id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.051 Rolnummer: A. 192237/IX-6323 Zaak: Arrest 208051 - Wegverkeer van goederen - 11/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-21 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:15 Fiche Arrest nr 208.051 van 11 oktober 2010 Economische zaken - Wegverkeer van goederen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 208.051 van 11 oktober 2010 in de zaak A. 192.237/IX-6323 In zake :
- Dieter POLLEFEYT
- Koen VERVAEKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frederik Vanden Bogaerde kantoor houdend te Kortemark Torhoutstraat 10 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering dat woonplaats kiest bij het Agentschap Wegen en Verkeer gevestigd te Brussel Koning Albert II-laan 20, bus 4 --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 16 april 2009, strekt tot de nietigverkla- ring van de beslissing van 16 februari 2009 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur waarbij aan Dieter POLLEFEYT een administratieve geldboete wordt opgelegd van 4.125 euro wegens beschadiging van het wegdek door overlading van een voertuig en waarbij Koen VERVAEKE burgerrechtelijk aansprakelijk wordt gesteld voor de betaling van die boete. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. IX-6323-1/8 De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 september
- Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. Advocaat Frederik Vanden Bogaerde, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en adjunct van de directeur Koenraad Van Schoren, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 5 mei 2008 werd een vrachtwagen met oplegger, bestuurd door de eerste verzoeker voor rekening van de BVBA Koen Vervaeke, waarvan de tweede verzoeker zaakvoerder is, door de federale politie gecontroleerd op de autoweg A11-E37 te Zelzate. Bij weging werd een overlading vastgesteld op de tweede as van de trekker van 3.588 kg of 29,9 %. Er werd proces-verbaal opgesteld wegens inbreuk op artikel 56 van het decreet van 19 december 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 (hierna afgekort: “Aslastende- creet”). 3.
- Op 16 juni 2008 besliste de procureur des Konings te Gent dat geen strafvervolging zou worden ingesteld. 3.
- Op 13 augustus 2008 besliste de wegeninspecteur-controleur aan de eerste verzoeker een administratieve geldboete van 4.125 euro op te leggen en de tweede verzoeker burgerrechtelijk aansprakelijk te stellen voor de betaling van IX-6323-2/8 die administratieve geldboete. Deze beslissing werd dezelfde dag aan de verzoekers ter kennis gebracht. 3.
- Op 19 augustus 2008 werd namens de eerste en tweede verzoeker, door hun raadsman, overeenkomstig artikel 60, § 2, van het Aslastendecreet verzet aangetekend tegen die beslissing. Op 23 september 2008 werden zij, vertegenwoordigd door hun raadsman, door de wegeninspecteur-controleur gehoord. De verzoekers dienen via hun raadsman op dezelfde datum een “conclusie in verzet” in. 3.
- Op 8 oktober 2008 bevestigde de wegeninspecteur-controleur zijn beslissing om aan de eerste verzoeker een administratieve geldboete van 4.125 euro op te leggen. De wegeninspecteur-controleur besliste echter om niet de tweede verzoeker, maar wel de BVBA Koen Vervaeke burgerrechtelijk aansprakelijk te stellen voor de betaling van die administratieve geldboete. Die wijziging werd door de wegeninspecteur-controleur in zijn beslissing als volgt verantwoord: “Verzoekers merken op dat niet dhr. Koen Vervaecke persoonlijk, maar wel de BVBA Koen Vervaecke burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de overtreder; Dhr. Koen Vervaecke heeft evenwel, in de bij het proces-verbaal gevoegde vragenlijst, verklaard burgerrechtelijk aansprakelijk te zijn voor de overtreder; De wegeninspecteur-controleur, is dan ook te goeder trouw en op basis van het dossier er van uitgegaan dat dhr. Koen Vervaecke burgerrechtelijk aansprake- lijk was voor de overtreder; Er wordt nu pas voor de eerste maal akte genomen van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de BVBA Koen Vervaecke.” 3.
- Met een aangetekende brief van 27 oktober 2008 werd namens de BVBA Koen Vervaeke en de eerste verzoeker tegen deze beslissing beroep ingesteld bij de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur. Op 10 december 2008 had een hoorzitting plaats. De verzoekers dienen op voornoemde datum, via hun raadsman een “conclusie in beroep” in, namens huidige verzoekers en dus niet namens de BVBA Koen Vervaeke. IX-6323-3/8 3.
- Op 16 februari 2009 besliste de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur om aan de eerste verzoeker een administra- tieve geldboete van 4.125 euro op te leggen en om niet de BVBA Koen Vervaeke, maar wel de tweede verzoeker burgerrechtelijk aansprakelijk te stellen voor de betaling van die administratieve geldboete. Dit is de bestreden beslissing. Met een aangetekende brief van 20 februari 2009 werd die beslissing toegezonden aan de raadsman van de verzoekers. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft laattijdig haar memorie van antwoord en het administratief dossier ingediend. Overeenkomstig artikel 21, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State worden de door de verzoekers aangehaalde feiten als bewezen geacht, tenzij deze feiten kennelijk onjuist zijn. Overeenkomstig artikel 21, vijfde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State wordt de memorie van antwoord ambtshalve uit de debatten geweerd. V. Onderzoek van de middelen Zesde middel Standpunt van de partijen
- In een zesde middel voeren de verzoekers de schending aan van artikel 59, § 5, van het Aslastendecreet en van de rechten van verdediging. Zij betogen dat de tweede verzoeker in de bestreden beslissing burgerrechtelijk aansprakelijk wordt gesteld voor de betaling van de administratieve geldboete, terwijl hij niet in de procedure betrokken was, niet was uitgenodigd en niet werd gehoord. IX-6323-4/8 Bovendien merken zij op dat de tweede verzoeker niet de werkgever is van de eerste verzoeker, zodat hij niet burgerrechtelijk aansprakelijk kon worden gesteld. Blijkbaar bestond er verwarring tussen de BVBA Koen Vervaeke en de tweede verzoeker. Volgens de verzoekers dient de bestreden beslissing in ieder geval te worden vernietigd in zoverre de tweede verzoeker burgerrechtelijk aansprakelijk wordt gesteld.
- In haar laatste memorie voert de verwerende partij aan dat de bestreden beslissing op 20 februari 2009 verstuurd is naar de gekozen woonplaats van de overtreder en van de onderneming, zodat, in tegenstelling tot hetgeen in het auditoraatsverslag wordt voorgehouden, wel degelijk tijdig een beslissing ter kennis werd gebracht van de BVBA Koen Vervaeke. Het feit dat niet de BVBA Koen Vervaeke, maar wel de tweede verzoeker in die beslissing burgerrechtelijk aansprakelijk wordt gesteld voor de betaling van de boete, doet hieraan geen afbreuk volgens de verwerende partij, daar de tweede verzoeker in graad van beroep geen woonplaatskeuze heeft gedaan bij de raadsman van de BVBA Koen Vervaeke en niet in kennis werd gesteld van de bestreden beslissing. De administratieve geldboete zou dan ook niet vervallen zijn ten opzichte van de verzoekers. De verwerende partij is van mening dat de bestreden beslissing enkel kan worden vernietigd in zoverre de tweede verzoeker burgerrechtelijk aansprakelijk wordt gesteld, maar niet in zoverre een administratieve geldboete wordt opgelegd aan de eerste verzoeker. De burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de BVBA Koen Vervaeke vloeit volgens de verwerende partij automatisch voort uit artikel 59, § 5, van het Aslastendecreet. De BVBA Koen Vervaeke ontkent immers niet dat zij overeenkomstig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is voor de eerste verzoeker. Het Aslastendecreet vereist niet dat de beslissing expliciet vermeldt wie burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de betaling van de administratieve geldboete, daar het decreet zelf dit uitdrukkelijk regelt, aldus de verwerende partij. Beoordeling
- In haar laatste memorie betwist de verwerende partij niet dat de tweede verzoeker niet burgerrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de IX-6323-5/8 betaling van de administratieve geldboete. Volgens de verwerende partij kan dit echter niet leiden tot de volledige vernietiging van de bestreden beslissing, omdat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de BVBA Koen Vervaeke automatisch voortvloeit uit artikel 59, § 5, van het Aslastendecreet. Artikel 59, § 5, van het Aslastendecreet luidt als volgt : “De onderneming is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete opgelegd aan de personen voor wie ze overeenkom- stig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is.” De zienswijze van de verwerende partij kan niet gevolgd worden. Artikel 60, § 1, eerste lid, van het Aslastendecreet bepaalt immers dat de wegeninspecteur-controleur in voorkomend geval eveneens de onderneming in kennis dient te stellen van de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete en haar dient te wijzen op haar burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor de betaling van de administratieve geldboete. Zowel de overtreder als de onderne- ming kan verzet aantekenen tegen de beslissing van de wegeninspecteur-controleur en vervolgens in beroep gaan bij de Vlaamse regering. De burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de onderneming vloeit dus niet automatisch voort uit artikel 59, § 5, van het Aslastendecreet. De onderneming dient, zoals trouwens de praktijk is van de verwerende partij, in de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete uitdrukkelijk aansprakelijk te worden gesteld voor de betaling van de administratieve geldboete.
- Uit het administratief dossier blijkt dat de raadsman van de verzoeker op 27 oktober 2008 beroep aantekende, namens de eerste verzoeker en de BVBA Koen Vervaeke tegen de beslissing op verzet van 8 oktober 2008 van de wegeninspecteur-controleur. Op 3 november 2008 nodigde de verwerende partij de verzoekers uit op de hoorzitting van 10 december
- De BVBA Koen Vervaeke werd bijgevolg niet uitgenodigd op deze hoorzitting. De raadsman van de verzoekers legt op de zitting van 10 december 2008 een conclusie neer voor de huidige verzoekers, die woonplaatskeuze deden bij hun raadsman. IX-6323-6/8 Op 16 januari 2009 komt de thans bestreden beslissing tussen. Zij wordt verstuurd op 20 februari 2009 naar het advocatenkantoor waar de huidige verzoekers keuze van woonplaats deden. Het staat bijgevolg vast dat de BVBA Koen Vervaeke geen procespartij was in graad van beroep en dat zij bijgevolg niet gehoord en evenmin vertegenwoordigd was. Bijgevolg is er geen beslissing van de verwerende partij ter kennis gebracht van de onderneming (de BVBA Vervaeke), die burgerlijk aansprakelijk is voor de betaling van de geldboete, binnen een termijn van vier maanden nadat het beroep is ingesteld, waardoor de administratieve geldboete stilzwijgend vervalt, overeenkomstig het laatste lid van artikel 60, § 3, van het Aslastendecreet. De termijn van vier maanden waarbinnen de beslissing van de verwerende partij aan de overtreder of de onderneming moet worden ter kennis gebracht is een vervaltermijn, waarbij het duidelijk de bedoeling was van de decreetgever om in het kader van de rechtszekerheid de mogelijkheid tot het opleggen van een administratieve geldboete strikt te beperken in de tijd. Omwille van het openbare orde karakter, kan van die termijn niet worden afgeweken. De schending van artikel 60, § 3, laatste lid, van het Aslasten- decreet door de verwerende partij, voor wat de burgerlijk aansprakelijke partij betreft, brengt mee dat de administratieve geldboete tevens vervalt ten opzichte van de eerste verzoeker. Het tegendeel aannemen betekent immers dat de eerste verzoeker, als gevolg van een vergissing van de verwerende partij, met name de tweede verzoeker als burgerlijk aansprakelijke partij oproepen, zelf voor de betaling van de administratieve geldboete zou moeten instaan. Het middel is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van 16 februari 2009 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur IX-6323-7/8 waarbij aan Dieter POLLEFEYT een administratieve geldboete wordt opgelegd van 4.125 euro wegens beschadiging van het wegdek door overlading van een voertuig en waarbij Koen VERVAEKE burgerrechtelijk aansprakelijk wordt gesteld voor de betaling van die boete.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 11 oktober 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-6323-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.051 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.