criterium van de arrondissementsgebondenheid discriminerend voor de kandidaten van buiten het arrondissement. De verwerende partij heeft geen rekening gehouden met de opmerkingen die hij voor de arrondissementskamer naar voren gebracht heeft en zij heeft ook de feitelijke gegevens waarop zijn kandidatuur en die van de tussenk- omende partij steunde, niet goed bestudeerd, aangezien daaruit blijkt dat hijzelf en de tussenkomende partij ongeveer gelijkwaardige kandidaten zijn. Er is een kennelijk onredelijk besluit genomen doordat de verwerende partij het niet-bindend advies van de arrondissementskamer kritiekloos overgenomen heeft. De circulaire 116 is wel degelijk van toepassing op de onderhavige zaak in die zin dat erin wordt bepaald dat, wanneer de kandidaturen niet vergelijkbaar zijn, het dossier moet teruggestuurd worden naar de arrondissementskamer; dit is hier niet gebeurd. Het bestreden besluit steunt op het advies van de arrondissementskamer dat onwettig is omdat het steunt op onjuiste berekeningen en op een niet-consequente en niet- eenvormige puntentoekenning en omdat het criterium beroepservaring in Gent in korte tijd significant gewijzigd is. IX-6069-11/17 Over de ontvankelijkheid van het tweede middel stelt de verzoeker dat, moest de verwerende partij correct gehandeld hebben, hij een aanzienlijke kans had om benoemd te worden. Naar de inhoud toe stelt hij dat hij reeds vóór de vacantverklaring van het ambt gemachtigd was om plaatsvervangingen in Gent te doen en dat die plaatsvervangingen dan ook in rekening gebracht hadden moeten worden; het dossier toont ook niet aan waarom de tussenkomende partij voor dat criterium het maximum van de punten krijgt: zij werkt er vijf dagen per week en treedt gemiddeld twee weekends per maand op als plaatsvervanger zodat zij maximaal 12 punten had mogen krijgen.
- In haar laatste memorie stelt de verwerende partij nog dat zij in de bestreden beslissing een “doorgedreven vergelijking” doorgevoerd heeft van de titels en de verdiensten van de kandidaten en dat het advies van de arrondissements- kamer slechts in bijkomende orde in aanmerking genomen is. Zij herhaalt ook dat de circulaire 116 niet van toepassing is op de voorliggende benoemingsprocedure. Volgens haar doet, gelet op de eigen overwegingen gemaakt in het bestreden besluit, zelfs de vaststelling dat het advies van de arrondissementskamer onwettig zou zijn, niets af aan het feit dat de tussenkomende partij de meest geschikte kandidaat is voor het betrokken ambt, aangezien zij op elk vergelijkingscriterium beter scoort dan de verzoeker: - zij heeft dertien maanden anciënniteit méér; - de verzoeker heeft nooit voltijds in het arrondissement Gent gewerkt terwijl zij daar uitsluitend gewerkt heeft; - er is wel degelijk een reden om het puntensysteem te wijzigen, aangezien er nu ook rekening gehouden is met weekendvervangingen, waarvoor de verzoeker geen punten behaalt omdat hij in Veurne weekendvervangingen doet; - de betere quotering die de verzoeker bij eerdere sollicitaties behaalde voor het interview geeft hem geen recht op eenzelfde score bij latere interviews.
- In haar laatste memorie sluit de tussenkomende partij zich aan bij de stelling van de verwerende partij dat het bestreden besluit een eigen motivering bevat en dat bij een heroverweging de verzoeker nooit een hogere score kan behalen dan de tussenkomende partij. Zij betoogt ook nog dat er wel degelijk rekening gehouden is met de ervaring van de kandidaten in het verleden en dat de geringe score van de verzoeker verband houdt met het feit dat hij slechts twee dagen per week in Gent gewerkt heeft en één dag per twee weken plaatsvervangingen verricht heeft. IX-6069-12/17 Beoordeling
- De kritiek van de verzoeker betreft in wezen de beoordeling door de raad van de arrondissementskamer, waar deze de tussenkomende partij voor haar beroepservaring in het arrondissement Gent 14 punten op 14 gegeven heeft, terwijl hijzelf daarvoor slechts 5,6 punten behaalde, evenals de daarbij aansluitende beoordeling in het bestreden besluit dat de tussenkomende partij de voorkeur krijgt wegens haar grotere ervaring in het arrondissement Gent. Hij voert aan dat het bestreden besluit hem niet toelaat uit te maken waarom hij voor de tussenkomende partij moet onderdoen en dat de ervaring in het arrondissement geen reden kan zijn om aan zijn aanspraken voorbij te gaan. Hij betwist aldus de beoordeling van de kandidaturen door het bestuur. Die beoordeling behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de adviserende en de benoemende overheid. Ingeval het bestreden besluit vernietigd wordt wegens de onregelmatigheid van deze appreciatie, zal de beoordeling van de kandidaturen overgedaan moeten worden met inachtneming van de overwegingen van het annulatiearrest. De Raad van State kan niet vooruitlopen op het resultaat van die beoordeling, die voor de verzoeker gunstig kan zijn. De excepties worden verworpen.
- In het bestreden besluit wordt uiteengezet waarom de tussen- komende partij de voorkeur heeft gekregen op de andere kandidaten: zij is als beste -beter dan de verzoeker- gerangschikt omdat zij een “globale ervaring van meer dan 15 jaar” heeft, omdat zij die ervaring “uitsluitend binnen het gerechtelijk arrondisse- ment Gent verworven heeft” en zij daarmee de kandidaat is “met de langste en grootste ervaring in het arrondissement Gent” en omdat zij “bovendien” als enige kandidaat kan bogen op plaatsvervangingen gedurende twaalf jaar, “eveneens uitsluitend in het arrondissement Gent”. Het decisief criterium voor de voorkeur voor de tussenkomende partij op de verzoeker ligt derhalve in haar betere beoordeling voor het criterium “beroepservaring in het arrondissement”. Ook de arrondissementskamer had de kandidatuur van de tussenkomende partij verkozen boven deze van de verzoeker. Haar voorkeur is weliswaar ruimer ingebed en steunt aldus op de globale beoordeling van de kandidaten met inachtneming van vijf criteria en hun quotering voor elk van deze criteria op een puntenschaal met een maximum van 54 punten -waarop de verzoeker IX-6069-13/17 36,10 punten en de tussenkomende partij 43,64 punten behaalde-, maar uit de relatieve waarde van de verschillende beoordelingscriteria blijkt duidelijk dat de arrondissementskamer decisief belang gehecht heeft aan de beroepservaring in het arrondissement Gent, waaraan 14 punten op 54 toegekend zijn. En precies op dat punt heeft de kamer dan de verzoeker en de tussenkomende partij duidelijk van elkaar onderscheiden: de tussenkomende partij krijgt het maximum van de punten -14 op 14- en laat de verzoeker daarmee -5,6 op 14- ver achter zich. Dat de arrondissementskamer bij het formuleren van zijn advies decisief belang gehecht heeft aan het criterium van de beroepservaring in het arrondissement blijkt ook uit de motivering waarmee zij de punten van de kandidaten verantwoord heeft: voor de tussenkomende partij wordt verwezen naar haar “uitsluitende” beroepservaring in het arrondissement Gent en voor de verzoeker wordt gesteld dat hij “reeds jaren werkzaam is in het gerechtelijk arrondissement”. Er wordt aldus geen aandacht besteed aan de nochtans significant betere uitslag van de verzoeker op het criterium “beroepsbekwaamheid op basis van attesten en na persoonlijk interview”: 7,50 op 10 voor de verzoeker; 6,64 op 10 voor de tussenkomende partij.
- Het beoordelingscriterium van de beroepservaring in het arrondissement waar de vacature zich voordoet is een objectief criterium dat bij de beoordeling van de kandidaten betrokken kan worden. De specifieke vereisten voor de uitoefening van het beroep in een bepaald arrondissement -kennis van procedures die in een bepaald arrondissement meer dan elders toegepast worden; kennis van de plaatselijke reglementen en onderrichtingen; gebruiken in de omgang met collega’s en de gerechtelijke instanties- rechtvaardigen dat het criterium een rol speelt bij de beoordeling, zich voegend bij de beoordeling van de algemene beroepsbekwaam- heid. Laat het bestuur dit criterium evenwel zonder meer primeren op de criteria die in het algemeen de bekwaamheid van de kandidaten moeten bewijzen, dan schiet het zijn doel voorbij en bestaat geen objectieve verantwoording meer voor het onderscheidingscriterium. Een overheersend belang toekennen aan dergelijk beoordelingscriterium zonder dat daarvoor een deugdelijke reden bestaat, leidt aldus tot een buitenproportionele en derhalve onaanvaardbare benadeling van de kandidaten die deze ervaring niet bezitten.
- Te dezen heeft de arrondissementskamer in haar puntenstructuur aan de ervaring in het arrondissement Gent een belangrijke plaats toebedeeld: 14 punten op
- Het groot gewicht van het onderscheidingscriterium -het is aldus belangrijker dan de beoordeling van de beroepsbekwaamheid van de kandidaten op IX-6069-14/17 grond van de voorgelegde stukken en het interview- wordt evenwel niet verant- woord geargumenteerd. Dat groot gewicht ligt ook niet in het verlengde van de voorheen door de kamer gehanteerde praktijk, nu uit de door de verzoeker overgelegde stukken blijkt dat bij twee recente vacatures slechts 5 punten op een totaal van 67 respectievelijk 60 punten aan het criterium werden toegekend. Ook in het benoemingsbesluit neemt de verwerende partij, in het verlengde van de gedachtegang opgezet door de arrondissementskamer, de ervaring van de tussenkomende partij in het arrondissement als het decisief beoordelings- criterium aan, maar ook daar wordt het belang van het specifiek criterium niet onderbouwd. Het noodzakelijk bewijs dat het bestuur goede redenen had om bij de beoordeling van de kandidaturen overwegend belang te hechten aan het criterium van de ervaring in het arrondissement, ligt niet voor. De verwerende partij kon daarin dan ook geen deugdelijke grondslag vinden om de tussenkomende partij te benoemen.
- In de mate de verwerende partij dan toch redenen had om de ervaring in het arrondissement als een beoordelingscriterium bij de afweging van de kandidaten te betrekken -met name als een specifiek aspect van de beroepsbekwaamheid-, stelt de Raad van State vast dat de arrondissementskamer in haar advies over de verzoeker stelt dat hij “beroepservaring heeft in het gerechtelijk arrondissement Gent” en “reeds jaren werkzaam (is) in het gerechtelijk arrondisse- ment Gent”, wat niet anders kan begrepen worden dan dat de verzoeker de werking ter plaatse voldoende kent. Van de tussenkomende partij wordt gesteld dat zij haar “lange en rijke” ervaring “uitsluitend in het gerechtelijk arrondissement Gent” opgedaan heeft en de benoemende overheid zelf laat ook dat gegeven in het bestreden besluit doorspelen. De verwijzing naar de exclusieve tewerkstelling in het arrondisse- ment bewijst evenwel op zich niet dat de tussenkomende partij meer geschikt is dan de verzoeker, die ook reeds jaren in het arrondissement werkt. Bij ontstentenis van aanwijzingen dat de “uitsluitende” ervaring in het arrondissement toch nog in het voordeel van de tussenkomende partij een bepaalde meerwaarde opgeleverd heeft die de verzoeker tijdens zijn jarenlange tewerkstelling niet heeft kunnen verkrijgen, kan die verwijzing naar de opgedane ervaring in het arrondissement dan ook geen IX-6069-15/17 deugdelijke grondslag zijn om de voorkeur voor de tussenkomende partij te verantwoorden. In ieder geval kan er geen enkel objectieve reden worden bedacht om, zoals de verwerende partij in haar memorie van antwoord aangeeft, de beoordeling van de beroepservaring in het arrondissement toe te spitsen op de vergelijking van de activiteiten - in termen van kwantiteit- van de kandidaten op de datum van de bekendmaking van de vacature. Beroepservaring wordt niet afgemeten aan een tewerkstelling op een bepaald ogenblik, maar in functie van de werkzaam- heden die in het verleden zijn uitgevoerd.
- Blijkens de overwegingen van het advies van de arrondissements- kamer en van het bestreden besluit is de voorkeur voor de tussenkomende partij volledig gesteund op haar ervaring in het arrondissement. Er werd aldus geen aandacht geschonken aan de waardering van de beide kandidaten voor het beoordelingscriterium “beroepsbekwaamheid op basis van attesten en interview”, waarop de verzoeker 7,5 punten op 10 behaalde en de tussenkomende partij 6,
- Dat gegeven, dat in de vergelijking van de beide kandidaten duidelijk in het voordeel van de verzoeker speelde, is noch door de arrondissementskamer, noch door de benoemende overheid in haar beraadslaging betrokken. Wat dat betreft stelt de verzoeker dan ook terecht dat zijn kandidatuur niet deugdelijk met deze van de tussenkomende partij vergeleken werd.
- Het eerste en het tweede middel zijn in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt: - het koninklijk besluit van 7 juli 2008 waarbij Mireille Albrecht benoemd wordt tot gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Gent; - het ministerieel besluit van dezelfde datum waarbij de standplaats van het kantoor van Mireille Albrecht in Eeklo wordt gevestigd. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige. IX-6069-16/17
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde besluiten.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 11 oktober 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-6069-17/17 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.048 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div