id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.193 Rolnummer: A. 193362/IX-6441 Zaak: Arrest 208193 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 19/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-26 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 05:17 Fiche Arrest nr 208.193 van 19 oktober 2010 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 208.193 van 19 oktober 2010 in de zaak A. 193.362/IX-6441 In zake: Remi ZEEUWS wonend te Huldenberg Nijvelsebaan 31 A alwaar woonplaats wordt gekozen tegen: het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrick Peeters en Jens Mosselmans kantoor houdend te Brussel Terhulpsesteenweg 120 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 juli 2009, strekt tot de nietigverklaring van “de afwijzende beslissing zoals die blijkt uit het niet afronden van de in 2001 aangevatte bevorderingsprocedure”, alsook van “de daaruit blijkende weigering om verzoeker te bevorderen tot eerste attaché, expert van hoog niveau, bij het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 197.684 van 10 november 2009 zijn de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen en de vordering tot het opleggen van een dwangsom verworpen. De verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. IX-6441-1/8 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld, met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 oktober
- Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. De verzoeker, en advocaat Thomas Dreier, die loco advocaat Patrick Peeters verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is attaché (rang A1) bij het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 3.
- Op 11 februari 2002 stelt hij bij de Raad van State een beroep in tot nietigverklaring van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2001 waarbij Philippe Dehaut wordt benoemd tot eerste attaché, expert van hoog niveau (rang A2), bij de Directie Onderzoek en Innovatie van het Bestuur Economie en Werkgelegenheid van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (zaak A. 116.651/IX-3212). Bij arrest nr. 160.268 van 19 juni 2006 vernietigt de Raad van State het voormelde benoemingsbesluit. Het middel waarin de verzoeker onder meer IX-6441-2/8 aanvoert dat geen deugdelijke vergelijking van zijn titels en verdiensten met deze van Philippe Dehaut heeft plaatsgevonden, wordt gegrond bevonden. De Raad van State vernietigt tevens het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 juni 2004 waarbij Philippe Dehaut van rechtswege vanaf 1 juli 2004 in de graad van eerste attaché, expert van hoog niveau, wordt overgeheveld van de Directie Onderzoek en Innovatie van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest naar het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel (hierna: IWOIB). 3.
- Op 1 juli 2002 stelt de verzoeker bij de Raad van State een beroep in tot nietigverklaring van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juli 1998 houdende de benoeming van Philippe Dehaut tot bestuurssecretaris bij het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met ingang van 1 mei 1998 (zaak A. 123.249/IX-3411). Bij arrest nr. 187.958 van 17 november 2008 vernietigt de Raad van State ook dat benoemingsbesluit. Het middel waarin de verzoeker de schending aanvoert van artikel 39 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, doordat het benoemingsbesluit uitsluitend in de Franse taal is opgesteld, terwijl het ook in de Nederlandse taal had moeten zijn opgesteld, wordt gegrond bevonden. 3.
- Op 3 maart 2008 stelt de verzoeker bij de Raad van State een vordering in tot het opleggen van een dwangsom aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, omdat deze partij in gebreke blijft uitvoering te geven aan het vernietigingsarrest nr. 160.268 van 19 juni
- Bij arrest nr. 187.959 van 17 november 2008 willigt de Raad van State deze vordering in. Aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt een dwangsom opgelegd van 1500 euro voor elke dag dat het nalaat uitvoering te geven aan het genoemde vernietigingsarrest. De dwangsom zal worden verbeurd na verloop van één maand, te rekenen van de dag waarop het arrest waarbij de dwangsom wordt opgelegd, aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is betekend. 3.
- Op 19 december 2008 hervat de directieraad van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de procedure die heeft geleid tot de IX-6441-3/8 vernietigde benoeming van Philippe Dehaut tot eerste attaché, expert van hoog niveau, bij de Directie Onderzoek en Innovatie. Op 14 januari 2009 onderzoekt de directieraad opnieuw de titels en verdiensten van de verschillende kandidaten. Hij baseert zich daarvoor op de dossiers van de kandidaten zoals ze werden ingediend in
- Hij rangschikt Philippe Dehaut als eerste kandidaat, M.-H. Charles als tweede kandidaat en de verzoeker als derde kandidaat. De verzoeker wordt daarvan met een brief van 24 februari 2009 in kennis gesteld. 3.
- Met een aangetekende brief van 28 februari 2009 dient de verzoeker een bezwaarschrift in tegen de rangschikking van de kandidaten door de directieraad. Hij betoogt dat de directieraad geen rekening had mogen houden met de benoeming van Philippe Dehaut tot bestuurssecretaris bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 januari 2009, ook al werd aan dat besluit terugwerkende kracht verleend. Voorts laat hij gelden dat de directieraad niet antwoordt op zijn bezwaarschrift van 11 november 2001 en kritiek formuleert op zijn houding, terwijl dat in 2001 niet het geval was, zodat hij zich niet heeft kunnen aanpassen. Hij vraagt de “exacte feiten” waarop die kritiek is gesteund. Hij wijst er ook op dat hij sedert 2001 ervaring heeft opgedaan en inzicht heeft verworven in administratieve procedures. Hij vermeldt een reeks opleidingen die hij heeft gevolgd. Hij stelt ten slotte dat het voor hem onduidelijk blijft welke criteria door de directieraad werden gebruikt bij het opstellen van de rangschikking en hij vraagt om door de directieraad te worden gehoord. 3.
- Met een aangetekende brief van 1 maart 2009 maant de verzoeker de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aan om “de aangevatte benoemingsprocedure af te sluiten”. Hij stelt dat hij “het blijven stilzitten zal [...] interpreteren als een weigering om [hem] te bevorderen tot eerste attaché, expert van hoog niveau”. Hij verwijst daarbij naar artikel 14, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Met een brief van 7 april 2009 deelt de minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aan de verzoeker mee dat hij diens aanmaning overmaakt aan de bevoegde staatssecretaris. IX-6441-4/8 Uit de afwezigheid van een eindbeslissing over de benoemingsprocedure vier maanden na deze aanmaning, leidt de verzoeker de stilzwijgende afwijzende beslissingen af die het voorwerp uitmaken van het voorliggende beroep. 3.
- Op 27 maart 2009 wordt de verzoeker door de directieraad gehoord. Na de opmerkingen en de bezwaren van de verzoeker te hebben onderzocht, besluit de directieraad met unanimiteit dat de verzoeker geen nieuwe gegevens aanbrengt die een wijziging van de opgestelde rangschikking rechtvaardigen. Met een brief van 29 april 2009 worden de notulen van de vergadering van de directieraad aan de verzoeker ter kennis gebracht. Op diezelfde datum wordt het dossier aan de bevoegde staatssecretaris overgemaakt voor het nemen van een beslissing over de kwestieuze bevordering tot eerste attaché. 3.
- Met een op 23 november 2009 ter post aangetekend verzonden brief maant de verzoeker de Brusselse Hoofdstedelijke Regering opnieuw aan om “de aangevatte benoemingsprocedure af te sluiten”. Hij verwijst andermaal naar artikel 14, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Anders dan in zijn aanmaning van 1 maart 2009 vermeldt hij nu niet dat hij het stilzitten van de verwerende partij zal beschouwen als een weigering om hem te benoemen. Aangezien de verwerende partij ook op deze aanmaning niet reageert, stelt de verzoeker op 2 april 2010 bij de Raad van State andermaal een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing in van “de afwijzende beslissing zoals die blijkt uit het niet afronden van de in 2001 aangevatte bevorderingsprocedure”, alsook van “de daaruit blijkende weigering om verzoeker te bevorderen tot eerste attaché, expert van hoog niveau, bij het [IWOIB]” (zaak A. 196.123/IX-6767). Bij arrest nr. 207.320 van 13 september 2010 wordt de vordering tot schorsing verworpen, omdat de verwerende partij inmiddels een uitdrukkelijke eindbeslissing heeft genomen over de bedoelde benoemingsprocedure, waardoor het voorwerp van de vordering is teloorgegaan. IX-6441-5/8 3.
- Met een aangetekende brief van 15 april 2010 richt de verzoeker de volgende aanmaning tot de staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die het Openbaar Ambt onder zijn bevoegdheid heeft: “[…] Op 19 juni 2006 heeft de Raad van State bij arrest 160.268 vernietigd: - de beslissing van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2001 waarbij Philippe Dehaut wordt benoemd tot eerste attaché (rang A2 expertbetrekking van hoog niveau) bij het Bestuur Economie en Werkgelegenheid - Directie Onderzoek en Innovatie - het besluit van 24 juni 2004 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering waarbij Philippe Dehaut van rechtswege vanaf 1 juli 2004 in de graad van eerste attaché, expert van hoog niveau, wordt overgeheveld van de Directie Onderzoek en Innovatie van het ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest naar het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 20 augustus
- Ik voldoe aan de statutaire benoemingsvereisten. Bijgevolg verzoek ik u en maan ik u, indien nodig, aan de aangevatte benoemingsprocedure af te sluiten door de twee vernietigde beslissingen door nieuwe te vervangen. Deze brief moet beschouwd worden als een aanmaning overeenkomstig artikel 36 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. […]” 3.
- Met een aangetekende brief van 25 juni 2010 deelt de genoemde staatssecretaris aan de verzoeker mede: “[…] Ingevolge de ordonnantie van 26 juni 2003 houdende oprichting van het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel (in werking getreden op 1 januari 2004), werden de bevoegdheden van de Directie Onderzoek en Innovatie overgeheveld aan het IWOIB. De personeelsleden van de Directie Onderzoek en Innovatie werden van rechtswege overgeheveld naar het nieuwe Instituut. Sedert de inwerkingtreding van voormelde ordonnantie op 1 januari 2004 is de functie van eerste attaché, expert hoog niveau, dan ook gesitueerd binnen het IWOIB en heeft het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest geen bevoegdheid meer om over te gaan tot voormelde benoeming. Middels onderhavig schrijven sluit het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest de benoemingsprocedure af en geeft het dan ook uitvoering aan het arrest nr. 160.268 van de Raad van State. […]” IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- De verzoeker voert ter terechtzitting aan dat hij bij de inzage van het administratief dossier op de griffie van de Raad van State heeft vastgesteld dat stuk 24, vermeld in de inventaris van de stukken van het administratief dossier, niet IX-6441-6/8 in dat dossier is opgenomen. Hij verzoekt uitdrukkelijk om dit stuk daarom uit de debatten te weren.
- Het desbetreffende stuk werd op 16 september 2009 door de verwerende partij naar de Raad van State gefaxt. Het werd toen aan het griffiedossier toegevoegd. De verzoeker heeft er kennis kunnen van nemen toen hij op 29 maart 2010 en op 17 september 2010 inzage van dat dossier heeft genomen. De enkele omstandigheid dat dit stuk niet bij de map “administratief dossier” werd gevoegd, maar afzonderlijk in het griffiedossier werd opgenomen, doet daaraan geen afbreuk. Er is dan ook geen aanleiding om het desbetreffende stuk uit de debatten te weren. V. Ontvankelijkheid van het beroep
- Uit de hiervóór aangehaalde brief van 25 juni 2010 van de staatssecretaris aan de verzoeker blijkt dat de verwerende partij op die datum een uitdrukkelijke eindbeslissing heeft genomen over de benoemingsprocedure van eerste attaché, expert van hoog niveau, bij de Directie Onderzoek en Innovatie van het Bestuur Economie en Werkgelegenheid van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Met name heeft zij beslist niet meer bevoegd te zijn om over te gaan tot een benoeming in de genoemde betrekking. De voormelde uitdrukkelijke eindbeslissing is in de plaats gekomen van de bestreden stilzwijgende afwijzende beslissing om de voormelde benoemingsprocedure af te sluiten en van de weigering die de verzoeker in die stilzwijgende afwijzende beslissing onderkent om hem tot eerste attaché, expert van hoog niveau, bij het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel te benoemen. De omstandigheid dat de verzoeker inmiddels twee beroepen tot nietigverklaring en vorderingen tot schorsing heeft ingesteld tegen deze uitdrukkelijke eindbeslissing (zaken A. 197.047/IX-6872 en A. 197.443/IX-6913) doet geen afbreuk aan de vaststelling dat de verwerende partij met die beslissing onmiskenbaar te kennen heeft gegeven niét te weigeren de voormelde benoemingsprocedure af te sluiten. IX-6441-7/8 Het voorliggende beroep heeft derhalve zijn voorwerp verloren en is dan ook niet ontvankelijk.
- De auditeur-verslaggever heeft terecht vastgesteld dat de zaak op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met korte debatten definitief kan worden beslecht. VI. Kosten
- Gelet op de omstandigheden van de zaak past het de kosten ten laste te leggen van de verwerende partij. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 oktober 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-6441-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.193 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.684 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div