← België

Arrest 208100 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 12/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.100 Rolnummer: A. 197394/XII-6348 Zaak: Arrest 208100 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 12/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-20 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 05:16 Fiche Arrest nr 208.100 van 12 oktober 2010 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 208.100 van 12 oktober 2010 in de zaak A. 197.394/XII-6348 In zake: Judo KAERTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Ryckalts kantoor houdend te Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: VIVAQUA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bruno Lombaert en Leopold Schellekens kantoor houdend te 1000 Brussel Loksum 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 13 augustus 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van: “- De beslissing van de Raad van Zaakvoerders van Vivaqua dd. 15 juni 2010 [...] waarbij wordt beslist: ‘Aan de Raad van Bestuur voor te stellen de heer Judo Kaerts, Ingenieur-Directeur, op rust te stellen vanaf 1 januari 2011’ [...]. - De beslissing van de Raad van Bestuur van Vivaqua dd. 23 juni 2010 [...]: ‘De heer Judo Kaerts, Ingenieur-directeur, 63 jaar oud en ruim 37 jaar dienst tellend, heeft gevraagd om op 1 december 2009 te worden gepensioneerd. Deze aanvraag kan slechts in aanmerking worden genomen als ze uitwerking heeft op 1 januari 2011’”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een verslag opgesteld. XII-6348-1\5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 september
  3. Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Johan Geerts, die loco advocaat Thomas Ryckalts verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Evelien De Raeymaecker, die loco advocaat Bruno Lombaert verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verwerende partij wordt er op 21 december 2009 officieus -en met een brief van 29 december 2009 officieel- van ingelicht dat Ethias besliste om de voorwaarden voor de uitbetaling van de pensioenen van het Vivaquapersoneel, waartoe verzoeker behoort, te wijzigen en namelijk om met ingang van 1 januari 2010 de mogelijkheid af te schaffen om een deel van het pensioen uitbetaald te krijgen in de vorm van kapitaal.
  6. Met een brief van 28 december 2009 vraagt verzoeker dat de raad van zaakvoerders zijn pensionering zou goedkeuren met ingang van 1 december
  7. Verwezen wordt inzonderheid naar “de uitzonderlijke en drastische wijzigingen van de uitbetalingswijze van zijn pensioen met ingang van 1 januari 2010”. De raad van zaakvoerders stelt op 30 december 2009 vast dat de eventuele aanvragen van personeelsleden van niveau 1 niet ontvankelijk zijn. Die personeelsleden zouden hun aanvraag tot pensionering een jaar op voorhand moeten indienen. Met een brief van 30 december 2009 vraagt verzoeker dat de raad van bestuur zijn oppensioenstelling met ingang van 1 december 2009 goedkeurt. In de brief van 8 januari 2010 van de raad van zaakvoerders wordt daarop geantwoord XII-6348-2\5 met een verwijzing naar de vaststelling van 30 december 2009 “dat de eventuele aanvragen van beambten van niveau 1 niet ontvankelijk zijn”. De raad van bestuur keurt op 13 januari 2010 de beslissing van 30 december 2009 van de raad van zaakvoerders goed.
  8. Op 30 maart 2010 schrijft verzoeker aan de raad van bestuur dat deze, door zijn oppensioenstelling per 1 december 2009 te weigeren, verhinderd heeft dat hij de uitkering van zijn pensioen in kapitaal kon genieten. Hij verklaart een nieuwe aanvraag tot oppensioenstelling met ingang van 1 juni 2010 in te dienen, zonder afstand te doen van zijn eerdere aanvraag. De raad van zaakvoerders neemt op 2 april 2010 kennis van de brief en antwoordt op 6 april 2010 dat naar zijn oordeel de opzeggingstermijn van een jaar een aanvang heeft genomen op het ogenblik van verzoekers pensioenaanvraag van 28 december 2009 en dat, onder voorbehoud van de beslissing van de raad van bestuur, zijn pensioen zal ingaan op 1 januari
  9. Bij beslissing van 15 juni 2010 stelt de raad van zaakvoerders aan de raad van bestuur voor verzoeker vanaf 1 januari 2011 op rust te stellen. De raad van bestuur stelt verzoeker op 23 juni 2010 op pensioen vanaf 1 januari
  10. IV. Onderzoek van de vordering
  11. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  12. In het verzoekschrift wordt met betrekking tot de tweede grondvoorwaarde als eerste nadeel aangevoerd dat “wanneer verzoeker niet binnen korte termijn op pensioen wordt gesteld, deze alle kansen op een uitbetaling van zijn pensioen in kapitaal verliest”. XII-6348-3\5 Het is een nadeel waarvan verzoeker ter terechtzitting uitdrukkelijk meedeelt dat een schorsing geen remedie ervoor kan zijn. Waar een schorsing, die slechts voor de toekomst geldt, alleen zin heeft in zoverre ze de verzoekende partij kan behoeden voor het nadeel dat deze dreigt te lijden in afwachting van een uitspraak ten gronde, geeft verzoeker zo doende zelf te kennen dat het betrokken nadeel geen schorsing kan verantwoorden.
  13. In de tweede plaats doet verzoeker als nadeel gelden dat de bestreden beslissingen zijn pensionering onredelijk lang uitstelt: hij heeft maar één leven en de weigering om binnen een redelijke termijn op pensioen te worden gesteld wanneer hij dit verzoekt, doet afbreuk aan het leven dat hij na zijn pensionering wenst uit te bouwen. Het nadeel mist overtuigingskracht. Verzoeker heeft niet zijn pensioen aangevraagd omdat hij van zijn professionele besognes af wou en aan een leven als gepensioneerde toe was, maar uitsluitend en alleen om de uitbetaling van een deel van zijn pensioen in kapitaal veilig te stellen. Hij schrijft het zelf in zijn verzoekschrift (p. 14) -en de voorgeschiedenis van het verzoekschrift bevestigt het-: “de grief van verzoeker [komt] hierop neer dat hij zijn onmiddellijke oppensioenstelling vraagt om te kunnen genieten van een uitbetaling van zijn pensioen in kapitaal”. Met andere woorden valt het tweede nadeel direct en wezenlijk samen met het eerste nadeel dat hiervóór ontoereikend is beschouwd om een schorsing te wettigen.
  14. Samenvattend maakt verzoeker niet geloofwaardig ten gevolge van de bestreden beslissingen een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel te riskeren waarvoor de gevorderde schorsing hem kan behoeden. Daargelaten de -door verwerende partij betwiste- ontvankelijkheid van de vordering, is alleszins een van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. XII-6348-4\5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 12 oktober 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust XII-6348-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.100 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.215.981 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.