← België

Arrest 208141 - Onteigeningen - 14/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.141 Rolnummer: A. 196350/VII-37783 Zaak: Arrest 208141 - Onteigeningen - 14/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-25 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:16 Fiche Arrest nr 208.141 van 14 oktober 2010 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 208.141 van 14 oktober 2010 in de zaak A. 196.350/VII-37.

  1. In zake:
  2. Marc GOEMAERE
  3. Luc GOEMAERE
  4. Ann GOEMAERE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Van Wynsberge kantoor houdend te Leuven Diestsevest 113 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
  5. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Vernaillen kantoor houdend te Antwerpen Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen
  6. de NV WATERWEGEN EN ZEEKANAAL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kaat Leus, Arne Vandaele en Wendy Depester kantoor houdend te Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  7. De vordering, ingesteld op 30 april 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van : "1) het ministerieel besluit d.d. 15 januari 2010 waarbij aan de NV Waterwegen en Zeekanaal machtiging tot onteigening wordt verleend volgens plan nr. A4-1874 van onroerende goederen gelegen in de gemeente Gavere deelgemeente Asper als natuurcompensatie; 2) het besluit van de gedelegeerde bestuurder van de NV Waterwegen en Zeekanaal d.d. 7 december 2009 betreffende de onteigening van onroerende goederen op het grondgebied van de gemeente Gavere deelgemeente Asper volgens het plan A4-1874 als natuurcompensatie". VII-37.783-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  8. De verwerende partijen hebben een nota ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 oktober
  9. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Koen Van Wynsberge, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Sven Vernaillen, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Wendy Depester, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  10. III. Feiten 3.
  11. De verzoekende partijen zijn onverdeelde mede-eigenaars van een aantal percelen grond gelegen te Gavere, kadastraal gekend onder Gavere, 1/ afdeling, sectie A, nrs. 419c, 416d, 407a, 406a, 405a, 409a, 404, 403, 410, 411,
  12. De eerste en tweede verzoeker zijn tuinbouwers in hoofdberoep en zij gebruiken deze percelen in het kader van hun tuinbouwbedrijf. Deze percelen zijn begrepen in het thans bestreden onteigeningsbesluit. VII-37.783-2/6 3.
  13. Op 12 mei 1997 beslist de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening om in naam en voor rekening van het Vlaamse Gewest onroerende goederen te onteigenen voor het vernieuwen en ontdubbelen van de stuw op de Bovenschelde te Asper. 3.
  14. De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie beslist op 14 december 2000 om onroerend goed te onteigenen voor het inpassen van een nevengeul voor de migratie van vissoorten ter hoogte van de nieuwe stuw te Asper en voor het aanleggen van leigrachten met bufferstrook op de Bovenschelde. 3.
  15. De gedelegeerd bestuurder van de tweede verwerende partij neemt op 7 december 2009 een besluit betreffende de onteigening van onroerende goederen op het grondgebied van de gemeente Gavere deelgemeente Asper volgens het plan A4-1874 . Dit is de tweede bestreden beslissing. 3.
  16. Op 15 januari 2010 neemt de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken de eerste bestreden beslissing. De schorsingsvoorwaarden
  17. Op grond van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de verzoekende partijen
  18. De verzoekende partijen zetten hierover het volgende uiteen : "(...) In casu berokkenen de bestreden beslissingen onmiskenbaar moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan de verzoekende partijen. Zoals gezegd baten verzoekende partij sub 1 en verzoekende partij sub 2 gezamenlijk (een) (gemengd) tuinbouwbedrijf uit dat bestaat uit boomkwekerij en fruitteelt. Verzoekende partijen hebben geen activiteiten in de veehouderij. Zij hebben enkel grondgebonden activiteiten. Het bedrijf van verzoekende VII-37.783-3/6 partijen sub 2 en 3 is gekend onder de landbouwernummer 000.101.056-
  19. Uit de stukken van verzoekende partijen blijkt dat zij heden een bedrijfsoppervlakte uitbaten ten belope van 14ha83a. Met de thans bestreden beslissingen wordt een machtiging verleend voor de onteigening van de percelen 22 t.e.m. 32 zoals vermeld op het onteigeningsplan. Deze percelen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 4ha30a58ca. De onteigende percelen zijn allen aangeplant met fruitbomen of aangelegd als veld voor containerteelt (boomkwekerij). Door de onteigening daalt de bedrijfsoppervlakte met dertig procent. De onttrekking van de gronden aan de exploitatie van verzoekende partijen heeft uiteraard een sterke impact op de rendabiliteit en de leefbaarheid van het bedrijf van de verzoekende partijen sub 2 en
  20. Verzoekende partijen kennen de rechtspraak van uw Raad waarin wordt gesteld dat een financieel nadeel op zich geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitmaakt. Per uitzondering neemt uw Raad aan dat de financiële gevolgen van een beslissing toch een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen uitmaken indien de verzoeker met concrete gegevens aantoont dat de bestreden beslissing het inkomen van de verzoeker dermate drastisch zal doen dalen dat dit meer dan een louter financieel (nadeel) uitmaakt dan hij kan verdragen tijdens de duur van de annulatieprocedure. In dat geval neemt uw Raad aan dat het nadeel het louter financiële overstijgt en toch een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitmaakt. Ook neemt uw Raad aan dat een financieel nadeel moeilijk te herstellen is, indien het gaat om het verlies van een volledig inkomen of van een dermate groot deel van dat inkomen dat het de facto met het volledige verlies van dit inkomen kan worden gelijkgesteld, en de gevolgen van dat verlies meer dan louter pecuniair zijn. In casu is dit wel degelijk het geval. De tenuitvoerlegging van de thans bestreden beslissing bedreigt in essentie het voortbestaan van het bedrijf van verzoekende partijen sub 2 en 3, en maakt om die reden meer dan een louter financieel nadeel uit. Zoals blijkt uit stuk 15 rubriek D, is de bedrijfsoppervlakte van verzoekende partijen sub 2 en 3 als volgt samengesteld: - 6,43 ha grond is aangeplant als plantage voor peren - 4,88 ha grond is aangeplant als plantage voor appelen - 3,52 ha grond is in gebruik voor boomkwekerij. Uit stuk 15 rubriek C blijkt dat percelen 2 en 5 een oppervlakte beslaan van 2.68 ha en aangeplant zijn voor meerjarige teelt (appel en peren). Deze percelen zijn op het onteigeningsplan weergegeven onder perceel nummer 24 (deel), 25, 26, 27 (deel), 28, 29, 30, 31 en
  21. De overige percelen zijn aangewend in het kader van boomkwekerij. Het betreft meer bepaald de percelen volgens het onteigeningsplan (die) zijn genummerd onder nummer 22, 23, 24 deel en 27 deel. Deze beslaan een oppervlakte van lha 25a 80 ca. Gelet op de drastische inkrimping van het landbouwareaal van verzoekende partijen sub 1 en 2 kan niet anders dan geoordeeld worden dat de verzoekende partijen sub 1 en 2 doen blijken van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel". Beoordeling
  22. Het aangevoerde nadeel zal slechts voortvloeien uit de effectieve onteigening. De thans aangevochten besluiten hebben enkel tot voorwerp de verklaring van openbaar nut van de verwerving van de betrokken gronden en de machtiging tot onteigening met mogelijke toepassing van de wet van 26 juli 1962 VII-37.783-4/6 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. De door de verzoekende partijen aangevoerde nadelen vinden dus hun rechtstreekse oorzaak, niet in de aangevochten besluiten, maar in de onteigening van de betrokken percelen. De verzoekende partijen zullen pas uit hun eigendom worden ontzet wanneer de vrederechter de onteigening zal hebben toegestaan. De vrederechter kan die onteigening pas uitspreken en de provisionele vergoeding slechts bepalen nadat hij de aangevochten besluiten zowel op hun interne als op hun externe wettigheid heeft getoetst. De verzoekende partijen zullen de wettigheidsbezwaren die zij thans aanvoeren, nog kunnen doen gelden voor de burgerlijke rechter. Deze zal er uitspraak moeten over doen en, indien zij gegrond worden bevonden, zal het risico van het verlies van hun eigendom alsnog afgewend kunnen worden. Daargelaten of de dreiging van het verlies van de betrokken eigendom een ernstig nadeel betekent voor de verzoekende partijen, blijkt dat deze geen moeilijk te herstellen ernstig karakter heeft in de zin van artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Bovendien stellen de verzoekende partijen op een eerder algemene, weinig onderbouwde en niet gestaafde wijze dat de onttrekking van een gedeelte van de bedrijfsgronden voor hen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zal betekenen. De verzoekende partijen tonen evenwel niet aan dat dit het voortbestaan van het bedrijf in het gedrang zal brengen. Zij berekenen niet welk een financiële weerslag de onttrekking van de bedrijfsgronden zal hebben voor het bedrijf en zij tonen dus ook niet aan dat hier meer op het spel staat dan een financieel nadeel dat in principe herstelbaar is. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is niet aangetoond.
  23. Er is bijgevolg niet voldaan aan één van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  24. Dit volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen zonder dat het nodig is de opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie te onderzoeken. VII-37.783-5/6 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien oktober tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-37.783-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.141 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.216.291 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.