← België

Arrest 208200 - Anderen beroepen - 19/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.200 Rolnummer: A. 196895/IX-6852 Zaak: Arrest 208200 - Anderen beroepen - 19/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-26 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:17 Fiche Arrest nr 208.200 van 19 oktober 2010 Beroepen - Anderen beroepen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 208.200 van 19 oktober 2010 in de zaak A. 196.895/IX-6852 In zake: Filip VERHULST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christiaan Backx kantoor houdend te Mechelen Nekkerspoelstraat 61 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMS AGENTSCHAP VOOR ONDERNEMERSVORMING - SYNTRA VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te Beringen Scheigoorstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 25 juni 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de raad van bestuur van het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - SYNTRA Vlaanderen van 23 april 2010 luidens dewelke het examen dat Filip Verhulst heeft afgelegd, wordt vernietigd en de betrokkene een nieuw examen dient af te leggen “voor alle vakken van het derde jaar, theorie en praktijk, en aansluitend, wanneer [hij] voor de onderdelen theorie en praktijk geslaagd [is], een eindproef (C-proef)”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-6852-1/10 Adjunct-auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 september
  3. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thierry Decoster, die loco advocaat Christiaan Backx verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Barbara Spapen, die loco advocaat Wim Mertens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoeker volgt een ondernemersopleiding voor opticien-optometrist in de erkende vormingscentra van de verwerende partij. Tijdens het opleidingsjaar 2008-2009 is hij derdejaarsstudent. 3.
  6. In juni 2009 legt de verzoeker de examens af over het derde jaar van de opleiding. Met betrekking tot de resultaten van deze examens ontvangt de verzoeker de volgende attesten: - een attest van 23 juni 2009 betreffende de C-proef opticien-optometrist, dat vermeldt: “0/400 U bent niet geslaagd”; IX-6852-2/10 - een attest van 24 juni 2009 betreffende de B-proef opticien-optometrist, dat vermeldt: “126/300 U bent niet geslaagd”; - een attest van 30 juni 2009 betreffende de C-proef opticien-optometrist, dat vermeldt: “229/400 U bent geslaagd”. 3.
  7. Met een e-mailbericht van 7 augustus 2008 wordt aan de verzoeker de volgende puntenverdeling meegedeeld: “Praktijk Skiascopie 5/13 (minstens 11/13 was nodig om geslaagd te zijn voor deze proef) = niet geslaagd Praktijk Ophtalmosocie 3/6 (minstens 6 punten zijn nodig om geslaagd te zijn voor deze proef) = niet geslaagd Theorie Optometrie 68,5/150 (minstens 70% nodig om geslaagd te zijn) = niet geslaagd Theorie Contactlenzen 58/100 (87/150) = geslaagd” 3.
  8. De verzoeker neemt deel aan de tweede zittijd. Hoewel hij met een resultaat van 126/300 in principe alle examens opnieuw dient af te leggen, omdat het curriculum van het derde jaar niet in een onderverdeling in vakken voorziet, wordt in overleg met de verwerende partij het jaar in vakken opgesplitst en moet de verzoeker enkel de vakken waarvoor hij niet geslaagd is opnieuw afleggen. Het herexamen wordt voor de verzoeker aldus beperkt tot de theorie optometrie en alle praktijkvakken. De verzoeker ontvangt de volgende attesten voor de tweede zittijd: - een attest van 31 augustus 2009 betreffende de B-proef opticien-optometrist, dat vermeldt: “99/300 U bent niet geslaagd”; IX-6852-3/10 - een attest van 5 oktober 2009 betreffende de B-proef opticien-optometrist, dat vermeldt: “96/300 U bent niet geslaagd”; - een attest van 9 oktober 2009 betreffende de B-proef opticien-optometrist, dat vermeldt: “114/300 U bent niet geslaagd”. Aan de verzoeker wordt de volgende puntenverdeling meegedeeld: “Praktijk skiascopie 12,5/50 (25%) Praktijk ophtalmosocie 15/50 (30%) Praktijk spleetlamptechniek 17,5/50 (35%) Theorie optometrie 25/75 (33%) Theorie contactlenzen 43,5/75 (58%) werd overgenomen uit eerste zittijd TOTAAL 114/300 Praktijk 45/150 Theorie 69/150” Uit het overleg dat bij de verwerende partij plaatsheeft, blijkt dat de verzoeker niet in aanmerking komt voor deliberatie, omdat hij in het totaal niet ten minste 50% heeft behaald. Op 12 oktober 2009 bespreekt de verwerende partij de resultaten van de tweede zittijd met de verzoeker. Aangezien de verzoeker niet akkoord gaat met de resultaten, stelt de verwerende partij voor om een herkansing te organiseren in een ander centrum. De verzoeker reageert daarop positief. 3.
  9. Ondertussen diende de verzoeker tijdens de maand september 2009 bij de raad van bestuur van de verwerende partij een klacht in over een niet-objectieve behandeling door de docente van het derde jaar opticien-optometrist en over administratieve fouten die zijn begaan (o.a. foutieve puntenattesten). Tijdens de maanden september-oktober 2009 wordt de juistheid van de resultaten van de eerste en de tweede zittijd onderzocht door de decentrale IX-6852-4/10 dienst van de verwerende partij. Deze dienst stelt vast dat bij het bepalen van de resultaten van de C-proef geen rekening werd gehouden met het feit dat de cursisten voor elk onderdeel geslaagd moesten zijn. Daardoor ontving de verzoeker een attest dat vermeldt dat hij geslaagd is voor de C-proef, hoewel hij niet slaagde voor het onderdeel contactlenzen en hij volgens het curriculum derhalve niét geslaagd kon zijn voor de C-proef. Een ongelijke behandeling van de cursisten wordt echter niet vastgesteld, omdat voor alle cursisten op dezelfde wijze werd gehandeld. Vastgestelde onregelmatigheden worden gedeeltelijk toegeschreven aan het feit dat het curriculum verouderd is en voor interpretatie vatbaar. De decentrale dienst legt de kwestie voor aan de raad van bestuur van de verwerende partij, die op 19 november 2009 beslist om de verzoeker vervroegd herexamen te laten afleggen. De resultaten van de C-proef, zoals meegedeeld aan de verzoeker, worden hierbij bevestigd. Met een brief van 23 december 2009 wordt de verzoeker formeel in kennis gesteld van deze beslissing van de raad van bestuur. 3.
  10. In uitvoering van deze beslissing van de raad van bestuur wordt het curriculum van de opleiding aangepast en wordt een puntenverdeling opgesteld voor het derde jaar. 3.
  11. Op 18 januari 2010 legt de verzoeker in een derde zittijd het praktijkexamen af, op 8 februari 2010 het theoretische examen. Met een brief van 11 maart 2010 wordt hij als volgt in kennis gesteld van zijn resultaten: “[…] Tot onze spijt moeten wij u meedelen dat u niet geslaagd bent. Vermits u niet de helft van het totaal aantal punten behaalde, komt u ook niet in aanmerking voor deliberatie. U behaalde de volgende resultaten bij de herkansing: IX-6852-5/10 Optometrie theorie 51/75 Optometrie praktijk 29/75 Contactlenzen theorie 43,5/75 Contactlenzen praktijk 18/75 Totaal van de vakken: 142/300 Zoals afgesproken diende u het onderdeel ‘theorie contactlenzen’ niet opnieuw te herkansen, aangezien u hierop reeds geslaagd was in campus Metropool. Om die reden hebben we de resultaten voor dat onderdeel overgenomen en meegerekend in uw resultaten. U bent voor een volgend jaar vrijgesteld voor alle vakken waarvoor u meer dan 50% behaalde: theorie optometrie en theorie contactlenzen. […]” 3.
  12. Op zijn vraag ontvangt de raadsman van de verzoeker bij brief van de decentrale dienst van 22 maart 2010 de puntenverdeling van de C-proef die de verzoeker in juni 2009 heeft afgelegd. Hierbij wordt het volgende gepreciseerd: “[…] Resultaten C-proef Dhr. Verhulst, juni 2009 Praktijk (slijpen): 74/100 Theorie: 25/50 Refractie: 60/120 Eindwerk: 40/50 Contactlenzen: 30/80 De gehanteerde puntenverdeling stemt overeen met de puntenverdeling zoals voorzien in het officiële curriculum van de opleiding. Het curriculum bepaalt dat een cursist geslaagd is in de praktijkproef of C-proef wanneer deze minstens 50% van de punten behaalt. De cursist dient daarbij verplicht te slagen in elk onderdeel van de proef. Zoals u uit de resultaten kan vaststellen, is Dhr. Verhulst niet geslaagd voor een onderdeel, met name voor het onderdeel contactlenzen. Volgens het curriculum is de cursist dus niet geslaagd. Echter, campus Metropool heeft hier een administratieve fout gemaakt en enkel rekening gehouden met het totale resultaat en een puntenattest afgeleverd waarop staat dat de cursist geslaagd is. Deze bevinding is eveneens voorgelegd aan de Raad van Bestuur van SYNTRA Vlaanderen van 19 november
  13. Deze heeft geoordeeld dat de cursist het behaalde resultaat kan behouden, met andere woorden, dat de cursist geslaagd blijft voor de C-proef. Er heeft dus geen deliberatie plaatsgevonden voor de C-proef, maar het is de Raad van Bestuur geweest die geoordeeld heeft dat de cursist het resultaat op het puntenattest kon behouden en zich zo kon focussen op de examens van het derde jaar. Er is ook geen deliberatie geweest voor de examens van het derde jaar. Voorwaarde voor deliberatie is dat de cursist 50% IX-6852-6/10 in totaal behaalt en cursist kwam dus niet in aanmerking in eerste en tweede zittijd. Dhr. Verhulst kan opnieuw beroep aantekenen bij de Raad van Bestuur van het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming. Hiertoe richt hij een schrijven aan de klachtencoördinator […]” 3.
  14. Met brieven van 8 en 16 april 2010 dient de verzoeker bij de klachtencoördinator een klacht in met betrekking tot “het traject van de examens derde jaar opticien-optometrist”. De verzoeker voert daarbij aan dat hij geslaagd was voor de C-proef, afgelegd in juni 2009 (totaal: 229/400) en dat hij om die reden “praktijk contactlenzen” niet meer heeft moeten afleggen tijdens de tweede zittijd. Hij klaagt aan dat hij tijdens de derde zittijd “praktijk contactlenzen” wel opnieuw heeft moeten afleggen. Hij stelt dat indien voor de derde zittijd dezelfde puntenverdeling was gebruikt als voor de tweede zittijd en geen rekening was gehouden met het ten onrechte afgelegde examen “praktijk contactlenzen”, een deliberatie wel mogelijk was geweest. 3.
  15. Op 23 april 2010 behandelt de raad van bestuur van de verwerende partij de klacht van de verzoeker. Met een brief van 27 april 2010 wordt de verzoeker als volgt in kennis gesteld van de beslissing van de raad van bestuur: “[…] De raad van bestuur beslist, na u en uw raadsman te hebben gehoord, in uitvoering van artikel 99, §3 en §4 van het besluit van 23 februari 1999 [betreffende de ondernemersopleiding, vermeld in het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen], dat het examen dat u hebt afgelegd wordt vernietigd. U dient een nieuw examen af te leggen voor alle vakken van het derde jaar, theorie en praktijk, en aansluitend, wanneer u voor de onderdelen theorie en praktijk geslaagd bent, een eindproef (C-proef). U kan deze examens afleggen in een door u gekozen centrum waar de opleiding wordt georganiseerd. IX-6852-7/10 De raad van bestuur steunt zijn beslissing op de volgende overwegingen: ‘gezien partijen volgende argumenten voorleggen: - de cursist stelt niet akkoord te zijn over de onderdelen van het examen, met name het afleggen van het onderdeel contactlenzen. De decentrale dienst van Syntra Vlaanderen geeft aan dat de cursist voldoende tijdig en vooraf werd geïnformeerd over de inhoud van het examen en dat de opgelegde onderdelen, met inbegrip van het vak contactlenzen, nooit werden gecontesteerd, behalve na bekendmaking van de punten; - de cursist stelt dat hij geslaagd zou zijn, mocht hij het vak contactlenzen niet moeten afleggen. De cursist stelt dat hij dat vak niet moest afleggen, doordat de resultaten van de C-proef zoals meegedeeld werden bevestigd. De decentrale dienst van Syntra Vlaanderen geeft aan dat de cursist zelfs bij het niet afleggen van het vak contactlenzen niet geslaagd is. Wel zou zijn dossier in dat geval aan een deliberatiecommissie kunnen worden voorgelegd, maar in dat geval leert de praktijk dat de onvoldoende score van die aard is dat zij niet wordt gedelibereerd; - de cursist laat op de hoorzitting weten dat er een niveauverschil was tussen de examens in beide campussen. De decentrale dienst van Syntra Vlaanderen stelt dat genoeg waarborgen werden ingebouwd om dat niveauverschil te minimaliseren, met name: (-) de informatie die aan de cursist en zijn raadsman vooraf en tijdig werd bezorgd over het verloop en de inhoud van het examen; (-) de mogelijkheid die een familielid en de raadsman kreeg om bij het examen van de cursist aanwezig te zijn, een mogelijkheid waarvan geen gebruik werd gemaakt; (-) de aanwezigheid van de beroepsadviseur van Syntra Vlaanderen op het examen; (-) het feit dat de cursist niet geëxamineerd is over examenstof die hij initieel niet gezien heeft bij Syntra AB; en gezien de tegenstrijdigheden die voorliggen; is de enig sluitende oplossing de vernietiging van het examen.’ Zoals hiervoor gesteld wordt in opvolging van deze beslissing voor u een nieuw examen georganiseerd voor alle vakken van het derde jaar, theorie en praktijk, en aansluitend, wanneer u voor de onderdelen theorie en praktijk geslaagd bent, een eindproef (C-proef). Dit betekent voor u een nieuwe kans, waarbij u duidelijk kan aantonen dat u klaar bent voor de uitoefening van het beroep van opticien-optometrist. Voor de praktische organisatie van uw proeven neemt u contact op met [M.V.]. U kan zo u dit wil aansluiten bij de cursisten van het lopende jaar van een centrum waar de cursus gegeven wordt. [...]” Dit is de bestreden beslissing. IX-6852-8/10 IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  16. De verzoeker verklaart ter terechtzitting dat de voorliggende vordering hem geen baat meer kan brengen, aangezien hij inmiddels de theoretische en praktische examens van de ondernemersopleiding voor opticien-optometrist opnieuw heeft afgelegd en hij andermaal niet-geslaagd is verklaard. De verwerende partij voegt daaraan toe dat de verzoeker zich niet heeft ingeschreven voor het nieuwe cursusjaar. De verzoeker betwist dit niet.
  17. De verzoeker geeft aldus aan dat hij geen belang meer heeft bij de voorliggende vordering tot schorsing.
  18. Alleszins kan deze vordering de verzoeker niet meer behoeden voor het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat hij volgens zijn verzoekschrift ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing meende te kunnen te lijden en dat hij uitsluitend gelegen zag, enerzijds, in de verplichting om opnieuw alle examens af te leggen en daarbij het risico te lopen niet te zullen slagen en, anderzijds, in de dreiging om dienvolgens de toegang tot het beroep van opticien te worden ontzegd en een jaarinkomen te verliezen. Het eerstgenoemde risico blijkt, gezien de voormelde verklaring van de verzoeker, zich inmiddels reeds te hebben gerealiseerd, waardoor een schorsing van de bestreden beslissing die slechts voor de toekomst werkt niet meer daaraan kan verhelpen, terwijl het nadeel dat gelegen is in het niet verkrijgen van toegang tot het beroep van opticien en het verlies van een jaarinkomen moet worden toegeschreven aan het niet-geslaagd zijn van de verzoeker voor de nieuw georganiseerde examens, dat niet het voorwerp uitmaakt van de voorliggende vordering.
  19. In de gegeven omstandigheden moet tot de onontvankelijkheid van de vordering worden besloten. IX-6852-9/10 BESLISSING De vordering wordt verworpen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 oktober 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Bert Thys IX-6852-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.200 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.211.174 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.