← België

Arrest 208197 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 19/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.197 Rolnummer: A. 194017/IX-6526 Zaak: Arrest 208197 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 19/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-26 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 05:17 Fiche Arrest nr 208.197 van 19 oktober 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 208.197 van 19 oktober 2010 in de zaak A. 194.017/IX-6526 In zake : Michel DE TROGH bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willy Van der Gucht en Frank Dieu kantoor houdend te Gent Voskenslaan 34-36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Declercq kantoor houdend te Brussel Louizalaan 89 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 18 september 2009, strekt tot de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 22 juni 2009 waarbij Philippe Herman voor zes jaar wordt aangesteld in de managementfunctie N-2 Administrateur Opmetingen en Waarderingen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een verslag opgesteld. IX-6526-1/6 De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 september
  3. Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. Advocaat Frank Dieu, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Christophe Cologne, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. In de loop van 2008 verschijnt in het Belgisch Staatsblad een oproep tot de kandidaten voor de mandaatfunctie N-2 Administrateur Opmetingen en Waarderingen bij de FOD Financiën. Op basis van de resultaten van de mondelinge proef en de geïnformatiseerde test bepaald in artikel 7, § 2, van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten en na vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten oordeelt de selectiecommissie dat geen enkele kandidaat in de groep IX-6526-2/6 A-“zeer geschikt” kan worden gerangschikt. Twee kandidaten, Philippe Herman, Franstalig kandidaat, en de verzoeker worden gerangschikt in de groep B-“geschikt”. Hun rangschikking wordt als volgt gemotiveerd: “Monsieur Herman démontre de bonnes compétences techniques. Il possède également une vision intégrée de la fonction d’administrateur Mesure & Evaluation. Son enthousiasme le sert en termes de persuasion. Dans un cadre connu, il se montre très efficace. Il doit veiller à garder cette efficacité quand il sort de ce cadre.” “Dhr. De Troch Michel toont zich voldoende sterk inzake technische competenties. Hij kan nog groeien op vlak van strategische visie betreffende de beoogde functie. Hij beschikt over een degelijk analytisch vermogen. Hij maakt gebruik van bestaande netwerken. Hij kan zijn competenties op vlak van HR-beheer nog verder ontwikkelen.” De verzoeker wordt hiervan op de hoogte gebracht bij brief van 10 februari
  6. 3.
  7. Zoals voorgeschreven door artikel 9, §§ 1 en 3, van het voornoemde koninklijk besluit heeft de voorzitter van het directiecomité samen met een houder van de managementfunctie N-1, in casu was dat de tweetalige directeur-generaal van de Patrimoniumdocumentatie, dan een onderhoud met elk van de twee “geschikt” bevonden kandidaten afzonderlijk met de bedoeling hen te vergelijken wat betreft hun specifieke competenties, hun relationele en hun managementvaardigheden zoals bepaald in de functiebeschrijving en het competentieprofiel van de te begeven managementfunctie. In een nota van 10 maart 2009 brengen zij de minister op de hoogte van het resultaat van hun onderhoud met de kandidaten. Zij stellen unaniem voor Ph. Herman in de mandaatfunctie aan te stellen waarbij zij er nog op wijzen dat diens huidige functie een pluspunt is en dat IX-6526-3/6 zijn aanwijzing toelaat het taalevenwicht te realiseren binnen de houders van een managerfunctie in de Administratie van de Patrimoniumdocumentatie. 3.
  8. Bij koninklijk besluit van 22 juni 2009 wordt Ph. Herman dan aangesteld in de mandaatfunctie N-2 administrateur Opmetingen en Waarderingen. Dit besluit is uitvoerig gemotiveerd. Dit is het bestreden besluit. Het wordt bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 22 juli
  9. De tekst van de publicatie luidt als volgt: “Bij koninklijk besluit van 22 juni 2009, wordt de heer Herman, Philippe F.J.H., met ingang van 1 juli 2009, aangeduid als houder van de managementfunctie -2 ‘Administrateur Opmetingen en Waarderingen’ in de Federale Overheidsdienst Financiën”. Ingevolge deze publicatie vraagt verzoekers raadsman op 2 september 2009 aan de verwerende partij om een kopie te bekomen van het voornoemde besluit. Pas met een brief gedateerd op 30 oktober 2009, nadat het huidig verzoekschrift werd ingediend, zendt de verwerende partij een afschrift van voornoemd besluit naar de verzoeker. IV. Beoordeling Het belang van de verzoeker
  10. In het licht van de laatste memorie ingediend door de verzoeker is zijn belang beperkt tot de veroordeling van de verwerende partij tot de betaling van de kosten van het geding. In voornoemd procedurestuk voert de verzoeker inderdaad in essentie aan wat volgt: IX-6526-4/6 “Nu de verwerende partij in gebreke bleef de verzoekende partij tijdig, i.e. binnen de zestig dagen na de publicatie (van het benoemingsbesluit van de benoemde kandidaat) een kopie te bezorgen van het betrokken besluit, en (bijgevolg) minstens de schijn was gewekt dat het besluit niet afdoende gemotiveerd was, had de verzoekende partij, indien zij haar rechten wou vrijwaren, (…), geen andere keuze dan een beroep aanhangig te maken. Hoewel naderhand gebleken is dat het besluit toch gemotiveerd was, en het beroep derhalve nutteloos is geworden en niet tot de vernietiging van het bestreden besluit kan leiden, meent de verzoekende partij in het licht van de geschetste omstandigheden toch een belang te behouden om de verwerende partij veroordeeld te zien tot de kosten van het geding.”
  11. Gelet op wat voorafgaat is er aanleiding om het beroep te verwerpen bij gebrek aan het rechtens vereiste belang en om de kosten ten laste te leggen van de verwerende partij. BESLISSING
  12. De Raad van State verwerpt het beroep.
  13. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. IX-6526-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 oktober 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-6526-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.197 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.