← België

Arrest 208129 - Natuurbehoud - Vergunningen - 14/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.129 Rolnummer: A. 135021/VII-29440 Zaak: Arrest 208129 - Natuurbehoud - Vergunningen - 14/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-25 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:16 Fiche Arrest nr 208.129 van 14 oktober 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 208.129 van 14 oktober 2010 in de zaak A. 135.021/VII-29.

  1. In zake: de NV SOCIÉTÉ DE RECHERCHES IMMOBILIÈRES (SRI) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michaël Boudry kantoor houdend te Sint-Pieters-Leeuw V. Nonnemanstraat 15 B bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Bergé kantoor houdend te Leuven Naamsestraat 165 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:
  2. de NV PROMAVIL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gauthier van Thuyne kantoor houdend te Brussel Tervurenlaan 268 A bij wie woonplaats wordt gekozen
  3. de OPENBARE VLAAMSE AFVALSTOFFEN- MAATSCHAPPIJ (OVAM) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter Luypaers en Hans-Kristof Carême kantoor houdend te Heverlee Industrieweg 4, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 4 april 2003, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 4 februari 2003 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (hierna : OVAM) van 28 juni 2002, houdende conformverklaring aan de bepalingen van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering (hierna : bodemsaneringsdecreet) van het VII-29.440-1/7 beschrijvend bodemonderzoek met als titel "Aanvulling beschrijvend bodemonderzoek : site Rittwegerlaan/Kerklaan 1830 Machelen", opgesteld onder leiding van de erkende bodemsaneringsdeskundige ERM Belgium voor de NV Promavil, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging
  5. Bij arrest nr. 131.542 van 18 mei 2004 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partijen hebben verzoekschriften tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 19 augustus
  6. De eerste tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Peter Sourbron heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De tussenkomende partijen hebben laatste memories ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 september
  7. Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pieter Callebaut, die loco advocaat Michaël Boudry verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Justin Simenon, die loco advocaat Jan Bergé verschijnt voor de verwerende partij, advocaat Gauthier van Thuyne, die verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en advocaat Hans-Kristof Carême, die verschijnt voor de tweede tussenkomende partij, zijn gehoord. VII-29.440-2/7 Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Feiten 3.
  9. De verzoekende partij is eigenaar van een aantal percelen grond gelegen aan de Rittwegerlaan 1 en 3 te Machelen, kadastraal gekend als eerste afdeling, sectie A, perceelnrs. 115 n, 116 f 3 en 344 h. Die percelen zijn door de verzoekende partij verhuurd geweest aan verscheidene andere vennootschappen die er hun exploitatie gevestigd hebben. Onder meer de eerste tussenkomende partij heeft tot 1997 op gedeelten van twee percelen een milieuvergunningsplichtige activiteit uitgeoefend. Bij besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 12 mei 2000 zijn de percelen aangewezen als historisch verontreinigde gronden waar bodemsanering moet plaatsvinden. 3.
  10. Tussen de verzoekende partij en de eerste tussenkomende partij wordt sinds lange tijd een procedureslag geleverd met als inzet hun respectieve verplichtingen in het kader van het bodemsaneringsdecreet. 3.
  11. Voorliggend geding kadert in de uitvoering van de aan de eerste tussenkomende partij opgelegde verplichting tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek. Nadat eerdere bodemonderzoeken niet conform werden verklaard en door de tweede tussenkomende partij een aantal aanvullende onderzoeks- verrichtingen werden opgelegd, verklaart deze laatste op 28 juni 2002 het beschrijvend bodemonderzoek dat de eerste tussenkomende partij door de erkend bodemsaneringsdeskundige ERM Belgium heeft laten opstellen conform aan de bepalingen van het bodemsaneringsdecreet "voor het vaste deel van de aarde tot stand gekomen op de gedeelten van de kadastrale percelen 344 h en 116 f 3 (gemeentenr. : 23047 MACHELEN, AFD 1, sectie A) waarop de nv Promavil VII-29.440-3/7 gebruiksrechten heeft gehad, en voor de grondwaterverontreiniging in zoverre (en in de mate dat) deze is afgeperkt in het voorliggend beschrijvend bodemonderzoek". In die beslissing tot conformverklaring overweegt de tweede tussenkomende partij evenwel : "Overwegende dat van de aanvullende onderzoeksverrichtingen, zoals opgelegd in de niet-conformverklaring van OVAM, slechts een gedeelte daadwerkelijk werd verricht; Overwegende dat niettegenstaande de herhaaldelijk opgelegde aanvullingen, het verslag van beschrijvend bodemonderzoek andermaal tekortkomingen bevat; dat de OVAM niet eindeloos deze carrousel van onvolledige bodemonderzoeken kan aanvaarden; dat de OVAM met eerbiediging van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, thans naar alle redelijkheid en zorgvuldigheid, beslist om een controle-onderzoek m.b.t. voormelde leemten in het beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren en op basis van dit onderzoek in voorkomend geval tot rechtzetting van voormelde leemten in het beschrijvend bodemonderzoek zal overgaan". Voorts wordt het volgende gesteld : "De OVAM beslist naar alle redelijkheid dat 10 % van de totale verontreinigingsvracht in het vaste deel van de aarde en 10 % van de totale verontreinigingsvracht in het grondwater, totstandgekomen op de percelen 344 h, 116 f 3 en 115 n als saneringsplicht aan de nv Promavil wordt toegewezen en de resterende 90 % als saneringsplicht wordt toegewezen aan de saneringsplichtige m.b.t. de gedeelten van de percelen 344 h en 116 f 3 waarop Promavil nooit gebruiksrechten heeft gehad en het perceel 115 n". 3.
  12. Op 2 augustus 2002 stelt de verzoekende partij bij de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw beroep in tegen het besluit van de tweede tussenkomende partij van 28 juni
  13. In het beroepschrift wordt aangevoerd dat artikel 10 van het bodemsaneringsdecreet niet toelaat dat de saneringsplicht wordt verdeeld tussen de exploitant en de eigenaar van de verontreinigde percelen, dat het ingediende beschrijvend bodemonderzoek conform werd verklaard terwijl het geen volledig beeld geeft van de bodemverontreiniging, dat het recht van verdediging en de hoorplicht zijn geschonden doordat haar niet de mogelijkheid werd geboden om te reageren op de verdeling van de saneringsplicht, dat uit de beroepen beslissing valt af te leiden dat de erkende bodemsaneringsdeskundige na het indienen van het beschrijvend bodemonderzoek nog een "nota van toelichting : potentiële verontreinigingsbronnen op de site Rittwegerlaan/Kerklaan te Machelen" aan de tweede tussenkomende partij heeft bezorgd terwijl het bodemsaneringsdecreet nergens voorziet in het indienen van dergelijk stuk, dat het beschrijvend bodemonderzoek dat de eerste tussenkomende partij heeft laten opstellen niet conform mocht worden verklaard omdat het "grote gebreken en hiaten" vertoont en VII-29.440-4/7 dat op meerdere punten de zorgvuldigheidsplicht werd geschonden. In fine van het beroepschrift vraagt de verzoekende partij om tijdens de beroepsprocedure gehoord te worden. 3.
  14. De tweede tussenkomende partij dient op 30 augustus 2002 een "verweernota" in bij de Adviescommissie Bodemsanering. 3.
  15. Vervolgens brengt de Adviescommissie Bodemsanering - de verzoekende partij niet gehoord - op 18 november 2002 advies uit over het ingestelde beroep. Er wordt voorgesteld om het beroep gegrond te verklaren en de beroepen beslissing dienvolgens op te heffen. De reden om het beroep gegrond te verklaren ligt in de volgende overweging besloten : "Overwegende dat artikel 14, § 3 Bodemsaneringsdecreet bepaalt dat de OVAM een conformiteitsattest toekent of aanvullende onderzoeksverrichtingen oplegt; dat het Bodemsaneringsdecreet niet voorziet dat zowel aanvullende onderzoeksverrichtingen opgelegd kunnen worden als een conformverklaring uitgesproken kan worden; dat artikel 14, § 3 Bodemsaneringsdecreet uitdrukkelijk bepaalt ... of ...; dat de OVAM dan ook niet kon conformverklaren en aanvullende onderzoeken opleggen; dat artikel 14, § 3 Bodem- saneringsdecreet niet correct werd toegepast". 3.
  16. Met een besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 4 februari 2003 wordt het beroep dat de verzoekende partij heeft ingesteld tegen de beslissing van de tweede tussenkomende partij van 28 juni 2002, houdende conformverklaring aan de bepalingen van het bodemsaneringsdecreet van het beschrijvend bodemonderzoek met als titel "Aanvulling beschrijvend bodemonderzoek : site Rittwegerlaan/Kerklaan 1830 Machelen", opgesteld onder leiding van de erkende bodemsaneringsdeskundige ERM Belgium voor de eerste tussenkomende partij, ongegrond verklaard en wordt de beroepen beslissing integraal bevestigd. Dit is het bestreden besluit. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  17. De verzoekende partij stelt in haar verzoekschrift dat zij over een rechtstreeks, persoonlijk, actueel en griefhoudend belang beschikt bij de vernietiging van het bestreden besluit omdat zij er ernstig door benadeeld wordt doordat het bestreden besluit het beschrijvend bodemonderzoek, opgesteld door de erkende bodemsaneringsdeskundige ERM Belgium, conform verklaart en uitspraak doet over de saneringsplicht. VII-29.440-5/7
  18. In haar laatste memorie stelt de verzoekende partij dat de beslissing van de tweede tussenkomende partij van 13 september 2002 houdende ambtshalve tussenkomst nog niet definitief is en dateert van vóór het bestreden besluit. Volgens haar blijkt haar belang uit het dispositief van het bestreden besluit, met name uit de conformverklaring van het beschrijvend bodemonderzoek en de aanduiding van haar als saneringsplichtige voor 90 % van de verontreiniging. Zij stelt voorts dat zij als eigenaar het vereiste belang heeft om op te komen tegen beslissingen die rechtstreeks haar eigendom betreffen, dat het bestreden besluit rechtstreeks raakt aan de uitoefening van haar eigendomsrecht op de kwestieuze gronden en de daaraan verbonden rechten en minstens een uitspraak inhoudt over het rechtsstatuut van haar gronden. Volgens de verzoekende partij is nog geen sprake van een ambtshalve optreden door de tweede tussenkomende partij, handelt het bestreden besluit over de aanduiding van de saneringsplicht en wordt zij hierdoor negatief geraakt omdat de eerste tussenkomende partij na een eventueel ambtshalve optreden de saneringskosten van haar kan terugvorderen. Beoordeling
  19. Op 13 september 2002 heeft de tweede tussenkomende partij een besluit genomen waarbij op grond van artikel 45, § 1, van het bodem- saneringsdecreet ambtshalve wordt overgegaan tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek, het opstellen van een bodemsaneringsproject, het uitvoeren van bodemsaneringswerken en de eventuele nazorg met betrekking tot het gedeelte van de verontreinigde gronden aan de Rittwegerlaan te Machelen waarvoor de verzoekende partij als saneringsplichtige werd aangewezen, met name het perceel 115n en de gedeelten van de percelen 344 h en 116 f 3 waarop de eerste tussenkomende partij nooit gebruiksrechten heeft gehad. Dit besluit van 13 september 2002 wordt door de verzoekende partij bij de Raad van State aangevochten in zaak A. 129.247/VII-28.
  20. Dit annulatieberoep wordt bij arrest van de Raad van State nr. 208.127 van 14 oktober 2010 verworpen. Door de verwerping van het annulatieberoep wordt de ambtshalve tussenkomst van de tweede tussenkomende partij in de bodemsaneringsprocedure definitief. VII-29.440-6/7 Bijgevolg rust de verplichting tot prefinanciering van de kosten van de bodemsanering niet langer op de verzoekende partij en heeft zij niet langer belang bij de nietigverklaring van het in dezen bestreden besluit. Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
  21. De Raad van State verwerpt het beroep.
  22. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomsten, begroot op 250 euro, elk voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien oktober tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-29.440-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.129 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.542 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.