← België

Arrest 208208 - Diploma’s - 19/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.208 Rolnummer: A. 192919/XII-5848 Zaak: Arrest 208208 - Diploma's - 19/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-28 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:17 Fiche Arrest nr 208.208 van 19 oktober 2010 Onderwijs en cultuur - Diploma's Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 208.208 van 19 oktober 2010 in de zaak A. 192.919/XII-5848 In zake: Fabrice BIGIRIMANA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thierry Hermans kantoor houdend te Aalst Leopoldlaan 32 A bus 1-2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 5 juni 2009, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Vlaamse gemeenschap, ministerie van Onderwijs en Vorming van 3 april 2009 met referentie 1F3C8F/NV/B07/25533 waarbij aan [Fabrice Bigirimana] geen gelijkwaardigheid wordt toegekend van zijn diploma ‘A2 gestion’”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 oktober
  3. Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. XII-5848-1\5 Advocaat Véronique Van den Steen, die loco advocaat Thierry Hermans verschijnt voor de verzoekende partij, en adviseur Marleen Broucke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Op 17 april 2007 dient verzoeker een aanvraag in tot het verkrijgen van de gelijkwaardigheid van zijn in Burundi behaald diploma secundair onderwijs. Op het aanvraagformulier, door hem eigenhandig ondertekend, kiest hij uitdrukkelijk woonplaats op het adres van “Vluchtelingenwerk Vlaande- ren”. 3.
  6. Op 10 mei 2007 vraagt de afdeling Scholen Secundair Onderwijs en Deeltijds Kunstonderwijs om haar een kopie van de identiteitskaart en het originele diploma van verzoeker te willen bezorgen. Op een ongekende datum worden de gevraagde stukken overgezonden. Op 30 oktober 2008 vraagt genoemde afdeling bijkomend om een certificaat afgeleverd door het Burundese ministerie van Onderwijs en ondertekend door de minister van Onderwijs waarin de authenticiteit van het diploma wordt bevestigd en om de originele puntenlijst van het eindexamen. 3.
  7. Bij schrijven van 3 april 2009 deelt genoemde afdeling aan de gekozen woonplaats mee dat, bij gebrek aan de gevraagde stukken, geen gelij- kwaardigheid kan worden verleend maar dat steeds een herziening aangevraagd kan worden door bijkomende documenten op te sturen. Dit is de bestreden beslissing. XII-5848-2\5 IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  8. Inhakend op een door verwerende partij opgeworpen exceptie over verzoekers belang, schrijft de auditeur-verslaggever wat volgt: “Overigens heeft de verwerende partij een punt waar ze verwijst naar artikel 10 van het decreet van 24 april 2004 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, naar luid waarvan een instellingsbestuur bij reglement afwijkende toelatingsvoorwaarden kan vaststellen, op grond waarvan personen die niet aan de in artikel 9 gestelde algemene toelatingsvoorwaarden -een diploma van het secundair of hoger onderwijs-, beschikken, toch ingeschreven kunnen worden voor een bachelorsopleiding en dit inzonderheid om humanitai- re, medische, psychische of sociale redenen. Doordat verzoeker blijkbaar zijn tweede jaar hoger opleiding verpleegkunde heeft aangevat en in het kader van zijn studies in het UZ Gent stage loopt, lijkt hij zoniet expliciet op grond van zijn Burundees diploma secundair onderwijs, dan toch minstens impliciet in toepassing van de genoemde bepaling door de betrokken hogeschool tot de gevolgde bacheloropleiding te zijn toegelaten, waardoor hij derhalve bij voldoende studieresultaten zicht krijgt op het beoogde einddiploma. Nu verzoeker zijn belang in het volgen en het finaliseren van de gevolgde opleiding verpleegkunde situeert, kan een voldoende belang in zijnen hoofde enkel worden aangetoond als blijkt dat hem op grond van zijn Burundees diploma, en al dan niet in toepassing van de afwijkende toelatingsvoorwaarden, een inschrijving in die opleiding door de betrokken hogeschool wordt geweigerd, dan wel dat hem een zodanige inschrijving wel is vergund, maar onder de hypothetische voorwaarde dat hij naderhand een geldig diploma secundair onderwijs kan voorleggen. Het staat aan verzoeker de Raad van State omtrent een en ander nadere uitleg te verschaffen”.
  9. Na kennisgeving van dit verslag aan verzoeker, repliceert deze met, eensdeels, een verzoek tot voortzetting van de procedure “teneinde te worden gehoord” en, anderdeels, met een “memorie van wederantwoord” (versta: laatste memorie), waarin hij zich ertoe beperkt te verwijzen “naar de tekst van het inleidende verzoekschrift alsook van de memorie van wederantwoord”, “die hij bij deze integraal herneemt, en welke hij mondeling nog wenst toe te lichten”.
  10. De procedure voor de Raad van State is schriftelijk, zodat overeenkomstig artikel 29 van het algemeen procedurereglement op de terechtzitting geen andere middelen mogen worden aangevoerd “dan die welke in het verzoekschrift of in de memorie zijn uiteengezet” en ze is inquisitoriaal, wat betekent dat ze door de Raad wordt geleid.
  11. Een verzoeker, wil hij zijn belang bij het ingestelde beroep bewaren, moet een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor zijn proces XII-5848-3\5 vertonen. Voorts mag zijn houding het behoorlijk verloop van het proces, waartoe ook hij moet bijdragen, niet verstoren. Om die redenen is hij verplicht zijn medewerking aan de rechter te verlenen wanneer hij daartoe wordt verzocht. Wanneer inzonderheid zijn belang in het auditoraatsverslag uitdrukkelijk in vraag wordt gesteld en verzoeker gesommeerd wordt “omtrent een en ander nadere uitleg te verschaffen”, moet de verzoeker daarover een standpunt innemen en de gevraagde verduidelijkingen bijbrengen, teneinde de gerezen twijfels over zijn actueel belang tegen te spreken en ze weg te nemen.
  12. Gelet op het schriftelijk karakter van de procedure voor de Raad van State en de regels van een behoorlijke rechtsbedeling indachtig, waarbij strikte termijnregels zijn opgelegd aan de partijen, moest verzoeker die verduidelijkingen tijdig en schriftelijk, dus in zijn laatste memorie, aan de Raad -en zo ook aan verwerende partij- voorleggen. Dit heeft verzoeker niet gedaan. Uit die proceshouding leidt de Raad desnoods ambtshalve af dat verzoeker geacht moet worden het door de wet vereiste actueel belang bij het beroep niet te hebben aangetoond. Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
  13. De Raad van State verwerpt het beroep.
  14. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. XII-5848-4\5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 oktober 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Geert Van Haegendoren, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Dierk Verbiest XII-5848-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.208 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.