← België

Arrest 208165 - Penitentiair recht - 15/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.165 Rolnummer: A. 197361/IX-6904 Zaak: Arrest 208165 - Penitentiair recht - 15/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-22 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 05:17 Fiche Arrest nr 208.165 van 15 oktober 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 208.165 van 15 oktober 2010 in de zaak A. 197.361/IX-6904 In zake: Marc VERMEULEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Freya Coppens kantoor houdend te Sint-Niklaas Stationsstraat 141/2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 10 augustus 2010, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beslissing van 12 juli 2010 van de directeur van de strafinrichting te Merksplas waarbij aan Marc Vermeulen de volgende tuchtsanctie wordt opgelegd: “- 14 dagen afzondering op celafdeling vanaf 12.07.2010; - 5 dagen afzondering op de kamer voorwaardelijk gedurende 2 maanden; - 6 maanden uitsluiting bezoek van Luc Dellaert”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging IX-6904-1/6 voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 oktober
  3. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. Advocaat Heidi De Cauwer, die loco advocaat Freya Coppens verschijnt voor de verzoeker, en attaché Wim Van Brussel, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoeker is op het moment van de tuchtfeiten opgesloten in de strafinrichting van Merksplas. 3.
  6. Op 9 en 10 juli 2010 worden er drie rapporten aan de directeur opgesteld ten laste van de verzoeker: - het rapport aan de directeur van 9 juli 2010 om 14.30 uur heeft betrekking op opgespaarde medicatie: IX-6904-2/6 “Tijdens een grondige kamercontrole op kamer 13 werd er in de kast van bovengenoemde tussen zijn spullen een doosje van candarel aangetroffen met daarin 4 tabletjes medicatie. Als wij de medicatie voor het komende weekend van Vermeulen M. na kijken blijkt dat er in de medicatiedoosjes de zelfde tabletjes zitten zoals in het doosje van de canderel. Ook bevat het medicatiedoosje een rode sticker zodat de medicatie onmiddellijk moet worden ingenomen als deze wordt aangeboden.” - het rapport aan de directeur van 10 juli 2010 om 9.20 uur betreft het aannemen en doorslikken van een substantie aangereikt door een bezoeker: “Bij het begroeten van zijn bezoeker Dellaert Luc heeft Vermeulen Marc iets aangenomen door elkaar een hand te geven. Vermeulen Marc heeft dit dan direct in zijn mond gestoken er wat op geknabbeld en doorgeslokken!!!” - het rapport aan de directeur van 10 juli 2010 om 17.00 uur heeft betrekking op een onregelmatigheid bij de toegelaten wandeling: “Vermeulen Marc had AK , maar aangezien hij tijdens de ochtendwandeling naar het bezoek was , had hij nog recht op 1 uur wandeling. Tijdens de namiddagwandeling die begon om 16u00 mocht hij dus gaan wandelen. Normaal zou hij om 17u00 binnen moeten gaan , maar hij bleef gewoon op de wandeling. Wanneer een gedetineerde AK krijgt ontvangt hij een blad met de regels van het AK. Bovendien zit Vermeulen al een hele tijd in Merksplas dus moet hij op de hoogte zijn van de regels. Bij het begin van de wandeling bracht hij mij en mijn collega op de hoogte dat hij deze ochtend bezoek had en dus hij recht had op een uur wandeling. Zodoende was hij ook op de hoogte van zijn AK en was hij het dus niet ‘vergeten’.” 3.
  7. Op 12 juli 2010 beslist de directeur van de gevangenis om tegen de verzoeker een tuchtprocedure op te starten. De verzoeker wordt hiervan op de hoogte gesteld en krijgt een kopie van het tuchtdossier. Hij wordt met zijn raadsman uitgenodigd voor de hoorzitting van 12 juli 2010 en verdedigt zich daar. 3.
  8. Op 12 juli 2010 krijgt de verzoeker als tuchtsanctie “14 dagen afzondering op celafdeling vanaf 12-07-2010; 5 dagen afzondering op kamer voorwaardelijk gedurende 2 maanden; 6 maanden uitsluiting bezoek van Dellaert Luc”. Deze tuchtsanctie wordt als volgt gemotiveerd: IX-6904-3/6 “Overwegende: - dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan 1) bezit medicatie die onmiddellijk dient ingenomen te worden, 2) doorslikken van iets dat aangenomen werd van bezoek, 3) niet naleven sanctie afzondering op kamer - dat uit de feiten een gebrek aan respect voor de lokale leefregels blijkt - dat hij de feiten deels toegeeft en spijt heeft over wat er is gebeurd - dat dergelijke feiten absoluut niet kunnen worden getolereerd en een aangepaste sanctie zich opdringt - dat bovenstaande zaken doen besluiten dat er sprake is van aannemen/bezit van verboden substanties”. Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van het enig middel Standpunt van de partijen
  9. De verzoeker voert de schending aan van de formele motiveringswet en van de materiële motiveringsverplichting. Hij voert aan dat hij geen enkele inbreuk begaan heeft en dat de motivering niet correct is. Het bezoek kende een normaal verloop; bij het einde van het bezoek werden noch zijn neef, noch zijn moeder over deze kwestie aangesproken. Hijzelf werd ook aan geen enkele bijzondere fouille onderworpen; er werd enkel een routineonderzoek doorgevoerd. Pas bij de mededeling van het tuchtrapport werd hij op de hoogte gesteld van de zogenaamde vaststellingen. Hij is niet gekend voor drugsfeiten, zijn neef en moeder bezoeken hem al gedurende jaren op regelmatige basis en geen van beide heeft enig wederwoord kunnen voeren. In een tuchtprocedure moet het onderzoek slaan op elementen à charge en à décharge. De bestreden beslissing toont niet aan waarom zijn thesis, dat hij enkel de hand schudde van zijn neef, niet aanvaard kan worden.
  10. De verwerende partij antwoordt dat de penitentiair beambte in het rapport aan de directeur formeel is: de verzoeker heeft iets aangenomen van zijn bezoeker door hem de hand te schudden. De verzoeker heeft het object onmiddellijk in zijn mond gestopt waarna hij erop knabbelde en het doorslikte. Het IX-6904-4/6 komt aan de Raad van State niet toe om uit te maken wat naar zijn oordeel als de juiste toedracht van de feiten moet worden beschouwd. Te dezen heeft de directeur impliciet maar duidelijk vastgesteld dat er geen reden was om te twijfelen aan de waarheidsgetrouwheid van de voorgelegde rapporten; hij kon er redelijkerwijze van uitgaan dat de tuchtfeiten in de rapporten bewezen zijn waardoor geen verder onderzoek vereist was. Aangezien de verzoeker de aangenomen substantie reeds had ingeslikt en het personeel hem voor het overige niks had zien in ontvangst nemen, was het overbodig om een fouillering op het lichaam uit te voeren. De motivering geeft duidelijk de feiten aan die in aanmerking werden genomen, waarom deze een inbreuk uitmaken en de opgelegde sanctie verantwoorden. Beoordeling
  11. De directeur beschikte voor zijn onderzoek naar het bewijs van de feiten over drie verslagen van zijn penitentiair beambten. De inhoud van twee verslagen wordt niet betwist; de verzoeker betwist enkel de feiten die in het tweede tuchtrapport vermeld zijn, te weten zijn gedraging tijdens het bezoek van zijn neef. Het middel is op die tenlastelegging toegespitst.
  12. De rapporten die de penitentiair beambten in de uitoefening van hun functie opstellen, vormen voor de gevangenisdirecteur principieel en bij ontstentenis van tegenindicaties een deugdelijke grondslag om het bestaan en de ernst van de feiten te beoordelen. Te dezen is het verslag duidelijk. Zijnerzijds brengt de verzoeker geen enkel argument aan dat enige redelijke twijfel kan oproepen bij de verklaring van de penitentiair beambte die het rapport opstelde. Ook de antwoorden en de beweringen van de verzoeker tijdens het tuchtverhoor moesten de directeur niet doen twijfelen aan de inhoud van de rapporten. Dat er geen bijzondere fouille werd uitgevoerd en dat de bezoekers niet werden gehoord vermindert aldus de waarde van de verklaring van de penitentiair beambte niet. Beschikkend over een deugdelijk bewijs van de materiële grondslag van de betrokken tenlastelegging, diende de gevangenisdirecteur niet nader te verantwoorden waarom hij de voorkeur hechtte aan de verklaring van de IX-6904-5/6 beambten en de thesis van de verzoeker dat hij enkel de hand geschud heeft van zijn neef naast zich neerlegde.
  13. Het middel is niet gegrond. De zaak kan volgens de verkorte procedure van artikel 93 van het algemeen procedurereglement worden afgedaan. V. De vordering tot schorsing
  14. De zaak wordt ten gronde beslecht. Er moet geen uitspraak meer worden gedaan over de subsidiaire vordering tot schorsing. BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt het beroep.
  16. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 15 oktober 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6904-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.165 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.